Summary Algemene managementkennis

-
114 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Algemene managementkennis

  • 1.2 Inleiding in organisatiekunde

  • Een organisatie is een algemene aanduiding voor een .... waarin mensen met bepaalde .... een bepaald ... proberen te bereiken.
    samenwerkingsverband, middelen, doel
  • Een organisatie is......
    Een samenwerkingsverband tussen mensen die met bepaalde middelen proberen een bepaald doel te bereiken
  • Een groot deel van het werk in arbeidsorganisaties word uitgevoerd door mensen die daar een .... opleiding voor gevolgd hebben
    beroepsopleiding
  • Kenmerken van arbeidsorganisaties (mens, middelen en doelen)
    Mens: beroepsopleiding, betaald werk, formele regels
    Middelen: Functionele werkverdeling, gezagslagen
    Doelen: concrete, specifieke doelen bijv. winst maken of vergroten marktaandeel
  • In arbeidsorganisaties krijgen  mensen .... voor het leveren van hun prestaties.
    betaald
  • Wat houdt een functionele werkverdeling in?
    Er is sprake van verdeling van het werk in functies en taken. Uitsplitsing  is gebaseerd op vakkennis voor delen van het werk.
  • In arbeidsorgansiaties zijn gedragsregels en procedures schriftelijke vastgelegd en bindend verklaard. Wij noemen deze regels?
    formele regels
  • Hoe ontstaan gezagslagen?
    Een aantal mensen heeft tot taak het werk van anderen te coördineren, daarvoor hebben zij bevoegdheden om anderen opdrachten te geven.
  • Als er sprake is van verdeling van het werk in functie en taken spreken wij over <antwoord>
    functionele werkverdeling
  • Wat is een organisatie?
    Dit is de algemene aanduiding voor een samenwerkingsverband waarin mensen met bepaalde middelen proberen een bepaald doel te bereiken.
  • Hoe ontstaan gezagslagen?
    Medewerkers die het werk van anderen moeten coördineren krijgen de bevoegdheid om anderen opdrachten te geven. Zo onstaan gezagslagen.
  • Wat is een bedrijf?
    Een organisatie die goederen of diensten voortbrengt.  Te vinden in zowel de profit als de non-profitsector.
  • Arbeidsorganisaties kennen concrete en specifieke ..... Noem 2 voorbeelden van specifieke doelen?
    specifieke doelen. Voorbeelden: winst maken of marktaandeel vergroten.
  • Wat is een onderneming?
    Een zelfstandige arbeidsorganisatie die erop gericht is om winst te maken. Kan uit meer bedrijven bestaan.
  • Welke stelling is correct?

    1. Elke bedrijf of onderneming is een organisatie
    2. Elke organisatie is een bedrijf of onderneming
    1. correct.
    2. incorrect.

    Elke bedrijf of onderneming is een organisatie.  Niet elke organisatie is een bedrijf of onderneming. Ook een instelling is een organisatie. Een instelling is een organsatie die we vooral tegenkomen in de non profit sector (maatschappelijke dienstverlening onderwijsinstellingen en ziekenhuizen)  
  • Wat is een instelling?
    De benaming voor een arbeidsorganisatie die veel voorkomt in de non-profitsector. Bijv. ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en instellingen voor maatschappelijke dienstverlening.
  • Een bedrijf is een organisatie die g... of .d...voortbrengt.
    Goederen of diensten
  • Wat is het doel van een profitorganisatie?
    Het doel is het maken van winst. Enerzijds de beloning voor de eigenaar(en), anderzijds voor het doen van investeringen en de opvang van financiële tegenvallers.
  • Welke stelling is correct.

    1. We vinden bedrijven alleen in de profit sector.
    2. De term bedrijf wordt veel gebruikt voor technische organisaties.
    1. incorrect. bedrijven vinden we zowel in de profit als non profit sector
    2 correct. De term bedrijf wordt veel gebruikt voor technische organisaties

    Profitsector (schildersbedrijf, grootwinkelbedrijf, installatiebedrijf)
    Non-profitsector: (Gemeentelijke vervoersbedrijf, energiebedrijf)
  • Wat is het doel van een non-profitorganisatie?
    Levert diensten in het algemeen maatschappelijk belang, het gaat niet zozeer om winst. Bijv. ziekenhuizen, musea, bibliotheken, politie, gemeentehuizen, basisscholen.
  • Welke stelling is correct

    1. Een onderneming kan alleen uit een (1) bedrijf bestaan
    2. Een onderneming is  een grote zelfstandige organisatie die om te
         overleven winst moet maken.
    3. De term onderneming gebruiken wij vooral vanuit de de financiele
        invalshoek
    1. incorrect. 
    2. correct. 
    3. correct. 

    Een onderneming kan uit een of meerder bedrijven bestaan. 
    Een onderneming is grote zelfstandige organisatie die om te overleven winst moet maken. De term onderneming gebruiken we vooral vanuit de financiele invalshoek.
  • Wanneer spreken we van privatisering?
    De overheid stoot non-profitorganisaties af, die dan op eigen kracht moeten gaan functioneren en daardoor commerciëler en klantgerichter moeten gaan werken. Overheidsbemoeienis en subsidiëring verdwijnt dan geheel.
  • Welke organisatie komen we veel tegen in de non-profit sector?
    Een instelling is een organisatie die we vooral tegenkomen in de non profit sector (maatschappelijke dienstverlening onderwijsinstellingen en ziekenhuizen)  
  • Welke 4 sectoren worden gehanteerd bij indeling van arbeidsorganisaties naar aard en wijze van productie.
    Primaire, secundaire, tertiaire en quartaire sector.
  • Arbeidsorganisaties kunnen worden ingedeeld in ..... en .... organisaties
    Arbeidsorganisaties kunnen worden ingedeeld in ..... en .... organisaties
  • Waarop is de primaire sector gericht en welke bedrijven en ondernemingen vinden we in deze sector?
    Deze sector brengt natuurproducten voort, landbouw, veeteelt, tuinbouw, visserij en mijnbouw.
  • In een profit organisatie Is winst nodig voor i.... en opvang van f.... tegenvalers.
    In een profit organisatie is winst nodig voor investeringen en opvang van financiele  tegenvalers. 
  • Waarop is de secundaire sector gericht en welke bedrijven en ondernemingen vinden we in deze sector?
    Gericht op verwerking van natuurproducten, industriële bedrijven die grondstoffen technisch omvormen tot producten; metaalindustrie, levensmiddelenindustrie en chemische industrie.
  • Waarop is de tertiaire sector gericht en welke bedrijven en ondernemingen vinden we in deze sector?
    Gericht op persoonlijke en zakelijke dienstverlening, ook wel commerciële diensten; detailhandel, garagebedrijven, transportbedrijven, adviesbureaus en advocatenkantoren.
  • Waarop is de quartaire sector gericht en welke bedrijven en ondernemingen vinden we in deze sector?
    Gericht op dienstverlening, door (semi)overheid op non-profitbasis; gezondheidszorg, onderwijs, ministeries, politie en gemeentelijke en provinciale overheden.
  • Wat zijn kartels? Noem enkele voorbeelden.
    Afspraken tussen bedrijven in een bedrijfstak, die erop gericht zijn de onderlinge concurrentie enigszins te beperken. Bijv. prijskartel, hoeveelheidskartel, conditiekartel.
  • Waarom is kartelvorming niet toegestaan?
    Het staat gezonde concurrentie in de weg, waardoor prijzen kunstmatig hoog worden gehouden. De overheid houdt dit scherp in de gaten (Nma en EU).
  • Wat zijn de voordelen van samenwerking in een samenwerkingsvorm tussen organisaties?
    Vaak efficiënter om activiteiten in groter verband te verrichten bijv. gezamenlijke, centrale inkoop is goedkoper (inkoopcombinatie).
  • Noem 5 samenwerkingsvormen.
    Samenwerkingsovereenkomst
    Joint venture
    Holding of concern
    Business units
    Franchising
    Fusie    
    Strategische allianties
    Co-makership
    Leasing
  • Geef de definitie van een samenwerkingsovereenkomst en noem 2 voorbeelden.
    Hierbij spreken 2 of meer rechtspersonen af om op een bepaald gebied samen te werken. Bijv. kartelovereenkomsten (elkaar binnen een bepaald gebied niet beconcurreren)  en in- en verkoopcombinaties. De 1e is wettelijk niet toegestaan). Komen voor in alle sectoren.
  • Wat is een Joint venture?
    Dit is een samenwerkingsvorm waarbij 2 of meer rechtspersonen op bepaalde gebieden samenwerken (bedrijven bundelen hun krachten bijv. bij grote, ingewikkelde projecten of een gezamenlijk transportbedrijf) en daartoe een nieuwe organisatie (vaak BV of NV)  in het leven roepen. Ieder brengt daarbij kennis en (financiële) middelen in. Komt vaak voor in profitsector.
  • Wat is een Holding of Concern?
    Bij een concern (zeer grote onderneming) zijn bevoegdheden en zeggenschap gecentraliseerd in een overkoepelende organisatie, de Holding. Het kan gaan om veel of weinig bevoegdheden, afhankelijk van de afspraken tussen de deelnemers. Meestal zijn beleidsbepalende organisatiedelen in het centrale orgaan ondergebracht. De fuserende partijen functioneren vaak relatief zelfstandig als werkmaatschappijen.
  • Hoe ontstaan Business units?
    Deze ontstaan door opdeling van een grote organisatie in kleinere eenheden (units). Een business unit functioneert tamelijk zelfstandig, met eigen specialisten en stafdiensten en heeft zijn eigen research- en marketingafdeling. Bijv. producent elektronische apparatuur kan business units indelen op productsoort zoals geluidsdragers, huishoudelijke apparaten, gloeilampen.
  • Wat is Franchising?
    Komt veel voor in detailhandel. De franchisenemers (winkeliers) maken tegen betaling gebruik van de naam en faciliteiten van het moederbedrijf (franchisegever). Gezamenlijk izjn o.a. merknaam, reputatie, marketing, reclame, inkoop en distributie.
  • Definieer Fusie.
    2 of meer rechtspersonen gaan geheel op in een nieuwe organisatie. Komt voor in alle sectoren. De nieuwe organisatie gaat verder onder een overkoepelende leiding en heeft een gezamenlijke balans en resultatenrekening. Varianten:
    1. Samensmelting: oorspronkelijke bedrijven worden opgeheven en alle bezittingen, schulden, orders, afnemers en personeel gaan over naar een nieuw bedrijf. 
    2. Overname: een bedrijf neemt een ander bedrijf over; overgenomen bedrijf verliest zijn eigen identiteit, vaak zijn bij overname financiële redenen van belang.
    3. Holding
  • Wat is een strategische alliantie?
    Een bedrijf neemt voor een bepaald bedrag deel in het risicodragend vermogen van een ander bedrijf in dezelfde branche; vaak gebeurt dat wederzijds. Verder proberen zij op zoveel mogelijk terreinen samen te werken en tot gebruik van elkaars capaciteiten te komen. Belangrijkste voordeel: schaalvoordelen, minder duur dan fusie, geen moeizaam integratieproces van twee bedrijven.
  • Wat is Co-makership?
    2 bedrijven sluiten een overeenkomst waarbij het ene bedrijf voor het andere bedrijf een deel van het productieproces overneemt. Co-maker is meestal gespecialiseerd (voordeel: beter en goedkoper) in de ontwikkeling en productie van bepaalde onderdelen, die het ontvangende bedrijf bij montage in het product verwerkt.
  • Wat is leasing voor een samenwerkingsvorm?
    Om niet te investeren worden door een organisatie voor een (on)bepaalde tijd kapitaalgoederen (duurzame productiemiddelen zoals auto's en machines) gehuurd. 2 soorten:
    1. Operationele lease
    2. Financiële lease, hierbij gaat het eigendom over naar de huurder
    Voordeel: de organisatie hoeft geen geld te investeren. Ook zorgt het leasebedrijf voor onderhoud en reparatie.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.