Summary Algemene Economie en Bedrijfsomgeving

ISBN-13 9789001845100
389 Flashcards & Notes
193 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Algemene Economie en Bedrijfsomgeving". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9789001845100. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Algemene Economie en Bedrijfsomgeving

  • 1.3 Absolute en relatieve gegevens

  • Wat is welvaart?
    Het beschikken over goederen en diensten voor de bevrediging van behoeften.
  • Waarom is er een spanning tussen behoeften en de middelen?
    Omdat ze respectievelijk oneindig en beperkt zijn. Hierdoor is er sprake van schaarste middelen.
  • Hoe noem je het als met schaarse middelen naar een maximale welvaart wordt gestreefd?
    Dat is economisch handelen.
  • Waar wordt het economisch handelen onderzocht?
    In de economische wetenschap.
  • Welke niveaus heb je binnen de economische wetenschap?
    De meso- en micro-economie, de macro-economie, monetaire economie en internationale economische betrekkingen.
  • Waar draait het om in de meso- en micro-economie?
    De kenmerken van markten en bedrijfstakken rondom een onderneming, de vraag naar en het aanbod van goederen.
  • Waar draait het bij de macro-economie om?
    Deze beschrijft en analyseert allerlei verschijnselen voor een heel land, zoals de totale consumptie.
  • Wat houdt de monetaire economie in?
    Deze heeft betrekking op het verschijnsel geld en de rol van banken in de economie.
  • Wat houdt internationale economische betrekkingen in?
    Hierbij haat het om de bestudering van de buitenlandse handel van landen, internationale kapitaalstromen en monetaire betrekkingen.
  • Waaruit bestaat de directe omgeving van een onderneming?
    Uit leveranciers en afnemers.
  • Waaruit bestaat de indirecte omgeving?
    Werknemers- en werkgeversorganisaties, de overheid en culturele omgevingsfactoren (zoals de publieke opinie).
  • De onderneming heeft een geringe invloed op deze indirecte omgevingsfactoren. Wat is daarnaast nog meer belangrijk?
    De sociale omgeving en de invloed van technologie.
  • Waaruit bestaat de macro-omgeving?
    Uit de conjuncturele ontwikkeling, de ontwikkeling van wisselkoersen en prijzen van grondstoffen en demografische ontwikkelingen.
  • Waardoor wordt de resultatenrekening beïnvloed?
    Door algemeen-economische variabelen.
  • Bij het oplossen van problemen moeten managers rekening houden met veranderingen in de omgeving. Hoe doen ze dat?
    Dit kan door omgevingsvariabelen te voorspellen en hier een beleid voor te voeren.
  • Wat is een nominale stijging?
    De waardestijging van een variabele, terwijl een reële stijging de volumeverandering is. Deze twee hebben invloed op de loonsom (aantal werknemers vermenigvuldigd met het loon per werknemer).
  • 2.3 Economische orde

  • Waaruit bestaat een markt?
    Uit de betrekkingen tussen vragers en aanbieder rondom een bepaald product.
  • De communicatie op de markt kan direct zijn, zoals in een winkel, maar ook afstandelijk, zoals op effectenmarkten.
  • Er zijn veel markten die o.a. Kunnen worden onderverdeeld op basis van de geografische omvang. Wat houdt een wereldmarkt in?
    Op een wereldmarkt gelden de prijzen voor alle vragers en aanbieders en komen ze tot stand op wereldschaal.
  • Wat is een lokale markt?
    Dit is het tegenovergestelde van een wereldmarkt.
  • Er zijn ook producten die bestaan in nationale markten, zoals ziektekostenverzekeraars.
  • Wat is de relevante markt?
    Dit is een belangrijk begrip voor ondernemingen. Dit is namelijk het deel van de markt dat zij bedienen.
  • Wat is een productgroep?
    Dit is een groep producten die een bepaalde behoefte kan bevredigen, zoals frisdranken dorst lessen.
  • Wat bedient een bedrijfstak?
    Een groep van markten.
  • Wat zijn de voordelen van grote ondernemingen t.o.v. Kleine ondernemingen?
    Het kunnen bedingen van betere inkoopprijzen.
  • Wat wordt in de EU als criterium voor de indeling naar ondernemingsgrootte gebruikt?
    Het aantal werknemers.
  • Wat wordt gebruikt om de economische activiteit te groeperen?
    De NACE. (Nomenclature Statistique des Activés économiques dans la Communauté Européenne).
  • Wat is een opeenvolging van bedrijfstakken?
    Een bedrijfskolom, van oerproducent tot consument.
  • Elke bedrijfstak voegt waarde toe. Hoe wordt dit genoemd?
    Het waardesysteem.
  • Waaruit bestaat de economische orde?
    Collectieve waarden, normen en instituties.
  • Waarden zijn de doelstellingen voor het gedrag, zoals zedelijke waarden en winstgevendheid. Hiervan afgeleid zijn de normen die in concrete situaties de leidraad vormen voor het menselijk gedrag.
  • Waaruit bestaan instituties?
    Deze bestaan uit de wet- en regelgeving en instellingen die worden opgesteld en uitgevoerd door talloze organen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe worden kapitaalgoederen genoemd die langer dan één periode meegaan?
Duurzame kapitaalgoederen.
Wat is een waardesysteem?
Waardetoevoeging in een bepaalde bedrijfskolom.
Hoe wordt de welvaart als BBP per van de bevolking berekend?
BBP delen door het inwonersaantal van een land.
Wat is het bruto binnenlands product (BBP)?
Het is de totale productie binnen een land.
Wanneer is er sprake van parallelisatie?
Als de goederen en diensten uit dezelfde geleding van de bedrijfskolom komen.
Producten doorlopen een productenlevenscyclus (een standaardpatroon) in vier fasen, wat zijn deze fasen en wat is het bezwaar van deze toepassing?
De introductie, de groeifase, de rijpheidsfase en de teruggang. Deze methode is vooral toepasbaar voor industriële bedrijven.
Wat hanteren de meeste ondernemingen om een maximale winst na te streven?
Rendementseisen
Wat is een kartel?
Een kartel is verboden en het is een overeenkomst tussen zelfstandige ondernemingen om de concurrentie te beperken.
Wanneer is er sprake van verkopersmarkten?
Wanneer aanbieders een grotere marktmacht hebben dan vragers.
Waarom worden groeimarkten aantrekkelijk gevonden door ondernemingen?
Omdat de afzet toeneemt bij gelijkblijvende marktaandelen. Ze hoeven dus geen prijsconcessies te doen.