Summary abnormal child and adolescent

-
656 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "abnormal child and adolescent". The author(s) of the book is/are . This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - abnormal child and adolescent

  • 1 H1 Inleiding

  • Wanneer is er sprake van abnormaal gedrag
    Van abnormaal gedrag is sprake wanneer de handelingen van iemand afwijken van de normale standaard gedrag. Bij het onderzoek naar psychopathologie gaat het om abnormale gedragen die schadelijk zijn voor het inidvidu
  • Psychopathologie
    Studie die ziekten van de geest bestudeerd
  • Wat betekend ontwikkelingsnormen
    Deze zeggen iets over de groei van motorische vaardigheden, taal, cognite en sociaal emotioneel gedrag. Deze normen dienen als maatstaf bij het kijken naar (abnormale) ontwikkeling van een kind
  • Wat wordt bedoelt met ontwikkelingsnormen
    Normen waardoor stoornissen cultuurspecifiek kunnen zijn. Daarnaast bestaan er seksenormen en situationele normen, die van invloed kunnen zijn op de ontwikkelingsstoornis
  • Wat is het gevolg van een vroeg ontstane stoornis
    Hoe eerder, hoe ernstiger de problemen. Op jonge leeftijd hebben deze genetische of prenatale oorzaak
  • Bij welke sekse komen stoornissen het meest voor?
    Bij mannen.  Bij voorbeeld, neurologische ontwikkelingsstoornissen. Vrouwen zijn gevoeliger voor emotionele problemen in de adolescentie. 
    Bij de verschillen is sprake van biologische, neurologische en hormonale verschillen
  • Wie is kreapling
    Hij was de eerste die een systeem ontwikkelde om afwijkingen bij kinderen te groepen. Hij geloofde dat elke stoornis een eigen oorzaak, eigen symptomen en eigen ontwikkelingspatronen en specifieke gevolgen heeft. 
  • Welke drie faces kende Freud 
    ID, Ego en Superego
  • Noemen de eigenschappen van ID, Ego en Superego
    Ego is probleemoplossende deel, ID is het impulsieve, Superego houdt de impulsen in bedwang. 
  • Van wie zijn de vijf psychoseksuele stadie 
    Freud
  • Noem de Psychoseksuele stadia
    Orale, anale, fallische, de latente en genitiale
  • We heeft het behaviorisme bedacht 
    Watson
  • Wat betekend het behaviorisme
    Gedrag wordt verklaard door leerervaringen. Denk hierbij aan Operante conditionering. Bij positief labelen zal het gedrag toenemen. 
  • Welke factoren spelen mee
    Cultuur
    geslacht
    situatie
    ouders
    ontwikkelingsnormen 
    Verandering van inzicht 
  • Hoe vaak komt EBD voor
    5.4 tot 35.5 % onder de jeugd van 4 tot 18 jaar., 
    15-20% hiervan heeft clinic level stoornissen 
  • Waardoor komt het variëren in classificeren?
    Verschillende methode
    Verschillende populaties 
    Verschillende definities 
    Verhoogde stress 
  • Welke stoornissen merk je na de geboorte tot 2jaar (4)
    Taalproblemen
    Autism
    Rett
    Asperger
  • Welke stoornissen tijdens adolescentie (4)
    Schizophrenia
    Drusgmisbruik
    Bulimia
    anorexia
  • Welke stoornissen rond de 6 a 7. (2)
    Learning disorders 
    Coduct disorder
  • Welke invloed heeft geslacht (3)
    Timing
    Uiting 
    Ernst
  • Welke stoornissen hoger voor vrouwen 
    Rett's
    Anxieties and fears
    Depression
    Eating disorders 
  • Psychoanalytische theorie 
    Freud
  • Welke drie structuren kende psychoanalytische theorie
    ID (ik) impulsen 

    Ego Angst is waarschuwingssignaal (probleemoplossende) 

    Super Ego ( onacceptabel 
  • Welke ontwikkeling hoort bij psychoseksuele stadium 
    Oral Alles in zijn mond
    Anal zindelijk
    Phallic verliefd ouders 
    latency groten drang van weten 
    Genital Ontwikkeling geslachtsdrift 
  • Wat bedacht klassieke conditionering 
    Pavlov en Watson 
  • Wat is behaviorisme 
    Gedrag wordt verklaard door leerervaringen 
  • Law of effect
    Gedrag positief beoordelen neemt gedrag toe. 
  • Operant learning
    aanleren van gedrag op basis van gevolgen die samengaan met gedrag 
  • Voorbeeld van microparadigms 
    Biologisch
    Gedrag
    Psychoanalytisch
    Cogniteve
    Systeem 

     
  • Hoe kan de ontwikkeling verlopen
    Veranderd gedurende het elven 
    Biopsychosiale interacties
    kwalitatieve en kwantitatieve veranderingen 
  • Noem 2 moderators 
    Kinder karaktereigenschappen 
    Omgeving
  • Noem 3 mediators
    Biologisch proces
    psychologisch proces
    social proces 
  • Noem drie stressors 
    Major life events
    minor event
    chronic conditions 
  • Noem de vijf ontwikkelingswegen 
    Stabiele adaptatie: Alles gaat goed 

    Stabiele maladaptatie: Chronische negatieve omstandigheden 

    Omkering van maladaptatie: Grote verandering, nieuwe mogelijkheden. Gaat naar adaptatie 

    Afname adaptatie: Verschuiving naar maladaptatie 

    Tijdelijke maladaptatie: Van tijdelijke aard 
  • Risico factoren 
    Hoe eerder stoornis, hoe slechter het eind
    Risico's verschillen per ontwikkelingsstadia 
  • Wie hebben er onderzoek gedaan naar hechting 
    Bowlby en Ainsworth 
  • Welke vormen van hechting Ainsworth 
    Veilig hechting: Zoek contact met moeder als moeder terugkomt 

    Onveilig hechting: Gebruikt moeder niets als bron om met hechting om te gaan 

    vermijdende hechting: Uit geen stress en negeert moeder 

    weerstand biedende: maakt op verkeerde manier contact met moeder

    Gedesorganiseerde hechting: Baby vertoont tegenstrijdig en atypisch gedrag. ( gezinnen met veel risicofactoren)
  • Welke drie vormen van temperament (stabiel over lifespan)
    Easy
    Slow to warm
    Difficult 
  • Welke leeftijd kan een kind emoties interpreteren 
    2-3 oud
  • Wat is sociale cognitieve verwerking 
    Denken over de wereld 
  • Noem de drie elementen van emoties 
    Gevoelens: verdriet blij boos

    reacties zenuwstelser: zweten en spierspanning

    gedragsuiting: lachen, fronsen en vluchten

     
  • Wat onder valt Law of effect
    Behavior
  • Gedrag wordt bepaald door consequenties, hoe noem je dit 
    Law of effect 
  • Iemand wordt blootgesteld aan een spin hoe noem je dit?
    Exposure 
  • Onder welke vorm van therapie valt exposure
    Gedragstherapie 
  • Iemand ziet zichzelf als iemand die weinig controle heeft over de omgeving, dit is het resultaat van eigen leergeschiedenis. hoe noem je dit
    Learned helpnessness 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

stemmingsproblemen
Kinderen en adolescenten die een ongebruikelijk verdrietige of juist euforische stemming hebben
Is OCS erfelijk
JA
Obsessieszijn ongewilde, herhaaldelijke en indringende gedachten. Veelvoorkomende obsessies zijn zorgen met betrekking tot besmetting (smetvrees) of symmetrie, orde en precisie.Compulsieszijnherhaaldelijke, stereotype gedragingen waarvan iemand denkt dat deze uitgevoerd moeten worden om angst te verminderen of een gevreesde gebeurtenis te voorkomen.
Obsessief compulsieve stoornis
Obsessief compulsieve stoornis 
Obsessieszijn ongewilde, herhaaldelijke en indringende gedachten. Veelvoorkomende obsessies zijn zorgen met betrekking tot besmetting (smetvrees) of symmetrie, orde en precisie.Compulsieszijnherhaaldelijke, stereotype gedragingen waarvan iemand denkt dat deze uitgevoerd moeten worden om angst te verminderen of een gevreesde gebeurtenis te voorkomen.
Waarvoor staat interventie
Zowel preventief als behandeling van psychologische problemen 
Wat voor eigenschap is een dimensie 
Continue eigenschap 
Versnel longitudinaal onderzoek en doel
Wanneer longitudinaal onderzoek en cross sectioneel onderzoek gecombineerd worden 
Onderscheid tussen leeftijdsverschillen en ontwikkelingsveranderingen 
Wat betekend cognitieve VERTEKENING (distortions)
Onjuist denkproces. Denk dat je minder bekwaam bent dan een ander, terwijl anderen dit niet vinden. 
Er bestaan drie gen-omgeving correlaties, passief, reactief en actief. Leg ze per correlatie uit
Passief, Gen ouders wordt overgedragen op nageslacht 
Reactief: Kind lokt door genetische aanleg bepaalde reacties van omgeving uit 
Actief: Op basis van genetische aanleg selecteert het kind gen gerelateerde ervaringen 
Wat zijn het genotype en fenotype
Geno is individuele genetische aanleg
Feno is observeerbare kermerk van persoon