Summary Anatomie, fysiologie en pathologie

-
20 Flashcards & Notes
20 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Anatomie, fysiologie en pathologie

  • 1 Anatomie, fysiologie en pathologie

  • Noem het verschil tussen anatomie, fysiologie en pathologie
    Anatomie is de wetenschap die zich richt op de structuur en de organisatie van een organisme. Fysiologie richt zich op de werking van het lichaam. Pathologie richt zich op ziekteleer.
  • Waaruit bestaat het celmembraan?
    Fosfolipide en eitwitten
  • Noem het verschil tussen endocriene en exocriene klieren.
    Bij endocriene klieren wordt het klierproduct afgescheiden in het bloed, bij exocriene klieren wordt het secreet afgescheiden naar het oppervlak van waaruit de betreffende klier of kliercel is ontstaan.
  • Uit welke twee delen bestaat een fosfolipide?
    1. Een hydrofiele kop. Deze staat in contact met water en wijst naar boven
    2. Een hydrofobe staart. Deze staat niet in contact met water en wijst naar beneden
  • Welke van de onderstaande antwoorden is een voorbeeld van een trosvormige klier?

    A) Schildklier
    B) Talgklier
    C) Zweetklier
    B) Talgklier
  • Welke stof is de brandstof van de cel?
    ATP. ATP wordt geproduceerd uit de afbraak van suikers
  • Hoe wordt de celinhoud/cytoplasma ook wel genoemd?
    Intracellulaire ruimte. De ruimte buiten de cel wordt extracellulaire ruimte genoemd.
  • Welke twee soorten ER zijn er?
    1. Ruw ER. 
    2. Glad ER
  • Beschrijf het verschil tussen vegetatieve en animale functies, en geef van beide een voorbeeld.

    Vegetatieve functies zijn onwillekeurig en zorgen voor de instandhouding van een organisme. Denk aan de stofwisseling, ademhaling, uitscheiding, transport en de warmtehuishouding.

    Animale functies, de zogenoemde 'hogere' functies hebben niet als doel om direct het lichaam in stand te houden. Denk aan voortplanting, beweging, psychische processen en contact met de omgeving.
  • Wat is het golgi systeem?
    Het golgi systeem is gekoppeld aan het ER. Alle eiwitten uit het gladde ER ontvangt het golgi systeem en transporteert deze in en uit de cel
  • Hoe lang duurt een volledige celdeling/mitose?
    Dertig minuten tot twee uur
  • Wat is een lysosoom?
    Lysosoom is de opruimer van de cel. In het lysosoom zitten afbraak enzymen.
  • Men kan bij de cel twee vormen van stofwisseling onderscheiden. Welke twee vormen zijn dit?
    De opbouwstofwisseling (ook wel het anabolisme genoemd) omvat de processen die voor de opbouw en het functioneren van het lichaam dienen. Denk aan de groei en het herstel van het lichaam. De grondstoffen hiervoor zijn voornamelijk eiwitten, mineralen en water. 

    De bedrijfsstofwisseling (ook wel het katabolisme genoemd) omvat de processen om energie vrij te maken voor het eigen gebruik en functioneren van de cel. De grondstoffen voor dit proces zijn voornamelijk koolhydraten en vetten.
  • Uit welke fasen bestaat de mitose?
    1. Interfase
    2. Profase
    3. Metafase
    4. Anafase
    5. Telofase
    6. Cytokinese
  • Men onderscheidt vier grote groepen van weefsels, welke zijn dit?
    Epitheelweefsels, bindweefsels, spierweefsels en zenuwweefsels
  • Wat gebeurt er tijdens de cytokinese?
    In deze fase vormt zich het celmembraan om de twee nieuwe cellen.
  • Welke fase ontbreekt er bij de meiose 2?
    De interfase. Het DNA is al opgerolt, dus de interfase wordt bij meiose 2 overgeslagen.
  • Noem de drie belangrijkste elementen van bindweefsel.
    Grondsubstantie, vezels en cellen.
  • Meiose vindt maar bij twee cellen plaats. Welke zijn dat?
    1. Eicel 
    2. Zaadcel
  • Hoe noem je de exacte kopie van een chromosoom?
    chromatiden of ook wel zusterchromatiden
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.