Summary Atkinson and Hilgard's introduction to psychology.

-
186 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Atkinson and Hilgard's introduction to psychology.". The author(s) of the book is/are Atkinson & Hilgard. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Atkinson and Hilgard's introduction to psychology.

  • 3 Psychological development

  • Wanneer kan een baby helder zien?
    Na 7 tot 8 maanden
  • Facial preference
    De voorkeur van een baby om te kijken naar gezichten.
  • Hoe ontwikkelt het gehoor van een baby?
    Een foetus van 26 tot 28 weken reageerd al op geluid. Daarna let de baby vooral op ritme. Na 6 maanden herkennen ze intonatie.
  • Wanneer herkennen babies smaak en geur?
    Direct vanaf de geboorte.
  • Wat zijn de 4 hoofdfases uit de theorie van Piaget?
    Sensomotorische fase (0-2)
    Preoperationele fase (2-7)
    Concreet operationele fase (7-11)
    Formeel operationele fase (>11)
  • Wat houdt de sensomotorische fase in?
    Het ontdekken van relaties tussen acties en de gevolgen ervan. Ontwikkeling van objectpermanentie.
  • 4 Sensory processes

  • Psychophisical procedures
    techniek om de sterkte van de stimulus en het psychologische effect te meten. Zie je hem nu?
  • Absolute drempel
    50% van de mensen neemt de stimulus waar
  • JND
    1/2 van het verschil van 25% - 75% groter als % van de standaard.
    25% niet, 75% wel : 2
  • Weber-Fencher wet
    1/50 nodig om het verschil op te merken
  • Weberfractie
    JND constand voor alle intensiteiten. licht 8% gewicht 2%
  • Hoe intenser het licht het geluid, hoe minder snel we het opmerken. Met gewicht en pijn is dit juist andersom
  • Liberale bias
    Met ziekte snel ja zeggen, in verhouding weinig hits en veel vals alarmen
  • Conservatieve bias
    Niet snel ja zeggen. Veel hits en in verhouding weinig vals alarmen.
  • Neurale codering
    Transductie -> stimulus -> vuren
  • Hoe vuren de neuronen om de intensiteit te bepalen van de stimulus?
    Vuurfrequentie en regelmaat
  • Hoe vuren de neuronen om de kwaliteit te bepalen van de stimulus?
    Dat is afhankelijk van welke neuronen vuren
  • Hoe zie je?
    Stimulus -> netvlies -> hoornvlies
  • Staafjes / rods
    Nacht. verbonden aan 3 ganglion cellen die allemaal vuren. Door het teveel aan informatie is het zicht niet duidelijk.
  • Kegeltjes / cones
    Voor het zicht overdag. Verbonden aan 1 ganglioncel, deze zorgt ervoor dat de omringende cellen niet vuren.
  • Fovea
    Een plek in het netvlies waar veel receptoren bij elkaar zitten
  • Blinde vlek
    De plek waar de oogzenuw het oog verlaat. Hier zitten geen receptoren
  • Transductie ogen
    Staafjes/kegeltjes -> chemische reactie -> DOT -> Neuronen
  • Spatial acuity
    Mogelijkheid details en vorm te zien
  • Contrast acuity
    Mogelijkheid om verschillen in helderheid te zien
  • Metameren
    Mengsels van lichten die dezelfde kleur geven als pure kleur
  • Hue
    Naam van een kleur
  • Brightness
    De hoeveelheid licht die een kleur geeft
  • Saturation
    De hoeveelheid grijs die een kleur in zich heeft
  • Dichomats
    Mensen die uit 2 kleuren alle andere kleuren kunnen zien. Ze zien soms geen verschil tussen groen en blauw
  • Nabeeld
    Door neurale adaptie blijven de neuronen even doorvuren waardoor het beeld blijft hangen.
  • Theorie van Hering 1878 over kleuren
    In de hersenen bevinden zich 3 kanalen. Het rood-groen kanaal, het blauw-geel kanaal en een helderheidskanaal. De informatie wordt via die kanalen in de hersenen verwerkt en daarom zien wij kleuren.
  • Wat is de meest energierijke kleur?
    Blauw
  • Wat is de minst energie rijke kleur?
    Rood
  • Wat zijn oppanente kleuren?
    Het effect dat als je een tijdje naar een kleur staart en dan wegkijkt, je een andere kleur ziet.
  • Wat is de stimulus van horen?
    Geluidsgolven, samengeperste lucht
  • Hoe geven de neuronen toonhoogte aan?
    Door de frequentie
  • Hoe wordt er aangegeven hoe luid een stimulus is?
    Amplitude, verschil in druk
  • Timbre
    Complex geluid. Complex vuren van de neuronen, geeft de kwaliteit weer.
  • Basilair membraam -> haarcellen trillen -> neuronen vuren
  • Temporele theorie
    Wat we horen is afhankelijk om de frequentie van de neuronen. (echt waar voor lage tonen)
  • plaatstheorie (gehoor)
    Wat we horen is afhankelijk waar de neuronen vuren op het basilair membraam. (echt waar voor hoge tonen)
  • Ruiken en proeven
    Receptoren in de neus (ciliacellen) zijn verbonden met de olfactorische buld (1/20 van de cortex in de temporele kwab)
  • Femonen
    Communicatie tussen dieren. Menstruatiegeur, sexe voorkeur.
  • Neurale gate / pijnpoort
    bestaat uit PAG neuronen. Op het moment dat deze actief zijn wordt de poort gesloten en voel je geen pijn. Kan gestimuleerd worden door enorfine en morfine.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.