Summary Anatomie spieren

-
241 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Anatomie spieren

  • 2 Transcriptione regulatie

  • Hoe komt RNA-polymerase op de juiste plek?
    Door algemene transcriptiefactoren die RNA-polymerase op de juiste plek laten koppelen op basis van de promotor (wordt herkend aan de TATAA-box)
  • Hoe wordt bepaalt hoe vaak de transcriptie plaatsvindt?
    Door enhancers. 
    Aan de enhancers binden specifieke transcriptiefactoren (of ook wel genregulaoreiwitten). Deze fosforyleren het RNA-polymerase waarna de transcriptie start.
  • 3 Hc. 5 Celorganellen en eiwitsortering

  • Er zijn ook eiwitten die niet altijd de kern in moeten, zoals specifieke transcriptiefactoren (genregulatie). Hoe wordt voorkomen dat het signaalpeptide de receptor op de nucleair pore bereikt?
    Bij deze eiwitten is het nucleair localization signal bedekt met een ander eiwit. Dit eiwit wordt verwijdert door bijv. Een steroidhormoon.
  • Hoe worden eiwitten die gecodeerd zijn in het celmembraan, maar nodig zijn in mitochondriën naar de celkern getransporteerd?
    1. Het signaalpeptide op het eiwit bindt aan de receptor op het buitenmembraan van een mitochondrion wat het eiwit begeleidt naar een porie (translocator)
    2.  Het eiwit wordt ontvouwen door chaperones en ook door chaperones door de porie vervoerd.
    3. In het mitochondrion wordt het eiwit weer gevouwen en het signaalpeptide eraf geknipt.  

    De poriën bevinden zich deels op het buiten- en deels op het binnenmembraan, omdat de eiwitten vaak nodig zijn op het binnenmembraan voor de oxidatieve fosforylering
  • Hoe wordt een eiwit van het ruw ER naar het golgi vervoerd?
    1. Clathrin-coating: clathrine (eiwit) bindt aan receptoren in het membraan van ER
    2. Budding: membraan vormt een bolvorm en laat los. Clathrine wordt teruggegeven aan het cytosol
    3. De vesicle met de lege receptoren wordt herkend en vervoerd naar de cis-kant het golgi.
    4. De vesicle smelt samen en de modificatie (vaak glycolisering kan beginnen.
  • Welke twee vormen van secretie worden onderscheiden?
    1. Constitutieve secretie: secretie wat continue plaats vindt/nauwelijks wordt gereguleerd.
    2. Geïnduceerde secretie: wordt wel gereguleerd door bijv hormomen
  • Hoe werkt de afbraak van eiwitten door een protasoom?
    1. Een verkeerd gevouwen eiwit wordt gelabeld met ubiqituine.
    2. De ubiquitinestrengen worden herkend door proteasomen
    3. Het eiwit wordt door de garenklos (cilinder) van het proteasoom gehaald en afgebroken tot aminozuren
  • Op welke drie manier kunnen stoffen die worden afgebroken door een lysosoom worden opgenomen?
    1. Fagocytose: Structuur uit extracellulaire ruimte wordt ingesloten door plasmamembraan
    2. Endocytose: Fagocytose waarbij receptoren bijv. Een signaaleiwit "vastpakken". Later worden die receptoren weer teruggezet
    3. Autofagie : Intracellulaire structuren worden opgenomen
  • Welke drie vormen van endocytose onderscheiden we?
    1. Pinocytose: opname van vloeistof
    2. Endocytose: selectieve opname van macromoleculen mbv receptoren
    3. Fagocytose: opname van grote structuren als bacterïen
  • Waarom is voortdurende eiwit turn-over nodig?
    Omdat eiwitten verouderen en niet meer werken
    Om te kunnen reageren op veranderende omstandigheden
  • Hoe wordt een eiwit in het goli gelabeld voor transport naar een lysosoom/
    Mbv mannose-6-fosfaat
  • Wat is het verschil tussen eiwittransport naar de mitochondrion en eiwittransport naar ER?
    ER zijn transport en translatie gekoppeld
    Mitochondrion is transport na eiwitsynthese
  • Welke post-translationele modificaties vinden plaats in ER en wat is het nut daarvan?
    1. Vorming van S-bruggen (tegen -ase enzymen en lage pH)
    2. Glyosylering (bescherming tegen afbraak, verhogen oplosbaarheid, sorteersignaal)
  • 4 HC. 6 DNA-replicatie

  • Wat zijn de vier fasen in een celcyclus en in welke vindt de DNA-replicatie plaats?
    G1
    S: replicatie
    G2
    M
  • Basen zijn complementair. Welke twee hoofdsoorten onderscheiden we?
    Purine: adenine en guanine
    Pyrimidine: C en T
  • Hoe komt DNA-helicase op de juiste plaats?
    Eiwitcomplexen (origin of replication complex ORC) binden aan de startplaatsen Replication intitation point (RIP). De ORC bevatten DNA helicase
  • Hoe wordt DNA polymerase op de juiste plek gepositioneerd?
    Door de clamp loader die een sliding clamp plaats. Door de sliding clamp zit DNA polymerase op de juiste plaats
  • Welke zeven enzymen zijn betrokken bij de DNA replicatie en wat is hun functie?
    Topoisomerase: ontwindt de helix
    DNA helicase: splitst de helix
    DNA polymerase alpha primase maakt een primer
    clamp loader positioneert sliding clamp
    DNA polymerase: bouwt de streng
    Lagging strand:
    RNAase verwijderd primers
    DNA ligase verbindt fragmenten
  • Hoe wordt de nauwkeurigheid van de DNA-replicatie gewaarborgd?
    • Base selectie: de vorm van het katalytisch centrum in DNA polymerase is afhankelijk van de base in de templatestreng waardoor automatisch de juiste base wordt ingebouwd
    • Proofreading: nadat een imino tautomeer terug is veranderd in een amino tautomeer kan DNA polymerase met exonuclease activiteit de fout herstellen
    • Mismatch repair: complex van eiwitten herkent fout, haalt weg en hersteld.
  • Hoe wordt bij een translesie in het DNA voorkomen dat de cel overgaat tot apoptose?
    Translesie DNA polymerase herstelt de fout, maar absoluut niet nauwkeurig. Vervolgens kan de gewone DNA polymerase weer hechten en replicatie hervatten
  • Wat zijn de twee principes die de DNA-replicatie mogelijk maken?
    1. Specifieke basenparing
    2. Strengen die antiparallel lopen.
  • Wat is de replication fork?
    Het DNA-deel dat vlak voor een bubbel is en nog in de helix opgewonden zit.  Het is dus het gebied waar helicase de strengen gaat splitsten
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de replication fork?
Het DNA-deel dat vlak voor een bubbel is en nog in de helix opgewonden zit.  Het is dus het gebied waar helicase de strengen gaat splitsten
Wat zijn de twee principes die de DNA-replicatie mogelijk maken?
1. Specifieke basenparing
2. Strengen die antiparallel lopen.
Welke post-translationele modificaties vinden plaats in ER en wat is het nut daarvan?
1. Vorming van S-bruggen (tegen -ase enzymen en lage pH)
2. Glyosylering (bescherming tegen afbraak, verhogen oplosbaarheid, sorteersignaal)
Wat is het verschil tussen eiwittransport naar de mitochondrion en eiwittransport naar ER?
ER zijn transport en translatie gekoppeld
Mitochondrion is transport na eiwitsynthese
Hoe wordt een eiwit in het goli gelabeld voor transport naar een lysosoom/
Mbv mannose-6-fosfaat
Waarom is voortdurende eiwit turn-over nodig?
Omdat eiwitten verouderen en niet meer werken
Om te kunnen reageren op veranderende omstandigheden
Welke drie vormen van endocytose onderscheiden we?
1. Pinocytose: opname van vloeistof
2. Endocytose: selectieve opname van macromoleculen mbv receptoren
3. Fagocytose: opname van grote structuren als bacterïen
Hoe wordt bij een translesie in het DNA voorkomen dat de cel overgaat tot apoptose?
Translesie DNA polymerase herstelt de fout, maar absoluut niet nauwkeurig. Vervolgens kan de gewone DNA polymerase weer hechten en replicatie hervatten
Hoe wordt de nauwkeurigheid van de DNA-replicatie gewaarborgd?
  • Base selectie: de vorm van het katalytisch centrum in DNA polymerase is afhankelijk van de base in de templatestreng waardoor automatisch de juiste base wordt ingebouwd
  • Proofreading: nadat een imino tautomeer terug is veranderd in een amino tautomeer kan DNA polymerase met exonuclease activiteit de fout herstellen
  • Mismatch repair: complex van eiwitten herkent fout, haalt weg en hersteld.
Welke zeven enzymen zijn betrokken bij de DNA replicatie en wat is hun functie?
Topoisomerase: ontwindt de helix
DNA helicase: splitst de helix
DNA polymerase alpha primase maakt een primer
clamp loader positioneert sliding clamp
DNA polymerase: bouwt de streng
Lagging strand:
RNAase verwijderd primers
DNA ligase verbindt fragmenten