Summary actuele tendensen in de psychiatrie

-
255 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - actuele tendensen in de psychiatrie

  • 1 werken aan een therapeutisch klimaat

  • Welk milieu hebben ik-zwakke en verwarde mensen nodig?
    Zij hebben een helder, gestructureerd en ik-versterkend milieu nodig.
    veel steunende activiteiten van verpleegkundige.
  • Welk therapeutisch milieu hebben mensen met een neurotische problematiek, die problemen in relaties met anderen hebben en die zelfstandig daarmee kunnen werken?
    Zij hebben een milieu nodig waarin daartoe maximaal de kans geboden worden
  • Welk uitgangspunt is er belangrijk voor het ontwikkelen van behandelsystemen?
    Een funcamentele bezinning op het behandelmilieu blijft nodig voor het ontwikkelen van behandelsystemen die maximaal tegemoet komen aan de behandelbehoeften van de patiënt.
  • Waar richt zich de kritiek op de oude behandelmilieu's in psychiatrische ziekenhuizen?
    • de onmondigheid en rechtenloosheid van de patiënt
    • de totalitaire toepassingen van het medisch model
    • de hiërarchische en patriarchale inrichtingsstructuur
    • de onmondigheid van de verpleging
    • de massaliteit in de inrichtingen
    • de eenzijdigheid van de behandelingsvormen
    • de karzernebouw
  • Wat zijn de gevolgen van het uitsluitend werken volgens het medisch model van vroeger?
    • er ontstond een indeling van onder meer schizofrenen, antisociale persoonlijkheidsstoornissen en depressieven
  • Wat zijn de nadelen van het uitsluitend werken volgens het medisch model van vroeger?
    Er is kans op etiketteren in de psychiatrie. Er bestaat het gevaar dat onbewuste veroordeling meespelen in de begeleiding.
  • Beschrijf de manier van kijken van Gene Abroms.
    Hij keek naar een patiënt vanuit een brede kijk, multidisciplinair. Hij verdeelt het gedrag in een 5-tal categorieën. Dit model wordt als leidraad gebruikt bij het beschrijven van de therapeutische milieus voor diverse groepen patiënten.
  • Beschrijf de 5 D's van Abroms.
    1. destructief gedrag: hieronder verstaat Abroms vormen van lichamelijk destructief gedrag (neiging tot moord of zelfmoord, lichamelijk geweld naar anderen, automutilatie, ernstige vernielingen)
    2. desorganisatie van het gedrag: dit is een onsamenhangend, autistisch, regressief en niet op de realiteit georiënteerd denken en handelen (wanen, hallucinaties)
    3. deviant of regelverbrekend gedrag: dit gedrag wordt ook wel acting-out genoemd (anderen, aanvallen, regels verbreken, afspraken niet nakomen)
    4. dysfoor gedrag: dit gedrag wordt gekenmerkt door het zich terugtrekken (geen interesse in omgeving, vooral aandacht voor zichzelf)
    5. dependant of afhankelijk gedrag: afhankelijk gedrag kenmerkt zich door iemands pogingen op te leven op motiverend kracht van anderen in plaats van op eigen kracht
  • Wat geven de 5 D's van Abroms aan?
    Ze geven een volgorde van ernst van het gedrag aan als de volgorde van ingrijpen en behandelen. De indeling maakt het mogelijk om praktische behandelafspraken te maken. Van daaruit is het mogelijk om strategieën te ontwikkelen om tot een oplossing te komen.
  • Hoe vat Abroms deze strategieën samen?
    het stellen van grenzen en het leren van sociale vaardigheden
  • Tot welke vraag leiden de 5 D's van Abroms?
    Welk milieu, welke houding van het team en welke organisatie van de behandeling zijn het passendst om aan de problemen van de patiënten het hoofd te bieden.
  • Wat stelt Abroms over het aanleren van sociale vaardigheden?
    Hij vindt dit het belangrijkste. Hij vindt de belangrijkste aan te leren vaardigheden:
    - oriëntatie: heeft betrekking op tijd, plaats en persoon. Het gaat dan niet alleen over de oriëntatie, maar ook op de kwaliteit van mensen in de omgeving, op rollen die verschillende mensen spelen, om doelen van de organisatie, om de structuur van een sociaal systeem of om de maatschappij. Oriëntatie betekent bewust zijn van wat er is.
    - assertiviteit: dit heeft te maken met het duidelijk, direct en eenduidig aanduiden van gevoelens. Het is de zaak om die gevoelsstromen in betere banen te leiden, wanneer de bedoelde uitdrukkingsvormen ingeperkt worden, dient de patiënt te leren deze te vervangen door directere en effectievere wijzen van zich uitdrukken. De patiënt moet de mogelijkheid krijgen om te experimenteren in sociale contacten.
    - bezigheid en werk: in een therapeutisch milieu moeten uitnodigingen en aanzetten aanwezig zijn tot werkactiviteiten, zoals helpen met het huishoudelijk werk, eten koken, inkopen doen. Andere werkactiviteiten vallen ook leren een baan te zoeken, leren zichzelf zo goed mogelijk te presenteren tijdens gesprekken. Dit is een zeer belangrijk
    - ontspanning: vrije tijd is erg belangrijk. Veel patiënten hebben moeite met een zinvolle vrijetijdsbesteding
  • In welke polen kan de manier waarop hulpverleners tegenover patiënten staan ingedeeld worden?
    De ene pool is de bewakingshouding: (de zgn custodiale houding) : de patiënt wordt als gevaarlijk beschouwt, als een persoon die van de samenleving geïsoleerd moet worden omdat andere anders bang worden of gevaar lopen. uitgangspunt: angst en agressie
    de andere pool is de therapeutische houding: de patiënt wordt gezien als een persoon met mogelijkheden om te veranderen. De patiënt is iemand die lijdt onder problemen die min of meer oplosbaar zijn. uitgangspunt humaan betrokken zijn
  • Wat is er belangrijk bij het kritisch observeren van zichzelf en de andere teamleden bij het creëren van een therapeutisch milieu.
    - wordt aan de patiënten voldoende ruimte geboden?
    - wordt de patiënten niet overvraagd? 
    - waar loopt het fout?
    - Hoe is de sfeer op de afdeling?
    - is onze werkorganisatie goed?
    - hoe wordt er met elkaar omgegaan?
  • Wat zijn hinderpalen in het creëren van een therapeutisch milieu?
    1. de afzonderlijke teamleden
    -  autoritair optreden: dit heeft veel met angst te maken voor verlies van controle. Het autoritaire gedrag roept veel verzet en ook angst op bij de patiënt. Er is sprake van een cyclisch proces. Hoe meer er autoritair opgereden wordt, hoe meer agressie en/of angst ontstaat bij de patiënt.
    - submissief optreden: hier is de hulpverlener onderdanig. In deze situatie wordt de patiënt te veel ruimte gegeven. Dit heeft in veel gevallen angst en daarmee samenhangend agressie tot gevolg. Ook hier zien we een circulair proces. De toegenomen ontregeling van de patiënt leidt tot nog meer vluchtgedrag van de hulpverlener.
    - te dichtbij zijn: bij te dichtbij kan d de hulpverlener mee vibreren met de woelingen van de patiënten. Dikwijls heeft dit te maken met een gebrek aan eigen ruimte, aan een eigen leefwereld. Bij te dichtbij is de grens tussen ik en jij niet duidelijk. Dit kan verwarring oproepen bij de patiënten.
    - te afstandelijk zijn: een teamlid kan een gevoelloze en kille houding aannemen. Een dergelijke houding leidt tot depressieve reacties bij patiënten.
    2. de relatie tussen de teamleden: de grootste struikelblokken in een goed onderling functioneren ligt de communicatiekanalen en in wat er wel en niet gezegd wordt.
    -het afhankelijke team: hier is er één de baas. Zijn wil is wet. Van een duidelijke en eenduidinge houding tegenover de patiënt is geen spake. Er heerst een gespannen sfeer. Het eindresultaat van dit alles is een sfeer van apathie en van angstig afwachten. De patiënten krijgen in zo'n situatie weinig ruimte om hun problemen op te lossen; 
    -het gesloten team: heeft een sterk wij-gevoel. Er is intens contact, ook in de privé-sfeer. Alleen die dingen worden gezegd of gehoord die dat wij-gevoel in stand houden. Onderliggend is men bang dat het team uit elkaar valt. In een gesloten team ontbreekt de ruimte om meningsverschillen, alles loopt op rolletjes. Er is veel meedeinen met de patiënten om vooral conflictsituaties te voorkomen. Dreigt er toch een conflictsituaties, dan is al gauw de patiënt de schuldige.
    -het los-zandteam: Kenmerkend is dat men lak heeft aan afspraken en aan organisatie. De patiënten mogen alles zelf bepalen. Er is een rommelige sfeer. Door de onbegrendsheid van de ruimte en door het gebrek aan organisatie en lijn in het werk komen de patiënten niet toe aan het oplossen van problemen. Ze moeten het zelf maar uitzoeken.
  • Waarom is het belangrijk om te weten welke houding men inneemt tegeover de patiënt.
    Door naar de eigen houding en die van teamleden te kijken kan men zien hoe de persoon functioneert en daardoor een patiënt in de weg kan staan om tot een oplossing te komen van problemen.
  • Welke punten zijn belangrijk in het ter discussie stellen van hulpverleners?
    - denken over het aandeel van patiënten in de interactie
    - denken aan eigen aandeel in interactie
    - de wijze van interacteren koppelen aan het behandelplan
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn leerpunten bij sociale bekrachtiging
Allereerst zullen we aan de hand van 5 leerpunten bekijken welke ingrediënten sociale bekrachtiging heeft en op welke manier ze wordt gegeven.
-Zoek contact met degene wiens gedrag je wilt gaan bekrachtiging. Je wendt je naar hem toe, maak oogcontact en noem eventueel zijn naam.
-Om je waardering te laten blijken zeg je dingen als: Dank u, erg goed, ik vind het fijn, ik waardeer het, prima, zo is het goed, fantastisch. Het is belangrijk om enthousiasme in je stem leggen.
-Het is belangrijk om het gedag dat je bekrachtigt, concreet te omschrijven. Niet de persoon waardeer je, maar datgene wat hij gedaan heeft.
-Noem ook prettige gevolgen van het gedrag
oPrettige gevolgen van het gedrag zelf: dit zijn gevolgen die direct uit het gedrag zelf voortkomen.
oPrettige gevolgen uit de omgeving: dit zijn meestal voorspellingen van toekomstige reacties van anderen.
oPrettige gevolgen voor de omgeving: vb ik ben blij dat je zo lekker voor de andere hebt gekookt
oPrettige gevolgen voor het zelfbeeld en gevoel: vb ik vind het moedig van je dat je weer eens de stad in bent gegaan. Je zult wel trots op jezelf zijn.
oPrettige gevolgen die verbonden worden aan het gedrag: vb fantastisch dat je lid bent geworden van de judoclub. Om te vieren drinken we een lekker tas koffie.
-Vul het gesprokene aan met non-verbale tekens van waardering zoals enthousiasme in de stem, een schouderklopje, een knipoog, een opgestoken duim en dergelijke.
Voor alle omschreven leerpunten geldt dat je afhankelijk van de ander moet reageren. Er zijn 2 valkuilen bij het bekrachtigen van gedrag. De eerste is dat het gedrag afgezet wordt tegen voorgaand falen, waardoor het niet erg aanmoedigend meer klinkt. Vb zie je wel dat je netjes kan eten? De tweede valkuil is dat er na de bekrachtiging meteen een eis aan het gedrag gesteld wordt.
Wat is sociale bekrachtiging
Een gedrag wordt met complimentjes, waardering en goedkeuring bekrachtigd en zal dan vaker optreden. Het leidt immers tot een prettige consequenties. Tot sociale bekrachtiging rekenen we reacties als een glimlach, een knipoog, een hoofdknikje, een bedankje of iets dergelijk, als dit volgt op een gedrag van een ander.
Door sociale bekrachtiging of waardering neemt de kans op herhaling van een gedrag toe. Dit komt doordat de meeste mensen graag gewaardeerd worden. De bekrachtiging is specifiek. Het zegt niet iets over mij, maar over iets wat ik doe. Niet zomaar wordt ik gewaardeerd, mar omdat ik dit of dat doe of goed kan.
Bij volwassenen is deze sociale bekrachtiging veel minder of onregelmatiger. Volwassenen hebben voor zichzelf een eigen gedragstandaard. Een op zichzelf staande gewoonte wordt bekrachtigd door het eigen resultaat en blijft voortbestaan. Dit hangt samen met de zelfwaardering die iemand heeft. Deze is echter wel de optelsom van alle complimentjes die iemand in zijn leven van anderen gekregen heeft of zichzelf gegeven heeft. Mensen met een lage zelfwaardering, zoals faalangstige mensen of sommige psychiatrische patiënten, kunnen zichzelf onvoldoende waarderen. Zij worden daardoor afhankelijk van anderen.
Wat zijn de elementen die nodig zijn om te kunnen te participeren in verschillende maatschappelijke rollen
- speciale vaardigheden om met de beperkingen om te gaan 
- aangepaste omgeving
- streven naar behoud van het goede
Wat is TMS of transcraniële magnetische stimulatie
oToestellen waarmee een sterk magnetisch veld wordt opgewekt van meer dan 1 tesla. Dit is meer dan voldoende om neuronen te depolariseren. Zonder elektroden komt het tot elektrische stimulatie. De patiënt blijft bij bewustzijn zodat het gedrag kan geobserveerd worden. Het beïnvloed gebied is ongeveer 3 op 2 centimeter groot en ligt 2 a 3 centimeter diep
oRTMS is repetitieve TMS: reeksen van zeer snel opeenvolgende stimulatiepulsen. De intensiteit wordt ingesteld door contractie van de abductor van de duim uit te lokken.
§RTMS kan een epileptisch insult uitlokken.
§Stemmingsverbetering is de gewenste psychische verandering. Mogelijks zijn er ongewenste effecten op cognitief vlak
§Er mag geen metaal in het hoofd van de patiënt aanwezig zijn
§Niet bij epilepsie, cerebrale tumor, alcoholisme, epileptogene middelen
§Indicatiegebied: depressi
§Minder effectief bij ouderen
§Minder effectief dan ECT
Wanneer is ECT afgeraden?
§Intracerebrale aandoeningen
§Epilepsie op zich is geen tegenaanwijzingen
§Ook bij ouderen met veel lichamelijke problemen is ECT goed mogelijk
Wat zijn ongewenste effecten van ECT
§Mortaliteit: vergelijkbaar met het risico bij narcose
§Vooral hartpatiënten lopen meer risico
§Hoofdpijn
§Acute verwardheid
§Niet in combinatie met lithium
§Cognitieve bijwerking:
·Retrogarde amnesie van enkele uren tot enkele maanden, waarbij de herinneringen na enkele weken tot maanden terugkeren
hoe wordt ECT uitgevoerd
§Team van anesthesist, psychiater en minstens 2 verpleegkundigen
§In operatiezaal en daarna recovery room
§Monitoring van vitale parameters
§Intraveneuze toevoer
§Electroden ter hoogte van de slapen
§Toedienen van anestheticum en spierverslapper
§Intubatie
§Electrische stimulus met klinisch en electro-encefalografisch convulsies
§Duur 10 a 20 seconden
§Keuze tussen bilaterale of unilaterale toediening
§Aantal sessies: 6 tot 8 bij depressie
§2 tot 3 maal per week
Wat zijn indicaties voor ECT
§Affectieve stoornissen
·Depressie met psychotische kenmerken
·Depressie bij bejaarden als ze resistent zijn aan psychofarmaca
§Schizofrenie
·Slechts in zeldzame gevallen:
oAlleen bij katatonie en soms bij maligne neuroleptische syndroom
hoe kan men ECT  situeren
§Wereldwijd worden jaarlijks nog 1 tot 2 miljoen patiënten met ECT behandeld.
§ECT blijft omstreden en lokt hevige emotionele reacties uit, zowel wat de effectiviteit als de bijwerkingen betreft
§ECT kan ook ambulant toegepast worden
§Tegenwoordig wordt een vast protocol gevolgd nadat de patiënt zijn geïnformeerd toestemming gegeven heeft. Dit laatste is vaak een moeilijk punt bij de ziektebeelden die nu juist een indicatie vormen voor ECT.
§Het werkingsmechanisme blijft onbekend. Het opwekken van een gegeneraliseerde epileptische aanval lijkt noodzakelijk te zijn voor de antidepressieve werking. ECT verandert de activiteit en de doorbloeding in de prefrontale hersengebieden. ECT zou ook bepaalde neuronen opnieuw laten uitgroeien
§ECT is effectiever dan psychofarmaca en zijn werking is ook sneller
§Recidieven zijn te verwachten en een onderhoudsbehandeling met psychofarmaca blijft noodzakelijk. Na een succesvolle ECT hervalt ongeveer de helft na 6 a 12 maanden. Met medicatie vermindert de kans op herval tot 20%
Welke stoffen zijn er onder te verdelen bij de stimulantia
§Fenetylline (captagon)
§Methylfenidaat (relatine)
§Methylfenidaat (concerta en rilatine met vertraagde vrijstelling
§Modafinil (provigil: bij narcolepsie)
§Dexamfetamine (niet beschikbaar in België; wel magistraal te bereiden)