Summary A cognitive process theory of writing

-
233 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - A cognitive process theory of writing

  • 1 Flower & Hayes (1981)

  • Welke vraag beantwoordt dit artikel?
    Wat de denkprocessen zijn die voorkomen bij het schrijven.

    Aan de hand van vier hoofdpunten
  • Wat zijn de vier hoofdpunten van dit artikel?
    1. Het schrijfproces is het beste te begrijpen als een set van kenmerkende denkprocessen. Schrijvers organiseren die denkprocessen tijdens het schrijven.
    2. De processen hebben een hiërarchisch vastgelegde organisatie waarbij ieder proces onderdeel kan zijn van een ander proces.
    3. Het schrijven is een doelgericht denkproces geleid door het (groeiende) netwerk van de doelen van de schrijver zelf.
    4. Schrijvers creëren hun doelen op twee manieren. 1) Hoofd- en subdoelen generen die bijdragen aan het hoofddoel. 2) Het veranderen en nieuwe doelen creëren gebaseerd op kennis verworven tijdens het schrijfproces.
  • Wat is het probleem met het beschrijven van de verschillende stadia van het schrijfproces?
    Alleen het geschrevene wordt weergegeven en niet het denkproces (zoals het plannen en herschrijven)
  • Wat is het beste model om een schrijver te bestuderen?
    De hardopdenkmethode
  • Taakomgeving
    Rhetorical problem/schrijfopdracht.

    De doelgroep, de opdracht, doelen van de schrijver en ontwerp.

    Slechte schrijvers reduceren het probleem.

    Het definiëren van het probleem verschilt per schrijver.

    Tot dusver geproduceerde tekst.
  • Long-term memory
    Lange termijn geheugen, in het hoofd maar ook bijvoorbeeld in boeken.

    Kennis over het onderwerp, publiek, schrijfplannen en problemen.
  • Writing proces
    Planning

    Een representatie van de kennis die bij het schrijven wordt gebruikt, met als sub processen het genereren, organiseren (structuur) en het bepalen van doelen.

    Dit loopt door in het formuleerproces (translating).

    Het reviseerproces verbeterd vervolgens de kwaliteit van de geschreven tekst.

    De monitor bewaakt dit gehele proces.
  • Hebben de elementen uit het proces een vaste volgende en/of plek?
    Alle elementen hebben een vaste plek.

    De elementen hebben geen vaste volgorde.

    Door het ene element te gebruiken, is een ander element nodig.
  • Process goals
    Instructies die mensen zichzelf geven over de invulling van het schrijfproces
  • Content goals
    Een groeiend en ingewikkeld netwerk van doelen en subdoelen. Deze komen tot stand tijdens het gehele schrijfproces.
  • Higher level goals
    Goede schrijvers keren constant terug naar de higher level goals die richting en samenhang geven aan hun volgende schrijfhandelingen
  • Welke drie dingen hebben invloed bij het formuleren van doelen?
    1. De representatie van de doelen
    2. Kennis van het onderwerp
    3. De geschreven tekst


    Door herschrijven en reviewing wordt dit doorbroken
  • Verkennen en consolideren
    Steeds teruggaan naar een higher level goal en daarvanuit naar de informatie kijken en een meer complex idee genereren
  • State en develop
    Vanuit een hoog niveau subdoelen genereren
  • Schrijven en herschrijven
    Niet plannen maar schrijven en vervolgens vanuit het geschrevene teruggaan naar een higher level
  • Waarin verschilt het schrijfmodel van Flower & Hayes van het stage process model?
    Het stage process model beschrijft het componeerproces als een lineaire reeks fasen, gescheiden in de tijd en gekenmerkt door de geleidelijke ontwikkeling van het geschreven product.

    Het schrijfmodel van Flower & Hayes focust op schrijven als een cognitief proces. De focus ligt op de denkprocessen. De schrijver is een probleemoplosser. 
  • Wat is het verschil tussen de doelen die goede schrijvers tijdens het schrijfproces hanteren en de doelen van slechte schrijvers?
    Een goede schrijver plant, een slechte schrijver doet dit niet.

    Doelen van goede schrijvers:
    • Doelen komen overeen met de taak en beperkingen.
    • Veel en kleinere process goals. De doelen gaan van de ene stap naar de andere.
    • Duidelijke doelen over hoe de uiteindelijke structuur van de tekst wordt. De tekst wordt verdeeld in kleinere subdoelen.


    Doelen van slechte schrijvers:
    • Doelen die geen rekening houden met beperkingen en de taak niet goed interpreteren.
    • Geen tot weinig bewust gebruik maken van process goals. Of process goals stellen die te ambitieus zijn.
    • Afhankelijkheid van abstracte high-level goals. Focus alleen op grammatica en taaldoelen.
  • Welke functie heeft de monitor?
    De monitor observeerd het schrijfproces en de huidige plaats in het proces. Reguleert de voortgang van het ene subproces naar het volgende. 

    Het overgaan naar een volgend proces ligt aan de doelen en individuele stijlen van de schrijver. 

    De rol van de monitor is een belangrijk verschil waarin goede en slechte schrijvers verschillen.


    Het is gelinkt met het kortetermijngeheugen.
  • Wat is een hardopdenkprotocol?
    Bij hardop denken gaat het erom dat een proefpersoon-schrijver hardop denkend moet schrijven. Dat betekent dat de proefleider een proefpersoon instrueert om alles wat hij denkt  hardop te zeggen tijdens het vervullen van een schrijftaak. Dit wordt opgenomen op een geluidsband en later uitgeschreven en geanalyseerd. Het protocol dat zo ontstaat bevat zeer gedetailleerde informatie over de processen die zich tijdens het schrijven hebben afgespeeld.
  • Wat is een voordeel van de hardopdenkmethode?
    • Het geeft veel informatie over de denkprocessen.
    • Er is weinig tot geen interactie met de onderzoeker in het proces.
  • Wat is een nadeel van de hardopdenkmethode?
    • Het kost veel tijd.
    • Je krijgt nooit een compleet beeld over het denkproces in zijn geheel.
    • Geeft alleen informatie over bewuste gedachten.
  • Wat voor advies zou je geven aan slechte schrijvers?
    • Oefen met goed retorisch plannen.
    • Stap van retorisch plannen af tijdens het schrijfproces zelf.
    • Zet steeds bewust goed omschreven medium-level goals voor de procedure en individuele planning.
    • Verplaats de grammatica en schrijfvaardigheid naar buiten het actuele schrijfproces.
    • Reflecteer hoe je lezer het ondewerp zou begrijpen en het publiek wat je in gedachten hebt.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Geef een voorbeeld van positieve beleefdheid en een voorbeeld van negatieve beleefdheid. Leg uit waarom dit voorbeelden van positieve en negatieve beleefdheid zijn.
Positieve beleefdheid = dingen die een gespreksdeelnemer doet om waardering en respect voor de ander tot uitdrukking te brengen. Bijvoorbeeld iemand groeten, uitnodigen of complimenteren.

Negatieve beleefdheid (distantiebeleefdheid) = dingen die een gespreksdeelnemer nalaat omdat die dingen inbreuk kunnen maken op zijn of haar eigen vrijheid van handelen of privacy. Bijvoorbeeld vragen of adviseren.
Leg aan de hand van de formule voor het gewicht van een handeling uit hoe men tot de keuze voor een bepaalde beleefdheidsstrategie komt.
Formule: Wx = D(S,H) + P(H,S) + Rx

W = gewicht van FTA x
D = sociale afstand tussen S en H
P = power van H over S
R = culturele rating van de degree of imposition van FTA x
Leg uit wat er wordt verstaan onder het positieve en negatieve gezicht van een gesprekspartner.
Positive face = een positief image projecteren. Als mens geaccepteerd en gewaardeerd worden.

Negative face = vrijheid van handelen claimen. De wens ongestoord je eigen gang te kunnen gaan. Je wilt wel geaccepteerd worden, maar wilt je eigen ding ongestoord doen.
Koole en Waller (2005) behandelen nieuwsinterviews. Waarin verschillen zulke interviewds van gewone gesprekken, denk je?
  • Basispaar: vraag en antwoord.
  • Pre-expansion: introductie tot het basispaar.
  • Post-expansion: connect het antwoord tot het basispaar.
  • Insertion expansion: onderbreekt het basispaar voor verduidelijking.
Conversatie-analytici krijgen kritiek op het concept 'aangrenzende paren', omdat onduidelijk is waarom de twee delen van een paar eigenlijk een paar vormen. Waarom kan de taalhandelingstheorie volgens Van Rees die samenhang tussen de paraderen wel helpen verklaren?
Taalgebruik is altijd een vorm van handelen. Je wilt altijd iets bewerkstelligen bij een ander. 

Als iemand de klanken van de woorden snapt, de strekking van die woorden begrijpen en de eigenschappen van entiteiten in een tekst kan plaatsen, heeft dit een communicatief effect. 

Er ontstaat een gesprek. Een gesprek bestaat uit minimaal 2 personen die beurtwisselingen hebben. A zegt iets, B zegt iets terug. Als A een vraag stelt, zal B hier antwoord op geven. Actie volgt reactie en dit levert aangrenzende paren op: 1e paardeel in de actie, het 2e paardeel is de reactie.

Het is van belang om recht te doen aan de functionele samenhang tussen het 1e en 2e paardeel: de spreker probeert communicatieve en interactionele doelen te bereiken.
Van Rees onderscheidt twee benaderingen in het onderzoek naar taalgebruik in gesprekken: Conversation analysis en discourse analysis. Geef van elke een korte beschrijving.
Conversation analysis = beschrijving/bestudering van alledaagse gesprekken/interactie. 

Discourse analysis = beschrijving van sturingsprincipes van gesprekken. Struingsprincipes moeten efficiënt zijn. Hoe kan een gesprek goed verlopen.
Wat betekent het als niet aan de voorwaarden voor een taalhandeling, zoals een verzoek, is voldaan?
Als er niet aan de voorwaarden voor een taalhandeling zijn voldaan betekent dit dat het effect bij de luisteraar niet is wat de spreker had gewild. 

Er is een miscommunicatie of er wordt bewust een reconstructie van een alternatieve interpretatie gemaakt. Daarmee wordt (evident) een van de stelregels van het samenwerkingsbeginsel overtreden.
Wat is de prepositionele handeling, de illocutionaire handeling en het perlocutionaire handeling bij het uiten van de zin "het tentamen is niet moeilijk".
Proposositionele handeling
  • = Snappen wat voor eigenschappen van entiteiten in een stukje tekst zitten.
  • Het gaat om een tentamen dat niet moeilijk te maken was.


Illocutionaire handeling
  • = Strekking van woorden.
  • Dat het een bewerking is, met elementen dat het een belofte is. De persoon die deze uitspraak doet, geeft de luisteraar het idee dat het tentamen niet moeilijk is of zal zijn.


Perlocutionaire handeling
  • = Effect bij de luisteraar.
  • Dat de luisteraar weet dat het geen moeilijk tentamen is.
Wat moet je doen als het antwoord onduidelijk is?
  • Formulering herhalen op zoek naar een deel van het antwoord.
  • IR stelt zelf een mogelijke uitleg voor.
Wat moet je doen als het antwoord niet is gegeven?
  • Identieke vraagherhaling (komt nauwelijks voor).
  • Vraagherhaling letterlijk noemen (geeft aan geen antwoord gekregen op de vraag).
  • Een deel van de vraag herhalen.
  • Postvraag ook als een ander type interactionele handeling dan herstelinitiatie behandelen.