Summary Algemene economie

-
ISBN-10 9045536099 ISBN-13 9789045536095
427 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Algemene economie ". The author(s) of the book is/are De Boeck leerboeken. The ISBN of the book is 9789045536095 or 9045536099. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Algemene economie

  • 1.1 Inleiding

  • Wat is economie concreet?

    Een menswetenschap: men bestudeert de keuzeproblemen waarmee iedereen geconfronteerd wordt.

  • Waarom kan economisch inzicht nuttig zijn?

    -het helpt je betere beslissingen te nemen

    -je kan beter begrijpen wat er op internationaal niveau afspeelt & beter oordeel vellen over de overheden & evalueren

  • 1.2 Het economisch probleem

  • Wat streven alle mensen na & wat is het probleem dat hieruit voortvloeit?

    Iedereen heeft behoeften en doelstellingen en wil deze bevredigen

    MAAR de middelen en tijd zijn schaars, ze zijn niet genoeg om in alle behoeften te voorzien.

  • Hoe weten we op welke manier de schaarse middelen moeten worden ingezet?

    In de economische analyse bestudeert men de keuzeproblematiek ; men onderzoekt de keuzes die gemaakt worden & de maatschappelijke gevolgen.

  • 1.2.1 Menselijke en maatsch. behoeften

  • Wat is een behoefte & wat zijn de verschillende soorten?

    Het aanvoelen van een tekort en dit willen aanvullen

    • materiële goederen & immateriële goederen
    • zowel individueel als collectief


    rangorde en intensiteit verschillen van persoon tot persoon
  • Wat doet men met de waarde van de behoeften; bv. alcohol?

    In de economie spreekt men er zich niet over uit. Individuele behoeften zijn voor hen puur een 'gegeven'.

  • 1.2.2 Schaarse middelen en de noodzaak te kiezen

  • Wat zijn schaarse middelen?

    Economische goederen: bv. materiële goederen & immateriële diensten:


    -> hebben een nut


    -> schaarste en nut moeten samen aanwezig zijn als men spreekt van economische goederen


    -> moet prijs voor betaald worden.

  • Wat zijn niet-schaarse middelen?

    Vrije goederen: bv. lucht


    Schaarste blijft wel een relatief begrip:


    • Zuiver water en lucht zijn in sommige gebieden een schaars goed geworden
    • 'de nieuwe schaarsten'
  • Hoe ontstaat het 'keuzeprobleem'?

    Schaarse middelen kunnen voor verscheidene doelstellingen worden aangewend, maar niet voor allemaal.


    Mensen willen veel dromen waarmaken maar hebben niet alle nodige middelen om al hun wensen te realiseren.


    Middelen kunnen slechts éénmaal worden ingezet & tijd is voor iedereen beperkt ==>iedereen wordt met schaarste geconfronteerd.

  • Waar doet het keuzeprobleem zich nog voor, buiten bij de inviduele mens?

    In het bedrijfsleven & industrie: meer middelen inzetten voor lokale markt <-> meer richten op export?

    In de overheid: onderwijs, mobiliteit, veiligheid, ... Wat zijn de prioriteiten?

    --> middelen ingezet voor de ene doelstelling zijn verloren voor de andere.

  • Wat is door het keuzeprobleem nog een bijkomend probleem voor de overheid?

    Kiezen tussen efficïentie en gelijkheid.

    Efficiëntie = het maximum halen uit de beschikbare middelen

    Gelijkheid = het verdelen van de voordelen vd gebruikte middelen

    Een hogere efficiëntie kan ten koste gaan van een minder gelijke verdeling.

  • 1.2.3 Het maken van keuzes & opportuniteitskosten

  • Wat is de opportuniteitskost?

    De waarde van het beste alternatief dat men opgeeft door een andere keuze te maken

  • 1.2.4 Economie: een definitie

  • Definitie economie - Tibor Scitovsky: 'economie = sociale wetenschap die draait om beheer van schaarse middelen'

  • Met welke 3 problemen gaat het beheer van schaarse middelen samen?

    • allocatieprobleem: hoe moet de toewijzing vd schaarse middelen gebeuren?
    • verdelings-/distributieprobleem: hoe moeten de voordelen vd geprod. goederen verdeeld worden?
    • stabilisatieprobleem: het nastreven vh volledige aanwending van beschikbare middelen
  • bepaalde hoeveelheden productie kunnen gerealiseerd worden met versch combinaties van arbeid, natuur & kapitaal. (bv graan: veel handenarbeid & weinig machines)

  • Door de toegenomen globalisering is de vraag 'waar' te produceren heel belangrijk 

  • Mensen bieden arbeid aan --> loon --> goederen kopen --> geeft producenten middelen om productiefactoren zoals arbeid te vergoeden

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Licht deze grafiek toe: b) 2.15
de prijselasticiteit in een bepaald punt in abs. waarde neemt toe naarmate curve vlakker wordt
Licht grafiek a toe ivm elasticiteiten: fig 2.15

hoge prijs: hoge prijselasticteit: beperkt aantal consumenten kunnen dit aankopen

 

prijs daalt -> meer aankopen & armere consumenten kunnen dit nu ook kopen

lage prijs: lage prijselasticiteit: iedereen kan het aankopen

halverwege curve: elasticiteit = m = 1
Geef de formule van prijselasticiteit voor de vraag: zie formule 1

negatief dimensieloos getal --> bij delta p>0 = delta Xv < 0 (bij prijstoename daalt vraag)

--> pakken absolute waarde

|e| <1 = prijsinelastisch

|e| > 1 = prijselastisch 

Bespreek de grafieken ivm de markt van platte tv-schermen & beeldbuistelevisie: fig. 2.10

flatscreens:

  1. snijpunt A1 & V1: beperkte hoeveelheid en hoge prijs
  2. vraag stijgt & betere productietechnieken: A1 verschuift naar A2 & V1 naar V2
  3. uiteindelijk zal A2 nog naar A3 verschuiven -> prijs is lager en meer schermen verkocht

 

beeldbuizen:

  1. snijpunt A1 & V1:  gewone prijs & aanbod
  2. introductie platte schermen: V1 gaat maar lichtjes naar links verschuiven naar V2
  3. sterke daling prijs platte schermen: V2 verschuift naar V3: heel kleine vraag nog maar
  4. productie van beeldbuizen stopt: A1 naar A2

-> vraag is te klein geworden voor evenwicht met aanbod = verdwijnt

Op sommige markten merkt men op dat bij de vraag naar erts in een periode over bepaalde decennia de reële prijzen zijn gedaald ondanks een zeer sterke toegenomen consumptie. Hoe kan dit? fig. 2.9

2 factoren:

  • toename vraag door hoger inkomen, toename bevolking, ...
  • toename aanbod door beter technologische vooruitgang & betere productietechnieken -> zeer sterke verschuiving naar rechts

=> uiteindelijk daling reële prijzen & toename verkochte hoeveelheden

In welke situaties kan het marktevenwicht verschuiven? (comparatieve statica): fig. 2.8

1. Stijging van het inkomen OF toename prijs substituut -> mensen kunnen meer goederen aankopen bij hetzelfde aanbod OF hebben gewoon meer interesse ih goed -> vraagcurve verschuift naar rechts en aanbodscurve blijft gelijk (bij nieuwe vraagfunctie -> nieuwe Eprijs berekenen)

=> prijs neemt toe & verkochte hoeveelheid stijgt

 

2. Betere technologie OF daling inputprijs -> toename aanbod -> aanbodscurve verschuift naar rechts en vraagcurve blijft gelijk

=> prijs neemt af & verkochte hoeveelheid stijgt

 

3. Gelijktijdige verschuiving van V & A naar rechts -> hoeveelheid neemt zeker toe & prijs kan stijgen of dalen (afh van ligging curven & grootte verschuiving)

 

4. Tegengestelde verschuiving van V & A -> meer interesse om te verkopen maar mindere om te verkopen -> prijs daalt zeker & hoeveelheid kan stijgen of dalen

Geef de grafische voorstelling van het marktevenwicht: fig. 2.6

Bij prijs pizza = 20: producenten bieden 45 pizza's aan <-> consumenten willen maar 20 kopen

==> producenten moeten prijsverlagingen doorvoeren tot evenwicht (aanbodoverschot)

 

Bij prijs pizza = 10: producenten bieden 15 pizza's aan <-> consumenten willen 40 kopen

==> consumenten zijn bereid hogere prijs te betalen dus producenten bieden bieden meer aan aan hogere prijs (aanbodtekort)

Wat zijn mogelijke factoren dat de aanbodscurve helemaal kan verschuiven?: fig 2.5
  1. A1 -> A2: nieuwe technologieën voor productieproces
  2. A1 -> A3: toename lonen
Geef de grafische voorstelling van een standaard aanbodscurve & licht toe: fig 2.4

Xa = c + dp

d = helling (positief)

c = snijpunt met x-as

Positief verband prijs aanbod

Weergave minimale prijs die producten willen ontvangen voor bijkomende eenheden

! Bij een erg lage prijs zijn producten toch bereid om een bepaald aantal eenheden aan te bieden

Wat zijn mogelijke factoren dat de vraagcurve helemaal kan verschuiven? fig. 2.2

1. V1 -> V2: toename inkomen

V1 -> V3: preferentie neemt af

 

-> wijziging prijs = beweging langs vraagcurve

-> wijziging andere factoren = beweging van vraagcurve