Summary Als opvoeden niet vanzelf gaat : orthopedagogiek in de praktijk

-
ISBN-10 9006978000 ISBN-13 9789006978001
359 Flashcards & Notes
33 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Als opvoeden niet vanzelf gaat : orthopedagogiek in de praktijk". The author(s) of the book is/are Liesbeth van Hoof, Marleen de Vries Mondeljaa Stephan Maaskant. The ISBN of the book is 9789006978001 or 9006978000. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Als opvoeden niet vanzelf gaat : orthopedagogiek in de praktijk

  • 3.3 Theorie en praktijk

  • Wat is de dubbele gerichtheid van de pedagogische wetenschap?
    De dubbele gerichtheid houdt in dat er het belang is voor het ontwikkelen van theorieën om verschijnsels te verklaren en anderzijds het helpen te voorkomen en oplossen van opvoedingsproblemen.
  • Wat zorgt voor een kloof tussen praktijk gerichte wetenschap en " echte" wetenschap?
    In de praktijk gaat het om het individu, bij de theorie om generalisatie. Bij wetenschappelijk onderzoek worden storende invloeden vermeden, dit kan in de praktijk niet.
  • Wat is het gevolg van de professionalisering?
    De praktijktheorie heeft een grotere rol gekregen. Dit had in dat het handelen van de professionals door hen wordt verantwoord.
  • Dat zijn veel voorkomende fouten die ontstaan doordat de empirische cyclus niet volledig wordt doorlopen?
    inductie:  wat een paar keer heeft gewerkt zien als algemeen toepasbaar
    deductie:    uitgaan van theorie zonder te kijken of het past bij het individu.
  • 3.4 De orthopedagogische theorie van Kok

  • Hoe wordt de theorie van Kok gezien?
    Als de meest uitgewerkte omschrijving voor algemene orthopedagogiek.
  • Waarop heeft Kok de grootste invloed gehad?
    Het terugbrengen van de behandeling van kinderen met ontwikkelingsproblemen en-stoornissen naar het terrein van de opvoeding.
  • Bij welke stroming hoort de theorie van Kok?
    Bij de geesteswetenschappelijke stroming.
  • 3.4.1 De orthopedagogiesche vraagstellen

  • Wat laat een kind met zijn gedrag zien?
    Wat hem bezig houd en wat hij nodig heeft in de opvoeding.
  • Wat verstaat Kok onder de orthopedagogische vraagstelling?
    een theoretisch Concept waarin wordt uitgedrukt, dat specifiek opvoeden het beantwoorden is van een vraagstelling om over accentueringen in het opvoedproces, en wel zó, dat dit (weer) optimaal wordt, zodat een kind zijn eigenheid kan ontplooien.
  • 3.4.2 Het opvoedingsproces

  • Uit het samenspel van welke drie aspecten bestaat de ontwikkeling van een kind?
    afen kennen enfectief aspect:     het gevoel hebben van erbij horen, zodat je fouten durft te maken.
    Cognitief aspect:        het leren kennen en begrijpen van de wereld, het zien van structuren
  • 3.4.3 Ontwikkelingsaspecten

  • Wat wordt er bedoeld met het affectieve aspect?
    De relatie met anderen.
  • Wat wordt er bedoeld met het cognitieve aspect?
    In hoeverre het kind in staat is om de structuren van hun leefwereld te analyseren en hier flexibel mee om te gaan
  • Wat vragen kinderen met problemen op het cognitieve aspect?
    Steun bij het structuren en/of bij het variëren.
  • Wat wordt bedoeld met het conatieve aspect?
    De ontplooiing van de eigenheid van een kind. Het zijn van een individu en groepslid.
  • Welke vraagstellingstypen zijn er in het Vraagstelling Ordenend Systeem?
    1. relationele ruimte bieden.
    2. relationele ruimte laten.
    3. Structureren
    4. variëren
    5. profileren
    6. harmoniëren
  • 3.4.4 Opvoedingsaspecten

  • Wat is het verschil tussen gewoon opvoeden en specifiek opvoeden?
    Bij specifiek opvoeden is er sprake van overaccentuering. Zonder dat het kind er zich bewust van is, heeft de opvoedingssituatie een specifieke inkleuring.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe moeten jongeren met suïcidale gedachten worden benaderd?
Een open en betrokken houding, observeren en gerichte vragen stellen. 

Tweedegraadsstrategie: cognitieve gedragstherapie.
Risicofactoren voor jongeren met suïcidaal gedrag
  • Brugklas/ middelbare school
  • Psychiatrische stoornis: negatief zelfbeeld, angst- en stemmingsstoornissen
  • Middelenmisbruik
  • Problemen met sexuele geaardheid
  • Gewicht, liefdesrelatie, mishandeling, echtscheiding, overlijden, ongeluk....
Wat zijn de gevolgen van een eetstoornis?
  • Hormonale veranderingen: uitblijven van menstruatie en baardgroei, botontkalking, groeiproblemen. 
  • Lichamelijke klachten: koud, duizelig, moe, slokdarm-, maag- en darmproblemen. Jongeren met boulimia hebben meer kans op hartritmestoornissen en op vroeg overlijden. 
Welke risicofactoren zijn er te noemen voor een eetstoornis?
  • Erfelijke facoren
  • Persoonlijke factoren: perfectionisme, angstig, negatief zelfbeeld. 
  • Culturele achtergrond: in landen waar geen slankheidsideaal is lijken eetstoornissen niet te bestaan.
Welke 3 vormen eetstoornissen kent DSM-IV?
  1. Anorexia nervosa: Hiervan zijn 2 types te onderscheiden: het purgerende/eetbuien type (eten en vervolgens braken of laxeermiddelen gebruiken) en het beperkende type (minder of niet eten, veel bewegen). 
  2. Boulimia nervosa: Veel eten en vervolgens braken of laxeermiddelen gebruiken of sporten). Vanaf 18e jaar. Men blijft meestal op gewicht.
  3. Eetstoornis Niet Anderszins Omschreven: w.o. boulimia, echter zonder het eten te compenseren, boulimia met minder langdurige vreetbuien, anorexia zonder extreem overgewicht en een nog regelmatige menstruatie.
Wat is het verschil tussen een eetprobleem en een eetstoornis?
Een eetprobleem komt voort uit lichamelijke problemen, uit protest tegen ouders  of niet goed weten wat goed voor je is. 

Een eetstoornis gaat om controle en angst. Eten overheerst het dagelijks leven.
Welke beschermende factoren spelen bij middelenmisbruik?
Goede band met ouders, die ook zelf niet drinken of roken.Verder een goede intelligentie, zelfvertrouwen.

Verder preventie en evt. belonen voor niet-gebruiken. 

Tweedegraads: cognitieve gedragstherapie, door verslavingszorg.
Welke risicofactoren spelen er bij middelenmisbruik?
  • Erfelijke aanleg en/of een andere psychiatrische stoornis, zoals angst- en stemmingsstoornissen, ADHD, taal- of leerstoornissen....
  • Temperament: vaak zijn het sensatiezoekende kinderen
  • Persoonlijke  omstandigheden: lage sociaal-economische status, geringe opleiding (vooral bij alcoholmisbruik)
Welke behandeling is er voor kinderen met een bipolaire stoornis?
Psycho-educatie: een regelmatig en stabiel leven is erg belangrijk.Soms worden er medicijnen voorgeschreven (anti-depressiva of anti-psychotica) en als het erg heftig is, kan het kind buiten het gezin behandeld moeten worden.
 Welke kenmerken gelden er volgens DMS-IV voor jongeren met een manische episode?
  • Ze hebben last van wanen/hallucinaties (heeft geen goed beeld meer van de realiteit)
  • Ze hoeven niet veel te slapen
  • Ze willen/moeten veel praten
  • Ze zijn snel afgeleid
  • Ze zijn actiever dan normaal
  • Ze houden zich bezig met zaken met een grote kans op pijnlijke of schadelijke gevolgen (koopwoede of gebruiken van grote hoeveelheden drugs of alcohol)