Summary Anatomie spieren

-
292 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Anatomie spieren

  • 1 Algemeen bouwplan cellen en organen

  • Wat zijn de vier belangrijkste endosymbiotische gebeurtenissen in het het ontstaan van eukaryotische cel uit prokaryoot?
    1. Opname van spirochaete bacterie: Vorming van microtubili en flagel
    2. Opname van alpha proteobacterie: mitochondrien
    3. Opname cyanobacterie: chloroplast
    4. Opname eencellige roodwiercel: Chloroplast met dubbelmembraan
  • Wat is verticale en horizontale gentransfer?
    Verticale gentransfer: uitwisseling van genetisch materiaal van ouder op kind in dezelfde soort
    horizontale gentransfer: uitwisseling van genetisch materiaal tussen individuen van verschillende soorten
  • Wat voor structuren bevinden zich op/in celmembraan?
    1. Glycocalix: glycoproteïnen waar herkenningsreceptoren aan hechten
    2. Transmembraaneiwitten: (ook wel integrale eiwitten) 
    3. Perifere eiwitten: hechten via niet-covalente bindingen
  • Verschil tussen cytosol en cytoplasma
    Cytoplasma: alles binnen plasmamembraan maar buiten nucleus
    Cytosol: alles in cytoplasma muv organellen met celmembraan en cytoskeletonderdelen
  • Welke vier typen weefsel zijn er door de verschillende transscriptieprofielen van cellen ontstaan?
    1. Epitheel (dekweefsel): huid/klieren als bekleding/bedekking
    2. Bindweefsel: bloed en kraakbeen: maakt verbindingen tussen verschillende weefsels
    3. Zenuwweefsel
    4. Spierweefsel

    Dit wordt bekeken in de histologie
  • Wat is essentieel in eukaryote cellen?
    Het ontstaan van verschillende compartimenten met gespecialiseerde functies
    Intracellulair transport via microtubili (want gemaakte eiwitten naar juiste plek)
  • 1.1 Van DNA naar RNA naar eiwit

  • Wat houdt de complentariteit van het DNA in (wat zijn de voorwaarde)
    1. Basenparing 
    2. De suikerfosfaatketens lopen antiparallel
  • Waarom is het DNA een blauwdruk van de mens?
    Het DNA bevat alle genetiche informatie. Die genetische informatie codeert voor eiwitten die de genetische info uitvoeren. Het DNA is dus eigenlijk een bouwplad/ontwerp van de mens -->blauwdruk
  • Hoe wordt het juiste leesraam in het mRNA bepaald?
    De kleine subunit van een ribosoom hecht aan de 5' kant en scant het mRNA af tot het het startcodon AUG tegenkomt. Stopt dan waarna de grote subunit ook bindt en de translatie kan beginnen.

    NB: er moeten minstens 50 nucleotiden tussen het begin van het mRNA en AUG zitten, wil de kleine subunit kunnen binden
  • Welk enzym koppelt de aminozuren op de p-site van de grote subunit aan elkaar?
    Peptidyltransferase
  • Wat is de initiatiefase tijdens de  transcriptie?
    De fase waarin het RNA-polymerase bindt aan de promotor
  • 1.2 Komen tot de kern van de zaak

  • Wat is de macro- en microstructuur van de celkern?
    Macro: vorm, grootte en dichtheid (varieert per weefseltype)
    Micro: kernenvelop, chromatine en nucleolus
  • Wat is de macro- en microstructuur van chromatine?
    Macro: euchromatine (dispers) en heterochromatine (condensed)
    Micro: keten van nucleosomen. DNA wikkelt zich 2,5 keer om acht histoneiwitten --> nucleosoom (euchormatine). De nucleosomen kunnen zich nog opwinden tot solenoide.
  • Wat is de functie van de nucleolus en wat is de nucleolus organisator?
    De synthese van ribosomale subunits (bestaan uit rRNA en eiwitten).

    De genen voor rRNA liggen als kopieën van elkaar geclusterd op vijf chromosomen. Deze chromosomen en kopieën associëren met elkaar. Dat cluster heet nu nucleolus organisator.
  • Wat is de kernenvelop?
    Dubbelmembraan om de kern met daarin kernporiën. De binnenkant van de kernenvelop bestaat uit nucleaire lamine. Dit vormt een netwerk en geeft stevigheid. Plekken zonder lamina vormen de kernporiën.
  • Wat gebeurd er met de kernenvelop tijdens de mitose? En met kernporiën bij snel delende cellen zoals kanker of bevruchte eicel?
    Tijdens de mitose wordt de kernenvelop opgeslagen in vesicles.

    snel delende cellen leggen alvast kernporiën aan in het ER --> geannuleerde lamellen (voorraadvorming)
  • De zeven functies van de kern?
    1. Opslag van DNA (chromatine)
    2. Replicatie
    3. Reparatie (kwaliteitsbewaking)
    4. Translatie
    5. Bewerking (caping, tailing en splicing)
    6. Synthese ribosomen
    7. Selectief transport van eiwitten en RNA's
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

De drie functies van de T-helpercellen?
- Hulp bij antistofvorming
- Stimulatie van macrofagen
- Remmen van afweerreacties
- Activatie van CD8+ T-cel
Wat is een monocyt
Als deze uit bloedbaan komt, verandert deze in macrofaag
Drie zaken van remodeling lammelair bot
5-10% in volwassen persoon
Afbraak osteonen, resten blijven aanwezig
Past aan naar druk op het bot
Vijf functies van bot
Steun, bescherming, beweging, beenmerg (hematopoese), reservoir voor Ca en P
Op welke twee manieren kan reeds gevormd kraakbeen groeien?
Interstitiële groei (van binnenuit): deling van chondrocyten en secretie van ECM

Appositionele groei (van buitenaf). Chondroblasten vanuit periochndrium scheiden ECM uit, sluiten zich in en worden chondrocyt
Welk soort bindweefsel is het perichondrium?
Vezelig onregelmatig
Waarom hebben wij reflexen?
Om de spieren op lengte te houden en snel je lichaam te kunnen corrigeren. 
Denk aan je arm in dezelfde positie houden als je kopje ingeschonken wordt
Struikelen en niet vallen
Noem drie andere namen voor de kniepeesreflex?
  1. Proprioceptieve reflex (heeft betrekking op de stand van het lichaam door de lengte van de spier te reguleren)
  2. Myotatische (spierrekkings) reflex
  3. Spiereigen monosynaptische reflex
Hoe verloopt de kniepeesreflex?
  1. Door te slaan op de kniepees rekt de extensor spier (quadriceps) uit
  2. Spierspoeltjes voelen dit en sturen via 1A axon naar ruggenmerg
  3. Activatie van alfa motorische neuronen die quadriceps innerveren
  4. Interneuronen remmen de antagonist (semitendinosus)
Uit welke delen bestaat een reflexboog?
Afferent, centraal en efferent deel