Summary Arm en rijk

-
ISBN-10 9006436895 ISBN-13 9789006436891
410 Flashcards & Notes
53 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Arm en rijk". The author(s) of the book is/are Gerard van de Garde, Michaël van Veen Wim ten Brinke, Michaël van Veen EMK Tiekstra Media. The ISBN of the book is 9789006436891 or 9006436895. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Arm en rijk

  • 1 arm en rijk in nederland

  • globalisering: het proces waarbij wereldwijd steeds meer goederen, geld en informatie worden uitgewisseld.
  • Begrippen H1
    achterstandswijken: woonwijk met een slechte leefbaarheid en sociale problemen zoals structurele werkloosheid.
    autodichtheid: het aantal auto's per vierkante kilometer.
    bebouwingsdichtheid: het aantal gebouwen per vierkante kilometer.
    groenvoorzieningen: parken en plantsoenen.
    huurwoningen: woning die geen eigendom is van de bewoner. de bewoner huurt de woning van de eigenaar.
    koopwoningen: woning die eigendom is van de bewoner.
    leefbaarheid: hoe geschikt een woonwijk is om in te leven.
    welvaart: genoeg geld hebben en goed kunnen voorzien in de behoefte aan voedsel, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg.
    welzijn: geeft aan hoe het met iemand gaat (afhankelijk van veiligheid, familie, vrienden en waardering).
    woningcorporaties/woningbouwverenigingen: stichting die is opgericht om betaalbare huurwoningen te bouwen en te onderhouden.
    WOZ-waarde: de gemeente bepaalt de waarde van een gebouw om te bepalen hoeveel belasting er moet worden betaald voor dat gebouw volgens de Wet Ontroerende Zaakbelasting (WOZ).
    wijk: deel van een stad. een wijk is verdeeld in buurten.  
  • extensieve veeteelt: grote veebedrijven met heel weinig vee per hectare.

    opbrengst per hectare: de hoeveelheid producten die een hectare grond oplevert.

    genetisch gemodificeerde gewassen: het aanpassen van genen van planten voor hogere opbrengsten en minder problemen met zieken.

    productiviteit per persoon: de hoeveelheid producten die een persoon kan produceren.

    monocultuur: vorm van landbouw waarbij altijd hetzelfde gewas op en stuk land wordt verbouwd.

    exportlandbouw: landbouw die producten oplevert om aan het buitenland te verkopen.

    overvoed: als je door voedsel meer calorieën binnenkrijgt dan je nodig hebt.  

  • bruto nationaal product: de waarde van alle goederen en diensten die in een land worden gemaakt gedurende 1 jaar gedeeld door het aantal inwoners.
    lorenzcurve: een grafiek waarmee je kunt bekijken hoe groot de inkomensongelijkheid in een land is.
    koopkracht: de hoeveelheid producten die je van je inkomen kunt kopen.  
  • bruto nationaal product: de waarde van alle goederen en diensten die in een land worden gemaakt gedurende 1 jaar gedeeld door het aantal inwoners.

    lorenzcurve: een grafiek waarmee je kunt bekijken hoe groot de inkomensongelijkheid in een land is.

    koopkracht: de hoeveelheid producten die je van je inkomen kunt kopen.  

  • extensieve veeteelt: grote veebedrijven met heel weinig vee per hectare.
    opbrengst per hectare: de hoeveelheid producten die een hectare grond oplevert.
    genetisch gemodificeerde gewassen: het aanpassen van genen van planten voor hogere opbrengsten en minder problemen met zieken.
    productiviteit per persoon: de hoeveelheid producten die een persoon kan produceren.
    monocultuur: vorm van landbouw waarbij altijd hetzelfde gewas op en stuk land wordt verbouwd.
    exportlandbouw: landbouw die producten oplevert om aan het buitenland te verkopen.
    overvoed: als je door voedsel meer calorieën binnenkrijgt dan je nodig hebt.  
  • sanering: de woningen in een wijk, buurt of dorp verbeteren door renovatie en sloop en nieuwbouw.

    renovatie: verouderde woningen opknappen.sloop en nieuwbouw: woningen afbreken en daarna nieuwe bouwen.

    bestemmingsplan: plan van de gemeente waarin staat wat er met de ruimte mag gebeuren.

    armoedebeleid: gemeentelijk beleid voor de vermindering van de armoede bij de inwoners.

    stedelijke vernieuwing: het verbeteren van woningen en de woonomgeving samen met projecten om de leefbaarheid te verbeteren.

    aandachtswijken: achterstandswijk die wordt opgeknapt. ook wel krachtwijk genoemd. 

  • sanering: de woningen in een wijk, buurt of dorp verbeteren door renovatie en sloop en nieuwbouw.
    renovatie: verouderde woningen opknappen.
    sloop en nieuwbouw: woningen afbreken en daarna nieuwe bouwen.
    bestemmingsplan: plan van de gemeente waarin staat wat er met de ruimte mag gebeuren.
    armoedebeleid: gemeentelijk beleid voor de vermindering van de armoede bij de inwoners.
    stedelijke vernieuwing: het verbeteren van woningen en de woonomgeving samen met projecten om de leefbaarheid te verbeteren.
    aandachtswijken: achterstandswijk die wordt opgeknapt. ook wel krachtwijk genoemd.
  • begrippen H1

    achterstandswijken: woonwijk met een slechte leefbaarheid en sociale problemen zoals structurele werkloosheid.autodichtheid: het aantal auto's per vierkante kilometer.

    bebouwingsdichtheid: het aantal gebouwen per vierkante kilometer.

    groenvoorzieningen: parken en plantsoenen.

    huurwoningen: woning die geen eigendom is van de bewoner. de bewoner huurt de woning van de eigenaar.

    koopwoningen: woning die eigendom is van de bewoner.

    leefbaarheid: hoe geschikt een woonwijk is om in te leven.

    welvaart: genoeg geld hebben en goed kunnen voorzien in de behoefte aan voedsel, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg.

    welzijn: geeft aan hoe het met iemand gaat (afhankelijk van veiligheid, familie, vrienden en waardering).

    woningcorporaties/woningbouwverenigingen: stichting die is opgericht om betaalbare huurwoningen te bouwen en te onderhouden.

    WOZ-waarde: de gemeente bepaalt de waarde van een gebouw om te bepalen hoeveel belasting er moet worden betaald voor dat gebouw volgens de Wet Ontroerende Zaakbelasting (WOZ).

    wijk: deel van een stad. een wijk is verdeeld in buurten.  

  • bruto regionaal product: de waarde van alle goederen en diensten die een regio produceert.
    besteedbaar inkomen: het inkomen dat je overhoud nadat je je belastingen en premies hebt betaald.
    armoedegrens: het inkomen dat je minimaal nodig hebt om te kunnen voorzien in je behoefte aan voedsel, kleding, huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs.
    beroepsbevolking: iedereen die werk heeft of werk zoekt
    werkgelegenheid: alle banen in een gebied, ook de banen waarvoor nog mensen gezocht worden.
    vergrijzing: stijging van het percentage ouderen boven de 65 jaar.
    levensverwachting: het aantal jaren dat je waarschijnlijk nog te leven hebt.
    sociaaleconomische status: het aanzien dat iemand heeft in de maatschappij dat vooral afhankelijk is van inkomen, opleiding en beroep.
  • integratie: hoe goed allochtonen actief meedoen aan de samenleving.leefbaarheid: hoe geschikt een woonwijk is om in te leven.opleidingsniveau: de hoogste vorm van onderwijs die mensen hebben afgemaakt.sociale cohesie: mensen in een dorp of wijk voelen zicht met elkaar verbonden.sociale onveiligheid: sfeer van onveiligheid in een gebied die wordt veroorzaakt door asociaal of crimineel gedrag.structurele werkloosheid: blijvende werkloosheid die niet vermindert wanneer het beter gaat met de economie.welvaartsziekten: ziekten veroorzaakt door ongezond eten en te weinig beweging.
  • bevolkingsdichtheid: het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer.
    stedelijke gebieden: steden en dorpen die (bijna) aan elkaar vastgegroeid zijn.
    landelijke gebieden: gebied met weinig bebouwing en veel open ruimte, ander antwoord: platteland.
    ruimtelijke kwaliteit: hoe goed of slecht de gebouwen, de woonomgeving of het landschap van een gebied zijn.
    luchtkwaliteit: hoe veel of weinig de lucht vervuild is.
    waterkwaliteit: hoe veel of weinig het grondwater en het oppervlaktewater vervuild zijn. 
  • bruto regionaal product: de waarde van alle goederen en diensten die een regio produceert.

    besteedbaar inkomen: het inkomen dat je overhoud nadat je je belastingen en premies hebt betaald.

    armoedegrens: het inkomen dat je minimaal nodig hebt om te kunnen voorzien in je behoefte aan voedsel, kleding, huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs.

    beroepsbevolking: iedereen die werk heeft of werk zoekt.werkloosheid: het percentage van de beroepsbevolking zonder werk.

    werkgelegenheid: alle banen in een gebied, ook de banen waarvoor nog mensen gezocht worden.

    migratie: de verhuizing naar een andere woongemeenten.

    vergrijzing: stijging van het percentage ouderen boven de 65 jaar.

    levensverwachting: het aantal jaren dat je waarschijnlijk nog te leven hebt.

    sociaaleconomische status: het aanzien dat iemand heeft in de maatschappij dat vooral afhankelijk is van inkomen, opleiding en beroep.

  • globalisering: het proces waarbij wereldwijd steeds meer goederen, geld en informatie worden uitgewisseld.
  • bevolkingsdichtheid: het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer.

    stedelijke gebieden: steden en dorpen die (bijna) aan elkaar vastgegroeid zijn.

    landelijke gebieden: gebied met weinig bebouwing en veel open ruimte, ander antwoord: platteland.

    ruimtelijke kwaliteit: hoe goed of slecht de gebouwen, de woonomgeving of het landschap van een gebied zijn.

    luchtkwaliteit: hoe veel of weinig de lucht vervuild is.

    waterkwaliteit: hoe veel of weinig het grondwater en het oppervlaktewater vervuild zijn. 

  • integratie: hoe goed allochtonen actief meedoen aan de samenleving.
    leefbaarheid: hoe geschikt een woonwijk is om in te leven.
    opleidingsniveau: de hoogste vorm van onderwijs die mensen hebben afgemaakt.
    sociale cohesie: mensen in een dorp of wijk voelen zicht met elkaar verbonden.
    sociale onveiligheid: sfeer van onveiligheid in een gebied die wordt veroorzaakt door asociaal of crimineel gedrag.
    structurele werkloosheid: blijvende werkloosheid die niet vermindert wanneer het beter gaat met de economie.
    welvaartsziekten: ziekten veroorzaakt door ongezond eten en te weinig beweging.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

welke 2 zaken zijn belangrijk voor suburbs
1. een auto nodig, door wijken die zijn uitgestrekt en weinig fietspaden/ openbaarvervoer. 
2. genoeg geld hebben voor je huis en auto.
waarom groeide detroit snel ?? mmm
omdat er rond 1900 fabrieken ontstonden. er waren dus veel arbeiders nodig en mensen verhuisde daarom naar de stad, ( er kwamen ook afro Amerikanen uit het zuiden voor werk)
Hoe scoort Nigeria op het BNP?
Het scoort niet goed, de ontwikkeling is laag.
waar word gebruik gemaakt om de Human Development Index te bereken?
De kwaliteit van het onderwijs en de gezondheid van mensen. Ook word het BNP gebruikt bij de berekening.
waarvoor staat Human Development Index (HDI)?
Het staat voor menselijke ontwikkeling.
waarom is voorlichting en onderwijs zo belangrijk?
doormiddel van onderwijs kan je leren hoe je je kan beschermen tegen ziektes
Waarom enten de meeste Nigerianen hun kinderen niet in?
Ze hebben geen idee waar dat goed voor is.
wat zijn de verschillen tussen het noorden en het zuiden in de gezondheidssituatie?
Er zijn in het Noorden minder kinderen de belangrijke inentingen gekregen. Het sterftecijfer ligt hoger. er leven meer gezinnen in armoede. en er zijn minder gezondheidsvoorzieningen, zoals ziekenhuizen en klinieken.
waarvoor zijn grote investeringen nodig van de overheid voor de zorg?
geld is nodig voor nieuwe artsen, apparatuur, medicijnen en voorlichting.
waarin schiet de gezondheidszorg te kort in Nigeria?
• er zijn te weinig artsen
• er ontbreekt vaak van alles in de ziekenhuizen, bijvoorbeeld te weinig bedden, geen goede apparaten en geen medicijnen voor goede zorg.