Summary Anatomie & Fysiologie

-
ISBN-13 9789082161021
579 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Anatomie & Fysiologie". The author(s) of the book is/are H A Rothman Harmsen. The ISBN of the book is 9789082161021. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Anatomie & Fysiologie

  • 1 Bouw en functie van cellen

  • Benoem de bouw of celstructuur met alle onderdelen
    Semi-permeable celmembraan
    Voedingsstof
    Protoplasma/cytoplasma of celplasma
    Cel organellen
    Centraallichaampjes/poollichaampjes of centriolen
    Kernmembraaan
    Celkern/nucleus
    Nucleoplasma/kernplasmaChromosomen
    Chromosomen - chromatine)korrels) DNA - Gen
  • Benoem de celfunctie of levensverrichtingen van de cel
    Animale levernsverrichtingen
    • prikkelbaarheid
    • beweging

    Vegetatieve levensverrichtingen
    • stofwisseling/functionele fase
    • groei/groeifase
    • voortplanting/delingsfase
  • Omschrijf de indirecte, directe en reductiedeling
    • Bij de directe celdeling vinden de deling vh cellichaam en de celkern gelijktijdig plaats. BV bij micro-organisen: bacterien, schimmels en wieren.
    • Bij indirecte celdeling ofwel mitose, kenmerkt zic door 5 fasen.
      1. Celkernmembraan verdwijnt - 2 poollichaampjes naar uiteinden vd cel. Chromosomen als draden in de kern zichtbaar en verdubbelen zich (2 x 46 = 092 chromatidedraden.
      2. De chromosomen delen zich in de lengte, waarna de ontstane helften ieder naar een uiteinde vd celpolen toegaan. Van pool tot pool ontstaan een spoelvormige structuur, de kernspoelfiguur. Bij elke pool ligt een complete en identiek (2 x 46) chromosome van de nu verdwenen moederkern.
      3.Rond de beide chromosome verzamelingen wordt nu een kernmembraan gevormd. De kerndeling is nu voltooid.
      4. De celwand(membraan) begint zich in het madden in te snoeren tot er een splitsing tusen beide celkernen ontstaat. Er zijn nu 2 cellen ontstaan, half zo groot als de oorspronkelijke cel.
      5. Als afsluiting verdwijnen de spoeldraden en uit de chromosome worden weer chromatinekorrels gevormd. Zij vormen nu weer het chromatinenetwerk. Er zijn nu 2 cellen gevormd beide met hetzelfde aantal chromosome (46) als voor de celding en met dezelfde ergelijke eigenschappen als de oorspronkelijk cel.
    • De reductiedeling of geslachtelijke celdeling / meiose / ergelijkheid.
      Geslachtscellen ongtstaan na een special soor celdeling. Hierbij ontstaan cellen die maar de helft vh aantal chromosome bevaaten, 23 ipv 46. De celdeling vertoont veel overeenkomsten met die van de mitose behalve dus bij het rangschikken vd chromosome is er 1 verschil. Bij elk pool komt 1 set van 23 chromosome terecht, elk met het totale genetisch archief/erfelijkheid.


  • Anatomie
    Kennis vd bouw vh menselijk lichaam
  • Fysiologie
    Kennis vh functioneren vh menselijk lichaam
  • Cel (cyt)
    Opbouw, cellichaam, celkern met hun celvloeistof
  • Chromatine
    Korrels/chromosome in de celkern
  • Chromasomen
    Dragers van erfelijke eigenschappen
  • DNA
    Bevat erfelijke eigenschappen
  • Genen/Gen
    Bepaalde deeltjes DNA/ bevat erfelijke eigenschappen
  • Organellen
    Lichaampjes in het cytoplama voor aamaak van gewenste stoffen
  • Poollichaampjes/centriolen
    Onderdeel vd cel dat betrokken is bij de celdeling
  • Animale levensverrichtingen
    Functie vd cel/prikkelbaarheid en beweging
  • Vegetatieve levensverrichtingen
    Functie vd cel / stofwisseling, groei en voorplanting
  • Celdeling
    Directe, indirecte en reductiedeling / mitose en meiose
  • Celdifferentie
    Proces van verschillende bouw en functie van een cel.
  • Leerdoelen met betrekking tot cellen
    • Kennis enn begrip vd structuur en functies vd cellen die essentieel is voor het begrip vd functie van alle lichaamsorganen
    • Bouw en functie van cellen en celdeling kunnen omschrijven
  • Het zenuwstelsel
    Het verkrijgen van inzicht in bouw en functie vh zenuwstelsel in verband met het besturen van alle animale en vegetatieve levernsverrichtingen vh lichaam in het algemeen en de functie van been en voet in het bijzonder.
  • 2 Weefselsoorten

  • Leerdoelen mbt weefsels
    • Kennis en begrip verkrijgen van structuur en functie vd cellen die de bouwstenen zijn vd weefsels waaruit afzonderlijke organen - die teamen orgaansystemen vormen - zijn opgebow, zodat men het funxctioneren vh organisme als een geheel kan begrijpen.
    • De kemerken vd weefsels waaruit het licaam is opgebouwd te beschrijven, met de voornaamste eigenschappe, plaats, structuur en voornaamste funcie van iedere weefselgroep.
    • Epityheelweefsel, bind- en steunweefsel, kraakbeenweefsel, beenweefsel, spierweefsel en zenuwweefsel.
  • Wat betekent Histologie?
    De leer vd bouw en functie vd weefsels
  • Noem 4 grote groepen weefesl
    Epitheel weefsel, Bind-en steunweefsel, spierweefsel, zenuwweefsel
  • Welke lagen epitheelweefsel / dekweefsel zijn er
    • Eenlagig epitheelweefsel: 
    • Plaveiselepitheel of plaatepitheel
    • Kubisch epitheel
    • Cilindrisch epitheel
    • Trilhaar epitheel
    • Meerlagig epitheel
    • Verhoornend plaveiselepitheel
    • Niet-verhoornend plaveiselepitheel
    • Overgangsepitheel
    • Endotheel
    • Mesotheel
    • Stofafscheidend epitheel (afscheidend epitheel)
    • Klierweefsel
  • Klierweefsel wordt ingedeeld op grond van de plaats waar de klieren hun secreet (product) word afgegeven. Welke klierweefsel kan je noemen
    • Exocriene klieren
    • Eccriene klieren
    • Apocriene klieren
    • Holocriene klieren
    • Endocriene klieren
    • Endo-exocrieneklieren
  • Noem de 5 functies van dekweefsel
    1. Bedekkende functie 
    2. Afgeven van stoffen 
    3. Opname van voedingsstoffen
    4. Transport functie
    5. Zintuigfunctie
  • Epitheel weefsel
    Dekweefsel
  • Plaveisel epitheel
    Eenlagig plat dekweefsel - bv nieren en longblaasjes en bloedvaten binnenwand
  • Kubisch epitheel
    Eenlagig kubusvormig dekweefsel - afgiften van bv slijm of klierproducten. Klierbuizen van bv klieren, eierstokken en de nierkanaaltjes
  • Cilindrisch epitheel
    Eenlagig buisvormig hoog dekweefsel - bv bekleding binnenzijde vh maagdarmkanaal, dunne darm, galblaas en baarmoeder. Oppervlaktevergroting in dunne darm - darmvlokken
  • Trilhaar epitheel
    Eenlagig dekweefsel met trilharen - bv luchtwegen, eileiders en middenoor
  • Meerlagig epitheel
    Dik dekweefsel - nauwelijks passeerbaarhuid, in de neus en keelholte
  • Endotheel
    Dekweefsel aan de binnenkant - binnenbekleding in het hart en de bloedvaten
  • Stofafscheidend epitheel
    Afscheidend epitheel (zweet- en talgklieren)
  • Klieren zonder afvoerbuis
    Increten, geven hun product af aan het bloed/hormonen
  • Exocriene klieren / excretie
    Klieren met afvoerbuis
  • Eccriene klieren
    Scheiden stoffen af die in de kliercel wordt gemaakt
  • Apocriene klieren
    Scheiden stoffen af en een deel van de cel
  • Holocriene klieren/secretie
    Scheiden stoffen af waarbij de hele cel verloren gaat
  • Endocriene klieren/increten
    Hebben geen afvoerbuis, zijn hormoonklieren en geven hun afscheidingsproduct rechtstreeks vanuit de cellen aan het bloed af. bv schildklier en bijnieren
  • Endo-exocriene klieren
    Scheiden hun product af via een afvoerbuis en zonder afvoerbuis. Bv de alvleesklier en de geslachtsklieren.
  • Verhoornend Plaveisel epitheel
    Opperhuid
  • Niet-verhoornend Plaveisel epitheel
    Scheidt in mindere of meerdere mate slijm
  • Overgangsepitheel
    Elastisch - bv urinebuis is bedekt met dit epitheel
  • Mesotheel
    Bekleedt inwendige holten die met vocht gevuld zijn en geen endotheelbekleding hebben
  • Stofafscheidend epitheel
    Het scheidt stoffen in of buiten het lichaam af. Het afscheidend epitheel vormt orgaantjes die buis, zak of trosvormig zijn.
  • Klierweefsel
    Klierweefsel is op veel plaatsen in het lichaam geconcentreerd tot aparte orgaantjes, de klieren. De regulatie vd klieractiviteit vindt plaats door het zenuwstelsel of door hormonen. De indeling van klieren gebeurt op grond vd plaats waar de klieren hun secreet aan afgeven.
  • Buisvormige klieren
    Zweetklieren, darmsapklieren, maagsapklieren en nieren
  • Zak- of trosvormige klieren
    Speekselklieren, talgklieren en alvleesklier
  • Gemengde klieren
    Zowel buis- als trosvorm - de meeste klieren hebben deze vorm
  • Klieren zonder afvoerbuis
    Hormoonklieren, maag, darm, slijmvlies en longen.
  • Secretie
    Klieren met afvoerbuis - Werkstoffen afscheiden - bv spijsvertersingssappen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Corticosteroiden
Hormonen vd bijnierschors / bevatten cholesterol als kern
Thyroxine hormoon
Schildklierhormoon / invloed op de stofwisseling / hyper- en hypofunctie
Thyreotroop hormoon
Zet schildklier aan tot productie vh schilklierhormoon / hypofyse
Stresshormoon
Adrenaline / noradrenaaline / VVV-hormoon (vecht, vrees, vlucht)
Somatotropie
Stimuleert de groei vh lichaam / groeihormoon / hypofyse
Schildklier
Schilklierhormoon / thyroxine hormoon
Parathormoon
Bijschildklierhormoon / verhoogt de calcium en fosfaatspiegel in het bloed
Mineralocorticoiden
Hormonen met invloed op de water- en zouthuishouding / bijnierschort
Insuline
Alvleesklierhormoon / zorgt voor opname glucose in de cellen
Hypofyse voorkwab
Indirecte werking / glandotrope hormonen