Summary Algemene Economie

-
436 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Algemene Economie

  • 1 Macro-economie

  • Waarin verschilt een gesloten economie van een open economie?
    In een gesloten economie wordt geen rekening gehouden met het buitenland.
  • Hoe noem je een gesloten economie
    Autarkie (zelfvoorzienend)
  • Welke 5 sectoren zijn er te onderscheiden in een moderne economische kringloop?
    1. gezinshuishoudingen
    2. bedrijven (productiehuishoudingen)
    3. de overheid
    4. het buitenland
    5. de financiele instellingen
  • Geef de formule voor het verdiend inkomen van de productiehuishoudingen (Yph)
    Yph= C + Ib + Io + (E-M) = waarde nationaal product
  • Wat is een andere manier om de geldstromen binnen een volkshuishouding weer te geven? CBS gebruikt deze.
    Aan de hand van nationale rekeningen. De inkomsten en uitgaven worden dan per sector berekend. De volgende 4 sectoren worden daarbij onderscheiden:
    1. de bedrijven
    2. gezinnen
    3. overheid
    4. buitenland
  • Welke taken heeft het CPB?
    - Nationaal budget --> prognoses per geldstroom
    - Adviseert overheid middels Centraal economisch plan (CEP). De macro-economische verkenning (MEV) is een voorlopige CEP en wordt op Prinsjesdag gepresenteerd.
  • Het economische kringloopproces valt uiteen in de volgende deelprocessen (4)
    1. proces van productie en inkomensvorming (toegevoegde waarde)
    2. proces van inkomensverdeling
    3. proces van inkomensherverdeling over de sectoren
    4. proces van inkomensbesteding per
  • Ad 1) geef de formule BBP
    BBP = C + I + (E-M)

    Dit betreft de bruto toegevoegde waarde.
    Houden we ook rekening met de afschrijvingen dan hebben we het netto nationaal product
  • ad1) wat is het verschil tussen de nominale en reele groei?
    Nominaal is gemeten in EUR en reeel gemeten in volume (dwz gecorrigeerd voor prijsstijgingen). Dit betreft de economische groei van de nationale economie.
  • ad 1) Hoe wordt de toegevoegde waarde van de overheid bepaald?
    Overheidsproductie is gelijk aan betaalde ambtenarensalarissen.
  • ad2) bij de inkomensverdeling (bepaling van het bruto primair inkomen) wordt het BBP toegerekend aan de sectoren obv de verdeling in:
    - Indirecte belastingen
    - Beloningen productiefactoren
  • ad 2) wat wordt verstaan onder de primaire inkomens:
    - loon
    - huur
    - pacht
    - rente
    - winst
  • ad 2) wat wordt verstaan onder secundaire inkomens (of overdrachtsinkomens) ?
    Inkomens waar geen prestatie tegenover staat, zoals uitkering, studietoelagen, etc.
  • Formule bruto nationaal inkomen
    bni = bbp - saldo primaire inkomens uit het buitenland
  • ad2) De beloning voor de productiefactoren hoeft niet gelijk te zijn aan de betaalde prijzen. Dit wordt veroorzaakt door van toepassing zijnde belastingen en subsidies.

    We kunnen derhalve  de toegevoegde waarde op 2 manieren weergeven. Welke?
    Tegen factorkosten en tegen marktprijzen.
    Bij de waardering tegen marktprijzen wordt rekening gehouden met belastingen.

    Kortom: tegen factorkosten - belastingen = tegen marktprijzen.
  • adc) bepalingen van het beschikbaar inkomen.

    Formule bruto primair nationaal inkomen (bbni)
    bbni = inkomen - directe belastingen - sociale premies + sociale uitkeringen + saldo overige inkomensoverdrachten

    --> dit kan uiteindelijk worden besteed aan goederen en diensten
  • ad4) Geef de 4 nationale bestedingen?
    1. consumptie van de gezinshuishoudingen
    2. investeringen van de bedrijven
    3. bestedingen van de overheid
    - overheidsconsumptie
    - overheidsinvesteringen
    4. export
  • ad4) waaruit bestaan de investeringen van bedrijven?
    1 vervangingsinvesteringen (is gelijk aan afschrijvingen)
    2 uitbreidingsinvesteringen
    3 vergroting voorraden

    --> de bruto investeringen minus de afschrijvingen vormen de netto investeringen, deze bestaan uit 2 en 3
  • bbp tegen factorkosten
    saldo primaire inkomsten buitenland
    =
    bnp tegen factorkosten
    + belastingen - subsidies
    =
    bnp tegen marktprijzen
    - afschrijvingen bedrijven en overheid
    =
    nnp tegen marktprijzen
    =
    nni tegen marktprijzen
  • het nnp ofwel het nni wordt genoemd als conjunctuurindicator. Welke zijn er nog meer (5)
    1. productie van de verwerkende industrie
    2. particuliere consumptie
    3. investeringen vaste activa
    4. de uitvoer
    5. de werkloosheid
  • Onder het sociaal economisch beleid worden alle maatregelen verstaan die de overheid neemt om de economie te stimuleren. de SER heeft hiertoe in de jaren '50 5 doelstellingen opgesteld. Tegenwoordig wordt hieraan de 6e toegevoegd. Noem ze:
    1 volledige werkgelegenheid
    2 stabiele prijzen
    3 evenwichtige betalingsbalans
    4 evenwichtige economische groei
    5 verantwoorde verdeling van de welvaart

    6 gezond mlieu
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe heet de garantieregeling van de DNB indien bij ingrijpen in een financiële instelling de noodregeling wordt afgekondigd door DNB ?
Dit heet de depositogarantieregeling of collectieve garantieregeling (CGR). Voornamelijk garantieregeling voor particulieren en kleine ondernemers.

Alle vergunninghoudende banken nemen verplicht deel aan de GGR en het totaalbedrag wordt naar rato gedragen door de deelnemers.
Omschrijf prudentieel toezicht en gedragstoezicht.
Prudentieel toezicht: gericht op liquiditeit (tegenover direct opeisbare passiva dienen een bepaalde hoeveelheid liquide middelen te staan en solvabiliteit (op korte termijn kunnen betalen en aflossen) van de financiële instelling (DNB)

Gedragstoezicht: integriteit van de financiële instellingen en hun medewerkers (AFM)

Het doel van toezichthoudende taken door DNB is het vertrouwen in de financiële sector te handhaven en hun klanten te beschermen.

Het toezicht bestaat uit twee stappen;

  1. de onderneming toetsen of deze aan de vergunningsvoorwaarden voldoet;
  2. controleren of de vergunning houdende instellingen zich houden aan alle wettelijke regels 
Uit welke (toezicht) taken valt de Wft (Wet financieel toezicht)

  1. prudentieel toezicht
  2. gedragstoezicht
  3. structuurbeleid
  4. oversight  
DNB dient alleen het algemeen belang en heeft een publieke taak. Wat is het werkterrein van de DNB
  • monetaire beleid; streven naar prijsstabilisatie en inflatie onder 2%
  • goede werking betalingsverkeer
  • toezicht; solide en integere financiële instellingen
Noem een aantal wetten die zien op geldtransacties en trustkantoren; het tegen gaan van criminele organisaties, witwassen, financiering van terrorisme enz.
  • Wet toezicht trustkantoren
  • Wet inzake de geldtransactiekantoren
  • Wet ter voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme. Hierbij hoort de identificatieplicht en de Melding ongebruikelijke transacties (MOT)
Wat wordt bedoeld met structuurtoezicht en oversight ?
Structuurtoezicht houdt in dat de DNB ervoor zorgt dat banken niet al te grote deelnemingen in elkaar hebben.  De betreffende bank moet bij een fusie of een deelname in een andere bank een vvgb aanvragen.

Oversight is gericht op het bevorderen van het betalings- en effectenverkeer en het vermijden van systeemrisico's (het faillissement van een financiële instelling door faillissement van een andere financiële instelling.
Gedragstoezicht door het AFM. Waar bestaat het toezicht uit ?
  1. Regels met betrekking tot Chinese Wall; het voorkomen van belangentegenstellingen tussen klanten van effecteninstellingen of banken met effectenafdelingen;
  2. gedragsregels voor individuele medewerkers; zorgplicht - men moet in het belang van de klant handelen. Hierbij hoort de financiële bijsluiter
  3. Regels met betrekking tot koersgevoelige informatie; tegen voorkennis.  
Op welke wijze kan de DNB ingrijpen bij een financiële instelling ?
  1. allereest met het vestigen van de aandacht van de bank op de ongewenste situatie;  gesprek met de leiding om de ongewenste situatie te herstellen;
  2. bij onvoldoende medewerking; bindende aanwijzing om een bepaalde gedragslijn te volgen
  3. bij geen gehoor; stille curatele. De leiding van de bank mag slechts beslissingen nemen met goedkeuring van de DNB. Dit wordt niet openbaar gemaakt om een run op de bank te voorkomen.  
  4. komt een bank ondanks alle maatregelen toch in de problemen dan kan de DNB de noodregeling afkondigen, vergelijkbaar met surseance van betaling. Bewindvoerders kunnen snel en efficiënt het faillissement afwikkelen.
Bankvergunning binnen de EU, omschrijf single bank license en het home-country control beginsel.
Single bank license; met een bankvergunning van een lidstaat kan in de gehele EU het bankbedrijf worden uitgeoefend;

Home country control wil zeggen dat buitenlandse banken die in Nederland een bijkantoor openen onder toezicht staan van de centrale bank van de buitenlandse bank.
Het toezicht van bijkantoren van Nederlandse banken in andere lidstaten wordt door de DNB uitgeoefend.

Elke vergunninghouder wordt ingeschreven in het Wft register.
Wat zijn de in de Bankwet (1999) omschreven belangrijkste taken van de DNB ?
1) ESCB taken (monetaire taken);
  • mede vaststellen en uitvoeren van het monetaire beleid;
  • het aanhouden van officiële reserves, het beheren ervan en het verrichten van valutamarktoperaties.
  • goede werking van het betalingsverkeer
  • verzorgen van de geldomloop 

2) nationale taken (toezichthoudende taken);
  • toezicht houden op financiële instellingen;
  • goede werking van het betalingsverkeer
  • verzamelen van statistische gegevens en het vervaardigen van statistieken

3) werkzaamheden van de DNB:
  • circuleren van bankbiljetten;
  • verrichten van transacties in de financiële markten (kassier van de staat)
  • werkzaamheden ten behoeve van de Rijksoverheid.