Summary Anatomie en fysiologie voor het MBO

-
ISBN-10 9043037303 ISBN-13 9789043037303
103 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Anatomie en fysiologie voor het MBO". The author(s) of the book is/are Asaf Gafni Rosanne Kruithof S J van Wonderen. The ISBN of the book is 9789043037303 or 9043037303. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Anatomie en fysiologie voor het MBO

  • 10.1.1 De cel

  • Cel
    Van wat levende wezen zijn opgebouwd. 
    De kleinste bouwstenen
  • Welke soort cellen bestaan er?
    Prokaryoten en eukaryoten
  • Celmembraan is
    Semipermeable.  Sommige stoffen kunnen makkelijk het membraan paseren.
  • De bekendste organellen van de cel
    De celkern, de mithocondriën, het endoplasmatisch reticulum, de ribosomen, het Golgi-Systeem, lymosomen
  • Fosfolipiden
    Zijn amfifiel. Waterminnende in de buitenkant en waterafstotende in de binnenzijde.
  • Wat zit er tussen de fosfolipiden?
    -cholesterolmoleculen
    -Membraaneiwitten
    -Receptoreiwitten
  • Membraaneiwitten vormen...
    Kannaltjes, sommige stoffen in de cellen worden in en uit vervoert.
  • Receptoreiwitten
    Reageren aan signaalstoffen
  • Functies van de celmembraan
    -Transport van stoffen
    -Bescherming tegen beschadiging en ziektekiemen
    -Stevigheid en onderhoud van de vorm van de cel
  • Buitenkant van de celmembraan
    Koolhydraten bevestigd aan membraaneiwitten
  • Glycoproteïnen
    Combinatie van koolhydraten en membraaneiwitten
  • Glycolipiden
    Combinatie van koolhydraten met fosfolipiden
    Vormen een laag om de cel: glycocalyx
  • Glycocalyx
    Zorgt voor bescherming van de cel. Cel wordt herkend door het afweersysteem.
  • Contactremming
    Cellen stoppem met delen wanneer glycocalyx in contact komt met andere glycocalyx.
  • Wat is de celkern
    • Bevat DNA
    • Verandwoordelijk voor het regelen van de groei en de daling  van de cel
    • Bolle vorm, neemt 10% van de cel in
  • De celkern bestaat uit
    • Kernenvolop
      • Scheid inhoud van cytoplasma
      • Door poriën kunnen sommige stoffen bewegen tussen de celkern en het cytoplasma.
  • Nucleoplasma
    • Vloeistof met chromosomen
    • Kernlichaam 
      • Organellen die de eiwitten aanmaken die nodig zijn voor de opbow van onderdelen van de cel. 
  • Andere functies van de cel
    • Opslag van DNA
    • Uitwisseling van RNA
    • Regelen welke genen tot uiting komen
    • Verdelen van genetisch materiaal tijdens de celdeling
    • Transcriptie: Copie van een stukje DNA. (rNA)
    • Aanmaak van eiwitten die nodig zijn voor de groei van de cel
    • Regelen van de stofwisseling in cellen. 
  • Wat zijn de Mitochondriën
    • Energiecentrales vd cel
  • Hoe groot zijn ze?
    Tussen 1 en 10 micromilimeters
  • Waaruit produceren mitochondriën energie?
    Uit voedingstoffen door verbranding.
  • Aerobe dissimilatie
    Energie die gemaakt wordt uit voedingstoffen door verbranding waarbij gebruik wordt gemaakt van zuurstof.
  • Het vormen van ATP in de mitochondrien
    Adeosine Disfosfaat (ADP) + P (fosfaat) + energie= ATP (adeosine trifosfaat)
    • ATP wordt in het cytoplasma weer omgezet in ADP en P.  
    • Komt energie vrij in de cel
  • Membranen van de Mitochondriën
    • Gladde buitenmembraan
    • Binnenmembraan met plooien
  • Intermembraanruimte
    Smalle gebied tussen de binnenste en buitenste membranen
  • Mitochondriale matrix
    Binnenkant van het binnenste membraan
  • Wat bevat de matrix?
    • Verschillende soorten enzymen (eiwitten)
    • Mithocondriaal DNA
    • Ribosomen (organel die eiwitten aanmaakt)
  • Andere functies van de mithochondrien
    • Assisteren bij opbouw van delen van bloed
    • hormonen zoals testosteron en oestrogeen
    • Afbreken van amoniac
    • Coordinatie van de geprogrammeerde celdood
  • Waar voorkomt het endoplasmatisch reticulum?
    Alleen in kernhoudende cellen.
  • Waar bestaat het uit?
    • Netwerk van Buisjes (tubuli) en zakjes (cisternae)
    • uit een membraan dat verbonden is met het membraan van de celkern.
  • Ruwe endoplasmatisch reticulum
    • Bezaaid met ribosomen op het buitenoppervlak van het membraan
    • Transport van eiwitten vanuit de ribosomen naar het Golgi-apparat
  • Gladde endoplasmatisch reticulum
    • Geen ribosomen in het buitenoppervlak
    • Functies verschillen per cel
    • Verwerkt productie van koolhydraten en verwerken van medicijnen en gift.
    • Het geven van calcium aan de spieren
  • Ribosomen
    Alle levende cellen hebben ribosomen.
    Ze maken eiwitten aan
  • Grote ribosomale subeenheid en Kleine ribosomale subeenheid
    • Elke subeenheid bestaat uit 60% rNA en 40% eiwitt
    • Hebben geen membraan
    • Ze zijn vrij in de cel of
    • Inde endoplasmatisch reituculum
    • Meeste eiwitten woorden buitende  cel vervoerd
  • Waar bezit zich de lysosoom?
    In het cytoplasma
  • Lysosoom
    • Bevat enzymen die zorgen voor de afbraak van stoffen in de cel (eiwitten).
  • Lysosoomembraan
    Scherming van het cytoplasma omdat de enzymen in een zuur milieu werken.
  • Endocytose
    Opnemen van stoffen van buiten de cel door ze in te sluiten in het celmembraan
  • Spoellichampjes
    Organel die zicht in het cytoplasma vlak bij de kern bevindt.
    • celedeling en regelen van opbouw van de microbuisjes.
  • Waar zijn spoellichampjes te vinden?
    Alleen in dierlijke cellen
  • Functie van het Golgi-systeem
    Sorteren en verdelen van nieuwe aangemaakte eiwitten.
  • DNA
    Vormt het genetisch materiaal van de menselijke cellen.
  • Nucleotiden
    Bouwsteen van het DNA
    • Opgebouwd uit
      • Suikergroep
      • Folsfaatgroep
      • Stikstofbase 
  • Waar licht het DNA?
    In het celkern
  • Categorien van de Stikstofbase
    • Purines
      • Adenine en guanine
    • Pyrimidinen
      • Cytosine en Thymine
  • Basenpaar
    Adenine aan thymine en Cytosine aan Guanine bindbaar
  • Informatie voor een bepaald eiwit van het DNA gekopieerd naar mRNA. MRNA verlaat de celkern en gaat naar de ribosomen
    Transcriptiefase
  • MRNA wordt in de ribosomen afgelezen door het tRNA. Verschillende tRNA moleculen koppelen aminozuren aan elkaar op basis van de codonvolgorde van het mRNA.
    Translatiefase
  • Wat doet rRNA?
    Is betrokken bij de bouw van de ribosomen zelf.  Geeft nieuwe bestanddelen en enzymen voor het ribosom
  • Verschillen tussen DNA en RNA
    • RNA bestaat uit een enkele streng van nucleotiden DNA uit dubbele streng
    • RNA bestaat uit ribose. DNA uit desoxyribose
    • RNA bevat uracil. DNA thymine
    • DNA draagt de code, RNA is een kopie van deze code. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Afbraak van grotere moleculen in kleinere moleculen. Energie komt vrij. Groei, beweging, onderhoud en reparatie van het lichaam.
Katabolisme
Opbouw van grotere moleculen uit kleinere moleculen. Belangrijk voor de groei, onderhoud en reparatie van het lichaam.
Anabolisme
Processen die zich voordoen in een levend wezen. Chemische reacties die het lichaam van voedsel en andere stoffen die binnendringen.
Metabolisme
Dissimilatie
Energie wordt opgeslagen door het lichaam als organische moleculen. Energie kan worden vrijgemaakt wanneer dat nodig is.
Process waarbij diffusie van water door een halfdoorlatende wand.
Osmose
Snelheid van de difussie wordt bepaald door verschillende factoren
Verschil in concentratie, diffusieoppervlakte, temperatuur, diffusieafstand, viscositeit
Het verplaatsen van deeltjes van een plek met hoge concentratie stof naar een plek met lage concentratie stof.
Difussie
Stoffen wordn uit de cel getransporteerd
Exocystose
Blaasjes transporteren vloeistof
Pinocytose
Blaasjes transporteren vaste stof.
Fagocytose