Summary Anatomie 2

-
100 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Anatomie 2

  • 4.1 bot

  • Beschrijf de algeme botopbouw

    Een lang bot is opgebouwd uit:

    - periost: beenvlies

    - diafyse = schacht

    - epifyse aan de uiteinde

       proximaal = dicht bij de oorsprong

       distaal verder van de oorsprong

    Cellen in het botweefsel:

    - osteocyten: volwassen botcellen

    - osteoclasten: afbraak bot

    - osteoblasten: opbouw van bot

    Botkapitaal is de maximale verhouding van aanmaak van bot ten opzichte van afbraak. Er is een drempel bij het botkapitaal, als men onder die drempel zich bevindt, is er een risico op fracturen. Botkapitaal wordt opgebouwd door goede voeding en beweging.

    Met de afbraak en opbouwprocessen kan men zeggen dat men om het jaar een nieuw skelet heeft

  • 4.2 botverbindingen

  • gewrichtskraakbeen = hyalijn kraakbeen

    gewrichtskapsel

    - van binnen membrana synovialis = synoviaal vlies= gewrichtsvlies produceert synovia = gewrichtssmeer

    - van buiten: membrana fibrosa= fibreus kapsel

    bijkomende versterkingen

    - ligamenten= gewrichtsbanden

  • 4.3 beenderen van het hoofd

  • Waaruit bestaat de schedel?

    De hersenschedel en aangezichtsschedel

  • Benoem de verschillende onderdelen van de hersenschedel

    het heeft een schedeldak en schedelbasis. 

    Het bestaat uit Os frontale = voorhoofdsbeen met een sinus frontale

    2 x Os pariëtale = wandbeen

    Os occipitale = achterhoofdsbeen, hier bevindt zich ook het achterhoofdsgat = foramen magnum (vormt de overgang tussen hersenstam en ruggenmerg) en zijn ook gewrichtsvlakken voor gewrichtmet de atlas.

    2 x Os temporale bevat de gehoorgang, mastoïd (processus mastoïdeus (harde knobbel achter oor). Holte staat in verbinding met middenoor en vormt een aanhechtingspunt van musculus sterno cleido mastoïdeus. Men vindt er ook het rotsbeen terug. Dit is een benig labyrint voor gehoor en evenwichtsorgaan

    Os sphenoïdale= wiggenbeen. Bevat sinus sphenoïdalis, Turks zadel (plaats voor hypofyse), voor het Turks zadel is er een goot = chiasma opticum

    Os ethmoïdale = zeefbeen bestaat uit een vertikale plaat, de neusschelpen, de sinus ethmoïdale, hier is ook de doorgang van de reukzenuwvezels

  • Beschrijf de onderdelen van de aangezichtsschedel

    2 x maxilla = bovenkaakbeen (sinus maxillaris)

    mandibula = onderkaakbeen

    2 x jukbeen 

    2 x neusbeen

    2 x traanbeen

    2 x verhemeltebeen

    ploegschaarbeen (zit onder vertikale plaat van zeefbeen)

  • 4.4 beenderen van de romp

  • Beschrijf de verschillende beenderen van de romp

    de wervelkolom bestaat uit 

    7 cervicale wervels = halswervels

    12 thoracale wervels = borstwervels

    5 lumbale wervels = lendenwervels

    5 sacrale wervels vergroeid tot sacrum

    4 a 5 coccygeale wervels vergroeid tot coccyx = staartbeen

  • Beschrijf de verschillende krommingen van de wervelzuil

    cervicale lordose

    thoracale kyfose

    lumbale lordose

    sacrale kyfose

  • Beschrijf de gemeenschappelijke bouw van wervels

    Een wervel bestaat uit een wervellichaam = corpus

    Tussen 2 wervellichamen bevindt zich een discus intervertebralis

    De wervel heeft ook een wervelboog = arcus vormt wervelgat

    alle wervelgaten boven elkaar is het wervelkanaal. Hier bevinden zich ook de foramen intervertebralis 

    Een wervel heeft ook verschillende uitsteeksels nl:

    - doornuitsteeksel = processus spinosus

    2 x dwarsuitsteeksel = processus transversus

    4 x gewrichtsuitsteeksel = processus articularis

       2 naar boven: vormen de facetgewrichten met bovenliggende wervel

       2 naar beneden: vormen de facetgewrichten met onderliggende wervel

  • beschrijf het verschil in bouw van wervels van craniaal naar caudaal

    de wervellichamen worden groter

    wervelgaten worden kleiner (ruggenmerg wordt immers dunner)

  • Beschrijf de cervicale wervels

    In de dwarsuitsteeksels zijn er openingen voor de arteria vertebralis

    De eerste cervicale wervel is de atlas C1, heeft geen wervellichaam, wel voorste en achterste wervelboog, er zijn gewrichtsvlakken voor het os occipitale = de ja-knikker

    De tweede cervicale wervel is de axis C2. Heeft vooraan een tand - dens is de neen-knikker: atlas draait met voorste wervelboog rond tand

  • Beschrijf de thoracale wervels

    Een doornuitsteeksel die naar beneden is gericht

    gewrichtsvlakken van de gewrichten met de ribben

    facetgewrichtjes in frontaal vlak: beweeglijkheid= rotatie

  • Beschrijf de lumbale wervels

    hebben facetgewrichten in sagittaal vlak, zorgt voor beweeglijkheid= flexie/ extensie

  • Beschrijf de tussenwervelschijven en ligamenten

    Ze bevatten een discus intervertebralis dat bestaat uit een annulus fibrosus (stevig fibreus kapsel), een nucleus pulposus (weke kern) en talrijke ligamenten

  • Beschrijf de beenderen van de borstkas of thorax

    12 paar ribben: costae:

    7 paar ware ribben : eigen kraakbenig verbinding met het sternum

    3 paar valse ribben: kraakbenige verbinding met het kraakbeenstuk van de onderste ware rib

    2 paar zwevende ribben: geen verbinding met het borstbeen

  • Beschrijf de bouw van de ribben

    maken gewrichtsvlakjes op de zijkanten van de wervellichamen vna de thoracale wervels

    nemen steun op de gewrichtsvlakjes van de dwarsuitsteeksels van de thoracale wervels

    zijn naar onder gericht in functie van de ademhaling

  • Beschrijf het sternum of borstbeen

    bestaat uit manubrium = handvat

    corpus = lichaam

    zwaardvormig uitsteeksel.

    De hoek tussen manubrium en corpus wordt de hoek van Louis genoemd en is een referentiepunt voor meten van centraal veneuze druk.

    Sternumpunctie voor beenmerg bij vermoeden van leukemie

    sternotomie doorsnijden van het sternum voor bijvoorbeeld open-hartoperaties

  • Beschrijf de beenderen van het bekken = pelvis

    het Os sacrum + 2 x os coxae = heupbeen

    Er is een sacro-iliacaal gewricht tussen sacrum en os ilium. Hier bevindt zich ook de bekkeningang = de afstand van promontorium (De overgang L5-S1)  tot de bovenkant van de symfyse

    Er is ook het kleine bekken waar de bekkenorganen zich in bevinden

    Ten slotte is er ook de bekkenuitgang deze bevindt zich tussen linker en rechter tuber ischiadicum

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Beschrijf de beenderen van het bekken = pelvis

het Os sacrum + 2 x os coxae = heupbeen

Er is een sacro-iliacaal gewricht tussen sacrum en os ilium. Hier bevindt zich ook de bekkeningang = de afstand van promontorium (De overgang L5-S1)  tot de bovenkant van de symfyse

Er is ook het kleine bekken waar de bekkenorganen zich in bevinden

Ten slotte is er ook de bekkenuitgang deze bevindt zich tussen linker en rechter tuber ischiadicum

Beschrijf het sternum of borstbeen

bestaat uit manubrium = handvat

corpus = lichaam

zwaardvormig uitsteeksel.

De hoek tussen manubrium en corpus wordt de hoek van Louis genoemd en is een referentiepunt voor meten van centraal veneuze druk.

Sternumpunctie voor beenmerg bij vermoeden van leukemie

sternotomie doorsnijden van het sternum voor bijvoorbeeld open-hartoperaties

Beschrijf de bouw van de ribben

maken gewrichtsvlakjes op de zijkanten van de wervellichamen vna de thoracale wervels

nemen steun op de gewrichtsvlakjes van de dwarsuitsteeksels van de thoracale wervels

zijn naar onder gericht in functie van de ademhaling

Beschrijf de beenderen van de borstkas of thorax

12 paar ribben: costae:

7 paar ware ribben : eigen kraakbenig verbinding met het sternum

3 paar valse ribben: kraakbenige verbinding met het kraakbeenstuk van de onderste ware rib

2 paar zwevende ribben: geen verbinding met het borstbeen

Beschrijf de tussenwervelschijven en ligamenten

Ze bevatten een discus intervertebralis dat bestaat uit een annulus fibrosus (stevig fibreus kapsel), een nucleus pulposus (weke kern) en talrijke ligamenten

Beschrijf de lumbale wervels

hebben facetgewrichten in sagittaal vlak, zorgt voor beweeglijkheid= flexie/ extensie

Beschrijf de thoracale wervels

Een doornuitsteeksel die naar beneden is gericht

gewrichtsvlakken van de gewrichten met de ribben

facetgewrichtjes in frontaal vlak: beweeglijkheid= rotatie

Beschrijf de cervicale wervels

In de dwarsuitsteeksels zijn er openingen voor de arteria vertebralis

De eerste cervicale wervel is de atlas C1, heeft geen wervellichaam, wel voorste en achterste wervelboog, er zijn gewrichtsvlakken voor het os occipitale = de ja-knikker

De tweede cervicale wervel is de axis C2. Heeft vooraan een tand - dens is de neen-knikker: atlas draait met voorste wervelboog rond tand

beschrijf het verschil in bouw van wervels van craniaal naar caudaal

de wervellichamen worden groter

wervelgaten worden kleiner (ruggenmerg wordt immers dunner)

Beschrijf de gemeenschappelijke bouw van wervels

Een wervel bestaat uit een wervellichaam = corpus

Tussen 2 wervellichamen bevindt zich een discus intervertebralis

De wervel heeft ook een wervelboog = arcus vormt wervelgat

alle wervelgaten boven elkaar is het wervelkanaal. Hier bevinden zich ook de foramen intervertebralis 

Een wervel heeft ook verschillende uitsteeksels nl:

- doornuitsteeksel = processus spinosus

2 x dwarsuitsteeksel = processus transversus

4 x gewrichtsuitsteeksel = processus articularis

   2 naar boven: vormen de facetgewrichten met bovenliggende wervel

   2 naar beneden: vormen de facetgewrichten met onderliggende wervel