Summary Anatomie en fysiologie van de mens

-
ISBN-10 9006925632 ISBN-13 9789006925630
1621 Flashcards & Notes
162 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Anatomie en fysiologie van de mens
  • Ludo Grégoire A Th Straaten Huygen Rogier Johannes Trompert
  • 9789006925630 or 9006925632
  • 2014

Summary - Anatomie en fysiologie van de mens

  • 1 �fundament/ terreinverkenning

  •  Wat is het verschil tussen Anatomie en Fysiologie?
    Anatomie(ontleedkunde) lichaam opengesneden en ontleed.
    Fysiologie= meten van functies van het levende lichaam (oa Bloeddruk,o2 verbruik, ademfrequentie, spierkracht, hersenactiviteit, etc.
  • 1.1 Doelstelling en plaatsbepaling

  • Kennis in inzicht in de gezonde bouw van het menselijk lichaam.
    1. Een zodanige kennis van en inzicht in de gezonde bouw en functie van het menselijk lichaam, dat je voor je eigen vakgebied in de gezondheidszorg of de sport en beweging, rekening kunt houden met de mogelijkheden en beperkingen van de menselijke lichamelijkheid
    2. Het is een steunvak; A&F  bieden een belangrijk fundament voor de specifiek beroepsgerichte competenties
  • Wat is functionele anatomie
    anatomie en fysiologie
  • In welke laag van de huid zitten geen bloedvaten?
    Epidermis
  • De bloedvaten vormen dichte vaatnetwerken, op drie niveaus. Welke drie niveaus zijn dit?
    1. Fasciale vaatnetwerk (diepste)
    2. Cutane vaatnetwerk (middelste)
    3. Subpapillaire vaatnetwerk (oppervlakkigste)
  • Tussen de drie niveaus bevinden zich capillaire verbindingen tussen de venulen en de arteriolen, de arterioleveneuze anastomosen, welke belangrijke rol hebben deze veneuze?
    Temperatuurregulatie
  • Benoem nummers 1, 2 en 3
    1. Subpapillaire vaatnetwerk 
    2. Cutane vaatnetwerk 
    3. Fasciale vaatnetwerk 
  • Het is opvallend dat de dermis rijk is aan arteriën, arteriolen, venen en venulen, maar arm aan capillairen. Wat blijkt hier gunstig uit te te zijn voor de huid?
    Warmte regulatie
  • Wat doet het menselijk lichaam als die zich in een lagere omgevingstemperatuur bevindt?
    Houd voldoende warmte vast
  • Wat doet het menselijk lichaam als die zich in een hogere omgevingstemperatuur bevindt?
    Geeft warmte af
  • Hoe heet de temperatuur binnen in het lichaam? En hoeveel graden is die gemiddeld?
    Kerntemperatuur is gemiddeld 37 graden
  • Hoe heet de temperatuur aan de buitenkant van het lichaam?
    Schiltemperatuur is gemiddeld 33 graden
  • Bij de warmte overdracht via de huid spelen vier mechanismen een belangrijke rol. 
    1. Warmte uitstraling 
    2. Warmtegeleiding 
    3. Verdamping 
    4. Luchtstroming 
  • De afgifte van warmt door het lichaam wordt nauwkeurig gereguleerd. Dit is in twee situaties nodig. Welke twee zijn dit?
    1. Verandering lichaamstemperatuur 
    2. Verandering omgevingstemperatuur
  • Wat is de functie van talgklieren?
    Houdt huid en haren vettig en soepel en gaat uitdroging tegen.
  • Het verdampen en daarmee uitscheiden van zweet wordt ..... genoemd. Als er sprake is van druppels zweet spreken we van ......
    • Perspiratie 
    • Transpiratie 
  • Functie van de huid zijn?
    • Bescherming 
    • Warmteregulatie 
    • Uitscheiding 
    • Waarneming 
    • Aanmaak van vitamine D
  • Wat doen temperatuursensoren in de hypothalamus?
    Nemen voortdurend de temperatuurschommelingen van het bloed waar.
  • 1.2 anatomie + fysiologie =functionele anatomie

  • ana (uiteen) temnein(snijden = anatomie
    meten van functies levend lichaam = fysiologie
  • Anatomie + Fysiologie = ?
    Functionele anatomie
    1. Anatomie is ontleedkunde. De anatomie houdt zich bezig met de bouw van het menselijk lichaam.
    2. Fysiologie is het meten van de functies van het levende lichaam.
  • Welke orgaanstelsels zijn er?
    • Circulatiestelsel
    • spijsverteringsstelsel
    • urinewegstelsel
    • ademhalingsstelsel
    • huid
    • hormonale stelsel
    • zenuwstelsel
    • sensorisch stelsel
    • motorisch stelsel
    • voortplantingsstelsel
  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • Inspectie =
    Het systematisch observeren van de buitenkant van het lichaam
  • Wat zijn de 7 verschillende rollen van de zorgprofessional?
    1. Zorgverlener
    2. professional en kwaliteitsbevorderaar
    3. communicator
    4. samenwerkingspartner
    5. organisator
    6. reflectieve 'EBP' professional
    7. gezondheidsbevorderaar
  • Hoe wordt de term ANATOMIE aangeduid?
    Het opensnijden en het ontleden van het lichaam.
  • Palpatie =
    met de handen en vingers het lichaamsoppervlak aftasten
  • Hoe wordt de term FYSIOLOGIE aangeduid?
    Het meten van de functies van het lichaam. Hoe werkt het? En wat is de functie?
  • Percussie =
    Kloppen
  • Noem 3 voorbeelden van fysiologische gegevens
    Bloeddruk, zuurstofgebruik, ademfrequentie.
  • Auscultatie=
    Luisteren
  • Hoe wordt anatomie aangeduid?
    Het opensnijden en ontleden van het lichaam.
  • Hoe wordt fysiologie aangeduid?
    Het meten van de functies van het lichaam. Hoe werkt het? Wat is de functie?
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • anatomie en fysiologie van de mens
  • gregoire
  • or

Summary - anatomie en fysiologie van de mens

  • 1 terreinverkenning

  • waarmee houdt anatomie zich bezig?
    met de bouw van het menselijk lichaam. 
  • Test?
    Test
  • Waarmee houdt fysiologie zich bezig?
    Met het onderzoek naar de functies van delen van het menselijk lichaam. 
  • wat betekent het begrip; functionele anatomie?
    combinatie van anatomie en fysiologie. Het behandeld  de bouw van het menselijk lichaam in directe relatie met de lichaamsfuncties . 
  • wat is inspectie?
    Hierbij observeer je systematisch de buitenkant van het lichaam 
  • wat is palpatie?
    hierbij tast je met de vingers het lichaamsoppervlak op zo'n manier af dat je iets te weten komt over dieper gelegen structuren.
  • Wat wordt er tijdens een laboratoriumonderzoek gedaan?
    hierbij worden vloeistoffen, zoals bloed, speeksel, of urine en weefsels onderzocht. 
  • 5 Topografie

  • wat is de anatomische houding?
    - persoon staat rechtop
    - het persoon houdt het hoofd rechtop
    - houdt de armen naast het lichaam gestrekt 
    - met de handpalmen naar voren gekeerd
    - de voeten zijn iets gespreid
  • frontaal vlak
    Loopt evenwijdig aan het voorhoofd. Het maakt een frontale snede waardoor het lichaam in voor en achter wordt verdeeld.

  • Transversaal vlak
    Loopt evenwijdig aan het vloeroppervlak en verdeelt het lichaam in onder en boven. Het maakt een transversale doorsnede (dwarsdoorsnede) van het lichaam.
  • saggitaal vlak
    verdeelt het lichaam in rechts en links. Het maakt een saggitale doorsnede door neus en navel en verdeelt het lichaam in precies 2 delen. 

    Medio-sagittale vlak = mediaanvlak 
  • lumen
    holte van een buisvormig orgaan, zoals bloedvaten en lymfen. 
  • wat is een longitudinale doorsnede
    lengtedoorsnede van een buisvormig structuur
  • ventraal
    buikzijde
  • dorsaal
    rugzijde
  • anterior
    Voorzijde
  • Posterior
    rugzijde
  • centraal
    in het midden
  • perifeer
    aan het uiteinde
  • craniaal
    aan de kant van de schedel
  • Caudaal
    aan de kant van het staartbeen
  • superior 
    hoger, boven gelegen
  • inferior
    lager, onder gelegen
  • lateraal
    aan de zijkant
  • mediaal 
    naar het midden toe
  • proximaal
    dichtbij de romp
  • distaal
    van de romp af
  • sinister
    links
  • dexter
    rechts
  • superficialis 
    oppervlakkig
  • profundus
    diep
  • internus
    inwendig
  • externus
    uitwendig
  • bewegingsloze toestand
    Statica
  • termen waarmee bewegingen worden beschreven behoren tot de?
    dynamica
  • flexie
    buigbeweging
  • extensie
    strekbeweging
  • anteflextie
    voorwaarts bewegen van het hele been of arm.
  • retroflexie
    achterwaartse beweging van hele arm of been
  • lateroflexie
    zijwaarts beweging van hoofd of romp 
  • dorsaalflexie
    beweging van de hand en vingers of voet en tenen richting hand of voetrug
  • palmairflexie
    hand richting de handpalm bewegen
  • plantairflexie
    beweegt de voet richting voetzool
  • supinatie
    met hand of voet naar boven draaien 
  • pronatie
    met hand of voet naar buiten draaien
  • abductie
    beweging van de middellijn af
  • adductie
    beweging naar de middellijn toe. 

  • ulnairabductie
    richting de ulna bewegen (PINKZIJDE)
  • radiaalabductie
    richting de radius bewegen (duimzijde) 
  • opponeren
    duim tegenover de vingers van dezelfde hand plaatsen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • anatomie en fysiologie van de mens
  • ludo gregoire
  • or
  • 3

Summary - anatomie en fysiologie van de mens

  • 1 terreinverkenning

  • ik ben nu ralf aan het helpen met het maken van een test
  • Wat is anatomie
    anatomie beschrijft de bouw van het menselijk lichaam
  • wie is ralpf
    ced s broer
  • 1.1 doelstelling en plaatsbepaling

  • wie is ralf
    ceds broer
  • 5.1 Orgaanstelsels en hun functies

  • Wat zijn de 5 vegarieve functies van het lichaam
    Transport, voedselvoorziening, uitscheiding, gaswisseling en begrenzing
  • Een groep cellen met dezelfde vorm en functie is een weefsel. Meerdere soorten weefsels vormen een orgaan. Meerdere organen kunnen samenwerken binnen een Orgaanstelsels.
  • Wat is vegatieve integratie?
    De interne afstemming van de onderlinge vegatieve functies door het hormoonstelsel en het vegatieve zenuwstelsel.
  • De vegatieve integratie wordt verzorgd door het hormonale stelsel, de vegatieve sensoriek en het vegatieve zenuwstelsel. De animale functies zorgen voor de interactie tussen mens en de buitenwereld. Regeling hiervan gebeurt door de animale sensoriek, het animale zenuwstelsel en het motorisch stelsel.
  • 6 circulatiestelsel (C1)

  • Wat is de route van het bloed in de lichaamscirculatie?
    Linkerventrikel, aorta, slagaders,organen en weefsels, aders, holle aders, rechteratrium, rechterventrikel, en de aansluiting op de longcirculatie.
  • Wat is de route van de longcirculatie?
    Rechterventrikel, longslagader, longen, longaders, linkeratrium, linkerventrikel en de aansluiting op de lichaamscirculatie
  • Het art bestaat uit het linker en rechter atrium (boezems) en de linker en rechter ventrikels (kamers) het september verdeelt het hart in links en rechts. De anuli fibrosi cordis (bindweefselringen) liggen tussen de atria en de ventrikels .
  • Atrioventriculaire kleppen= AV kleppen=kleppen tussen atria en ventrikels. Rechts: valva tricuspidalis, links: valva bicuspidalis. Ateriele kleppen=valvulae semilunares=kleppen tussen atria en grote slagaders, rechts valva truncipulmonalis links: valva aortae.
  • De hartwand is van buiten naar binnen opgebouwd uit: pericard of hartzakje (epicard en viscerale blad) myocard (hartspier) en endocard. Het linker ventrikel wordt veel zwaarder belast dan het rechter ventrikel en heeft een drie keer dikker myocard. Het hart prikkel geleidingssysteem bestaat uit de sinusknoop, atrioventriculaire knoop ( AV knoop) , de bundel ban His en de purkinjevezels.
  • Een hartcyclus duurt 0.8 seconde. Hierin wisselen systolen en diastolen van de atria en de ventrikels elkaar af. De eerste hart toon is het dichtslaan van de AV kleppen. De tweede hartonderzoek is het dicht vallen van de atriele kleppen.
  • Wat zijn de onderdelen van het ECG.?
    P-top, PQ-segment, Q-dal, QRS-complex, ST segment, T-top.
  • De hartcirculatie (coronaire circulatie) voorziet het myocardium van zuurstof en voedingstoffen. De arteriae coronariae (kransslagaders) takken net voorbij de aortaklep van de aorta af. Onder maximale druk wordt bloed in deze slagaders gepompt.
  • Waaruit is een bloedvat opgebouwd?
    Tunica intima, binnenste laag, (endogeen weefsel) tunica media, middelste laag, (elastisch bindweefsel en spierweefsel) tunica externa, buitenste laag, (losmazig bindweefsel)
  • De arteriae bronchialis is niet hetzelfde als de arteriae pulmonalis (longslagader) de a.b. Voorziet het longweefsel van zuurstofrijk bloed en behoort tot de grote bloedsomloop. De a.p. Maakt deel uit van de kleine bloedsomloop en bevat zuurstofarm bloed.
  • Welke 4 factoren bepalen de hoogte van de arteriële bloeddruk.?
    Vullingstoestand van het bloedvat, slagvolume, elasticiteit van de vaatwand, de perifere weerstand.
  • De bloeddruk in een bloedvat is de druk die het bloed op de wand van dat bloedvat uitoefent. De hoogte van de bloeddruk hangt af van de plaats waar gemeten wordt in het bloedvaten stelsel. De arteriële druk is 120/80 mmHg, de capillaire druk is 35 mmHg, de veneuze druk is 5 tot o mmHg.
  • Welke hormonen hebben invloed op de bloeddruk?
    Antidiuretisch hormoon (adh) , aldosteron, renine, adrenaline, noradrenaline, histamine.
  • Wat is leukodiapedese?
    Het door de spleten van de capillair wand dringen en uittreden uit de bloedbaan treden van granulocyten.
  • Wat is hemopoëse? Wat is hemostase?
    Bloedcelvorming en bloedstolling
  • Waaruit bestaat bloed?
    45% bloedcellen, 55% bloedplasma, bloedcellen bestaan uit 95% erytrocyten, leukocyten en trombocyten
  • Hematrociet is het percentage erytrocyten in het bloed. Erytrocyten vervoeren zuurstof met behulp van hemoglobine, een ijzerhoudend eiwit. Erytrocyten worden continu afgebroken, lever en milt, bilirubine, afbraakproduct van hemoglobine, wordt uitgescheiden en de ijzeratomen worden hergebruikt bij de aanmaak van nieuwe erytrocyten. Leukocyten zorgen voor immuniteit. Drie groepen leukocyten zijn granulocyten, monocyten en lymfocyten. Trombocyten zijn onmisbaar bij de bloedstolling. Hemopoëse vindt plaats in het rode beenmerg voor de erytrocyten, trombocyten en leukocyten. In de lymfoïde organen voor de lymfocyten.
  • Wat zijn de fases van bloedstolling?
    Vasoconstrictie, primaire hemostase, (propvorming)' secundaire hemostase,(coagulatie) coagulatie komt tot stand door de stollingscascade, een ketting reactie waarbij plasma eiwitten zijn betrokken.bij de laatste reactie ontstaat het taaie eiwit fibrine.
  • De kristalloïd osmotische waarde KOW, en de colloïd osmotische waarde COW, bepalen samen de osmotische waarde van het bloed.
    Bloedplasma bestaat uit water, opgeloste zouten, plasma-eiwitten, bloedgassen en tijdelijk aanwezige stoffen. Belangrijke zouten in het bloedplasma zijn natrium, kalium, chloor, calcium, magnesium en waterstofcarbonaat. De zuurgraad van het bloed is 7.4. Albumine, globuline zijn plasma eiwitten.
  • Weefselvocht is bloedplasma zonder bloedcellen, trombocyten en grote plasma eiwitten. Weefselverharding ontstaat aan het begin van het capillairnetwerk waar de bloeddruk hoger is dan de osmotische waarde van het bloed. Aan het eind van het capillairnetwerk wordt het weefselvocht terug gezogen in de capillairen door de osmotische waarde die nu hoger is dan de bloeddruk. Ongeveer 15% van het weefselvocht wordt door de lymfecapillairen opgenomen .
  • Hoe zijn de lymfoïde organen opgebouwd?
    Opgebouwd uit lymfatisch weefsel en dat bestaat uit reticulair bindweefsel, lymfocyten vormend weefsel en veel lymfocyten. Lymfoïde organen zijn lymfeknopen, de waldeyerring, de peyerplaques, de thymus en de milt
  • Het lymfevaten stelsel ondersteunt de transportwerking van de bloedsomloop en regelt de immuniteit van het lichaam. Delen zijn: lymfe, lymfevaten en lymfoïde organen. Lymfe is grotendeels van de zelfde samenstelling als weefselvocht.lymfe stroomt via enkele grote lymfevaten naar het hart en komt via de linker en rechter vena subclavia terug in de bloedbaan. De aanwezigheid van ziekte verwekkers activeert het lymfatisch weefsel vervolgens tot de vorming van lymfocyten, de leukocyten die de specifieke immuniteit van het lichaam verzorgen.
  • Wat zijn de verdedigingsmechanismen van de fysieke barrière ?
    Ondoordringbaar epidermis (opperhuid )
    Zweet en talg klieren die melkzuur en vetzuur afscheidden 
    Speeksel en slijm in de mondholte, slijm en traanvocht in de neus en traanvocht in de ogen spoelen lichaamsvreemde stoffen weg.
    Maagzuurslijmvlies produceert zoutzuur daar zijn veel ziekteverwekkend niet tegen bestand.
    Urinewegen worden schoongespoeld met urine
    Zuur slijm in de vagina
    Darm en vagina flora (bacteriën )
  • Niet-specifieke immuniteit is de aangeboren afweer van het lichaam, deze immuniteit maakt gebruik van de fysieke barrière en een aantal inwendige mechanismen zoals: neutrofiele granulocyten, macrofagen, eosinofiele granulocyten, NK cellen, het complement systeem, interferon, ontsteking en febris
  • Antigenen zijn stoffen of cellen die door het afweersysteem als vreemd worden beschouwd, ze activeren B lymfocyten (humorale immuniteit) en T lymfocyten cellulaire immuniteit) geactiveerde B lymfocyten gaan snel delen en veranderen in plasmacellen. Plasmacellen maken in grote hoeveelheden immunoglobulinen gericht tegen een specifiek antigeen. Er ontstaan ook geheugen B cellen die bij een volgende infectie snel anti stoffen maken. 
    Er worden 4 typen T lymfocyten gemaakt na activatie: cytotoxische Tcel, T geheugencel, T helpercel, T suppressorcel.
  • Wat is immunisatie?
    Bij immunisatie worden er stoffen in het lichaam gebracht die het lichaam helpen met de afweer. Actieve immunisatie, verzwakte antigenen worden in het lichaam gebracht waardoor antistoffen gevormd worden en passieve immunisatie, specifieke immunoglobulinen worden in het lichaam gebracht die als antistoffen aan het werk kunnen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.