Summary anatomie, fysiologie en pathologie

-
392 Flashcards & Notes
29 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • anatomie, fysiologie en pathologie
  • K Kok, J Houweling A C L M Zuiderwijk
  • or
  • 1996

Summary - anatomie, fysiologie en pathologie

  • 1 Deel A anatomie en fysiologie

  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • 1.1 Algemene inleiding

  • Wat is anatomie?

    ontleedkunde

  • Wat is anotomie
    Ontleedkunde
  • Wat is fysiologie?

    leer van normaal functioneren van het lichaam

  • Uit welke 3 onderdelen bestaat anatomie

    1. anatomie =  ontleedkunde
    2. cyto- en histologie = cel- en weefselleer
    3. embryologie = studie van de ontwikkeling voor de geboorte
  • noem de 3 aspecten van het mens zijn.

    • lichaam functioneren
    • psychische functioneren
    • sociaal functioneren
  • Wat is macroscopische anatomie

    Bestudering van het ontlede lichaam met het blote oog
  • Waardoor wordt het skelet gevormd?

    de beenderen

  • Wat is microscopische anatomie

    Bestudering van het ontlede lichaam met de microscoop
  • Wat is fysiologie

    De wetenschap die zich bezighoudt met de normale levensverrichtingen van levende organismen en hun organen
  • Geef de definitie van gezondheid (Wereldgezondheidsorganisatie (WHO))

    Een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn
  • Noem de lichaamsholten van het lichaam (4)

    1. schedelholte
    2. borstholte
    3. buikholte
    4. bekken
  • Centraal zenuwstelsel bestaat uit: (2)

    1. ruggenmerg
    2. hersenen
  • 1.2 Cellen, weefsels en organen

  • Noem de kenmerken van levende wezens.

    • stofwisseling
    • voortplanting
  • Wat zijn de kenmerken van levende wezens:

    1. stofwisseling
    2. voortplanting

     

  • Wat is de stofwisseling?

    Opname van stoffen uit en afgifte van stoffen aan de buitenwereld

  • Wat is een atoom

    Het kleinste deeltje in de natuur dat niet meer deelbaar is = element
  • Waarom is voortplanting belangrijk?

    Voor de instandhouding van de soort

  • Waaruit bestaat een atoom

    Een positief geladen kern met daaromheen een omhulsel van negatief geladen elektronen
  • Wat is een cel?

    De cel is de kleinste bouwsteen van het levend wezen

  • Wanneer vind een scheikundige reactie plaats
    Een scheikundige reactie vindt plaats tussen positief en negatief geladen atomen.
    Positief geladen atoom: weinig elektronen in het omhulsel
    Negatief geladen atoom: veel elektronen in het omhulsel
  • Wat is een weefsel?

     

    Een weefsel is een groep cellen van dezelfde soort

  • Wat is een molecuul
    Een molecuul ontstaat als 2 of meer atomen een verbinding met elkaar aangaan.
  • Wat is een orgaan?

    Een orgaan is samengesteld uit verscheidende weefsels en kan 1 of meer functies hebben

  • Noem een aantal scheikundige formules van moleculen
    Water = H2O = 2 atomen waterstof en 1 atoom zuurstof
    Keukenzout = NaCl = 1 atoom natrium en 1 atoom chloor
    Koolzuurgas = CO2 = 1 atoom koolstof en 2 atomen zuurstof
  • Wat betekent het scheikundige begrip "zuur"
    De scheikundige verbinding die in water positief geladen waterstofatomen afsplitst.
  • Wat betekent het scheikundige begrip "base"
    De scheikundige verbinding die in water positief geladen waterstofatomen bindt.
  • Wat betekent het scheikundige begrip "zout"
    Een base reageert met een zuur en vormt dan een zout en water
  • Wat is het zuur-base evenwicht
    Het evenwicht dat ontstaat als in het bloed de zuren en de basen met elkaar in evenwicht zijn. Hierdoor wordt in het bloed de zuurgraad (Ph waarde) bereikt waarbij de levensfuncties het beste verlopen.
  • Wanneer is er sprake van een neutrale oplossing
    Als de Ph waarde 7 is
  • Wanneer is er sprake van een zure oplossing
    Als de Ph waarde lager dan 7 is
  • Wanneer is er sprake van een basische oplossing
    Als de Ph waarde hoger dan 7 is
  • Wat is een cel
    Een cel is de kleinste bouwsteen van levende wezens
  • Omschrijf de bouw van een cel
    Elke cel heeft:
    1. een celwand = celmembraan => uitwisseling stoffen
    2. een celinhoud = cytoplasma => water met daarin opgelost eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen, zuurstof en mineralen
      in het cytoplasma vindt de stofwisseling van de cel plaats.
    3. in het cytoplasma bevinden zich celorganellen nodig voor de stofwisseling van de cel
    4. celkern bevat een vloeistof waarin zich kernlichaampjes en chromosomen bevinden
    5. kernwand scheidt celkern van cytoplasma
    6. chromosomen bevatten DNA en zijn de dragers van de erfelijke eigenschappen
  • Hoeveel chromosomen bevat een menselijke lichaamscel
    23 paren chromosomen
  • Het 23e chromosomen paar bepaald het geslacht van de mens = geslachtschromosomen => xx is vrouw xy is man
  • Hoe ontstaan nieuwe cellen
    Door celdeling
  • Waarvoor dient de celdeling
    groei en vervanging van oude cellen
  • Wat is een stamcel
    Een stamcel is een cel die in staat is te veranderen in een ander type cel.
  • Wat is mitose
    Kerndeling
  • Wat is meiose
    Reductiedeling = celdeling die plaatsvindt in de zaadcel en de eicel
  • Wat is een weefsel
    Een groep cellen van dezelfde soort met dezelfde functie. Bijvoorbeeld botweefsel bestaat uit botcellen.
  • Noem 4 soorten weefsel
    1. dekweefsel
    2. steunweefsel
    3. spierweefsel
    4. zenuwweefsel
  • Hoe noemen we dekweefsel ook wel
    Epitheel
  • Wat valt onder dekweefsel
    huid, slijmvliezen en klieren
  • Voorbeeld van klieren die uit de huid zijn uitgegroeid: melkklieren, zweetklieren en talgklieren
    Voorbeeld van klieren die uit slijmvlies zijn uitgegroeid: speekselklieren, maagsapklieren
  • Steunweefsel =
    Steungevend weefsel -> bindweefsel -> verleent stevigheid
  • Noem een aantal voorbeelden van steunweefsel
    bloed, vetweefsel, botweefsel, kraakbeenweefsel
  • Waar vinden we spierweefsel
    In het spierstelsel
  • Waaraan danken spieren hun stevigheid naast spierweefsel
    Bindweefsel
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Anatomie, fysiologie en pathologie
  • K Kok H Houweling A C L M Zuiderwijk Y G Van Ingen M Karels
  • 9789036812276 or 9036812275
  • 2016

Summary - Anatomie, fysiologie en pathologie

  • 1 A Algemene inleiding

  • Wat is macroscopische anatomie?
    Het bestuderen van het ontlede lichaam met het blote oog.
  • Wat is microscopische anatomie?
    Het bestuderen van het ontlede lichaam met een microscoop.
  • Wat houdt fysiologie in?
    De wetenschap die zich bezighoudt met de normale levensverrichtingen levende organismen en hun organen.
  • Wat is de definitie van gezondheid volgens het WHO?
    Een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welbevinden.
  • Wat zijn de uiterlijke verschijningsvormen van de mens?
    Skelet;
    Vetweefsel;
    Lichaamsgewicht en lichaamslengte;
    Lichaamsholten; (schedelholte, borstholte, buikholte en bekken)
    Bekleding; (huid, slijmvlies)
    Transport; (bloed)
    Prikkelgeleiding. (zintuigen)
  • 1.1 B Algemene inleiding

  • Wat is algemene pathologie?
    De studie van de fundamentele ziekteverschijnselen, waarvan de belangrijkste vormen zijn: stoornissen van algemene, functies, gezwelgroei en reactieve processen.
  • Wat is speciële pathologie?
    De studie die de ziekteverschijnselen van de afzonderlijke organen bestudeert.
  • Wat is SOLK?
    Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten; lichamelijke klachten waarvoor geen lichamelijke oorzaak kan worden gevonden.
  • Wat is een endogene factor bij het ontstaan van een ziekte?
    De factor die van binnen uit komt. Hierbij spelen constitutie en erfelijkheid een belangrijke rol. Constitutie is de gesteldheid, ofwel het totaal van duurzame eigenschappen die bepalend zijn voor een gezond lichaam. (voeding, afweer, leeftijd)
  • Wat is een exogene factor bij het ontstaan van een ziekte?
    Invloeden die van buitenaf komen. Bijvoorbeeld ongevallen, infecties en vergiftigingen.
  • Groepen ziekten naar hun oorzaak 1 Aangeboren afwijkingen;
    2 Erfelijke ziekten;
    3 Allergieën;
    4 Psychogene ziekten;
    5 Letsels;
    6 Voedingsziekten;
    7 Infectieziekten;
    8 Vergiftigingen;
    9 Degeneratieve ziekten;
    10 Auto- immuunziekten.
  • Noem de drie vormen van ziektepreventie en leg het kort uit.
    1 Primaire preventie; voorlichting en vaccinering
    2 Secundaire preventie; vroegtijdig ontdekken van ziekten
    3 Tertiaire preventie; zorg waardoor de resultaten van behandeling moeten worden behouden.
  • Wat is anamnese? Wanneer is het heteroanamnese?
    Het opnemen van de ziektegeschiedenis door de arts, verteld door de patiënt zelf. Wanneer deze informatie door iemand anders wordt verstrekt heet het heteroanamnese. Dit zijn subjectieve symptomen.
  • Wat gebeurt er na de anamnese?
    De arts doet lichamelijk onderzoek en let op de objectieve (meetbare, waarneembare) symptomen.
  • Noem de soorten aanvullend onderzoek.

    Laboratoriumonderzoek: bloed, sputum, ontlasting, urine en pus;
    Beeldvormende technieken: röntgen, CT-scan, MRI-scan, echografie, SPECT- scan;
    Elektrodenonderzoek: cardiografie, myografie en encefalografie;
    Biopsie: afname van weefsel;
    Endoscopie: het lichaam van binnen bekijken.
  • Wat gebeurt er na het aanvullende onderzoek?
    Op grond van deze uitslagen stelt de arts een diagnose vast, daarna start de therapie/behandeling.
  • Noem de soorten van behandeling.
    Conservatieve behandeling: het natuurlijke herstelvermogen zijn werk laten doen;
    Leefregels en voedingsadviezen;
    Medicijnen;
    Chirurgische behandeling;
    Bestraling: van buitenaf of van binnenuit;
    Psychotherapie;
    Paramedische behandeling;
    Alternatieve behandeling.
  • 2 A Cellen, weefsels en organen

  • Wat zijn de 2 voornaamste kenmerken van levende wezens?
    1 Stofwisseling.
    2 Voortplanting.
  • Wat is een atoom?
    Het kleinste deeltje in de natuur dat met eenvoudige scheikundige methoden niet meer deelbaar is. In de scheikunde heet dit een element, dat wordt aangeduid met een letter.
  • Waar bestaat een atoom uit?
    Een positief geladen kern en daaromheen een omhulsel van negatief geladen elektronen.
  • Wanneer is een atoom positief en negatief geladen?
    Als er te weinig elektronen in het omhulsel zitten is het positief geladen.
    Als er te veel elektronen in het omhulsel zitten is het negatief geladen.
  • Wat is een molecuul?
    Atomen van dezelfde soort die een verbinding aangaan. Bijvoorbeeld: H20.
  • Wat is een zuur?
    Een scheikundige verbinding die in water positief geladen waterstofatomen afsplitst.
  • Wat is een base?
    Een scheikundige verbinding die in water positief geladen waterstofatomen bindt.
  • In ons bloed komen zuren en basen voor. Ze zijn met elkaar in evenwicht, waardoor er een zuurgraad (PH) ontstaat. Hoe noemen we dit evenwicht?
    zuur-basen-evenwicht
  • Hoeveel chromosomen zitten er in een normale cel? En hoeveel in een geslachtscel?
    46. 23.
  • Wat is een andere benaming voor mitose?
    Kerndeling.
  • Wat is een andere benaming voor meiose?
    reductiedeling.
  • Waaruit bestaat een weefsel? En hoe zijn deze met elkaar verbonden?
    Een groep cellen van dezelfde soort en met dezelfde functie.
    Deze zijn met elkaar verbonden door een tussencelstof. Dit kan bestaan uit vezels, haarvaten en weefselvocht. Er zitten ook ruimten tussen de cellen die gevuld zijn met vloeistof: de extracellulaire vloeistof. Via deze vloeistof vindt de celstofwisseling plaats.
  • Wat is dekweefsel? (ook wel epitheel)
    Dekweefsel is overal aanwezig waar het lichaam met de buitenwereld in verbinding staat, in de vorm van huid en slijmvlies. Ook de klieren behoren tot het epitheel. (denk hierbij aan melkklieren en zweetklieren)
  • Wat is steunweefsel?
    Steunweefsel is bindweefsel voor in bijna elk orgaan. Het verleent stevigheid.
  • Wat is spierweefsel?
    Komt vooral in het spierstelsel voor. De stevigheid van de spieren komt niet alleen door het spierweefsel, maar ook door het steunweefsel in de spieren. Kenmerkend voor spierweefsel is het vermogen om samen te trekken en te ontspannen.
  • Wat is zenuwweefsel?
    Zenuwweefsel is aanwezig in de hersenen en het ruggenmerg. Uitloper van de zenuwcellen vormen de zenuwen.
  • Kan dekweefsel en steunweefsel goed herstellen?
    Ja. Voor het proces gebruikt het lichaam bindweefsel. Denk hierbij aan een wond op de huid, dat heelt met een litteken.
  • Kan spierweefsel en zenuwweefsel goed herstellen?
    Nee. Na het verlies wordt er geen nieuwe aangemaakt. Bij spiercellen kan er worden getraind, waardoor de kracht toeneemt en zo het verlies kan worden gecompenseerd. Zenuwcellen zijn nog kwetsbaarder.
  • Wat is een orgaan?
    Een orgaan is samengesteld uit verscheidende weefsels en kan één of meerdere functies hebben.
  • Wat is een orgaanstelsel?
    We spreken van een orgaanstelsel als er voor het uitvoeren van één functie meerder organen nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan het verteren van voedsel.
  • Opbouw van een cel:
    P. 18
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

De mens staat aan de omgeving af:
  • Afvalstoffen via de urine en en ontlasting
  • Water via de urine, het zweet, de uitgeademde lucht en de ontlasting
  • Koolzuur via de uitgeademde lucht
  • Onverteerbare resten van het voedsel via de ontlasting
Hoe verlaat water het lichaam?
  • Urine
  • Waterdamp (uitademing)
  • Zweet
  • Met de ontlasting
Wat is urine?
Overtollig water en afvalstoffen 
Wat verstaan we onder stofwisseling?
  • Opname van stoffen uit de omgeving
  • Afgifte van stoffen aan de omgeving
Wat komt er bij verbranding vrij?
  • Water
  • Afvalstoffen
  • Warmte
  • Energie
  • Koolzuur
Wat is de taak van de nieren?
Afvalstoffen en overtollig water uit het bloed filteren.
Waar bevinden de eiwitten zich in het lichaam?
In de spieren
Aminozuren zijn...
Bouwsteentjes van eiwitten. De meeste aminozuren worden niet verbrand maar gebruikt door de cellen om er nieuwe lichaamseiwitten van te maken.
Welke stoffen komen vrij bij verbranding in de cel?
Zuur, water en afvalstoffen. 
Wat is het belangrijkste doel van celstofwisseling?
Het produceren van energie.