Summary Abnormal child and adolescent psychology

-
ISBN-10 0205036066 ISBN-13 9780205036066
795 Flashcards & Notes
39 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Abnormal child and adolescent psychology
  • Rita Wicks Nelson, Allen C Israel
  • 9780205036066 or 0205036066
  • 8th ed.

Summary - Abnormal child and adolescent psychology

  • 1 Inleiding --> kern begrippen

  • Wat zijn Developmental norms?
    Ontwikkelingsnormen die de typische groei en vorming beschrijven van fysieke vaardigheden, taal, cognities, emoties en sociaal gedrag.
  • Wat is abnormaal gedrag?

    Gedrag dat opvallend en gevaarlijk is.

    Gedrag dat onaangepast is.

    Gedrag dat niet past bij de ontwikkelings normen qua leeftijd.

    Gedrag dat niet in een bepaalde omgeving/situatie/context past.

    Gedrag dat niet pas bij het geslacht.

    Gedrag dat niet past bij cultuur que ras en etniciteit.

  • Welke onderdelen worden er beschreven met de Developmental norms? 
    Is een opeenvolging van groei en vormen van : (5)
    • Fysieke vaardigheden
    • Taal
    • Cognities
    • Emoties
    • Sociaal gedrag
  • Syndromes zijn?
    Groep van symptomen die samen een gemeenschappelijke psychische oorzaak hebben.

    of 

    De syndromen die geneigd zijn om samen te groeperen, zouden een gemeenschappelijke fysieke oorzaak kunnen hebben.
  • Behaviorism is dat het?
    Gedrag, gepast of ongepast, kan verklaard worden door leerervaringen.
  • Therapeutic alliance is?
    Het bewerkstelligen van een persoonlijke vertrouwensband en het samenwerken aan de taken van de behandeling met de cliënt.

    Werkrelatie
  • Race =
    onderscheid gabseerd op fysieke karakteristieken.
  • Gender norms =
    Verwachtingen (rolpatronen) op basis van geslacht.

    Dit zijn krachtige invloedsontwikkelingen: deze beïnvloeden emoties, gedrag, kansen en keuzes
  • Situation norms =
    Verwachtingen in specifieke omgeving of sociale situaties.
  • Psychoanalytic theory =
    De theorie van Freud. Dit was de eerste moderne systematische poging om psychische stoornissen te begrijpen in psychologische termen.
  • Psychogenesis =
    De opvatting dat psychische problemen veroorzaakt worden door psychologische variabelen.
  • Id, Ego & SuperEgo
    3 structuren in de geest waarvan de doelen en de taken conflict onvermijdelijk maken.

    Freud --> psychoanalytische theorie
  • Defense Mechisms =
    Freud veronderstelde dat het ego afweermechanisme creëert om zichzelf te beschermen tegen het bewustzijn van onaanvaardbare impulsen.
  • Psychosexual stage theory
    Binnen de ontwikkeling van het kind verschuift de psychologische energie van de ene naar de andere lichamelijke zones. Freud gaat ervanuit dat binnen deze fases de persoonlijkheid wordt geboren. 

    De eerste 3 fases zijn hier het belangrijkst voor: Oraal, Anaal & Fallisch
  • Welke fasen zitten er in de psychosexual stage theory?
    Er zitten 5 fases in deze theorie van Freud.

    • Oraal              (moet worden gespeend)
    • Anaal              (moet zindelijk worden)
    • Fallisch           ( Crisis oplossen die wordt veroorzaak van het willen                                     bezitten van de ouder, van het andere geslacht)
    • Latentie]
    • Genitaal 

    Binnen de eerste 3 fases word de persoonlijkheid ontwikkeld denkt Freud.  Deze bevatten bijzondere crisissen die essentieel zijn voor de ontwikkeling van het kind.
  • Behaviorisme =
    Gedrag, gepast of ongepast, kan verklaard worden door leerervaringen.
  • Classical conditionering
    Leren door het koppelen van een nieuwe met een oude stimuli
  • Law of effect =
    Gedrag wordt gevormd door consequenties. 
    Consequentie is bevredigend --> gedrag was sterker.
    Consequentie is onbevredigend --> Gedrag neemt af.

    Belonen en straffen
  • Observational learning =
    Benadrukt de sociale context en de cognitie.
  • Child guidance movements =
    Ervaringen in de kindertijd beinvloede de volwassen psychische gezondheid.
  • Mental hygiene movements =
    Gericht op verbeteren van:
    •  beter begrijpen, 
    •  behandelen
    •  Preventie            (het voorkomen van stoornissen)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Abnormal Child and Adolescent Psychology
  • Rita Wicks Nelson & Allen C Israel
  • or
  • 8th

Summary - Abnormal Child and Adolescent Psychology

  • 1.1.1 Atypical and Harmful Behavior

  • Wanneer is er sprake van abnormaal gedrag?
    Wanneer de handelingen van een persoon afwijken van de normale standaard van gedrag. 
  • Waar houdt onderzoek in de psychopathologie zich mee bezig als het gaat om abnormaal gedrag?
    Wanneer er sprake is van abnormale gedragingen die schadelijk zijn voor het individu
  • Hoe definieert de APA een stoornis?
    Als een klinisch significant patroon bij een individu (psychologisch en op gedragsniveau). Dit patroon zorgt voor frustratie, verstoringen en een verhoogde kans op sterven en op pijn. 
  • Een stoornis kan gezien worden als een intern probleem, of als iemands reactie op omstandigheden. 
  • 1.1.2 Developmental Standards

  • Leeftijd kan worden beschouwd als index voor het ontwikkelingsniveau en is belangrijk bij het beoordelen van gedrag. 
  • Wat zijn ontwikkelingsnormen?
    Ze zeggen iets over de roei van motorische vaardigheden, taal, cognitie en sociaal-emotioneel gedrag. Ze dienen als maatstaf bij het kijken naar de (abnormale) ontwikkeling van een kind. 
  • Welke manieren zijn er om gedrag als afwijkend van de normen te beschouwen? 
    • Ontwikkelingsachterstand 
    • Achteruitgang in de ontwikkeling 
    • Extreem hoge of lage frequentie van gedrag 
    • Extreem hoge of lage intensiteit van gedrag 
    • Voortdurende gedragsproblemen 
    • Gedrag dat ongepast is voor de situatie 
    • Abrupte gedragsveranderingen 
    • Probleemgedragingen 
    • Kwalitatief afwijkend gedrag 
  • 1.1.3 Culture and Ethnicity

  • Wanneer is er sprake van cultuur?
    Wanneer groepen mensen op bepaalde manieren georganiseerd zijn, in een specifieke omgeving wonen en specifieke overtuigingen, normen, waarden en gebruiken delen. 
  • Wat zijn culturele normen? 
    Deze beïnvloeden de verwachtingen, beoordelingen en ideeën met betrekking tot het gedrag van jongeren.   
  • Wat heel normaal is in de ene cultuur kan zeer afwijkend zijn in de andere cultuur. Hierdoor kunnen stoornissen cultuurspecifiek zijn. 
  • Wat is etniciteit?
    Dit gaat over gedeelde waarden, overtuigingen en gebruiken in een gebied. 
  • Wat wordt er bedoeld met ras?
    Dit is gebaseerd op lichamelijke kenmerken/ 
  • Binnen een heterogene samenleving kunnen etnische of raciale groepen psychopathologie op een andere manier uiten en hier andere ideeën over hebben dan in de dominante culturele groep.  
  • 1.1.4 Other Standars: Gender and Situations

  • Seksenormen beïnvloeden gedragsbeoordelingen. We maken ons meer zorgen over een verlegen jongen dan over een verlegen meisje. 
  • Wat zijn situationele normen?
    De verwachtingen in specifieke settings of sociale situaties. Bijv. het is normaal om te rennen op het voetbalveld, maar niet om te rennen in de bibliotheek. 
  • 1.1.5 The role of others

  • Er bestaat vaak onenigheid over de vraag of het kind een probleem heeft. Dit kan komen door verschillen in de mate waarin volwassenen blootgesteld worden aan verschillende kindgedragingen, maar ook door verschillen in houdingen, sensitiviteit, tolerantie en het vermogen om met het gedrag om te gaan. 
  • 1.1.6 Changing views of abnormality

  • Beoordelingen van abnormaliteit veranderen over de tijd heen. 
  • Welke factoren dragen bij aan veranderingen van beoordelingen?
    • Kennistoename 
    • Veranderingen in culturele overtuigingen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Er bestaat een verband tussen specifieke problemen en de leeftijd waarop ze meestal ontstaan (zie figuur 4). Waarom is het handig om te weten op welke leeftijd een specifieke stoornis ontstaat?
  1. Dit kan aanwijzingen geven voor de etiologie van de stoornis. (Bijvoorbeeld als een stoornis op jonge leeftijd ontstaat, duidt dit op een genetische en/of prenatale etiologie, terwijl een later beginpunt duidt op omgevingsinvloeden.)
  2. Dit kan aanknopingspunten bieden voor beoordelingen van de ernst of uitkomst van de stoornis: hoe eerder de stoornis ontstaat, hoe ernstiger de problemen vaak zijn.
  3. Ouders, leerkrachten en andere volwassenen hebben meer oog voor de tekenen van specifieke problemen. Dit kan leiden tot preventie of vroege behandeling.
Oefen moet de onderdelen van elk ding
Antwoorden zie eerdere vragen, het gaat erom dat je een beetje weet waar alles zit ect. 
Welk verklaringsmodel is dit?
Dit is het biopsychosocial model, wat er vanuit gaat dat wanneer iets veranderd in een niveau (cirkel) heeft dit invloed op de andere niveaus. Deze valt ook onder het systeemmodel.
 Welk model is dit?
Interactioneel model omdat ervan uit gegaan wordt dat meerdere variabelen nodig zijn om een stoornis tot uiting te laten komen. 
Multifinality = 
dezelde factoren leiden tot verschillende uitkomsten. (verschillende risicofactoren kunnen leiden tot een stoornis)
Empirische benadering als alternatief DSM:
Benadering gebruikt statistische technieken om samenhangende gedragspatronen te identificeren. Een ouder of andere respondent geeft informatie door over de aan- of afwezigheid van bepaald gedrag bij een kind.
De term syndroom beschrijft gedragingen die vaak samen voorkomen.
Wordt dus niet gevormd door klinische consensus (mening van professionals) maar door statistische informatie.
Er zijn verschillen tussen DSM en het empirische classificatiesysteem:
1) DSM is klinische consensus vs empirische consensus
2) DSM is categoriaal systeem en empirische classificatiesysteem is dimensionaal. Bij dimensionaal zijn verschillen tussen mensen kwantitatief ipv kwalitatief en heeft het verschil tussen normaal en abnormaal te maken met mate en niet met type
3) Het empirische classificatiesysteem gebruikt normatieve steekproeven als referentiekader, er zijn verschillende normen voor iedere sekse in bepaalde leeftijdsgroepen en voor verschillende culturen
de test-hertest betrouwbaarheid voor de empirische benadering is erg hoog.
Wat houdt comordibiteit in?
Hiervan is sprake als een kind voldoet aan criteria voor meerdere stoornissen. Dit zorgt ervoor dat sommige mensen vraagtekens zetten bij de DSM als classificatiesysteem. Hebben ze echt meerdere stoornissen of is er iets mis met die DSM?
De DSM is een multiaxiaal systeem, noem de verschillende assen
As I: Klinische stoornissen en andere conditities waar klinische aandacht voor nodig is
As II: Persoonlijkheidsstoornissen, intellectuele beperkingen
As III: Algemene medische condities
As: IV:Psychosociale problemen en omgevingsproblemen
As V: Assesment van het globale functioneren
Wat is de DSM?
In de VS wordt de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) het meest als classificatiesysteem gebruikt. De International Classification of Diseases (ICD) is een alternatief systeem, dat ook veel wordt gebruikt. De Diagnostic Classification (DC) is ontwikkeld om de mentale stoornissen van kinderen tussen nul- en driejarige leeftijd te classificeren.
De DSM is een klinisch afgeleid classificatiesysteem (clinically derived classificatiesysteem), dat gebaseerd is op de consensus van onderzoekers dat bepaalde kenmerken samengaan. Comités van experts stellen
concepten van stoornissen voor en kiezen daar diagnostische criteria bij.
Daarnaast is de DSM is categorisch: een kind voldoet wel of niet aan de criteria voor een diagnose. Er wordt dus uitgegaan van een duidelijk inhoudelijk verschil tussen normaal en abnormaal gedrag en niet van een mate van verschil. Categorische benaderingen gaan er dan ook van uit dat onderscheid gemaakt kan worden tussen kwalitatief verschillende types van stoornissen.
Wat is de DSM?
In de VS wordt de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) het meest als classificatiesysteem gebruikt. De International Classification of Diseases (ICD) is een alternatief systeem, dat ook veel wordt gebruikt. De Diagnostic Classification (DC) is ontwikkeld om de mentale stoornissen van kinderen tussen nul- en driejarige leeftijd te classificeren.
De DSM is een klinisch afgeleid classificatiesysteem (clinically derived classificatiesysteem), dat gebaseerd is op de consensus van onderzoekers dat bepaalde kenmerken samengaan. Comités van experts stellen concepten van stoornissen voor en kiezen daar diagnostische criteria bij.
Daarnaast is de DSM is categorisch: een kind voldoet wel of niet aan de criteria voor een diagnose. Er wordt dus uitgegaan van een duidelijk inhoudelijk verschil tussen normaal en abnormaal gedrag en niet van een mate van verschil. Categorische benaderingen gaan er dan ook van uit dat onderscheid gemaakt kan worden tussen kwalitatief verschillende types van stoornissen.
Er zijn meerdere revisies van de DSM geweest. De revisie van de vierde versie (DSM-IV-TR) bevat informatie over de kenmerken die geassocieerd kunnen zijn met stoornissen, informatie over culturele, leeftijds- en seksekenmerken, het waarschijnlijke verloop van de stoornis, de prevalentie, enzovoorts. In vergelijking met de DSM-IV zijn er geen diagnostische categorieën aan het systeem toegevoegd en zijn de diagnostische criteria hetzelfde gebleven.