Summary Algemene economische basisprincipes

-
ISBN-10 900188959X ISBN-13 9789001889593
395 Flashcards & Notes
10 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Algemene economische basisprincipes
  • Dirk Johan Jong C J de Lange
  • 9789001889593 or 900188959X
  • 2018

Summary - Algemene economische basisprincipes

  • 1.1 externe bedrijfsomgeving

  • Welke 2 omgevingsfactoren zijn er die de onderneming beïnvloed?
    De macro-omgeving en de directe omgeving
  • Wat is een macro-omgeving?
    Dit zijn omgevingsfactoren die invloed uitoefenen op de onderneming maar waar de onderneming zelf niet of nauwelijks iets tegen kan doen, dus geen invloed. 
    bijv. De armoede in de wereld.
    demografie - samenstelling bevolking
    economie - conjunctuur, rente, inflatie
    sociaal-cultureel - normen en waarden, maatschappelijke trends
    technologie - technologische ontwikkelingen afkomstig van buiten de eigen markt
    ecologisch - beschikbaarheid natuurlijke hulpbronnen, milieuaspecten
    politiek-juridisch - wet en regelgeving
  • Wat is de directe omgeving?
    Dit bestaat uit de partijen op de in en en verkoopmarkt waarmee de onderneming zaken doet en dus invloed heeft op het resultaat.
    bijv. Ah met betaalbare producten voor consumenten
    of potentiële toetreders tot de markt
  • 1.2 het centrale economische probleem

  • Wat is schaarste en wat betekend dit in de economie?
    Het hebben van onvoldoende middelen, de potentiële vraag is groter dan het potentiële aanbod. welke doelen gaan bedrijven kiezen door het gebruiken van de schaarse middelen.
  • Wat is het verband tussen alternatief aanwendbaar en alternatieve kosten?
    Alternatief aanwendbaar
    geld, tijd en productiemiddelen kunnen voor verschillende doelen gebruikt worden, echter maar voor 1 doel inzetbaar.

    bijv. 10 euro kan je maar 1x kan besteden. Als je het eenmaal besteed hebt kan je dit niet nog eens gebruiken.

    Alternatieve kosten
    de gemiste opbrengsten van het beste niet gekozen alternatief.
    zijn gemiste kansen omdat je gekozen hebt om de 10 euro niet te besteden aan een boek maar aan een rekenmachine.
  • Wat is welvaart?
    Het produceren van goederen en diensten om in de behoefte van de consument te voorzien
  • BBP   bruto binnenlands product
    De waarde van goederen en diensten die in een land worden geproduceerd.
  • Wat zijn vrije goederen?
    Goederen die onbeperkt ter beschikking staan, het gebruik ervan is geen schaarste dus het brengt geen keuze probleem met zich mee.
    bijv. De zon -> opwekken van elektriciteit door zonnepanelen
  • 1.3 produceren en consumeren

  • Wat zijn productiefactoren?
    Productiemiddelen die je nodig hebt om een product te kunnen produceren
  • Noem 4 productiefactoren
    Arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap
  • Wat is primair inkomen?
    Inkomen waar een tegenprestatie tegenover staat
  • Wat is economische orde?
    Het op elkaar afstemmen van productie en consumptie in een land met als doel om in de behoefte van consumenten te voorzien.
  • Wat is budgetmechanisme?
    De overheid bepaald het aanbod van goederen en diensten dit is door middel van democratie.
  • Wat is marktmechanisme?
    Het aanbod van goederen en diensten komt tot stand door de vrije werking van vraag en aanbod. De prijzen zorgen voor evenwicht tussen vraag en aanbod. Als de prijs die consumenten voor een goed willen betalen hoger ligt dan de kostprijs dan zullen producenten dit goed op de markt brengen
  • Wat is allocatie van de productiefactoren?
    In een markteconomie bepaalt het marktmechanisme voor welke goederen de productiefactoren worden gebruikt.
  • Gemengde economie
    Mengvorm van markt en planeconomie
  • Wat is planeconomie?
    Bij het budgetmechanisme wordt de allocatie van de productiefactoren door de overheid bepaald.  Bijv; China
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Algemene economische basisprincipes
  • D J de Jong, C J de Lange
  • 9789001797812 or 9001797814
  • 2e [gew.] dr.

Summary - Algemene economische basisprincipes

  • 1 Plaatsbepaling en basisbegrippen 11

  • wat zijn de omgevingsfactoren

    demografisch, economisch, sociaal-cultureel, technologisch, ecologisch, politiek juridisch

  • Wat is welvaart?

    Welvaart geeft aan in hoeverre er behoeftebevrediging met behulp van schaarse goederen en diensten door de consumenten plaatsvindt.

  • Algemene economie
    het vakgebied waar in micro-economie, meso-economie en  macro-economie uitgelegd word
  • Leerdoel 1.1
    De relevantie van het begrip schaarste voor het ondernemingsbeleid te omschrijven. 

    We hebben maar een beperkt aantal grondstoffen en elke euro en minuut kunnen we maar 1 keer gebruiken. Hoe kan een bedrijf het meeste halen uit alle grondstoffen, uit al het kapitaal en uit alle uren die er in een product gestopt worden?
  • Wat betekent BTW?
    belasting toegevoegde waarde
  • Wat betekent BTW?
    Belasting Toegevoegde Waarde
  • Wat is 'schaarste'?
    ;sdkf
  • Wat is welvaart?
    Welvaart geeft aan in hoeverre er behoeftebevrediging met behulp van schaarse goederen en diensten door de consumenten plaatsvindt.
  • eryertye
  • Allocatie van productiefactoren
    hiermee wordt er bepaalt voor welke goederen de productiefactoren en in welke maten wordt ingezet
  • Leerdoel 1.2/1.3
    De omgeving van een bedrijf kunnen scannen op belangrijke factoren en ontwikkelingen./ De relevantie van deze factoren en ontwikkelingen te onderbouwen.

    De marktomgeving:
    Leveranciers: de andere bedrijven die jou producten leveren die je nodig hebt. Ze kunnen arbeid, grondstoffen, halffabrikaten, machines, gebouwen en vermogen leveren.

    Klanten: de mensen die jouw producten kopen.

    Concurrenten: Bedrijven die je goed in de gaten moet houden op de ontwikkelingen die zij doormaken en waar nodig jezelf aanpassen om de concurrentie bij te kunnen houden.

    Werknemers: De mensen die jouw producten in elkaar zetten. Met je klanten spreken en de image van je bedrijf kunnen maken of breken.

    Banken: Zorgen voor het kapitaal wat je nodig hebt om je bedrijf op te starten, tenzij je stinkend rijk bent natuurlijk. Ook wel vreemd vermogen genoemd.

    Aandeelhouders: Kopen aandelen van jouw bedrijf, waardoor jij nieuw kapitaal binnen krijgt en zij een zegje in jouw bedrijf.
  • eryertert
  • Alternatief aanwendbaar
    Geld, tijd en productiemiddelen zijn voor verschillende doelen bruikbaar echter maar voor een doel inzetbaar.

  • Leerdoel 1.2/1.3
    De omgeving van een bedrijf kunnen scannen op belangrijke factoren en ontwikkelingen./ De relevantie van deze factoren en ontwikkelingen te onderbouwen.


    Economieën

    Budgetmechanisme:
    De overheid bepaald wat er geproduceerd wordt en in welke mate het geproduceerd wordt. Ook bepalen ze de prijs van de goederen.

    Bij een democratisch budgetmechanisme bepaald het parlement deze dingen. Door de partij te kiezen die past bij jouw bestedingsplan kan je de dingen kopen die je leuk vind, maar als er een andere partij wordt gekozen veranderen deze dingen ook weer.

    Bij bureaucratisch budgetmechanisme bepaald de staat wat er wordt geproduceerd word. De consumenten hebben hierop geen enkele invloed. Een ander woord hiervoor is planeconomie. (bijvoorbeeld: Noord-Korea en Wit-Rusland)

    Marktmechanisme:
    Bij het marktmechanisme liggen de producten en de prijzen van deze producten volledig in de handen van de consumenten en producenten. Als consumenten een product niet meer kopen dan worden ze van de markt gehaald en als het product populair is komen er verbeterde versies van op de markt. Dit wordt ook wel de markt van vraag en aanbod genoemd.

    Gemengde economie:
    In werkelijkheid is geen enkel land een 100% planeconomie of markteconomie. De mate waarin de 2 voorkomen is per land verschillend. Noord-Korea is bijvoorbeeld voor 90% een planeconomie en Hong Kong is weer 90% een markteconomie.
  • Alternatieve kosten
    De opbrengst van het beste niet gekozen alternatief.
  • Leerdoel 1.2/1.3
    De omgeving van een bedrijf kunnen scannen op belangrijke factoren en ontwikkelingen./ De relevantie van deze factoren en ontwikkelingen te onderbouwen.

    De niet-marktomgeving:
    De niet-marktomgeving kan zeer veel invloed hebben op een bedrijf, maar een bedrijf kan geen invloed hebben deze markt.

    Belangengroepen: Deze bedrijven zijn er voor de consument. Ze houden de bedrijven in de gate en als een bedrijf oneerlijke dingen doet wordt dat in het licht gebracht. Voorbeelden zijn de Consumentenbond.

    Activisme, publieke opinie en media: Bedrijven worden heel erg beinvloed door hoe ze in het nieuws komen. Als ze slecht in het nieuws komen is het lastig om het vertrouwen van de consument weer terug te winnen. Als ze goed in het nieuws komen dan zal de afzet alleen maar stijgen. Een voorbeeld van activisten is Greenpeace.

    Toezichthouders: Ze houden het bedrijf in de gate op corruptie of ontduiking van belastingen etc. Voorbeelden zijn AFM, Opta, NMA en de Nederlandse Bank.

    Overheid: de overheid kan nieuwe weten invoeren, waardoor het bedrijf zijn beleid aan moet passen of schoner moet gaan produceren. Ook kan de overheid bijvoorbeeld subsidies op bepaalde producten geven.

    NGO's (Non Govermental Organisation): Zijn non-profit organisaties die volledig voor en door burgers zijn opgezet. Voorbeelden zijn WNF, Amnesty International, Unicef, Rode Kruis en Artsen zonder grenzen.

    Ook spelen andere zaken een rol in de niet-marktomgeving:
    Dit wordt samengevat in de DESTEP:
    D - Demografisch
    E - Economisch
    S - Sociaal-cultureel
    T - Technisch
    E - Ecologisch
    P - Politiek-juridisch
  • Arbeid
    De tijd en inspanning die mensen besteden aan de productie van goederen en diensten.
  • Leerdoel 1.4
    Succes- en faalfactoren van strategisch omgevingsmanagement te onderkennen.

    Succes

    Shell:
    Shell overleefde de oliecrisis in de jaren '70 door middel van scenarioplanning. 

    BP: 
    Veranderde haar imago toen een meneer over de wereld riep: De aarde warmt op. Van Britsich Petroleum naar Beyond Petroleum. Ze waren niet zomaar een oliebedrijf, maar een energie bedrijf met duurzame energie. 

    Novartis: 
    Een medicijnbedrijf. Ze wilde natuurlijk winst maken, ook in 3de wereld landen, maar om ervoor te zorgen dat de overheid geen regeltjes op hun tarieven gingen stoppen, besloten ze een lijst met medicijnen gratis weg te geven in die landen. Hierdoor ging hun imago natuurlijk behoorlijk omhoog. 

    Falend

    ABN-AMRO:
    abn-amro verwaarloosde haar relatie met de Nederlandse overheid, waardoor de Nederlandse overheid de vijandige overname van abn-amro niet heeft tegen gehouden. 

    BP:
    Olieramp in de golf van Mexico. Hun image was opeens weg. Ze waren nog steeds een vieze stikkende oliemaatschappij. Ze hadden hun onderhoud niet gedaan. 

    GM:
    Amerikanen waren geïnteresseerd in kleine auto's. GM had dit te laat in de gaten. Is door de Amerikaanse overheid gered. Met als voorwaarde dat ze zuinige auto's moesten gaan produceren en GM is tegenwoordig weer winstgevend.
  • Bruto binnenlands product (BBP)

    De waarde van goederen en diensten die in een land worden geproduceerd.

    Inkoop + toegevoegde waarde = verkoop

  • Leerdoel 1.5
    Maatregelen bedenken die inspelen op de ontwikkelingen in de bedrijfsomgeving.

    1. Het is belangrijk om de bedrijfsomgeving continu te blijven scannen.
    Voor de marktomgeving kan je gebruik maken van het 5 krachtenmodel van Porter. 

    - Potentiële toetreders
    - Leveranciers
    - Substituten
    - Afnemers 
    Leid allemaal naar - Concurrenten

    Voor de niet-marktomgeving is er de nonmarket strategy van David Bach. 
    INFORMATIE OP BLACKBOARD

    2. Ook is het belangrijk om de toekomst te verkennen. 
    Dit kan door te kijken naar de voorspellingen die de economen maken. Ook kan je net als shell gaan doen aan scenarioplanning. Voor elk scenario kan je weer een stappenplan maken met trendanalyse. 
  • Budgetmechanisme
    De overheid bepaalt het aanbod van goederen en diensten door middel van het toekennen van budgeten.
  • Cetris paribus clausule
    het constant houden van variabele die je niet wil meten in je model.
  • Economisch handelen
    de manier waarop consumenten, producten en overheden omgaan met schaarse en een alternatief te bedenken hoe ze hun doelstelling kunnen bereiken.
  • Economische orde
    De manier waarop de onderlinge afstemming va productie en consumptie is georganiseerd.
  • Endogene factoren

    afhankelijk van de waarde van de model.

    waarde wordt bepaalt door model.

  • Exogene factoren

    Afhankelijk van de waarden van het model

    Waarde wordt bepaalt door externe factoren

  • Externe omgeving

    de factoren buiten de onderneming die gedrag en resultaat van de onderneming beïnvloeden.

    ABCD (Meso) Kun je niet veranderen heb je wel invloed in.

    DESTEP (Macro) Kun je niet veranderen wel op reageren. 

  • Gemengde economie
    Dit is een meng vorm van markt- en planeconomie
  • Kapitaal
    De geproduceerde goederen en diensten die voor de productie van andere goederen en diensten gebruikt worden.
  • Markt
    het geheel van factoren dat vraag en aanbod bepaalt.
  • Marktmechanisme
    Het aanbod van goederen en diensten komt tot stand door de vrije werking van vraag en aanbod
  • Natuur
    Alle natuurlijke hulpbronnen
  • Ondernemerschap
    De organisatie van het productieproces.
  • Primair inkomen
    Inkomen waar een tegenprestatie tegenover staat
  • Productiefactoren
    de voor de productie benodigde middelen( Arbeid, Kapitaal, Natuur, Ondernemerschap).
  • Schaarste
    het beperkt beschikbaarheid van goederen of diensten in een onbeperkt aantal behoeften. 
  • Vrije goederen
    onbeperkt ter beschikking voor iedereen daardoor is er geen keuze probleem
  • Welvaart
    de mate waarin consumenten met schaarse, alternatief aanwendbaar middelen in hun behoeften kunnen voorzien.
  • Kernvraag
    Wie, Wat, Waar, Hoe, Voor wie.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Concern
Bedrijf bestaat uit een moederbedrijf met een aantal dochterbedrijven.
Integratie
een bedrijf neemt een stap van de bedrijfskolom over. Dit zorgt er voor de het product dus minder stappen na hoeft te gaan voor dat het eindproduct ontstaat.
Differentiatie
Stoot een bedrijf een fase van het productie proces af. Hier door moet het product dus meer stappen ondergaan voor dat het eindproduct ontstaat.
Specialisatie
Een bedrijf gaat activiteiten afstoten die niet rendabel zijn. De bedrijfstak word dus kleiner en meer specifiek.
Quartair sector
Dienstverlenende bedrijven dienaar winst streven
Tertiaire sector
Dienstverlenende bedrijven die naar winst streven
Secundaire sector
Grondstoffen van andere fabrikanten verwerken tot een product
Primaire sector
Bedrijven die grondstoffen onttrekken aan de natuur
Parallellisatie of branchevervaging
Als een onderneming zich ook gaat verdiepen in een andere bedrijfstak
Luxegoed
Goederen die niet indirect de consument van een levensbehoefte voorzien.
Bij een stijging van het inkomen ontstaat er een meer dan evenredige stijging.