Summary Als opvoeden niet vanzelf gaat : orthopedagogiek in de praktijk

-
ISBN-10 9006978000 ISBN-13 9789006978001
359 Flashcards & Notes
33 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Als opvoeden niet vanzelf gaat : orthopedagogiek in de praktijk". The author(s) of the book is/are Liesbeth van Hoof, Marleen de Vries Mondeljaa Stephan Maaskant. The ISBN of the book is 9789006978001 or 9006978000. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Als opvoeden niet vanzelf gaat : orthopedagogiek in de praktijk

  • 1 Wat is orthopedagogiek?

  • Wat is de definitie van orthopedagogiek?

    Orthopedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt bijzondere of specifieke opvoeding en het in zijn ontwikkeling belemmerende kind. 

  • Regulatieve cyclus bestaat uit 7 dingen

    1. Probleemstelling ; definitie probleem, hulpvraag stellen.

    2. Reflexieve pauze ; oorzaak - gevolg.

    3. Diagnose ; definitie hoofdprobleem.

    4. Plan maken ; lange en korte termijn doelen formuleren.

    5. Reflexieve pauze ; werkdoelen met middelen formuleren.

    6. Ingreep ; plan uitvoeren.

    7. Evaluatie ; vooruitgang evalueren.

  • Wat zijn de opvattingen van J.F.W. Kok over opvoeden?
    - Kok spreekt van een groeiend kindperspectief bij een afnemend opvoedersperspectief. Er vindt een verschuiving plaats naar meer verantwoordelijkheid voor het kind en daarmee gaat opvoeden naarmate het kind ouder wordt, langzaamaan over in (be)geleiding. 
    - Opvoeden is een 'samen op weg zijn, zonder het waarheen te kennen'. Hij heeft het niet over het doel van opvoeden, maar over perspectief. 
    - Mensen worden geboren met een startpakket als bagage met ontwikkelingsmogelijkheden die tot uiting komen in interactie met de omgeving. Ontwikkelen van eigenheid. 


  • Wat is handelingsverlegenheid?
    Wanneer een ouder niet meer weet hoe het moe handelen.
  • Wat is orthopedaggiek
    Is de wetenschap die zich bezighoudt wanneer opvoeden niet vanzelf gaat
  • Waarom is de orthopedagogiek gericht?

    Gericht op problemen in de opvoeding en in het onderwijs, met kinderen en 

    volwassenen met verstandelijke, zintuiglijke en motorische beperkingen, met 

    psychiatrische stoornissen en gedragsproblemen.

  • 4 vormen van hechting

    a. angstig / vermijdend. laat opvoeder los, te exploratief.

    b. veilige hechting.

    c. ambivalent - angstig / afwerend. moeite met moeder loslaten. claimen, dit niet aankunnen en afweren.

    d. gedesorganiseerd. vreemde manier van reageren, is doelloos en angstig bij opvoeder.

     

  • Wat moeten ouders beheersen in de opvoeding?
    - Ouders moeten sensitief en responsief zijn. Wanneer ouders dit doen gaat het proces van het ontwikkelen van eigenheid van het kind beter. 
  • Met welk werkgebied heeft de orthopedagogiek voornamelijk te maken?

    Overlap met ontwikkelingspsychologie en kinder- en jeugdpsychiatrie

  • Triade autisme volgens DSM-IV

    Communicatie ; stoornissen in sociale contacten.

    Taal ; stoornissen in verbale en non-verbale communicatie.

    Motorische onrust ; beperkte, herhalende stereotype patronen.

  • Wat is het intentionele ofwel doelgerichte karakter van de opvoeding?
    Binnen het functionele proces biedt de opvoeder ook doelgericht invloed uit. Hij wil het kind iets leren, hem iets duidelijk maken of iets laren ervaren. 
  • Wat is de reden dat het aantal jongeren in de hulpverlening groeit?

    (Smeets)
    Jeugdtoleratieniveau: men kan weinig hebben van de jeugd
    Psychologisering: Opvoedingsproblemen wordt gemakkelijker contact gelegd met hulpverlening. stempel op het kind. 
    Criminalisering: problematisch gedrag wordt steeds vaker gezien als crimineel gedrag wat vervolging nodig heeft. 

  • Je hebt een verstandelijke beperking als je IQ lager is dan
    70
  • Welke ontwikkelingen/ moeilijkheden komen er vaker voor bij bureau Jeugdzorg? Uitgezocht door commissie Heijnen?

    Multiproblematiek 

    Medicalisering

    Onvoldoende eerstelijnszorg

    Perverse prikkels 

     

  • transactioneel model bestaat uit 3 kenmerken en gaat om

    kind kenmerken

    ouder kenmerken

    omgeving kenmerken

    het gaat om de beïnvloeding van de een op de ander

  • Op welke competenties is de maatschappij & het onderwijs gericht en wat is hier de tegenhanger van?

    Gericht op: zelfstandigheid, samenwerken, plannen. 
    Empowerment is de tegenhanger. - Krachten worden benadrukt. 

  • Angst heeft 3 verschijnselen

    motorisch verschijnsel - trillen

    fysiologisch verschijnsel - verhoogde hartslag

    cognitief verschijnsel - controle verlies, niet meer logisch kunnen nadenken

  • Wie benadrukt de opvoedingsimpasse en wat houdt dat in?

     

    Meneer Sleutel. De opvoeder vind dat hij of zij niet geslaagd is in de opvoeding van het kind. Ze weten niet meer wat ze moeten doen en zijn vaak al te laat om aan de bel te trekken voor opvoedingshulp. 

  • 8 soorten angststoornissen

    separatie angst ; angst om gescheiden te zijn van opvoeder.

    gegeneraliseerde angst ; angst voor alledaagse dingen.

    specifieke fobie ; angst voor een specifiek iets - angstaanvallen.

    sociale fobie ; angst voor hoe andere mensen over je denken.

    paniek stoornis ; met of zonder aanleiding, angst voor komende aanval.

    OCD ; obsessieve gedachten en gedwongen handelingen.

    post traumatische stress stoornis ; verhoogde gevoeligheid na trauma.

    agora angst ; angst voor open ruimtes en verlaten vertrouwde omgeving.

  • Welke definitie heeft de Ruijter bedacht over de orthopedagogiek?

     

    de wetenschap over en ten bate van de 

    hulpverlening aan betrokkenen van een stagnerende 

    opvoeding.

  • 4 soorten leerstoornissen

    leesstoornis ; dyslexie

    rekenstoornis ; dyscalculie

    schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid stoornis ; gedachten niet kunnen schrijven

    leerstoornis NAO ; voldoet niet aan alle criteria van boven.

  • Welke definitie heeft Ter Horst bedacht over de orthopedagogiek?

    orthopedagogiek richt zich op de 

    problematische opvoedingssituatie, waarin men streeft naar 

    „herstel van het gewone leven‟

     Speciale vraagstelling van kind

     Betekenisgeving van gedrag kind door opvoeder

     Handelingsverlegenheid van opvoeder

  • Dordts Strategisch Model bestaat uit 6 aspecten

    sociaal aspect ; cultuur, school, werk, familie

    gezinssysteem aspect ; interactie binnen gezin, huwelijksproblemen e.d.

    gedragsmatig en cognitief aspect ; problemen of stoornissen op cognitief, gedragsmatig en emotioneel gebied. liegen/stelen

    psychodynamisch aspect ; bepaalde driften&verlangens, kan deze niet uiten door verbod. Freud

    ontwikkelings- en persoonlijkheids aspect ; karakter, temperament, identiteit

    biologische aspect ; het ligt aan je lichaam en wat erin zit. kan alleen beantwoordt worden met medisch dossier

  • Welke definitie heeft Smeets bedacht voor de Orthopedagogiek?

    benadrukt dat het gaat om een 

    opvoedingsimpasse en niet om alledaagse of kleine 

    problemen en stagnaties. 

  • Assen van KOK

    Affectieve as ; r is geen relatie - R is sterke relatie.

    Cognitieve as ; S is structuur aanbieden - V is variatie bieden.

    Conatieve as ; Z is zelfstandig - H is samen doen.

  • Welke definitie heeft Rispens bedacht over de orthopedagogiek?

    de wetenschap die zich in onderzoek en 

    theorievorming richt op de beschrijving van de aard en de 

    achtergronden van het ontstaan van opvoedings-, 

    ontwikkelings- en schoolproblemen bij kinderen en jeugdigen, 

    met het oog op onderkenning, behandeling en preventie

  • Eerstegraads strategie vindt plaats in en bestaat uit 3 dingen

    Deze strategie vindt plaats daar waar het kind wordt opgevoed.

    Pedagogische relatie ; houding en handelen.

    Pedagogisch klimaat ; inrichting ruimte, aanwezigheid regels, dagritme, aanbod materialen, variatie in activiteiten

    De te hanteren situaties ; wat en hoe ga je aanpakken.

  • Welke definitie heeft Kok bedacht over de orthopedagogiek?

    de wetenschap van het specifiek opvoeden 

    richt zich op de manieren om het opvoedingsproces te 

    optimaliseren, door middel van het leggen van speciale 

    accenten in het leefklimaat, in de relatie opvoeder-kind en 

    het hanteren van situaties.

  • Tweedegraads strategie bestaat uit

    Therapie

    Trainingen

  • Welke drie niveaus kennen de pedagogiek en orthopedagogiek en wie heeft deze bedacht?

    Van Strien

    1. Niveau 1 denken de opvoeders, leerkrachten, SPH'ers na over opvoeding en proberen hun ideeen uit in de alledaagse opvoeding. 

    2. Als de alledaagse aanpak niet werkt komt er een deskundige, die wetenschappelijke kennis heeft en methodisch te werk gaat (SPH eventueel)

    3. Vind onderzoek plaats dat bijdraagt aan de ontwikkeling en toetsing van methoden, interventiemodellen en methodieken. 

  • Derdegraads strategie bestaat uit
    Een persoonlijke gericht behandelingsplan
  • Welke aspecten hebben te maken met dat de orthopedagogiek nog niet zijn eigen identiteit heeft vastgesteld?

    - Het is een jonge wetenschap

    - Heeft zich aanvankelijk ontwikkeld vanuit de medische wetenschap, later psychologie en maakt gebruik van diverse disciplines.

    - Het werk - onderzoek gebied is erg divers, net zoals de wetenschap. 

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe moeten jongeren met suïcidale gedachten worden benaderd?
Een open en betrokken houding, observeren en gerichte vragen stellen. 

Tweedegraadsstrategie: cognitieve gedragstherapie.
Risicofactoren voor jongeren met suïcidaal gedrag
  • Brugklas/ middelbare school
  • Psychiatrische stoornis: negatief zelfbeeld, angst- en stemmingsstoornissen
  • Middelenmisbruik
  • Problemen met sexuele geaardheid
  • Gewicht, liefdesrelatie, mishandeling, echtscheiding, overlijden, ongeluk....
Wat zijn de gevolgen van een eetstoornis?
  • Hormonale veranderingen: uitblijven van menstruatie en baardgroei, botontkalking, groeiproblemen. 
  • Lichamelijke klachten: koud, duizelig, moe, slokdarm-, maag- en darmproblemen. Jongeren met boulimia hebben meer kans op hartritmestoornissen en op vroeg overlijden. 
Welke risicofactoren zijn er te noemen voor een eetstoornis?
  • Erfelijke facoren
  • Persoonlijke factoren: perfectionisme, angstig, negatief zelfbeeld. 
  • Culturele achtergrond: in landen waar geen slankheidsideaal is lijken eetstoornissen niet te bestaan.
Welke 3 vormen eetstoornissen kent DSM-IV?
  1. Anorexia nervosa: Hiervan zijn 2 types te onderscheiden: het purgerende/eetbuien type (eten en vervolgens braken of laxeermiddelen gebruiken) en het beperkende type (minder of niet eten, veel bewegen). 
  2. Boulimia nervosa: Veel eten en vervolgens braken of laxeermiddelen gebruiken of sporten). Vanaf 18e jaar. Men blijft meestal op gewicht.
  3. Eetstoornis Niet Anderszins Omschreven: w.o. boulimia, echter zonder het eten te compenseren, boulimia met minder langdurige vreetbuien, anorexia zonder extreem overgewicht en een nog regelmatige menstruatie.
Wat is het verschil tussen een eetprobleem en een eetstoornis?
Een eetprobleem komt voort uit lichamelijke problemen, uit protest tegen ouders  of niet goed weten wat goed voor je is. 

Een eetstoornis gaat om controle en angst. Eten overheerst het dagelijks leven.
Welke beschermende factoren spelen bij middelenmisbruik?
Goede band met ouders, die ook zelf niet drinken of roken.Verder een goede intelligentie, zelfvertrouwen.

Verder preventie en evt. belonen voor niet-gebruiken. 

Tweedegraads: cognitieve gedragstherapie, door verslavingszorg.
Welke risicofactoren spelen er bij middelenmisbruik?
  • Erfelijke aanleg en/of een andere psychiatrische stoornis, zoals angst- en stemmingsstoornissen, ADHD, taal- of leerstoornissen....
  • Temperament: vaak zijn het sensatiezoekende kinderen
  • Persoonlijke  omstandigheden: lage sociaal-economische status, geringe opleiding (vooral bij alcoholmisbruik)
Welke behandeling is er voor kinderen met een bipolaire stoornis?
Psycho-educatie: een regelmatig en stabiel leven is erg belangrijk.Soms worden er medicijnen voorgeschreven (anti-depressiva of anti-psychotica) en als het erg heftig is, kan het kind buiten het gezin behandeld moeten worden.
 Welke kenmerken gelden er volgens DMS-IV voor jongeren met een manische episode?
  • Ze hebben last van wanen/hallucinaties (heeft geen goed beeld meer van de realiteit)
  • Ze hoeven niet veel te slapen
  • Ze willen/moeten veel praten
  • Ze zijn snel afgeleid
  • Ze zijn actiever dan normaal
  • Ze houden zich bezig met zaken met een grote kans op pijnlijke of schadelijke gevolgen (koopwoede of gebruiken van grote hoeveelheden drugs of alcohol)