Summary Aarde, mens en milieu 2

-
199 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Aarde, mens en milieu 2

  • 1.1 Milieuproblemen

  • Wat is 'milieu'?
    Dat aspect van onze fysieke omgeving (levende en niet levende natuur) dat het menselijk leven mogelijk maakt en waarbinnen het maatschappelijk samenleven zich afspeelt.
  • Wat is de definitie van milieu?
    Het aspect van de fysieke omgeving (levende en niet-levende natuur) dat het menselijk leven en bestaan mogelijk maakt en waarbinnen het maatschappelijk leven zich afspeelt.
  • Wat is de definitie van 'milieuprobleem'
    Elke verandering in de toestand van de fysieke omgeving die veroorzaakt wordt door menselijk ingrijpen en waarvan de gevolgen onaanvaardbaar worden geacht op grond van gedeelde normatieve opvattingen.
  • Wat is het verschil tussen menselijk ingrijpen in de natuur in de geschiedenis en nu?
    In verre verleden: zwak en oppervlakkig, mens sterk afhankelijk van de natuurlijke omgeving
    Heden: grootschalig en onomkeerbaar, minder afhankelijk
  • Wat is binnen de DPSIR-systematiek een Driver?
    Onze behoeften die de basis van onze activiteiten vormen. 
    Bv. productie van voedsel, goederen en diensten
  • Waarom wordt ingegrepen in het milieu?
    1. bescherming (klimaat, roofdieren)
    2. verwerving gewenste natuurproducten (voedsel, water, energie, grondstoffen)

    Wanneer een probleem: als de draagkracht overschreden wordt!

  • Wat is binnen de DPSIR-systematiek een Pressure?
    De druk die wij op de natuurlijke hulpbronnen en het milieu uitoefenen om aan onze behoeften te voldoen.
    Bv. uitstoot van broeikasgassen, kappen van regenwoud
  • Hoe wordt omgegaan met de draagkracht van het milieu?
    Draagkracht Milieu: ** dynamisch ** cultureel bepaald


    Verzamel- en jacht maatschappij: leven van wat de natuur brengt
    Agrarische maatschappij: planten kweken en dieren verzorgen t.b.v de mens, bewerken bodem
    Industriele maatschappij: natuurlijke hulpbronnen voor grondstoffen en energie, bewerken materialen voor menselijk gebruik
  • Wat is binnen de DPSIR-systematiek een State?
    De fysische, chemische en biologische toestand van het milieu.
  • Wat is een milieuprobleem en welke dimensies spelen een rol?
    Verstoring van de relatie tussen milieu en samenleving.


    1. fysiek: verandering in fysieke omgeving
    2. maatschappelijk: verandering in toestand fysieke omgeving door menselijk handelen
    3. normatief: is 2 hetgeen als onaanvaardbaar wordt beschouwd.


    ad 3: niet iedereen ervaart de verandering als onaanvaardbaar. Pas als grote groepen dit doen wordt het een milieuprobleem (wordt sociaal-cultureel en politiek bepaald)
  • Wat is binnen de DPSIR-systematiek een Impact?
    De effecten van de milieukwaliteit op de welvaart en het welzijn van de mens en op de natuurlijke elementen en ecosystemen.
    Bv. verhoogd sterftecijfer door fijnstof, dalende biodiversiteit
  • Welke recente periodes kunnen worden onderscheiden mbt milieuproblematiek?
    1. 1968-1973: vervuiling, water, bodem en lucht, geluidshinder, opraken grondstoffen
    2. 1974-1980: eindigheid van voorraden olie, gas en steenkool
    3. 1981-1985: besef dat milieuproblemen mondiaal zijn; milieutechnologie kan ook winstgevend zijn
    4. 1986-heden: duurzame ontwikkeling, definitie van milieuproblemen.

    Milieuvraagstukken kunnen niet los van ontwikkeling (armoede bestrijding) worden gezien.
  • Wat is binnen de DPSIR-systematiek een Response?
    De maatregelen die we nemen om milieuproblemen te adresseren.
  • 1.2 Kennis en de wetenschappelijke methode

  • Wanneer vond de wetenschappelijke revolutie plaats en wat veranderde er?
    Renaissance (vanaf 15e eeuw).
    Experimenten werden fundament voor kennis.
    Theorieen en hypothesen werden getoetst met experimenten. 
    Technologie ontwikkeling: co-evolutie van technische innovaties en de sociale context waarbinnen deze verlopen. Eerst in niches later verandering in andere sociale structuren en instituties.

    vanaf de 18e eeuw: Industriele revolutie (patenten) en ontwikkeling van sociale wetenschappen (studie van individueel en collectief gedrag van mensen en vormen van samenleven).
  • Wat is een hypothese en wat een theorie?
    Hypothese: Een op een vermoeden berustende stelling dat er een relatie bestaat tussen 2 of meer gebeurtenissen of variabelen.
    Theorie: Samenhangende verzameling van begrippen, definities en veronderstellingen om een verschijnsel te verklaren of voorspellen.
    Model: vereenvoudigde voorstelling van een deel van de werkelijkheid

  • Hoe verloopt natuurwetenschappelijk onderzoek?
    1. systematisch verzamelen van waarnemingen en verrichten kwantitatieve metingen (herhaalbaar!!!!)
    2. ordenen en analyseren
    3. opstellen hypothese, model of theorie
    4. toetsen hypothese mbv  experiment
    5. verwerpen of aanvaarden hypothese, bijstellen
    6. nieuwe experimenten (empirische cyclus)

    Tussen 1 en 2: INDUCTIE (opstellen algemene hypothese)
    Tussen 2 en 3: DEDUCTIE (afleiden van 1 of meer specifieke hypotheses uit de algemene)
  • Hoe luidt de stelling van Popper?
    Hypothesen kunnen formeel niet bewezen (geverifieerd) worden alleen verworpen (gefalsifieerd) omdat als voorspellingen  overeenkomen met de experimenten dit niet perse betekent dat de hypothese bewezen is.

    Wetenschappelijke kennis is NIET absoluut maar betrekkelijk en bij benadering juist.
  • Aan welke voorwaarden moet een oorzaak-gevolg relatie voldoen?
    1. een oorzaak is voldoende om het effect teweeg te brengen.
    2. de oorzaak is noodzakelijk om het effect teweeg te brengen
    3. de oorzaak gaat vooraf aan het effect
  • Wat is een paradigma? (Thomas S. Kuhn, 1962)
    Paradigma: een door een grote groep wetenschappers gedeeld wereldbeeld.

    Het beeld kleurt de waarneming en wordt daardoor niet snel verworpen.
  • Aan welke kwalitatieve eisen moet experimenteel onderzoek voldoen?
    1. controlled (bv bij medisch onderzoek)
    2. negatieve controle
    3. gerandomiseerd
    4. herhalingen
    5. rapportage en peer-review
  • Wat is het verschil tussen reductionisme en holisme?
    Reductionisme: een verschijnsel op een bepaald niveau herleiden tot processen op een lager niveau. Analyse van deelprocessen. Gecontroleerde experimenten
    Integratie van deelprocessen in een omvattende verklaring: synthese.
    Holisme:" het geheel is meer dan de som der delen". Observerende benadering.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

In welk opzicht bepalen schaalniveau's het Nederlandse beleid?
1. Regionalisering: maatschappelijke organisaties en private actoren worden belangrijker voor realisatie. Voordeel: groter draagvlak
2. Europanisering: Europese regels bepalen beleidsruimte. Nodig om concurrentiebeperkingen te voorkomen, milieuproblemen zijn vaak grensoverschrijdend
1992 Verdrag van Maastricht: milieubescherming als randvoorwaarde voor economische groei.
2007 Verdrag van Lissabon: milieu 1 van de hoofddoelstellingen van EU beleid
Energiebeleid ook Europees
3. Globalisering: internationale conferenties en verdragen, bv Rio en Parijs.
Samenvatting van het versterkte broeikaseffect
*De temperatuurstijging mag niet >20 C hoger zijn dan voor het industriele tijdperk.
*20 C is te vertalen naar  max.  450 ppm CO2 in de atmosfeer.
* om 50% kans te hebben dat de temp niet meer dan 20 C stijgt moeten de cumulatieve CO2 emissies tussen 2011 en 2050 < 1100 GT.

De emissie die vrij zou komen door volledig gebruik van de huidige reserves ligt 3x hoger!
Huidige jaarlijkse mondiale uitstoot: 40 GT CO2.

Volgens McGlade & Ekins (2015) zou 1/3 van de oliereserves, 1/2 van de gasreserves en 80% van de steenkoolreserves NIET gebruikt moeten worden.
Wat zijn de uitgangspunten van 'postnormale' wetenschap volgens Funtowicz en Ravetz (wetenschapsfilosofen)?

Bedoeld voor complexe milieuproblemen!!!1. duidelijkheid over onzekerheden en beperkingen analyses, voorspellingen en oplossingen.
2. duidelijkheid over uitgangspunten en waardeoordelen.
3. een bredere groep dan alleen collega wetenschappers wordt betrokken bij beoordeling van de kwaliteit van het onderzoek naar complexe problemen.
4. betrekt een bredere groep bij het genereren van oplossingen, vooral op lokaal niveau

Bedoeld als aanvulling om te voorkomen dat wetenschappelijke onderzoek zijn relevantie verliest voor politiek en beleid.
Welk instrumentarium is beschikbaar?
1. fysiek: gericht op beperken of voorkomen van milieubelasting, bv glasbakken, verkeersmaatregelen, inrichting zones, grondwaterbeschermingszones
2. technologie: voorkomen of beperken van milieubelasting
a. toegevoegde technologie: end-of-pipe (bv katalysator) (eind van de stofstroom)
b. procesgeintegreerde technologie: deel van het proces wordt minder belastend 
c. schone technologie: bij de bron, schonere grondstoffen, schoner product, schoner proces
3. gedragsbeinvloedend: 
a. juridisch sturingsmodel: dwang, regels. Gaat er van uit dat overheid regels wil maken en dat burgers zich er aan willen houden.  ZWEEP
b. economisch sturingsmodel: prikkels, indirecte regulering dmv prijsverschillen subsidies, statiegeld. Gaat uit van het idee dat gedrag vooral geleid wordt door economische motieven en dat de overheid in staat is dit voor elkaar te krijgen. PEEN
c. communicatief sturingsmodel: overreding, kennis- en informatieoverdracht, educatie. Gebaseerd op zelfregulering. PREEK/GEZANG


Vragen mbt alle instrumenten:
*inzetbaarheid
*uitvoerbaarheid
*doeltreffendheid
*doelmatigheid
Overheid en milieu
Milieu is collectief belang, collectieve regelingen, overheid moet zorgen voor naleving van afspraken.
MAAR:
1. tegenstrijdige algemene belangen (defensie, economische belangen, milieu)
2. overheid versnipperd en onsamenhangend geheel van zelfstandig opererende 
organisatie-eenheden
3. sturend en probleemoplossend vermogen wordt beperkt door punt 2 en door allerlei ethische en politieke grenzen (Human Rights etc)
4. doelstellingen en instrumenten van milieubeleid worden oa beoordeeld op vrijheidsbeperkingen.
Welke perspectieven op beleid zijn er?
A. Beleid is een plan
B. Beleid is handelen
C. Beleid is beide

Beleid is een streven en een proces.
1. Rationalistisch perpectief: streven naar realiseren van bep. doeleinden met bep. middelen en bep. tijdskeuzen. Actoren zijn rationeel en voorspelbaar
Uit verschillende oplossingsrichtingen wordt de gunstigste gekozen. Informatie en kennis vormen de basis, lineair proces: probleemsignalering, voorbereiding, vaststellen, uitvoering en evaluatie. RELATIE tussen KENNIS en HANDELEN.
2. Netwerkperspectief: grillig verlopend proces op basis van compromissen tussen onderhandelende actoren. Interactie tussen verschillende actoren, inzichtelijk maken van afhankelijkheden tussen actoren. 
Wat is de rol van de overheid in de samenleving?
* Dienaar van het algemeen belang ('datgene wat in ieders belang is' en rekening houdend met ieders belang')
* Hoogste staatsgezag (alleen de overheid kan regels stellen waaraan iedereen gebonden is, inclusief overheid zelf!)
* Gekozen gezag

Motief voor overheidsinterventie: verminderen en voorkomen van problemen.

Beleid voeren: a. mogelijke oplossingen voor problemen b. welke problemen worden opgepakt?
Hoe ziet de beleidslevenscyclus er uit?
* 4 fasen
1. Signalering en erkenning: politiek item
2. Beleidsformulering: de overheid zoekt naar de effectiefste manieren om het probleem zoals het gedefinieerd is op te lossen.
a. beleidsvoorbereiding: studies, verzamelen informatie, inwinnen advies, alternatieven
b. beleidsbepaling: beslissingen over inhoud van beleid, keuzes en middelen.
IN DEZE FASE GROOTSTE POLITIEKE GEWICHT!
3. Oplossing: wat is het meest efficiënt? beleidsuitvoering tegen zo laag mogelijke kosten.
Voor de gekozen doeleinden worden de gekozen middelen daadwerkelijk ingezet in een gekozen tijdsvolgorde.
4. Beheer: handhaven bereikte milieukwaliteit en evt bijstellen beleid n.a.v. evaluatie en terugkoppeling.  
beleidsevaluatie: beoordelen hele proces van voorbereiding, bepaling en uitvoering, evt met terugkoppeling.
Welke deelprocessen spelen een rol?
1. Wens: behoefte van individu of groep om een probleem op te lossen (vaak niet verder dan deze fase)
2. Eis: aan de overheid wordt een bindende beslissing gevraagd (wordt niet altijd op in gegaan)
3. Issue: omzetting van eis in issue meestal door media, meer groepen/individuen gaan zich er mee bemoeien.
4. Item: de overheid erkent het probleem en gaat beleid ontwikkelen, politiek item. Publieke en overheidsagenda komen samen: beleidsprobleem
Hoe komt een milieuprobleem op de politieke agenda?
Complex proces, duurt lang voordat ingreep in milieu door veel mensen wordt gezien als een milieuprobleem!

Publieke agenda: problemen die de aandacht hebben van het publiek (door media-aandacht)
Overheidsagenda: problemen waarover de overheid een beslissing gaat nemen
Politieke agenda: publieke en overheidsagenda samen.