Summary Anatomie, fysiologie en voedingsleer

194 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Anatomie, fysiologie en voedingsleer

  • 1.1 Inleiding

  • Waarom is goede voeding van groot belang voor het lichaam en de gezondheid van de mens ? Noem 4 dingen
    1. Het zorgt voor een goede en gezonde spijsvetering 
    2. Het heeft een reinigende en opbouwende functie
    3. Het geeft energie  
    4. Het verhoogt de werking van het immuunsysteem
  • 1.2 Cellen

  • Wat is een cel?
    De cel is het kleinste deel van een organisme dat als levend wordt beschouwd. Een cel is opgebouwd uit organellen, die elk hun functie hebben om de cel in leven te houden.
  • Voor welke 3 taken is (grofweg) de cel verantwoordelijk?
    Stofwisseling (verandering) 
    Groei (Nieuwe cellen vormen)
    Vervanging (afbraak en opbouw)
  • Er zijn stoffen die de cel kunnen schaden, hoe worden die genoemd?
    Vrije radicalen
  • Hoe heet de stof die vrije radicalen opruimt en schade tegengaat
    Antioxidanten
  • Omschrijf celmembraan
    Begrenzing van de cel. Geen afgesloten geheel, maar enigszins doorlaatbaar voor bepaalde stoffen
  • Protoplasma kan worden onderverdeeld in ..... En het .....
    Celkern en cytoplasma
  • De celkern regelt alle activiteiten binnen de cel. Chromosomen zijn de dragers van erfelijke eigenschappen. Waar bestaat voornamelijk de chromosomen uit?
    DNA (desoxyribonucleïnezuur)
  • Cytoplasma, ook wel celvocht, is een slijmachtige substantie. Voor een belangrijk deel bestaat deze uit ....... En .........
    Water en eiwitten
  • In het cytoplasma bevinden zich kleine structuren, organellen. Welk proces vindt hier plaats?
    De stofwisseling
  • 1.3 Weefsels

  • Het lichaam is dus opgebouwd uit cellen. Wanneer noem je het weefsel?
    Als een groep cellen dezelfde bouw en functie hebben
  • Noem 4 verschillende weefsels
    Steunweefsel, dekweefsel, spierweefsel, zenuwweefsel
  • 1.3.1 Steunweefsel

  • Noem 5 functies van steunweefsel
    1. Verbinding 
    2. Versterking
    3. Bescherming
    4. Opslaan energiereserves
    5. Dient als transportsysteem  
  • Steunweefsel kan worden verdeeld in 3 soorten. Noem ze alle 3
    1. Bindweefsel
    2. Beenweefsel (bot)
    3. Kraakbeen
  • Beenweefsel is het belangrijkste bestanddeel van het skelet. Juist of onjuist?
    Juist
  • 1.3.2 Dekweefsel

  • Waar dient epitheelweefsel voor?
    Dekweefsel dient zich voor bedekking van zowel de buitenkant (huid) als de binnenkant (holle organen)
  • Wat zijn holle organen? Noem er 4
    1.  Alle delen spijsverteringskanaal
    2.  De nieren
    3.  Urinewegen
    4.  Luchtwegen
  • Naast epitheelweefsel heb je nog een weefsel. Hoe heet dat weefsel en wat bekleed het?
    Endotheel weefsel en het bekleed het hart en de bloedvaten
  • Dekweefsel is betrokken bij de afscheiding van stoffen. Welke 2 klieren kunnen stoffen afscheiden
    Exocriene klieren en endocriene klieren
  • Welke klier scheidt zijn afval af naar buiten? En noem 2 voorbeelden van deze klier
    Exocriene klier en speeksel en zweet klieren
  • Welke klier scheidt zijn afscheidingsproducten af in de bloedbaan en noem 2 voorbeelden van deze klier.
    Endocriene klier en bijnier en schildklier
  • Sommige epitheelcellen hebben zich ontwikkeld. Aan wat voor soort dingen denk je nu? Noem  2 dingen
    1. Omvormen tot zintuigcellen (zoals gehoor en reuk)
    2. uitwisseling van stoffen (spijsvertering)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar zitten plantaardige eiwitten in?
  1. Aardappelen 
  2. Groente 
  3. Peulvruchten 
  4. Sojabonen 
  5. Sojaproducten 
  6. Noten 
  7. Granen 
Waar zitten dierlijke eiwitten in?
  1. Vlees 
  2. Vis 
  3. Schaal- en schelpdieren 
  4. Wild 
  5. Gevogelte 
  6. Melk (producten)
  7. Kaas 
  8. Eieren 
Wat zijn twee bekende gevolgen van te veel eiwitten binnen krijgen?
  1. Belasting voor de nieren (ureum) (kinderen uitdroging)
  2. Fungeert niet meer als bouwstof (opslag vet)
Kinderen in Afrika kunnen last hebben van een dikke buik. Toch eten ze niet veel. Waardoor komt dit?
Een eiwitondervoeding kan leiden tot vochtophoping in de buik.
Een tekort aan volwaardige eiwitten kan leiden tot ondervoeding. Wat kunnen verschijnselen zijn van een eiwitondervoeding?
  1. Moeheid (afbraak spierweefsel)
  2. Groeiachterstand (cel- en weefselgroei)
  3. Slechte wondgenezing (weefselopbouw)
  4. Weerstandsvermindering (antilichamen) 
  5. Oedeem (Osmotische evenwicht uit balans, water verplaatst naar weefsel)
  6. Gestoorde spijsvertering (enzymaanmaak)
  7. Dunne huid (snel wonden)
  8. Dunne bloedvatwanden (bloeduitstorting)
  9. Verstoorde opname van voedingsstoffen (gebrek transporteiwitten) 
Sommige groepen meer eiwitten nodig dan andere. Noem er 4:
  1. Kinderen 
  2. Vegetariërs 
  3. Zwangere vrouwen
  4. Vrouwen die borst voeding geven


Vegetariërs en veganisten hebben tot 25 procent meer eiwit nodig
Wat kun je doen om de netto-eiwitbenuting (NEB) van een maaltijd te verhogen en voor wie is dit voornamelijk belangrijk?
Je kunt verschillende eiwitten combineren in een maaltijd. Een mix van twee eiwitten zorgt voor een beter aminozuurpatroon in zijn totaliteit. 

Dit is voornamelijk belangrijk als je geen vlees eet. 

(aanvullende eiwitten)    
De eiwitten in onze voeding zijn niet allemaal even bruikbaar. We onderscheiden 2 soorten. Noem en leg uit:
Onvolwaardige eiwitten; deze ontbreekt essentiële aminozuren, hierdoor wordt hij minder goed benut 

Volwaardige eiwitten; deze heeft alle essentiële aminozuren, dit wordt bijna volledig benut
Enzymen en hormonen bouwen uit aminozuren een bepaald eiwit op. Wanneer er voldoende van dat eiwit is, zullen zij hun werkt stoppen. Hoe heet dit proces en waarom gebeurt het?
Het terugkoppeling systeem. De opbouw en afbraak van eiwitten moet in evenwicht zijn. Dit proces gebeurt zowel in de lever als in de lichaamscellen
De aminozuren die via de poortader de lever binnenkomen, zijn de grondstoffen voor veel chemische omzettingen. Noem 5 processen
  1. Levercellen maken allerlei 'gewone' eiwitten aan. (eiwitsynthese)
  2. Levercellen maken bloedeiwitten 
  3. Levercellen kunnen de structuur van aminozuren veranderen.
  4. In de lever vindt de afbraak van lichaamseiwitten plaats 
  5. Een teveel aan eiwit in de voeding wordt omgezet in vetweefsel



Toevoeging: Een deel van de nieuwgevormde eiwitten in de lever kan daar blijven. Ze kunnen worden omgezet naar enzymen