Summary An Introduction to Child Development

-
ISBN-10 1473953014 ISBN-13 9781473953017
200 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "An Introduction to Child Development". The author(s) of the book is/are Thomas Keenan Subhadra Evans Kevin Crowley. The ISBN of the book is 9781473953017 or 1473953014. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - An Introduction to Child Development

  • 1 The Principles of developmental Psychology

  • Life-span developmental psychology: is the field of psychology wich involves the examination of both contancy and change in human behaviour across the entire life span.
    Onderzoek van zowel constantheid als veranderingen in menselijk gedrag gedurende het hele leven.
  • Werner (1957) zegt dat ontwikkeling bestaat uit 2 processen.
    1. Integratie: van eerder aangeleerd gedrag  
    2. Differentiatie:  progressief, meer onderscheid
  • Ontwikkeling
    Patronen van verandering door de tijd in de domeinen: 
    - Fysieke/biologische ontwikkeling
    - Sociale ontwikkeling
    - Emotionele ontwikkeling
    - Cognitieve ontwikkeling

    Het biologische domein: Gaat over de veranderingen in het fysieke welzijn
    Het sociale domein: Gaat over veranderingen in sociale relaties.
    Het emotionele domein: Gaat over veranderingen in emotioneel begrip en ervaringen.
    Het cognitieve domein: Gaat over veranderingen in denkprocessen.
  • Discussie in de ontwikkelingspsychologie

    Continuïteit: verandering verloopt geleidelijk. Prestaties op het ene niveau, zijn een vervolg op voorgaand niveau.
    Discontinuiteit: Verandering verloopt in duidelijk onderscheiden stappen of fasen. Gedrag en processen zijn in verschillende fasen kwalitatief verschillend.

    Stabiliteit versus Verandering

    Stabiliteit: Is ontwikkeling het best te omschrijven als stabiel? Blijft bijv. een eigenschap als verlegenheid stabiel in de loop der jaren?
    Verandering: Speelt verandering een grote rol? Zit er bijv. verandering in een eigenschap als verlegenheid?

    Rijping (maturation): Ontwikkeling als een continu proces, geleidelijk, voortbouwend op eerder verworven vermogens.
    Ervaring: Sprongsgewijze ontwikkeling.

    Nature: De nadruk ligt op het ontdekken van erfelijke eigenschappen en vermogens.
    Nurture: De nadruk ligt op invloeden van de omgeving op iemands ontwikkeling.
  • Epigenetics: is an emerging field within science that explains how environmental factors modify expression of genes.
  • 2 Theories of development

  • Psychodynamisch perspectief: benadering van ontwikkeling waarbij men ervan uitgaat dat gedrag gemotiveerd wordt door innerlijke krachten, herinneringen en conflicten waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft.
  • Waar gaat Freud vanuit?
    Onbewust gedrag en biologische drijfveren
  • Laat het plaatje zien van Freud. Wat zie je? Dit plaatje is een geintje om de theorie van Freud te benadrukken. Wat zit er in je onderbewustzijn aan gedachten.
    Volgens Freud gaat het er bij de psychoanalyse om dat het onbewuste een deel is van iemands persoonlijkheid. Je bent je hier niet van bewust.
    Freud meende dat het onbewuste verantwoordelijk is voor een groot deel van ons dagelijkse gedrag. Vroegere jeugdervaringen bepalen volgens hem voor een groot deel de persoonlijkheid van de volwassenen. We hebben allemaal driften die we in moeten perken. (Libido=geslachtsdrift en levensdrift en de doosdrift)
  • Welke fase doorloopt een kind tussen de 0-18 maanden (volgens Freud)?
    Orale fase
  • Het Id/Es zijn de aangeboren driften. Bevrediging van die driften staat 1e twee jaar centraal; bijv. honger, aandacht
    Het Ego/ich ontwikkelt zich in de eerste levensjaren , met als belangrijkste taak om op een acceptabele manier uiting te geven aan die driftmatige impulsen. Dat kan door driften te leren uit te stellen of door ze om te leren zetten in aanvaardbaar gedrag.  Hier ligt de taak van de opvoeder.
    superego/Uber-ich is het geweten en ontstaat ongeveer na het 5de levensjaar.
    Hij heeft nooit empirisch onderzoek gedaan en daarom wordt zijn theorie niet echt serieus meer genomen. Freuds introductie van het idee dat onbewuste invloeden medebepalend zijn voor ons gedrag was een monumentale mijlpaal.
    Wat wel in opleving is, is het feit dat uit recent onderzoek in Utrecht en Nijmegen (De Haan, Aarts, Dijksterhuis) blijkt dat mensen die alleen bewust redeneren, vaak slechtere keuzes maken.
    Het “onbewuste” geeft positieve of negatieve signalen door als we een beslissing moeten nemen en mensen blijken dit mee te wegen als we belangrijke keuzes maken, bijvoorbeeld bij het kopen van een huis of het kiezen van een partner.
    Freud heeft als standpunt dat levenservaringen die in de vroege kinderjaren zijn opgedaan, een belangrijke invloed hebben op het gedrag en de persoonlijkheid van een volwassene.
    Freuds introductie van het idee dat onbewuste invloeden mede bepalend zijn voor ons gedrag was een monumentale mijlpaal. We gebruiken nog steeds de term  ‘het onbewuste’ in ons dagelijks spreken. Freudiaanse verspreking: Een freudiaanse verspreking is een verspreking, die onbedoeld inzicht geeft in wat er (wellicht onbewust of ontkend) speelt in de geest van de spreker.
  • Welke fase doorloopt een kind tussen de 18-36 maanden (volgens Freud)?
    Anale fase
  • Welke fase doorloopt een kind tussen 3-6 jaar (volgens Freud)?
    Fallische fase
  • Welke fase doorloopt een kind tussen de 6-12 jaar (volgens Freud)?
    Latente fase
  • Welke fase doorloopt een kind tussen de 12- volwassenheid (volgens Freud)?
    Genitale fase
  • Wanneer ontwikkelt het superego?
    Vanaf 3 jaar
  • Wanneer ontwikkelt het Id?
    0-18 maanden
  • Wanneer ontwikkelt het ego?
    18-36 maanden
  • Wie is aanhanger/bedenker van de psychosociale theorie?
    Erikson
  • Welke crisis staat centraal tussen den 0-1 jaar (volgens Erikson)?
    Vertrouwen vs. Wantrouwen
  • Welke crisis staat centraal tussen de 1-3 jaar (volgens Erikson)?
    Autonomie vs. Schaamte en twijfel
  • Welke crisis staat centraal tussen den 3-6 jaar (volgens Erikson)?
    Initiatief vs. Schuldgevoel
  • Welke crisis staat centraal tussen den 6-11 jaar (volgens Erikson)?
    IJver vs. Minderwaardigheid
  • Welke crisis staat centraal tussen de 12-20 jaar?
    Identiteit vs. Identiteitsverwarring
  • Welke crisis staat centraal tussen den 20-40 jaar (volgens Erikson)?
    Intimiteit vs. Isolatie
  • Welke crisis staat centraal tussen den 40-60 jaar (volgens Erikson)?
    Generativiteit vs. Stagnatie
  • Welke crisis staat centraal tussen de 60+ jaar (volgens Erikson)?
    Integriteit vs. Wanhoop
  • Wie is aanhanger van de ontwikkelingstaaktheorie?
    Havinghurst
  • Welke theorie is gebaseerd op ontwikkeling door omgeving (stimulus -> respons)
    Behaviourisme
  • Volgens wie zijn bepaalde eigenschappen al aanwezig, maar is de omgeving nodig om deze tot uiting te brengen? Er zijn volgens hem kritieke periodes aanwezig waarin er een bepaalde stimuli aanwezig MOET zijn om bepaald gedrag te laten zien, als deze kritieke periode voorbij is kan het niet meer veranderen (abrupt).
    Lorenz
  • Wie zegt dat er geen kritieke maar een sensitieve periode is?
    Bornstein
  • Wat is klassieke conditionering (Pavlov)?
    Het aanleren van een verband tussen stimulus en respons
  • Wat is operante conditionering (Skinner)?
    Leren door straffen en belonen
  • Welke laag speelt een rol bij de relaties tussen de verschillende personen binnen het Bio-ecologisch model?
    Mesosysteem
  • Wie is aanhanger van de levenslooptheorie?
    Elder
  • Wat is het groter begrip van assimilatie en accomodatie?
    Adaptatie
  • Hoe oud is een kind die zich volgens Piaget bevind in de pre-operationele fase?
    2-7 jaar
  • Wanneer een kind 11 jaar of ouder is kan het kind hypothetisch deductief redeneren. In welke fase bevind het kind zich dan volgens Piaget?
    Formeel operationele fase
  • Welke factoren nam Vygotsky wel mee in tegenstelling tot Piaget?
    Culturele en sociale factoren
  • Van welke theorie is dit: imput -> verwerking -> output
    Informatieverwerkingstheorie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.