Summary 10voorBiologie Theorie vwo deel 1 MLF

-
ISBN-13 9789088980015
497 Flashcards & Notes
11 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "10voorBiologie Theorie vwo deel 1 MLF". The author(s) of the book is/are Diversie. The ISBN of the book is 9789088980015. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - 10voorBiologie Theorie vwo deel 1 MLF

  • 2 Cellen: bouw en functie

  • Welke twee soorten microscopen ken je?
    1. Lichtmicorscoop
    2. Electronenmicroscoop
  • 2.1 Celonderzoek met de microscoop

  • Wie was een pionier in het gebruik van de lichtmircoscoop?
    Anthonie van Leeuwenhoek (1632-1723)
  • Wat kun je onder een lichtmicroscoop zien?
    Onder een lichtmicroscoop worden cellen goed zichtbaar. In erg doorzichtige cellen zijn bepaalde celonderdelen (celorganellen) te zien. Cellen en celorganellen, in grootte variërend van ongeveer 1 micrometer (0,001 mm) tot 1 mm, zijn nog te onderscheiden.
  • Waar komt de naam cellen vandaan?
    Toen Robert Hooke in 1665 een stukje kurk onder zijn lichtmicroscoop legde (zie figuur 2b), ontdekte hij als eerste de gelijkenis tussen plantaardig weefsel en honingraten, vandaar de naam 'cellen'.
  • Waarom leverde de lichtmicroscoop in eerste instantie niet tot grote doorbraken? 
    Enerzijds was de kwaliteit van de microscopen zo slecht dat het moeilijk was om duidelijke beelden te verkrijgen en anderzijds begreep men het verband tussen de vorm en de functie van cellen niet.
  • Na het verbeteren van de lenzen in de 19e eeuw werende twee uitgangspunten genoemd als basis voor de 'celtheorie'. Welke?
    1. De celwanden van plantencellen zijn de afscheidingsproducten van de eigenlijke levende cellen.
    2. Planten en dieren bestaan uit levende cellen.
  • Wie bevestigde dat dierlijke cellen bestonden en een andere structuur(=geen honingraat) hadden dan plantencellen?
    de Duitser Schwann
  • Welke twee elektronenmicroscopen zijn er?
    1. transmissie-elektronenmicroscoop (TEM)
    2. scanning elektronenmicroscoop (SEM).
  • Hoe werkt een TEM?
    In de transmissie-elektronenmicroscoop (TEM) wordt een elektronenbundel door een voorwerp heen gestuurd. Als kleuring van de preparaten dienen zouten van zware metalen die aan de organellen hechten. De bundel passerende elektronen wordt gericht op een fluorescerend scherm, zodat er een elektronenschaduw van het oorspronkelijke voorwerp ontstaat.
  • Wat zijn de nadelen van de TEM?
    1. het voorwerp niet levend bekeken kan worden 
    2. en dat het beeld een zwart-wit weergave is
  • Wat is een voordeel van de TEM?
    Het grote voordeel is dat voorwerpen tot meer dan 1.000.000 maal kunnen worden vergroot.
  • Hoe werkt een SEM?
    Bij deze techniek worden uitgezonden elektronen onder vacuüm op een voorwerp gericht. Cellen of onderdelen daarvan zullen de elektronenbundel door laten, vandaar dat ze bestoven worden met een heel dun laagje materiaal dat de bundel kan weerkaatsen. De elektronen die weerkaatst worden, vallen op een elektronensensor. Via versterkers wordt uiteindelijk van dit signaal een beeld gevormd op een monitor.
  • Waar wordt een SEM vooral voor gebruikt?
    om details van het inwendige van een cel te bekijken
  • 2.2 Celstructuren en hun functie

  • Hoe noem je de celstructuren die door een membraan omgeven zijn?
    Organellen
  • Is er een verschil in de bouw tussen de membranen rondom cellen, de kern of de organellen?
    Nee
  • Uit welke 11 elementen bestaat een dierlijke cel?
    1 = lysosoom;
    2 = celmembraan;
    3 = mitochondrium;
    4 = endoplasmatisch reticulum (ER);
    5 = cytoplasma;
    6 = kernmembraan;
    7 = kernporie;
    8 = kern;
    9 = kernlichaampje;
    10 = ribosoom;
    11 = Golgi-systeem
  • 2.2.1 De celkern

  • Wat bevat de celkern?
    de erfelijk informatie van een organisme in de vorm van genen. Deze genen bestaan uit DNA(desoxyribonucleïnezuur).
  • Wat doet de celkern?
    Met de erfelijke informatie bestuurt de kern de celprocessen die moeten plaatsvinden om het geheel goed te laten functioneren. 
  • Op welke drie plekken zit DNA?
    1. Celkern;
    2. Mitochondrium
    3. Bladgroenkorrels.
  • Hoe noem je de openingen in het kernmembraan?
    De kernporiën
  • Wat is de functie van kernporiën?
    Door deze kernporiën kunnen stoffen de kern binnendringen en verlaten. 
  • Wat is chromatine?
    Het DNA in combinatie met speciale eiwitten (de histonen) wordt chromatine genoemd
  • Wanneer wordt chromatine zichtbaar?
    Als de celkern gaat delen, wordt dit chromatine zichtbaar in de vorm van draadvormige structuren: de chromosomen.
  • Wat kun je zeggen over het aantal chromosomen per cel?
    Dit is voor elk soort constant. Bij een mens is het 46.
  • Op welke plek komen de chromosomen niet als paren voor?
    Alleen in de geslachtscellen 
  • Wat is de donkere vlek die via een microscoop in de celkern is te zien?
    de nucleolus (kernlichaampje).
  • Wat is de functie van de nucleolus?
    Hierin liggen de genen voor de aanmaak van de ribosomen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.