Summary attitudes en overredende communicatie

-
272 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - attitudes en overredende communicatie

  • 1 attitudes en overredende communicatie

  • attitudes
    de meningen en voorkeuren van mensen. Attitudes zijn: evaluaties, beoordelingen in termen als goed, positief en juist en slecht.
    het evalueren van een stimulus is het eerste wat we doen, nog voordat we het probleem begrijpen. Ze zijn evaluaties van objecten, mensen , plaatsen maar ook over gedragingen.
    We gebruiken deze attitudes om snel te kunnen reageren, zonder cognitieve inspanning de wereld om ons heen beoordelen.
  • Er zijn 3 aspecten van attitudes te onderscheiden
    *cognitieve component
    *affectieve component
    *conatieve component
  • Beliefs
    cognities worden ook wel beliefs genoemd ze betreffen de toekenning van kenmerken aan objecten of aan gedragingen. de affectieve component duidt op de gevoelens ten opzichte van een object of gedrag. De gedragscomponent ten slotte heeft betrekking op de neiging tot het handelen met betrekking tot het object.
    Het boek is interessant
    ik vind het leuk dit boek te lezen'
    ik lees verder.
    Deze componenten zijn niet los van elkaar
  • Sterkte van attitudes
    Sterke attitudes zijn relatief stabiel over de tijd en tegen beïnvloeding, het is moeilijk te overtuigen. Ze hebben meer invloed op ons gedrag en de manier waarop we informatie verwerken.
    De volgende kenmerken zeggen iets over de sterkte van attitudes.
    *belang
    *toegankelijkheid
    *extremiteit
    *intensiteit
    *kennisbasis
    *centraliteit
    *lage ambivalentie
    *overeenstemming tussen impliciete en expliciete attitudes 
  • context
    attitudes kunnen beïnvloed worden door de context
  • toegankelijke constructuren
    de toegankelijke informatie. informatie die voor een persoon chronische toegankelijk zijn, informatie die het snelst bovenkomt.
    Omdat op verschillende momenten andere informatie naar boven komt is de attitude niet altijd hetzelfde.
  • Dat mensen niet altijd hetzelfde reageren op een attitude kan komen door de volgende manieren
    *toegankelijke structuren
    *priming
    *standaarden
    *lichamelijke gesteldheid
    *stemming
    *doelen
    Dit verklaart waarom attitudes vaak instabiel zijn.
  • structuur en consistentie van attitudes
    Attitudes hebben verschillende beliefs/overwegingen.
    Attitudes die tegenstrijdige beliefs gebaseerd zijn noemen we ambivalent.
  • manieren om cognitieve dissonantie  te reduceren
    1. door 1 van de 2 dissonante elementen aan te passen, zodat deze minder dissonant word.
    2. door extra opvattingen te verzamelen die een van beide dissonanten versterkt, waardoor de balans meer naar een kant doorslaat.
    3. door tegen jezelf te zeggen dat je geen keus hebt.
    door te besluiten dat het er eigenlijk niet zoveel toe doet, dat wil zeggen door het  probleem te trivialiseren. ( er zijn zoveel problemen op de wereld, die kan ik toch niet oplossen)
  • Balanstheorie
    Attitudes hangen vaak samen met elkaar en met de centrale waarden van een persoon. Hierdoor kunnen bepaalde attitudes ook onderling tegenstrijdig zijn met elkaar.
    Heider balanstheorie: de relaties worden in 3 elementen beschreven.
    1. paul en bart zijn goede vrienden (+)
    2. paul houd van AJAX (+)
    3. Bart houd ook van AJAX (+) 3 x + is balans
  • Balanstheorie
    Attitudes hangen vaak samen met elkaar en met de centrale waarden van een persoon. Hierdoor kunnen bepaalde attitudes ook onderling tegenstrijdig zijn met elkaar.
    Heider balanstheorie: de relaties worden in 3 elementen beschreven.
    1. paul en bart zijn goede vrienden (+)
    2. paul houd van AJAX (+)
    3. Bart houd ook van AJAX (+) 3 x + is balans
    Bart houd niet van AJAX (-) is onbalans, - en + = -
    Bij 1 + en 2 - is er wel weer balans, want - en  is +
  • functies van attitudes
    1.kennisfunctie
    2.instrumentele functie
    3.egodefensieve functie
    4.waarde-expressieve functie
  • kennisfunctie van attitudes
    ze helpen ons snel informatie te verwerken. Ze fungeren als kennis en bieden zo een kapstok voor verder informatie. Deze is wel gebaseerd op onze kijk op de werkelijkheid.
  • instrumentele functie
    mensen ontwikkelen positieve attitudes over objecten om hun heen wanneer ze voordelen opleveren en negatieve als ze nadelig zijn. op deze manier helpen attitudes ons doelen te verwezenlijken en snel te beslissen wat we willen.
  • egodefensieve functie
    attitudes kunnen ook gebruikt worden om je zelfwaardering op peil te houden. Ook om je ego af te schermen voor ongewenste informatie over het zelf.
  • waarde expressieve functie
    in attitudes worden ook de waardes en overtuigingen die we belangrijk vinden uitgedragen, een middel om onze zelfexpressie, identiteit als individu te bekrachtigen.
  • Ervaren en leren (attitudes)
    Pavlov. Klassiek conditioneren
    het overspringen van een reactie van ongeconditioneerde stimulus naar een geconditioneerde stimulus. Deze manier is automatisch, mensen zijn zich hier niet van bewust.
  • subliminaal
    zeer korte tijd, een waarnemingsdrempel.
  • operant conditioneren
    het proces waarin bepaalde reacties beloond worden zodat de kans toeneemt dat deze zich weer vertoont. Dit kan ook zijn omdat mensen met je uitspraken instemmen.
  • Sociale invloed sociaal leren of modeling
    wanneer mensen in je omgeving die je belangrijk vind zich op een bepaalde manier gedragen dan ga je dat overnemen.
  • sociale vergelijking
    mensen toetsen hun denkbeelden en opinies aan anderen, daarvoor kiezen ze met name mensen die op hen lijken. Dit treed met name op als mensen ergens niet zeker over zijn.
    Dit betekend niet dat we altijd die mening overnemen, maar ook om te vergelijken
  • referentiegroepen
    groepen waar we lid van zijn of willen worden of door personen die belangrijk voor ons zijn.
  • referentie personen conformisme
    we identificeren ons met de mensen van de referentiegroepen, dit leid tot conformisme, we willen ons gedrag aanpassen.
  • erfelijke factoren en attitudes
    gedachten en attitudes worden gevormd door het brein en dus is ook de structuur van de hersenen door genetische factoren beinvloed.
    Evolutionaire psychologie verklaart waarom bepaalde voorkeuren generatie na generatie worden doorgegeven, bijv om te overleven. Zo ook de voorkeur voor vet en zoet in voedsel.
  • relatie tussen gedrag en attitudes
    attitudes worden gebruikt om te verklaren en te voorspellen hoe mensen gedragen en reageren.
    Soms gedragen we ons niet in overeenstemming met onze attitudes. Er is namelijk een groot verschil in denken en doen.
  • Mode model
    motivation and opportunity as deteminants model
    Er zijn 2 manieren waarop attitude het gedrag kan beinvloeden.
    Wanneer mensen voldoende gelegenheid hebben en voldoende gemotiveerd zijn om een uitvoerige afweging te maken, zullen ze hun gedrag baseren op een zorgvuldige afweging van alle beschikbare informatie en bestaande attitudes die relevant zijn.
  • toegankelijkheid en attitude
    wanneer een toegankelijke informatie paraat staat zal deze automatisch geactiveerd worden. Het gaat om de sterkte van de attitude en de relatie tussen de stimulus en de attitude. Directe ervaringen zijn sterker.
  • model van gepland gedrag
    het gaat om gedrag waarover nagedacht moet worden. Het is beredenerend gedrag bijv op wie moet ik stemmen. Wat er word gekozen ligt aan de intentie die mensen hebben. Niet alle plannen worden uitgevoerd, maar de intentie is goed.
    (wil je echt iets veranderen dan moet je dat gemiddeld 66 dagen volhouden)
    Wat bepaald nu wat iemand van plan is:
    *attitude
    *sociale norm
    *waargenomen gedragscontrole
    Deze 3 vormen de intentie die op zijn beurt weer zorgt voor gedrag.
    De waargenomen gedragscontrole is de enige die ook rechtstreeks gedrag kan worden.
    dit model word met name gebruikt bij sociaal psychologisch theorie om gedrag te beinvloeden.
  • evaluaties attitude
    de waardes die aan consequenties worden toegekend
    Door de waarschijnlijkheid van elke uitkomst te vermenigvuldigen met de evaluatie en vervolgens op te tellen bij alle mogelijke uitkomsten krijg je een indicatie van de attitude. bijv auto-vrijheid, statussymbool, boodschappen
  • attitude ambivalentie
    de mate waarin een persoon zowel voor als nadelen van een bepaald gedrag ervaart. Deze attitudes zijn niet erg sterk en zijn gemakkelijk te beinvloeden.
  • tailoring
    afstemmen op de ontvanger, voorlichting moet gericht zijn op het belang van beliefs en niet op het veranderen ervan. Het is advies op maat, geautomatiseerd zodat het aan grote groepen kan worden benaderd. Voor de verandering gaat er een proces aan vooraf in 5 delen.
    1.precontemplatie fase , men overweegt nog niet om te veranderen.
    2.contemplatie fase, men wil veranderen, maar weet nog niet concreet hoe.
    3.preparatie, men wil binnen afzienbare tijd veranderen en maakt zich klaar.
    4.actie, men verandert, maar is nog onzeker.
    5.gedragsbehoud, het nieuwe gedrag volhouden
  • sociale norm
    naast attitude is sociale norm een 2de vorm om iemands intenties te bepalen. de stimulerende of remmende werking van de sociale omgeving. Dit ligt eraan of ze zich conformeren aan anderen.
    De sociale norm is opgebouwd uit 2 componenten.
    1.referentieopvattingen: geven weer wat iemand denkt dat personen in de omgeving vinden.
    2. motivatie tot conformeren
    zo blijkt dat mensen wel eens dingen doen die niet overeenstemmen met hun attitude, maar ze doen iets ivm de mening van anderen.
  • waargenomen gedragscontrole
    de derde factor die bepaald hoe iemand intenties zijn. de mate waarin men denkt daadwerkelijk in staat te zijn het gedrag te vertonen. geen geld voor een auto, waargenomen gedragscontrole laag.
  • vertekeningen in gepland gedrag
    bepaalde gevolgen wegen zwaarder dan andere, bijv als negatieve gevolgen langere tijd aanhouden. Met name bij gezondsheids en milieu gedrag ligt het gewenste gedrag op de lange termijn terwijl het ongewenste gedrag ligt op de korte termijn.
  • waargenomen controle
    mensen denken de controle te hebben over veel dingen in hun leven, ook al is dat onmogelijk. Dit noemen ze de illusie van controle.
  • Intention behavior gap
    de kloof tussen intentie en gedrag. hier zijn diverse oorzaken voor: te veel gewoontes, koude en hete overtuigingen, omdat het bepaald word door meerdere attitudes. Gedrag is betrouwbaarder als het gebasseerd is op meerdere attitudes.
  • oorzaken voor een zwakke relatie tussen attitude en gedrag
    *gedrag is vaak berust op gewoontes
    *gedrag word vaak bepaalde door meer dan 1 attitude, sommige zijn tegenstrijdig met elkaar.
    *het gedrag word ook beinvloed door de sociale omgeving.
    *correspondentie tussen attitude en gedrag. (toch vlees kopen uit de bio industrie.
  • specificiteit
     hoe specifieker de attitude, hoe beter het gedrag te voorspellen is.
  • attitude sterkte
    sterke attitudes zijn betere voorspellers van gedrag. Een attitude heeft meer sterkte naarmate het gedrag van groter belang is met meer persoonlijke consequenties aan verbonden zijn.
  • persoonlijkheidsvariabelen
    Bij sommige mensen is de relatie tussen attitude en gedrag sterker dan bij andere. Dit kan bijv door zelfmonitoring, kijken wat andere mensen gewenst gedrag vinden. Zij zijn gevoeliger voor reacties van anderen. Mensen met een hoge self monitoring zijn minder consistent in hun gedrag en passen zich aan aan de omgeving.
  • Need voor cognition
    iemands neiging tot nadenken. sommige mensen hebben plezier in het nadenken over dingen, andere zijn meer praktisch ingesteld. hoge neiging tot nadenken is sterkere relatie tussen attitude en gedrag. ze zijn meer beredeneerd en berust op meer argumenten.
  • Implementatie intenties
    soms hebben mensen wel de intentie om bepaald gedrag te vertonen, maar tussen intentie en daadwerkelijk gedrag zit soms een groot gat.
    Volgens gollwitzer moet je niet alleen een doel hebben, maar moet je ook voorbereid zijn om specifieke dingen te doen om je doel te behalen.
  • We zijn geneigd om onze vastbeslotenheid te gebruiken als graadmeter om succes te bereiken, dit voorspelt echter helemaal niet de kans op succes. Je houd er geen rekening mee dat je je een week later totaal anders kan voelen.
    Het valse hoop syndroom: lukt iets niet, dan zeg je tegen jezelf dat het nu niet lukte maar volgende keer beter je best gaat doen, maar je niet weet of je dat ook daadwerkelijk gaat doen.
  • invloed van gedrag op attitudes
    *hoe mensen hun attitudes afleiden uit hun gedrag, cognitieve dissonantie en zelfwaarneming
    *hoe lichamelijke toestanden samenhangen met attitudes en evaluatie.
  • Zelfwaarneming
    mensen leiden hun eigen persoonlijkheid af aan hun eigen gedrag. Je ziet jezelf geld geven aan een goed doel concludeer je dat je het doel belangrijk vind.
  • proprioceptie of ook wel facial feedback
    het afleiden van informatie uit de eigen lichamelijke toestand.
  • Overredende boodschap
    poging tot attitudeverandering door bijv reclame
  • Message learning: Yale school
    Ze wilde hitlers propaganda doorgronden. Ze maakte een model voor attitude verandering.
    *eerst moet de boodschap aandacht krijgen
    *vervolgens is het noodzakelijk dat de ontvanger de inhoud van de boodschap begrijpt
    *tot slot moet de ontvanger die inhoud ook accepteren en overtuigd raken.
    J krijgt dan attitude verandering door leren.
    De studenten bestudeerde ook wat de rol precies was van de zender/bron, de boodschap, ontvanger en kanaal of medium.
  • Cognitieve responsen en elaboratie
    attitude verandering hangt samen met de mate waarin een boodschap gunstige gedachten weet op te roepen, je krijgt verschillende cognitieve gedachten over: de inhoud, de bron, de vormgeving en jezelf. De boodschap zal nooit het beoogde effect hebben als die als negatief ervaren word.
  • though listing
    dit is de meest gebruikte onderzoeksmethode om cognitieve responsen in kaart te brengen. Deelnemers word simpelweg gevraagd alle gedachten op te schrijven die ze tijdens het lezen, horen of bekijken van de boodschap hadden.
    Er zijn 2 manieren van verwerking centrale route en perifere route.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

interne invloeden: wie word er geholpen?
*aantrekkelijkheid
*attributie van verantwoordelijkheid
*gelijkenis en relatie tussen slachtoffer en hulpgever
de altruistische persoonlijkheid
Deze mensen hebben een hoog empathisch vermogen, een sterk geloof in een betere wereld, een groot gevoel van sociale verantwoordelijkheid en een geloof in interne controle met daarnaast een laag egocentrisme.
sociale klasse
mensen uit lagere sociale economische klassen blijken gemiddeld hoger te scoren op empathie, met name de cognitieve component: het correct inschatten hoe iemand anders zich voelt. Onderzoekers nemen aan dat zij investeren in goede relaties omdat ze elkaar nodig hebben.
empathie (bij helpen)
mensen verschillen van elkaar in de mate waarin ze empathie kunnen voelen.
Er zijn 2 componenten:
*een cognitieve component: het perspectief van een ander innemen, in iemands schoenen staan. (van het hoofd)
*een affectief component: de gevoelens van de ander overnemen, meevoelen wat de ander voelt.(van het hart)
geloof in een rechtvaardige wereld
wanneer het binnen hun mogelijkheden ligt om te helpen, vormt geloof in een rechtvaardige wereld een aansporing om te helpen, maar wanneer dat niet mogelijk is word een andere strategie gebruikt om het geloof in een rechtvaardige wereld te beschermen. Men gaat het slachtoffer devalueren om zo te rechtvaardigen dat ze er slecht aan toe zijn.
sociale verantwoordelijkheid en interne controle
mensen die eerste hulp hadden verleend hadden een sterker gevoel van interne controle: het idee dat de dingen die je meemaakt worden beïnvloed door je eigen gedrag en je eigen keuzes en minder dat ze afhangen van toevalligheden en externe omstandigheden
invloed van persoonskenmerken, wie helpt?
*sociale verantwoordelijkheid en interne controle
*geloof in een rechtvaardige wereld
*empathie
effecten van stemming op hulpgedrag
er zijn andere situationele variabelen die ervoor kunne zorgen dat mensen behulpzamer worden. Het weer, de geur van koffie of vers gebakken koekjes.
Wanner je in een goed bui bent is het zo dat je soms niet wilt helpen.
De relatie tussen negatieve stemming en helpen is minder eenduidig en worde beinvloed door de focus van de aandacht: intern, op jezelf gericht of extern gericht op anderen.
audience inhibition
juist doordat er anderen aanwezig zijn, voel je je belemmerd omdat je bang bent dat je in hun ogen iets geks doet of iets niet goed aanpakt.
pluralistic ignorance
meervoudige onwetendheid, men weet met zijn allen niet wat er aan de hand is en helpt dus niet. Dit komt omdat mensen eerder overleggen wat er aan de hand is en wat ze kunnen doen.