Summary Anders kijken

-
ISBN-10 903680843X ISBN-13 9789036808439
674 Flashcards & Notes
21 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Anders kijken". The author(s) of the book is/are J Willemse. The ISBN of the book is 9789036808439 or 903680843X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Anders kijken

  • 1 Het karakter en de plaats van de systeemtheorie

  • De systeemtheorie is een onderdeel van?
    De sociale psychologie.
  • Waar gaat het in de systeemtheorie om? (3)
    • relaties tussen personen
    • relatiepatronen
    • groeps- en gezinsstructuren
  • Systeemtheorie? (7)
    • is een onderdeel van de sociale psychologie
    • Is inhoudelijk leeg
    • Het is een stroming in de psychologie die een verklaring tracht te geven van dat menselijk gedrag dat niet verklaard wordt vanuit de traditionele individugerichte psychologie.
    • Het is een stroming in de sociale wetenschap die het menselijk gedrag wil begrijpen vanuit zijn directe sociale omgeving.
    • Het is een manier van denken een specifieke benaderingswijze
    • Het gaat om een bril waardoor je naar de werkelijkheid kunt kijken
    • Het is een meta theorie.
  • Wat is Systeem benadering
    De systeembenadering is een werkwijze om verschijnselen te bestuderen als een geheel met een onderlinge samenhang en een wisselwerking met de omgeving. De systeembenadering is een uitwerking van algemene systeemtheorie, en is in verschillende vakgebieden uitgewerkt.
  • Constructivisme?
    ·De tegenpool van dit realisme wordt constructivisme genoemd. Dat is de stroming die beweert dat er ook een werkelijkheid bestaat die wij zelf maken en construeren. We spreken hier van ‘subjectieve kennis’. Wij kunnen de werkelijkheid creëren met onze gedachten, onze creativiteit, maar ook met wanen, angsten en dwanggedachten. Therapeuten proberen hun cliënten, in plaats van hun negatieve denkwijzen, andere gedachten en gevoelens aan te reiken, waarvan ze waarschijnlijk gelukkiger worden. Deze wijze van werken wordt relabeling of heretikettering genoemd. Deze werkwijze berust op een constructivistische benadering.
  • Wat zijn de belangrijkste stromingen voor het verklaren van het menselijk gedrag?
    1. Psychoanalyse ( psychische processen van mensen, vaak onbewust en bepaald door verdringing van afweermechanismen

    2. Behaviorisme ( psychologie van het waarneembare gedrag, Pavlov)

    3. Humanisme ( nadruk op menselijke mogelijkheden om te kiezen en zichzelf te ontplooien. Behoefte Pyramide: 1. Fysieke behoefte, behoefte aan veiligheid, behoefte aan liefde, behoefte aan waardering

    4. Systeemtheorie ( individu in zijn omgeving als onderwerp).
  • Het verschil tussen de voorgaande stromingen en de systeemtheorie?
    • Voorgaande stromingen (Psychoanalyse, Behaviorisme en Humanisme) zijn vooral gericht op bestudering en behandeling van de individuele persoon.
    • De systeemtheorie is gericht op het individu in zijn omgeving als onderwerp.
  • Wat is de betekenis van Positief Heretikettering?



    • 1.Wanneer cliënt een probleem als negatief ervaart,
      een nieuwe, positieve betekenis geven aan ditzelfde probleem
      Vb: traagheid cliënt in verband brengen met goed nadenken
      2.Wanneer cliënt een negatief motief geeft voor eigen gedrag, voor ditzelfde gedrag een positief motief aandragen.
      Vb: volle agenda is gevolg van brede interesse cliënt.
  • Noem 5 voorbeelden van individu-overstijgende sociale systemen:
    • gezinnen
    • leefgroepen
    • teams
    • organisaties
    • wijken
  • Wat zijn de kenmerken van de systeemtheorie? (8)
    1. Constructivistische basis

    Stroming die beweert dat er een werkelijkheid bestaat die wij zelf maken en construeren met onze eigen gedachten, creativiteit, wanen, angsten en dwanggedachten. Gaat uit van subjectieve kennis.

    2. kernbegrip 'kader' en 'context'

    kader = je moet het breed zien
    context= vanuit het geheel naar de delen kijken.

    3. vijf belangrijke uitgangspunten

    1. Het geheel is meer dan de som van de delen
    2. Alles met elkaar samen
    3. Het systeem bepaalt in belangrijke mate ons gedrag
    4. Het systeem probeert zich op allerlei manieren aan te passen omdat het wil overleven
    5. Het systeem heeft de eigenschap zichzelf te handhaven en te blijven voortbestaan, wanneer het eigenlijk geen recht van bestaan meer heeft. Het systeem zoekt dan naar een andere functie


    4. Individueel gedrag geplaatst in de context van een voortdurende interactie

    • Factoren die het gedrag van mensen beïnvloeden, worden in het systeem gezocht.
    • Systeemtheorie is de-individualiserend (gesignaleerde problemen worden los gemaakt van het individu).
    • motieven, bedoelingen en intenties doen er minder toe

    5. Informatie als kernbegrip

    Een voortdurende stroom van zowel verbale als non-verbale communicatie en onbewuste en onbedoelde signalen die mensen uitzenden en ontvangen.

    6. Feedback als specifieke vorm van informatie

    Feedback duidt hier op alle processen van informatieterugkoppeling en verwerking. Het is een circulair proces, waarin er voortdurende beweging is binnen het systeem en tussen het systeem en de omgeving.

    7. Herhaling, beperking, voorspelbaarheid, redundantie= patroon

    Wanneer binnen het systeem een bepaalt patroon van interactie is ontstaan, verschaffen de daaropvolgende interacties weinig tot geen nieuwe informatie.
    Herhaling= Hieraan herkent men het systeem
    Beperking= Het aantal nieuwe gedragsmogelijkheden stopt omdat er een bepaalde vertrouwdheid en voorspelbaarheid is ontstaan.
    Redundantie= De steeds groter wordende voorspelbaarheid
    Patroon= Redundantie

    8. Communicatie als voertuig van informatie

    • Alle gedrag is communicatie, ook asociaal gedrag
    • Communicatie is informatie die gevolgen heeft
    • communicatie= interactie= gedrag= beïnvloeding

  • Redundantie
    Patroon= eerste keer toeval tweede keer valt op en derde keer een patroon/redundantie
  • Constructivistische basis?
    Stroming die beweert dat er een werkelijkheid bestaat die wij zelf maken en construeren met onze gedachten, creativiteit, wanen, angsten en dwanggedachten. Gaat uit van subjectieve kennis.

    Therapeuten proberen de cliënten andere gedachten en gevoelens aan te reiken, waarvan ze gelukkiger worden= re-labeling of her- etiketteren.
  • Kernbegrip 'kader' en 'context'?
    Kader= je moet het breed zien
    context= vanuit het geheel naar de delen kijken
  • Voorbeelden van de vijf belangrijke uitgangspunten (principes) van de  systeemtheorie?
    1. Het geheel is meer dan de som van de delen (niet optelbaarheid)
    Het systeem heeft een eigen karakter dat niet te herleiden is tot de losse onderdelen van het systeem.

    2. Alles met elkaar samen (totaliteit of systeemsamenhang)
    Alle delen van het systeem zijn van elkaar afhankelijk.
    Als er in het systeem iets verandert komt het gehele systeem in beweging.

    3. Het systeem bepaalt in belangrijke mate ons gedrag
    Groepsdruk

    4. Het systeem probeert zich op allerlei manieren aan te passen
    omdat het wil overleven (feedback en lenigheid)

    5. Het systeem heeft de eigenschap zichzelf te handhaven en te blijven voortbestaan, wanneer het eigenlijk geen recht van bestaan meer heeft. Het systeem zoekt eventueel naar een andere functie.
  • Individueel gedrag geplaatst in de context van een voortdurende interactie?
    Factoren die het gedrag van mensen beïnvloeden worden in het systeem gezocht.
  • Kernbegrip informatie?
    Een voortdurende stroom van zowel verbale als non- verbale communicatie en onbewuste en onbedoelde signalen die mensen uitzenden en ontvangen.
  • Feedback als specifieke vorm van communicatie binnen het systeem?
    Feedback duidt hier op alle processen van informatieterugkoppeling en verwerking.

    Het is een circulair proces: voortdurend beweging in het systeem en tussen het systeem en de omgeving.
  • Voorbeeld uitgangspunt: Het geheel is meer dan de som van de delen
    Het kenmerk niet- optelbaarheid staat hierin centraal.
    Niet optelbaarheid verwijst naar het karakter en de eigenschappen van het systeem als geheel en niet van de individuen.

    vb. In een orkest gaat het niet om een eigen prestatie, maar om ieders bijdrage aan het geheel.
  • Herhaling, beperking, voorspelbaarheid, redundantie, patroon?
    Wanneer eenmaal een bepaald patroon van interactie is ontstaan binnen het systeem, verschaffen de daaropvolgende interacties weinig tot geen nieuwe informatie.

    herhaling= hieraan herkent men het systeem
    beperking= aantal nieuwe gedragsmogelijkheden stopt, omdat er een bepaalde mate van vertrouwdheid en voorspelbaarheid is ontstaan.
    Deze steeds groter wordende voorspelbaarheid noemen we redundantie.   

    redundantie= patroon
  • Communicatie als voertuig van informatie binnen het systeem?
    Alle gedrag is communicatie, ook asociaal gedrag.

    communicatie is informatie die gevolgen heeft.

    communicatie= interactie= gedrag= beïnvloeding
  • Voorbeeld uitganspunt: Alles met elkaar samen.
    Het kenmerk totaliteit of systeemsamenhang staat hierin centraal.
    Wanneer een deel van het systeem een verandering ondergaat, heeft dit zijn weerslag op het gehele systeem en veranderen alle delen van het systeem mee.

    vb. Gezinshereniging Marokaans gezin met vader die al enige tijd in Nederland woont. Gedurende de afwezigheid van vader heeft deze een duidelijke vader- vervangende rol gehad, welke hij weer moet afstaan nu zijn vader weer deel uit maakt van het gezin.

    vader die werkloos raakt en thuis komt te zitten.
  • Het systeem bepaalt in belangrijke mate ons gedrag.
    Vb. De 18 jarige Henk, die niet echt een slechte knul is, zou nooit tot licht crimineel gedrag gekomen zijn als hij niet was blootgesteld aan de groepsdruk van zijn vriendenkring.
  • Het systeem probeert zich op allerlei manieren aan te passen, omdat het wil overleven.
    Feedback en lenigheid zijn belangrijke begrippen die hierin centraal staan.

    vb. Een organisatie stelt haar doelen bij als blijkt dat de oude doelen niet meer voorzien in de behoeften van de samenleving.
  • Individugericht
    versus
    systeemgericht?
    Verklaring van het gedrag wordt in de persoon zelf gezocht

    Verklaring van het gedrag in de systeem of omgeving
  • Intrapsychisch
    versus
    interpersoonlijk
    Hierbij gaat het om zaken die zich in de psyché van de mens bevinden en afspelen

    Hierbij gaat het om relaties en patronen tussen mensen
  • Interesse in zowel waarneembaar gedrag als niet waarneembaar gedrag
    versus
    Uitsluitend interesse in het waarneembare gedrag?
    Niet- waarneembare zaken zoals cognities, driften, verdringing, overtuiging, motivatie

    Wat zichtbaar is telt!
  • Verleden van zeer groot belang
    versus
    verleden van minder groot belang?
    De oorzaak wordt in het verleden gezocht.
    Er worden contacten gelegd met gebeurtenissen uit het verleden die het huidige bestaan negatief beïnvloeden.

    Problemen van nu moeten in het hier en nu opgelost worden.
  • Waaromvraag in het teken van de persoonsanalyse
    versus
    Waaromvraag in het teken van de systeemanalyse?
    Het waarom van angsten, gedachten, motieven en problemen.

    Vragen in het teken van communicatiepatronen, relaties en het functioneren van het systeem.
    Niet zoeken naar oorzaken, maar naar de aard van het patroon.
  • Onderscheid tussen normaal en abnormaal gedrag van een persoon versus
    onderscheid tussen de verschillende gedragingen in het systeem?
    Onderscheid tussen gezond en ziek gedrag

    Een andere manier van kijken naar ziekte en vreemd gedrag
  • Gaat uit van lineaire causaliteit
    versus
    gaat uit van circulaire causaliteit?
    Lineair= oorzaak - gevolg

    circulair= oorzaak -  gevolg- oorzaak - gevolg
  • Voorbeeld uitganspunt: Het systeem heeft de eigenschap zichzelf te handhaven en te blijven voortbestaan wanneer het eigenlijk geen recht van bestaan meer heeft.
    Vb. b. De St. Buitenlandse Werknemers Midden- Nederland werd overbodig toen de regering bepaalde dat de hulpverlening aan allochtonen vanaf een bepaald moment tot de reguliere taken van het algemeen maatschappelijk werk zou gaan behoren. De instelling heeft zichzelf toen gepositioneerd als een tweedelijnsinstelling, die zich ten doel stelde de deskundigheid te bevorderen van eerstelijnshulpverleners op het gebied van de hulpverlening aan allochtonen. Een kwestie van overleven en blijven voortbestaan
  • De positieve en negatieve feedback binnen de systeemtheorie 
    Positieve feedback
    Is erop gericht om een verandering aan te brengen in het systeem door een tot dan toe geldende systeemnorm los te laten.

    negatieve feedback
    Draagt bij aan het in stand houden van een bestaande toestand van het systeem. Is erop gericht om een verandering tegen te gaan.

     vb. Luiheid belonen.
    Luie student die voor een onvoldoende werkstuk toch nog een 6 krijgt.
    Door toch een voldoende te geven, beloont de docent het lage prestatieniveau van de student en draagt het er aan bij dat er geen verandering plaatsvindt in het studeergedrag van de student.  

    vb. We willen onder elkaar blijven.
    Vader wil nadat hij een aantal jaren weduwe geweest is, hertrouwen. De kinderen gaan in verzet in een vorm van negatieve feedback. Niet omdat ze niet willen dat hun vader hertrouwd, maar omdat ze willen dat de situatie thuis blijft zoals die is; geen verandering en geen vreemde vrouw in hun vertrouwde systeem.
  • Welke vergelijkingen zijn er tussen de eerdere stromingen en de systeemtheorie? (7)
    1. Individugericht - Systeemgericht
    • Verklaring van gedrag wordt in de persoon gezocht
    • Verklaring van gedrag wordt in het systeem of de omgeving gezocht.

    2. Intrapsychisch  - Intra persoonlijk

    • Hierbij gaat het om zaken die zich in de psyche van de mens bevinden of afspelen
    • Hierbij gaat het om relaties en patronen tussen mensen



    3. Interesse in zowel waarneembaar als niet waarneembaar gedrag - Uitsluitend interesse in het waarneembare gedrag

    • Niet waarneembare gedragingen zoals cognities, driften, overtuigingen en motivatie.
    • Wat zichtbaar is telt!


    4. Verleden van zeer groot belang - Verleden van minder groot belang
    • oorzaken van problemen worden in het verleden gezocht. Er wordt contact gelegd met gebeurtenissen uit het verleden die het huidige bestaan op een negatieve manier beïnvloeden.
    • Problemen van nu moeten in het hier en nu opgelost worden. 


    5. Waaromvraag in het teken van de persoonsanalyse - Waaromvraag in het teken van de systeemanalyse
    • Het waarom van angsten, gedachten, motieven en problemen.
    • Vragen in het teken van communicatiepatronen, relaties en het functioneren van het systeem.

    6. Onderscheid tussen normaal en abnormaal gedrag van een persoon - Onderscheid tussen verschillende gedragingen binnen het systeem
    • onderscheidt tussen ziek en gezond gedrag
    • Op een andere manier kijken naar ziekte en vreemd gedrag.

    7. Gaat uit van lineaire causaliteit -  Gaat uit van circulaire causaliteit

    • lineair= oorzaak- gevolg
    • circulair= oorzaak- gevolg- oorzaak- gevolg










  • Voorbeelden van lineaire en circulaire causale verbanden
    Lineair causale verbanden

    1. A oefent een bepaalde invloed uit op B. B ondergaat deze invloed en verandert erdoor.
    2. Als ouders hun kind emotioneel verwaarlozen, is er een grote kans dat dit kind later een depressieve of antisociale volwassen zoon of dochter wordt.
    3. Als je een taakgerichte leider toevoegt aan een werkgroep, zal deze groep een betere prestatie leveren dan wanneer de groep het zonder zo'n leider moet stellen.

    Circulair causale verbanden
    1. Omdat het slecht gaat met de economie, gaan er allerlei bedrijven failliet. Omdat er allerlei bedrijven failliet gaan, wordt er minder geïnvesteerd, komen er steeds meer werklozen en gaat het steeds slechter met de economie.
    2. Omdat Tineke nerveus is, raakt Sonja geïrriteerd. Omdat Sonja geïrriteerd is, wordt Tineke steeds nerveuzer, waardoor Sonja nog geïrriteerder wordt etc. 
  • Meta theorie?
    Een theorie over theorieën.
    Een theorie van een hoger abstractieniveau dan het niveau van' gewone' , d.w.z. inhoudelijke theorieën. Een meta theorie biedt een bepaalde denkwijze, waarmee de werkelijkheid kan worden benaderd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke mogelijke haperingen zijn er voor ieder van de 4 buffers?
Goede ouder ervaringen
Ouders ervaren niet dat ze goede ouders zijn, waarbij het lijkt alsof hun gedrag geen effect heeft

Metapositie

  • ouders hebben beperkingen bij het zelfstandig innemen van de metapositie en komen niet tot reflectie, vb. Door verslaving, psychiatrische problemen of verstandelijke beperking
  • Vastlopende reflectie kan ook ontstaan naar aanleiding van een puzzelkind, een traumatiserende ervaring met het kind, of het ontbreken van overeenstemming tussen ouders.

Taakverdeling
Ouders raken overbelast waardoor ze niet meer aan reflectie toekomen

Het solidaire dorp
De ideologiewet- regelgeving, instituties en een attitude van naast de ouder en kind spelen onvoldoende op elkaar in.
vb. Als ouders veroordeeld worden vanwege het gedrag van hun kind.
Hoe kun je als hulpverlener het ouderschap versterken volgens de buffers?
Goede ouder ervaringen
Als hulpverlener kun je...
de dingen benoemen die wel goed gaan

Metapositie
Als hulpverlener kun je ....
  • De problematiek van ouders behandelen (verslaving)
  • Het kind behandelen voor bijvoorbeeld een trauma
  • Kijken naar de opvoeding die ouders zelf gehad hebben en onderzoeken om welke redenen zij daarin vast gelopen zijn


Taakverdeling
Als hulpverlener kun je...
Samen met ouders kijken of er sprake is van een onderliggende problematiek bij ouders of het kind en daarin ondersteuning of behandeling geven

Het solidaire dorp
Als hulpverlener kun je ....
kijken naar de sociale cohesie in de buurt en naar de houding van de hulpverlenende instellingen (staan deze naast de ouders?).
Welke 4 buffers heeft Alice van der Plas ontwikkeld in een denkmodel om het ontstaan van opvoedproblemen te verklaren?
  1. Goede ouder ervaringen- ouders ervaren dat zij een goede ouder zijn
  2. Meta- positie - reflectie van ouders op het kind, de opvoeding, de aandachtpunten en de actie en reactie
  3. Taakverdeling - Hierbij gaat het erom wie wat doet en op welke manier dit gedaan wordt
  4. Het solidaire dorp - onderkent dat ouders een belangrijke maatschappelijke taak vervullen en heeft oog voor hun kwetsbaarheid.
Waarom is de profilering van de professional een belangrijke hindernis bij het inzetten van burgerkracht?
Professionals schatten de opvoedcapaciteit van burgers in de buurt lager in dan de opvoeders zelf, waardoor zij minder snel geneigd zijn om burgerkracht in te zetten.
Wat wordt bedoeld met de hindernis: Uitvoerbaarheid van gedrag?
  • Concretisering van een concept is soms zo moeilijk dat oude patronen niet los gelaten kunnen worden
  • professionals bedenken activiteiten die geen directe versterking realiseren van de burgerkracht, zoals bijvoorbeeld het doel om de betrokken instanties beter te laten samenwerken.
Volgens de theorie van gepland gedrag van AZjen zijn er 3 hindernissen die professionals in de weg zitten
  1. Profilering van de professional, 'wij weten hoe het moet, u niet' omdat wij er voor geleerd hebben.
  2. Het ontbreken van de sociale norm. Bestuurders, managers en collega's stralen een sociale norm uit over de manier waarop professionals dienen te werken.
  3. Uitvoerbaarheid van gedrag
Hoe wordt er gewerkt vanuit de eigen kracht centrale?
Als hulpverlener zet je het eigen netwerk van de cliënt in om de betreffende problemen op te lossen.
Wat zijn de 5 aandachtspunten om op een goede manier om te gaan met opvoed paradoxen?
  • Ouders als bondgenoten te zien
  • Niet bevoogden maar bevorderen
  • Vakmanschap
  • Veilig werken en veilig opvoeden
  • Motivatie en commitment
Leg uit hoe de opvoedparadox werkt binnen gedwongen kader
  • Het werken met jongeren in een gedwongen opvoedkader is er moeilijk en ingewikkeld voor zowel de jongere als de professional
  • De rigide huisregels en groepsregels zijn misschien noodzaak, maar doen geen beroep op de eigen kracht van de jongere en die van de professional
  • De opvoedparadox van de opgelegde maatregel zit in de context: de geslotenheid, het wettelijk kader en het gebouw met de hoge hekken en sloten enerzijds en het belang van een ervaren veiligheid en de ruimte om te kiezen en te experimenteren. 
Welke verschillen zijn er in denken tussen een VMBO leerling en een VWO leerling?
  • Wat we willen is dat kinderen en jongeren kennis en vaardigheden ontwikkelen die hen in staat stellen  hun plaats in de samenleving te vinden en daar een bijdrage aan te leveren. 
  • Een VMBO leerling weet heel goed dat hij onderaan de ladder staat en ontwikkelt een strategie om daarmee te leven. Ze kunnen nauwelijks iets benoemen waar ze zichzelf goed in vinden.
  • Een VWO leerling ziet zichzelf wel als iemand die een bijdrage kan leveren aan de samenleving.