Summary Bacteriologie voor laboratorium en kliniek

-
ISBN-10 9077423435 ISBN-13 9789077423431
189 Flashcards & Notes
16 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Bacteriologie voor laboratorium en kliniek". The author(s) of the book is/are N M Knecht, L Doornbos. The ISBN of the book is 9789077423431 or 9077423435. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Bacteriologie voor laboratorium en kliniek

  • 1 De Enterobacteriaceae

  • Hoe ziet de Enterobacter-soort er morfologisch uit?
    Gram-negatieve staven met peritriche flagellen. 
  • Welke bacteriën behoren o.a. tot de Enterobacteriaceae?
    Shigella
    Salmonella
    E.coli
    Klebsiella
    Proteus
    Yersinia
  • Hoe ziet de Enterobacter-soort er morfologisch uit?
    Gram-negatieve staven met peritriche flagellen. 
  • 1.1 Inleiding

  • Welke bacteriën van de enterobacteriaceae maken deel uit van de normale flora van het maag-darmkanaal?
    • E.coli
    • Klebsiella
    • Proteae
  • Enterobacteriacea zijn te isoleren uit welk materiaal?
    Materiaal van alle lichaamsdelen
  • Wat is biotoop?
    Natuurlijk verblijf van een micro-organisme
  • Buiten hun biotoop zijn Enterobacteriaceae ziektverwekkend door?
    Afscheiding van toxinen. Endotoxinen en lipopolysachariden
  • Morfologie van Enterobacteriaceae:
    • Gramnegatieve staven
    • Vormen geen sporen
    • Sommige hebben een kapsel
    • Beweeglijke  beschikken over peritriche flagellen, onbeweeglijke niet
  • Enterobacteriaceae typering door 3 antigene componenten:
    1. Celwand antigeen (O-antigeen) bestaat uit thermostabiel lipoproteïnepolysacharide
    2. Flagellaire antigeen (H-antigeen) is een proteïne, flaggelline
    3. Kapselantigeen (K-antigeen) is opgebouwd uit polysacharide
  • Bijna alle Enterobacteriaceae vertonen de volgende kenmerken:
    • Glucose fermentatief omzetten d.w.z. anaeroob afgebroken (Glucose [F] +)
    • Nitraat gereduceerd in nitriet (nitraatreductie +)
    • Cytochroomoxidase +
    • Oxidase -
    • Katalase +
  • Enterobacteriaceae groeien als:
    Aërobe, facultatief anaërobe Gram-negatieve staven op eenvoudige voedingsbodems
  • 1.2 Voedingsbodems en isolatie van enterobacteriaceae


  • Primaire isolatie van Enterobacteriaceae met:
    • MacConkey-agar
    • Endo-agar
    • Eosine-methyleenblauw-agar (EMB)

    1. Galzouten en kristalviolet  (MacConkey-agar), Natriumsufiet en basische fuchsine (Endo-agar), Anilinekleurstof Eosine en methyleenblauw (EMB-agar)--> Remmende werking op Gram-positieve bacteriën
    2. Lactose  --> onderscheid kunnen maken tussen lactose en niet lactose fermenters
  • Selectieve isolatie van Enterobacteriaceae met:
    • Salmonella-Shigella-agar (SS-agar)
    • Xylose-lysine-deoxycholaat-agar (XLD)
    • Bismutsulfiet-agar (Wilson en Blair)
    • Deoxycholaat-citraat-agar (DCA)


    SS-agar:
    1. Galzout en briljantgroen --> Remmende werking op Gram-positieve bacteriën & ongewenste niet pathogene darmbacteriën
    2. Natiumcitraat --> Remmende werking op coliforme micro-organismen
    3. Lactose --> onderscheid kunnen maken tussen lactose en niet lactose fermenters
    4. Natriumthiosulfaat --> H2S vormende bacteriën onderscheiden


    XLD:
    1. Galzouten --> Remmende werking op Gram-positieve bacteriën & ongewenste niet pathogene darmbacteriën
    2. Lactose, sacharose of xyleen --> onderscheid kunnen maken tussen lactose, sacharose of xyleen fermenters
    3. Fenolrood --> Aantoning van pH verandering
    4. Natriumthisulfaat --> H2S vormende bacteriën onderscheiden


    Bismutsulfiet-agar
    1. Bismutsulfiet en briljantgoren --> Remmende werking op bijna alle bacteriën behalve Salmonella
    2. Ijzersulfaat --> H2S vormende bacteriën onderscheiden.


    DCA:
    1. Galzouten (Deoxycholaat) --> Remmende werking op E.coli en ander Enterobacteriaceae behalve Salmonella en Shigella
    2. Natrium- en ijzercitraat --> Remmende werking op E.coli
    3. Lactose --> Onderscheid kunnen maken tussen lactose en niet lactose fermenters.
    4. Neutraalrood --> Aantoning van zuurvorming en pH-verandering
  • Sporadische Isolatie van Enterobacteriaceae met de ophopingsmedia:
    • Seleniet-bouillon
    • Tetrathionaat-bouillon
    • Rappaport-medium

    Groei voor Salmonella en Shigella

    Seleniet-bouillon:
    1. Natriumbiseleniet --> Remmende werking van E.coli en andere normale darmflora


    Tetrathionaat-bouillon:
    1. Galzouten en briljantgroen--> Groei optimaliseren voor Salmonelle en remmende werking op ander bacteriën
    2. Jodium en kaliumjodide --> Remmende werking op bacteriën behalve Salmonella


    Rappaport-medium:
    1. Magnesiumchloride & malachietgroen --> Remmende werking van de normale Gram-negatieve darmflora.
  • 1.3 Escherichia

  • Wat is Escherichia
    dit is een test (ik ken de stof niet) dus heb helaas het antwoord niet
  • E.coli op Bloedagar
  • E.coli op MacConkey agar
  • In welke vier groepen kunnen de pathogene E.coli stammen worden ingedeeld?
    Enteropathogene, enterotoxigene, entero-invasieve en verocytotoxine producerende E.coli
  • E.coli op MacConkey agar
  • enteropathogene --> voor identificatie wordt serologische methode gebruikt: gebaserd op O-en H- atigeen
    Enterotoxigene --> In landen met slechte hygiene. Identificatie met RPLA-kit
    Enteroinvasieve --> Identificatie door Sereny test
    Verocytotoxine --> 
  • Wat is de morfologie van E.coli?
    Gram Negatieve, niet sporen vormende staafjes. Meeste stammen bevatten peritriche flagellen en zijn beweeglijk
  • Hoe ziet de E.coli er gekweekt op voedingsbodems uit?
    Smooth en rough kolonies komen voor. Ook wel eens slijmerige kolonies.Op bloedagar sommige stammen hemolyse, op lactose bevattende bodems als MacConkey rozepaarse kolonies. 
  • Biochemische eigenschappen:
    - Koolhydraten worden fermentief afgebroken waarbij zuur en gas worden gevormd
    - Meeste stammen fermenteren lactose. ONPG test bijna altijd postitief
    - Methylroodreactie is positief
    - Voges-Proskauer test negatief
    - Ureum wordt niet gesplitst en H2S in de regel niet gevormd
    - Indolreactie is positief, lysine meestal gedecarboxyleerd, ornithinecarboxylering is variabel
    - Fenylalanine wordt niet gedeamineerd, gelatine niet vervloeid.
    - Eskuline wordt door een minderheid van de stammen gehydrolyseerd
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Enterobacteriaceae groeien als:
Aërobe, facultatief anaërobe Gram-negatieve staven op eenvoudige voedingsbodems
Bijna alle Enterobacteriaceae vertonen de volgende kenmerken:
  • Glucose fermentatief omzetten d.w.z. anaeroob afgebroken (Glucose [F] +)
  • Nitraat gereduceerd in nitriet (nitraatreductie +)
  • Cytochroomoxidase +
  • Oxidase -
  • Katalase +
Enterobacteriaceae typering door 3 antigene componenten:
  1. Celwand antigeen (O-antigeen) bestaat uit thermostabiel lipoproteïnepolysacharide
  2. Flagellaire antigeen (H-antigeen) is een proteïne, flaggelline
  3. Kapselantigeen (K-antigeen) is opgebouwd uit polysacharide
Morfologie van Enterobacteriaceae:
  • Gramnegatieve staven
  • Vormen geen sporen
  • Sommige hebben een kapsel
  • Beweeglijke  beschikken over peritriche flagellen, onbeweeglijke niet
Buiten hun biotoop zijn Enterobacteriaceae ziektverwekkend door?
Afscheiding van toxinen. Endotoxinen en lipopolysachariden
Wat is biotoop?
Natuurlijk verblijf van een micro-organisme
Enterobacteriacea zijn te isoleren uit welk materiaal?
Materiaal van alle lichaamsdelen
Welke bacteriën van de enterobacteriaceae maken deel uit van de normale flora van het maag-darmkanaal?
  • E.coli
  • Klebsiella
  • Proteae
Hoe kan Proteae gekweekt worden?
Zijn gemakkelijk te kweken op alle soorten eenvoudige voedingsbodems. Zowel aëroob als anaëroob. Sommige stammen zijn hemolytisch op BA. Rottingsgeur bij proteïnbevattende media
Beschrijf de morfologie van Proteae
Gram-negatieve staven, variërend in lengte; kokkobacillen maar ook lange draadvormige staven komen voor. De laatste vooral in zwermende culturen. Meeste stammen hebben veel flagellen, waardoor ze zeer beweeglijk zijn.