Summary Algemene Chemie: Theorie

-
204 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Algemene Chemie: Theorie". The author(s) of the book is/are A Kinnaes. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Algemene Chemie: Theorie

  • 1.1.1 zuivere stoffen

  • wat zijn zuivere stoffen?

    Een zuivere stof is een stof die bestaat uit een verzameling van dezelfde deeltjes, die de fysische en chemische eigenschappen eigen aan zuivere stof dragen.

     

    een zuivere stof heeft een aantal constante stofeigenschappen, zoals smeltpuntkookpuntmassadichtheid en oplosbaarheid

     

    Een zuivere stof kan bestaan uit Moleculen (H2O) of atomen

     

    Zuivere stoffen kun je onderverdelen in enkelvoudige en samengestelde stoffen

     

  • Enkelvoudige stof?

    een stof die uit 1 atoomsoort bestaat

    vb: Hg, H2, trizuurstof O3

  • samengestelde stof?

    zuivere stof die uit meer atoomsoorten is opgebouwd= samengestelde stof

    Vb. H2O, H2SO4, CO2

  • Mengsel?

    • verzameling van 2 of meer zuivere stoffen
    • mengsels worden ingedeeld in:
    1. heterogene mengsels 
    2. homogene mengsels
  • Hetrogene mengsels?

    = mengsel waarin verschillende bestandelen te onderscheiden zijn

     

  • Soorten Heterogene mengsels en leg uit wat het is

    1. grof mengsel = mengsel van verschillende vaste stoffen -> met het oog van elkaar te onderscheiden
    2. suspensie = troebel mengsel van vloeistof + fijn verdeelde niet oplosbare vaste stof
    3. pasta= vaste stof waar een vloeistof doorheen is gemengd
    4. emulsie= ondoorzichtig troebel mengsel van niet mengbare vloeistoffen
    5. Schuim = mengsel van gasbelletjes in vaste/vloeistog
    6. Nevel= ondoorzichtig mengsel van fijne vloeistofdruppeltjes in gas
    7. Rook = ondoorzichtig mengsel van fijne vaste stof in een gas
  • Homogene mengsels?

    • samenstellende deeltjes zijn niet meer van elkaar te onderscheiden ( Omdat verdeling tot op moleculair vlak is doorgevoerd
  • 1.1.1.1 periodiek systeem der elementen

  • Groep 1a
    ns1
    H+ waterstof
    Li+ Litium
    Na+Natrium
    K+ Kalium 
    Cs+ Cesium 
  • Groep 2a
    ns2
    Be Beryllium-ion 2+
    Mg Magnesium 2+
    Ca Calcium
    Sr Strontium
    Ba Barium
  • Groep 3a
    ns2np1
    B Boor (+3)
    Al (+3)
  • Groep 4a
    ns2np1
    C Koolstof (2+,4,-4)
    Si silicium (2+,4+,4-) 
    Sn tin (2+,4+)
    Pb Lood (2+,4+)
  • Groep 5a
    ns2np3
    N stikstof (+5,+4,+3,+2,-1)
    P Fosfor (+3,+5,-3)
    As Arseen (+3,+5,-3)
    Sb Antimoon (+3,+5-3)
    Bi Bismut (+3,+5)
  • Groep 6a Niet metaal
    ns2np4
    O Zuurstof (-2)
    S Zwavel (-2,+4,+6)
    Se Seleen (+4,+6,-2)
  • Groep 7a
    ns2np5
    F Fluor
    Cl Chloor
    Br Broom
    I Joos
  • Groep 8a
    ns2np6 edelgasconfiguratie
    He Helium
    Ne Neon
    Ar Argon
    Kr Krypton
    Xe Xenon
    Rn Ranon
  • 1.2 Nomenclatuur

  • Een oxoanion is een anion van het type AxOyz-, waarbij A voor een willekeurig chemisch element staat en O zuurstof voorstelt.[1] Een groot aantal chemische elementen vormt oxoanionen. De oxoanionen kunnen worden ingedeeld naargelang hun structuur en samenstelling. Grofweg wordt een onderscheid gemaakt tussen monomere en polymere oxoanionen.
  • Nomenclatuur[bewerken]

    De oxoanionen krijgen ieder een eigen naam, waarbij een suffix de oxidatietoestand van het centraal element aangeeft. Bij de nomenclatuur wordt een onderscheid gemaakt tussen de halogenen en de andere elementen:

    Halogeen-oxoanionen[bewerken]

    Oxidatiegetal centraal atoomPrefixSuffixVoorbeelden
    +VIIper--aatperchloraatperbromaatperjodaat
    +V-aatchloraatbromaatjodaat
    +III-ietchlorietbromietjodiet
    +Ihypo--iethypofluoriethypochloriethypobromiethypojodiet

    Niet-halogeen-oxoanionen[bewerken]

    Oxidatiegetal centraal atoomPrefixSuffixVoorbeelden
    groepsnummer-aatboraatcarbonaatnitraatfosfaatsulfaatchromaatarsenaatselenaatmolybdaat,orthowolframaatvanadaatmanganaat
    = groepsnummer − 2-ietnitrietfosfietsulfietarsenietseleniettelluriet
    = groepsnummer − 4hypo--iethypofosfiethyposulfiet

    Een uitzondering op deze regels vormen permanganaatperrenaat en pertechnetaat. Het voorvoegsel per- verwijst hier naar het feit dat de betrokken metalen zich in hun hoogste oxidatietoestand (namelijk +VII) bevinden.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

SN en Hybridisatie
SN = 2  Sp-hybrisidatie
SN = 3 Sp2-hybridisatie
SN= 4 Sp3-hybridisatie
SN= 5 SP3d-hybridisatie
SN= 6 SP3d2-hybridisatie

  • vrije e- paren nemen deel aan hybridisatie of bevinden zich in gehybridiseerde orbitalen
  • voor het bepalen werkelijke geometrie moet men rekening houden met bindende atomen vrije epaar niet meegerekend

Sterisch getal
  • lewis formule laat toe het sterisch getal SN van een atoom in een verbinding te berekenen
  • SN = #sigmabindingen (bindingpartners) + #gelokaliseerde vrije e-paren
VSEPR
  • = valentie schil elektronen paar repulsie theorie
  • theorie gaat er vanuit dat atomen & vrij e- paar rond centraal atoom zo ver mogelijk van elkaar staan
  • omdat ze elkaar afstoten
  • theorie verklaard geometrische structuur van covalente verbindingen adh val e- lewisstructuur
prostulaat van Broglie
  1. uit de constante van planck E=hc/lapda blijkt het golfkarakter van licht
  2. hieruit blijkt dat licht met een korte golflengte energie rijker is dus afhankelijk van lapda
  3. uit E=mc2 blijkt het deeltjeskarakter van licht
  4. Het prostulaat van Broglie combineert het deeltjes en golfkarakter van licht
  5. mc2=hc/lapda v
  6. lapda=h/mv prostulaat broglie
  7. aan elk materiedeeltje in beweging kan eeen golfkarakter worden toegekend. 
Born-haber cyclus
  • om roosterenergie te bepalen
  • roosterenergie bereken via stappen born-haber cyclus
Bindingsenthalpie polyatomische moleculen
  • standaard bindingsenthalpie = gemiddelde energie nodig om 1 mol in gasfase te splitsen in zijn samenstellende atomen onder STP
  • J/mol of kJ/mol
  • energie voor beide stappen verschilt alhoewel het dezelfde bindingen betreft. dit is te verklaren door het feit dat in elk geval apart een verschillend dissociërend fragment betrokken is.
  • gemiddelde bindingsenergie= dH1+dH2/2
Bindingsenergie dHb diatomische moleculen (A-B)
  • standaard bindingsenthalpie dH0b= energie die nodig is om 1 mol in de gasfase te splitsen in zijn samenstellende atomen onder STP
  • eenheid= J/mol of kJ/mol
  • van moleculen in gasfase -> gasvormige atomen
  • vaak gaat het om een 'hypothetisch gas
verbrandingsenthalpie dHverb
  • standaardverbrandingsenthalpie = warmte die vrijkomt als 1 mol vd verbinding volledig verbrand onder STP
  • eenheid= J/mol of kJ/mol
  • dH= Sv(RP).H(RP) - S v(RG).H(RG)
vormingsenthalpie en stabiliteit
  • dHf0 > o verbinding =minder stabiel dan zijn samenstellende elementen
  • dHf0 < 0 verbinding =stabieler dan samenstellende elementen
vormingsenthalpie
  • dHd in J/mol of kJ/mol
  • standaard Hf0= warmte die vrijkomt/opgenomen wordt bij vorming van 1 mol vd verbinding uit elementen in standaardtoestand bij 1atm, 298K. 
  • standaardtoestand is meest stabiele toestand van element bij standaarddruk en standaardtemp
  • dH0f(i) = Hi
  • standaard vormingsenthalpie vd verbinding is gelijk aan enthalpie inhoud vd verbinding
  • geeft inzicht over stabiliteit