Summary Approaches to Psychology

ISBN-10 0077140060 ISBN-13 9780077140069
547 Flashcards & Notes
16 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Approaches to Psychology". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9780077140069 or 0077140060. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Approaches to Psychology

  • 1 Behavior and Psychology

  • Phrenology = 
    Theorie dat beweert dat men het vermogen van een mens kan schatten door de vorm van het schedel te bestuderen.
  • Psychologie =
    De wetenschappelijke studie van gedrag en belevenissen zowel van de mens als individu, als van mensen in groepsverband.
  • Categorieën van gedrag.
  • Psychologie is anders in de methode die men gebruikt bij het zoeken naar begrip. 
  • Psychologen zijn anders dan natuurkundigen en chemici. Zij houden zich bezig met het onderzoeken van acties van levende wezens.
  • 4 Uitdagingen/Taken:
    1. Complexity van gedrag: kenmerkende systemen samengesteld door grote getallen interactieve eenheden, met als resultaat een nieuw patroon of fenomeen, niet bij individuele eenheden.
    2. Self-awareness: de capaciteit van individuen of andere levende organismen om hun eigen gedrag bewust te observeren.
    3. Reactivity: de neiging van mensen om hun gedrag aan te passen wanneer zij geobserveerd worden.
    4. Causality: de studie die kijkt naar hoe acties een bepaalde resultaat produceren.
  • Native Realism =
    'The idea that we see things simply as they are.'
  • Perception =
    Het proces van selectie, structuur en verklaring van informatie van de wereld, begeleid door het verstand.
  • Stimuli =
    Zicht, geluiden, geuren.
  • Het menselijk brein heeft weinig inhoud voor al deze informatie.
  • Selective attention =
    Het perceptuele proces van het selecterend focussen op bepaalde prikkels.
  • Bottum-up =
    Van onder naar boven scannen.
  • Top-down =
    Van boven naar onder scannen.
  • Ambiguous figure =
    Een foto of een ander visuele prikkel dat op meer dan één wijze bekeken kan worden.
  • Gestalt Theory =
    Gedragstheorie dat de actieve en creatieve processen benadrukt.
  • Similarity =
    Neiging om dezelfde voorwerpen te groeperen.
  • Proximity =
    Neiging om voorwerpen te groeperen als ze op elkaar lijken.
  • Closure = 
    Neiging om van onvolledige patronen een samenhangend geheel te maken.
  • Schemata =
    Patronen worden ingewikkelder en onze kennis groeit. Het kan gebruikt worden om onze kennis van objecten en mensen te organiseren.
  • Stereotype =
    Het generaliseren van een individu. Het wordt gevormd door ervaring door observatie.
  • Schemata veroorzaakt vooroordelen.
  • Conformation Bias =
    Je focussen op informatie dat onze overtuigingen bevestigt en tegenstrijdige informatie negeren.
  • Complementarity =
    Ontwikkeld door natuurkundigen om te handelen met het bestaan van 2 modellen die beiden nuttig zijn, maar niet direct verenigbaar > olifant. Elke aanpak heeft iets waardevols.
  • Willem Wundt creëerde in 1875 in zijn laboratorium het experimentele psychologie > psychologie heeft geen exacte ontstaansdatum, maar het is in de afgelopen 3 decennium ontstaan.
  • Men zegt dat psychologie nog verder terug gaat, namelijk naar Egypte in 700 v.Christus.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is conformity?
De neiging om iemand gedrag en meningen aan te passen zodat ze passen binnen de groepsnormen, als reactie op expliciete of impliciete sociale druk.
Wat is een distale oorzaak?
Een factor die van indirecte invloed is op gedrag, zoals eerdere ervaringen in gelijkwaardige situaties.
Wat is een proximale oorzaak?
Een factor die van directe invloed is op gedrag, zoals iemand's houding of aspect van de huidige situatie
Wat is het basisprobleem in de sociale psychologie?

Wat het relatieve belang is van de persoonlijke karakteristieken vs de situatie als invloeden op gedrag. Dit probleem, ook wel het persoon-situatie debat genoemd, is een lopende kwestie in de sociale psychologie
Wat is experimental realism?

De kwaliteit van de betrokkenheid, waarbij de participanten oprecht reageren zonder rekening te houden met de laboratorium context, zoals ze in een echte situatie zouden doen.
Het hoeft geen levens-echte, bekende situatie te zijn.
Wat is groupthink?

Het uiterst tegenovergestelde van group polarization, waarbij afwijkende meningen niet ontstaan en een groep denkt als een geheel. Komt vooral voor in hechte groepen en kan leiden tot slechte beslissingen.
Wat is group polarization?

Het fenomeen dat wanneer een groep een besluit moet nemen, de heersende opvattingen van een individu extremer worden dan ze aan het begin waren. Een groep heeft dan de neiging van om beslissingen te nemen die extremer zijn dan de aanvankelijke neiging van haar leden.
Wat houdt social facilitation in en hoe kan het worden verklaard?

Dat een opdracht een andere uitkomst krijgt als de omgeving van de persoon die de opdracht uitvoert verandert. Zo kunnen simpele opdrachten efficiënter door een groep worden uitgevoerd en ingewikkelde opdrachten door een individu.
Dit kan worden verklaard vanuit social loafing (meeliften).
Wat is een belangrijk aspect in de studie naar sociale interactie?
Sociale invloed: een algemene term voor de verschillende manieren waarop een individu's gedrag beïnvloed is door anderen zoals comformiteit
In welke twee categorieën kan sociaal gedrag worden verdeeld?

1. Sociale cognitie: houdt zich vooral bezig met het denkgedrag. Dit heeft te maken met mentale processen. Bijvoorbeeld hoe we stereotypen vormen en de factoren die onze attitude beïnvloeden, zijn beiden aspecten van de sociale cognitie.

2. Sociale interactie: heeft betrekking op de manier waarop een individu direct andere mensen beïnvloedt.