Summary Artikels

-
308 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Artikels

  • 1 Nieuwe praktische relevante inzichten in techniektraining

  • Wat is leren?
    Een proces dat leidt tot relatief duurzame veranderingen in het gedragspotentieel als gevolg van specifieke ervaringen met de omgeving.
  • Wanneer heeft prestatieverbetering een leereffect?
    Als er retentie is
  • Waarom is het geleerde afhankelijk van de omstandigheden waaronder werd geoefend?
    Omdat motorisch leren het gevolg is van specifieke ervaringen met de omgeving.
  • Wat is een transfertest?
    Om te bepalen in hoeverre het geleerde ook in een andere situatie toepasbaar is.
  • Wat is deliberate practice?
    Oefening die erop gericht is een vaardigheid of techniek onder de knie te krijgen die men nog niet beheerst. Gaat vaak gepaard met focus van de aandacht, waarbij continue feedback over zowel gehanteerde techniek als uitkomst.
  • Waar is deliberate practice per definitie op gericht?
    Een vernieuwing en niet het drillen of inslijpen
  • Welke drie fasen kent het model van Fitts en Posner?
    Cognitieve fase
    Associatieve fase
    Autonome fase
  • Wat zijn drie functies voor slaap en motorisch leren?
    1. Lichamelijke herstel
    2. Behoud van energie
    3. Slaap noodzakelijk voor het verwerken en bewerken en opslaan van informatie
  • Welke vier fasen zijn er voordat een motorische vaardigheid in het geheugen zit?
    1 acquisitiefase(representatie van taak)
    2. Consolidatie fase(representatie wordt meer permanent)
    3. Opslag(representatie in lange termijn geheugen)
    4. Oproepfase
  • Welke 5 slaapfasen?
    1. Lichte slaap
    2. Ademhaling en hartslag dalen
    3. diepe slaap(deltagolven)-> zeer beperkte spieractiviteit
    4. Zeer ziepe slaap grote deltagolven-> nog lagere spieractiviteit
    5. REM hersengolven versnellen(dromen) -> ademhaling snel en oppervlakkig
  • Wat dacht ericcson over het aanleren van beweging en expertise?
    Hij benadrukt meer de gerichtheid en kwaliteit van het oefenen.
    4 uur deliberate practice per dag voor circa 10 jaar.
  • Wat voor soorten kennis zijn er?
    Impliciet en expliciet
  • Wat kwam uit het onderzoek van masters?
    Actioren met weinig expliciete kennis hebben minder kans op falen onder druk dan actoren met veel expliciete kennis.
  • Waar valt analogieleren onder?
    Impliciet leren.
  • Wat is foutloos leren?
    Zorgen dat een speler geen fouten kan maken zodat het niet uitnodigt tot analyse en dus geen hypothese opstelt in het werkgeheugen.
  • Wat is de ongeconditioneerde stimulus?
    Het effect van bijvoorbeeld eten
  • Wat is de ongeconditioneerde respons?
    De reactie die ongeconditioneerde stimulus uitlokt, zoals bijvoorbeeld kwijlen.
  • Wat is een geconditioneerde stimulus?
    Wat eerst een neutrale stimulus was, zoals bijvoorbeeld het belletje wordt gekoppeld aan het eten
  • Wat is de geconditioneerde respons?
    Het kwijlen als reactie op het belletje.
  • Hoe noemde pavlov de koppeling van nieuwe stimulus aan de respons?
    Verwerving
  • Wanneer vindt er exctinctie plaats?
    Als de geconditioneerde stimulus geen goede voorspeller is van de ongeconditioneerde stimulus. Zal deze na verloop van tijd verdwijnen
  • Wat is stimulusgeneralisatie?
    Als de conditionering effect heeft gehad  kan het effect ook worden overgedragen op soortgelijke stimuli
  • Wat is stimulusdiscriminatie?
    Hierbij wordt aangeleerdr reactie juist beperkt tot een specifiekere groep stimuli dan in eerste instantie het geval was.
  • Waarom zou contiguiteit belangrijk zijn?
    Omdat altijd werd gedacht dat geconditioneerde en ongeconditioneerde stimuli elkaar snel op moeten volgen om conditionering plaats te laten vinden. er zijn echter belangrijke uitzonderingen op deze regel
  • Wat is een uitzondering op contiguiteit?
    Smaakaversie-> als je ziek wordt uren na eten van bepaald voedsel kan je toch sterke aversie ontwikkelen tegen bepaald voedsel
  • Welke relaties zijn het makkelijkst te koppelen?
    Relaties die van nature belangrijk zijn voor ons lijfsbehoud. Zoals smaak bijvoorbeeld is voor besmettingsgevaar
  • Waar gaat klassieke conditionering dus over?
    Niet simpelweg over twee stimuli die toevallig samen optreden, maar over voorspellen van betekenisvolle gebeurtenissen in ons dagelijks leven
  • Wat is de wet van effect van thorndike?
    Responsen die leiden to bevredigende gevolgen worden herhaald, responsen die leiden tot onbevredigende gevolgen blijven voortaan achterwege..
  • Wat zei skinner?
    Conditionering het gedrag neemt niet toe of af, Alleen de kans dat het gedrag zich opnieuw zal voordoen die verandert.
  • Wat is een positieve en negatieve variant van bekrachtiging of straf?
    Positief-> stimulus wordt toegediend
    Negatief-> stimulus wordt weggenomen
    Positief en negatief zeggen dus niet over stimulus voor het dier.
  • Wat is vorming door successieve benadering?
    De eerste stap is het geven van bekrachtiging voor alle gedrag in richting van gewenste respons. Daarna worden eisen aangescherpt en alleen specifiek handelen beloond.
  • Wat is het verschil tussen primaire en secundaire bekrachtigers?
    Primair zijn zaken we van nature prettig vinden. Deze kunnen echter vrij eenvoudig geassocieerd raken met andere stimuli die vervolgens evengoed als beloning gaan gelden. Deze vervangers zijn secundaire bekrachtigers.
  • Wat is de tweefactorentheorie?
    Negatieve bekrachtiging die het gevolg is van vlucht of vermijdingsgedrag. Houdt volstrekt irreele angs voor een bv een locatie in stand. Hierbij worden leertheorie om vermijdingsgedrag te verklaren.
  • Wat zei skinner?
    Hij stelde terecht dat door conditionering niet het gedrag zelf toe- of afneemt. Het is alleen de kans dat het gedrag zich opnieuw zal voordoen die verandert.
  • Waarom zou contiguiteit belangrijk zijn?
    Conditionering is het meest effectief wanneer de geconditioneerde en ongeconditioneerde stimuli elkaar binnen enkele seconden opvolgen. Daarom ging men er vroeger van uit dat contiguïteit – dat betekent nabijheid in de tijd – noodzakelijk en voldoende was om conditionering te laten plaatsvinden. Tegenwoordig weten we echter dat er belangrijke uitzonderingen op deze regel zijn.
  • Wat zei skinner?
    Conditionering het gedrag neemt niet toe of af, Alleen de kans dat het gedrag zich opnieuw zal voordoen die verandert.
  • Wat zei skinner?
    Conditionering het gedrag neemt niet toe of af, Alleen de kans dat het gedrag zich opnieuw zal voordoen die verandert.
  • Waarom zou contiguiteit belangrijk zijn?
    Omdat altijd werd gedacht dat geconditioneerde en ongeconditioneerde stimuli elkaar snel op moeten volgen om conditionering plaats te laten vinden. er zijn echter belangrijke uitzonderingen op deze regel
  • Wat is differentiele bekrachtiging?
    Hierbij wordt niet alleen het ongewenste gedrag afgeleerd door daar de desbetreffende bekrachtiger van te achterhalen en weg te nemen. Maar wordt tegelijkertijd een meer gewens alternatief aangeleerd door dit juist te bekrachtigen.
  • Wat is aangeleerde hulpeloosheid?
    Als dieren schokken(in een kooi) krijgen vormen de dieren de algemene verwachting dat schokken onafhankelijk waren van hun gedrag en had ingrijpen dus geen zin.
  • Op welke twee manieren kan waardering van het rolmodel zich vertalen naar de leersituatie?
    1. Stimulus versterking-> Stimuli en objecten meer aantrekkelijk
    2. Doelversterking-> doel wat model bereikt wordt aantrekkelijker
  • Wat is interne focus en externe focus?
    Intern-> Als de aandacht gericht is op de uitvoering van de beweging of mechanische en neurale processen die daaraan ten grondslag liggen

    Extern->Aandacht is gericht op het effect van de bewegingen.
  • Waarom constrained action hypothesis een verklaring zijn voor het intern extern focus probleem?
    Volgens deze hypothese bevordert een externe focus van aandacht het automatische karakter van de bewegingssturing.  Daarmee kunnen reflexen en onbewustmatige en daarmee snelle sturingsprocessen ongehinderd hun gang gaan.
  • Waar zorgt buiten beter leren de externe focus nog meer voor?
    Ook de effectiviteit en efficientie van de beweging.
  • Wat is de sociale leertheorie van Bandura?
    mensen leren vooral nieuwe gedragingen door af te kijken hoe anderen iets doen. Observationeel leren
  • Uit welke 4 deelprocessen bestaat observationeel leren volgens Bandura?
    Aandacht, retentie, productie en motivatie
  • Waar houden volgens Bandura waarnemers hun aandacht met name op gericht?
    Gedrag van personen die over hoge status en/of vaardigheidsniveau en hetzelfde geslacht beschikken als zij
  • Wat is ee kritische voorwaarde voor retentie?
    Herhaling
  • Wat vormen retentie aan aandacht?
    De respons-acquisitie fase, hierin wordt een mentale represenatie van het te imiteren gedrag opgebouwd.
  • Wat vormt de respons productiefase?
    Productie en motivatie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

welke processen zorgen voor de ontwikkeling van waarnemen en bewegen als uitgegaan wordt van een ecologische benadering.
Leren waar je je aandacht op moet richten. Bij vangen moeten baby’s tau leren zodat ze weten wanneer ze moeten gaan grijpen om een bal te vangen. Eerst baby’s actie inzetten op een vaste afstand, daarna steeds meer afhankelijk van de tijd, hoe snel de bal op hen af kwam. 
Heeft ervaring invloed op affordance waarneming?
Ja, je leert je eigen capacitieiten beter inschatten, helemaal als je lichaam nog verandert.
Vanaf wanneer kunnen baby's goed inschatten?
8/9 maanden
Welke constraints spelen een rol in het leren waarnemen van affordances als het gaat om vangbaarheid?
Perceptuele grens-> bepaald go-ratio
Vanggrens=actiegrens
Waarom vragen affordances meer van kinderen dan van volwassenen?
Omdat handelingscapaciteiten de hele tijd veranderen. Verschillen per dag, je lichaam verandert en czs en controle en coordinatie
Waarom is je eigen handelingsmogelijkheden kennen belangrijk bij affordances?
Omdat het intentie kan bepalen, als je goed bent met een bal zal je eerder geneigd zijn tot vangen ipv wegduiken
Wat is voorkeurskijken?
Een baby kijkt langer naar iets wat hij leuk vindt.
Waaraan kunnen ze zien of baby's angst ervaren?
Hartslag meten
Waarom is diepte zien belangrijk voor motorisch ontwikkelen?
Je kan goed waarnemen waar je je in omgeving bevindt, hierdoor kan je je motorisch navigeren.
Na hoeveel tijd zien baby's goed scherp?
6/7 maanden