Summary Basic Pathology 8th edition

-
902 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Basic Pathology 8th edition". The author(s) of the book is/are . This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Basic Pathology 8th edition

  • 1 Ch2 acute and Chronic inflammation (VERVOLG)

  • Door welke stimuli kan acute ontsteking worden getriggered?

    • Infecties
    • Trauma en fysische en chemische agenten
    • Weefselnecrose (waaronder ischemie fysische en chemische schade)
    • Lichaamsvreemde elementen
    • Immuunreacties (overgevoeligheidsreacties; lijkt vaak op chronische onsteking)
  • Directe schade aan endotheliale cellen kan leiden tot vertraagde lekkage.

  • Welke mechanismen zorgen voor toegenomen vasculaire permeabiliteit?

    -Endotheliale celcontractie leidt tot intercellulaire ruimten in postcapilaire venen. (histamine, bradykinine, leukotrienen. ook TNF en IL-1)

     

    - Edotheliale verwonding ->vasculaire lekkage door endotheelcelnecrose en onthechting.

     

    - Leukocyt-gemedieerde endotheliale schade

     

    - Toegenomen transcytose van eiwitten via een intracellulaire pathway -> toename venepermeabiliteit. (VEGF)

     

    - Lekkage van nieuwe bloedvaten

  • Hoe zien ontstoken lymfeknopen er meestal uit en waarom?

    Vergroot; door hyperplasie van de lymfe follikels en toegenomen lymfocyten en fagocyterende cellen = lymfedenitis)

  • Wat kunnen leukocyeten doen?

    agenten innemen, bacteri"en en andere microben doden, en necrotisch weefsel en lichaamsvreemde substanties verwijderen.

  • Leukocyten kunnen wanneer eenmaal geactiveerd schade toebrengen. Dus belangrijk dat ze alleen verzameld worden wanneer nodig.

  • Wat zijn de stappen bij leukocytwerving?

    1. Marginatie, adhesie aan endotheel en rollen langs bloedvatwand
    2. Stevige adhesie aan endotheel
    3. Transmigratie tussen endotheliale cellen
    4. Migratie in interstitieel weefsel  (chemotactische stimuli)
  • Wat zijn selectines?

    Receptoren op leukocyten en endotheel die een ectracellulaire hebben die suikers bindt (lectine).

    Selectines binden aan gesialyteerde olihosacchariden die gehecht zijn aan mucine-achtige glycoproteinen op verschillende cellen.

  • E-selectine komen weinig of niet tot expressie op normale cellen.

  • Selectine medieert adhesie betrokken bij rollen.

  • Door welke moleculen wordt stevige adhesie gemedieert?

    integrines

  • wat doen inteegrines?

    Zitten op leukocyten en gaan interactie aan met hun liganden op endotheliale cellen.

    Het zijn transmembrane heterodimerische glycoprote"inen die ook functioneren als celreceptor voor ECM.

  • Bij virale infecties zijn lymfocyten de meestvoorkomende cellen en bij sommige overgevoeligheidsreacties kunnen eosinofiele granulocyten overheersen.

  • cytokinen veelal door macrofagen gemaakt -> expressie selectines en integrines (liganden)

  • Ischemie -> 1. zwelling, 2. neutrofielen, 3. monocyten/macrofagen.

  • Neom 2 voorbeelden avn cytokinen?

    TNF, IL-2

  • Hoe heten de receptoren op leukocyten die microben kunnen herkennen?

    Toll-like receptoren

  • Wat herkenne Toll-like receptoren?

    endotocine (LPS) en vele andere virale en bacteriele producten (7-transmembrane G-protein coupled receptors).

  • Hoe vindtd e binding en opname van microben door leukocyten plaats?

    Leukocyten herkennen mo.o en dode cellen via specifieke opp. receptoren die of

    - componenten van de microben en dode cellen herkennen

    of

    - gastheer-eiwitten herkennen, opsonines, die microben omhullen en hen targetten voor fagocytose.

  • Wat zijn de belangrijkste opsonines?

    IgG;  bind aan opp. van antigenen van m.o., C3 en collectines (lectines)

  • ROS-> vrije radicalen -> doden microben bij fagocytose -> overgebleven dode m.o. gedegradeerd door lysosomale enzymen.

  • Wat is de grootste rol van P-selectine?

    rollen

  • Wat is de grootste rol van E-selectine?

    rollen en adhesie

  • Wat is de grootste rol van ICAM-1?

    stevige adhesie, tegenhouden, transmigratie

  • Wat is de grootste rol van VCAM-1?

    adhesie

  • Wat is de grootste rol van CD31?

    transmigratie van leukocyten door endotheel

  • Wat is de grootste rol van GlyCam-1, CD34?

    (op L-selectine) rollen (neutrofielen, monocyten)

  • Integrines zitten normaal op plasmamembraan van leukocyten in lage affiniteit vorm en hechten alleen aan hun specifieke liganden wanneer de leukocyten geactiveerd zijn door chemokinen.

  • Wat is diapedese?

    leukocyten die door de bloedvat migreren door zich tusseen de intercellulaire junctions van de cellen te persen (= extravasatie)

  • Na het passeren van het endotheel -> leukocyten scheiden collagenasen uit -> toegang door vasculaire basement membraan 

  • Wat houdt chemotaxis in?

    wanneer leukocyten na extravasating vanuit het bloed naar plek van infectie bewegen (met chemisch gradient)

  • Waaruit bestaat leukocytactivatie?

    • Fagocytose van deeltjes
    • Intracellulaire vernietiging van gefagocyteerde microben en dode cellen 
      (door producten geproduceerd in fagosomen; ROS en nitraat-species en lysosomale enzymen)
    • Vrijlating van substanties die extracellulaire microben en dood weefsel vernietigd
    • Productie mediatoren 
      (arachidonzuur metabolieten en cytokinen die onstekingsreactie versterken door het werven en activern van meer leukocyten)
  • Wat zijn NET's ? (Neutrophil Extracellulair Traps)

    Het zijn extracellulaire fibrillaire netwerken die geproduceert worden door neutrofielen als reactie op infectieuse pathogenen en ontstekingsmediatoren. NETs: framewerk van nucleaire chromatine met granulaire eiwitten (zoals antimicrobie;e peptiden en enzymen).

    Het voorkomt de verspreiding van de m.o. door ze te vangen in de fibrillen.

    Kern van neutrofielen gaat verloren ->cel dood.

  • De nucleaire chromatinen in de NETs zijn een bron van nucleaire antigenen in systemische autoimuunziekten -> Lupus (patiënt reageert tegen zn eigen DNA en nucleoproteinen.

  • Wanneer weefselbeschadiging geïnduceerd door leukocyten?

    • Wanneer 'bystander'weefsels beschadigd raken (TBC)
    • Wanneer de verwondingen verergerd worden (de gevolgen van ischemie verergerd bij infarct)
    • Wanneer ontstekingsreactie ongepast gericht is tegen gastheerweefsel (autoimmuun ziekten; allergie)
  • Wanneer leukocyten eenmaal geactiveerd-> hun effectormechanismen maken geen onderscheid tussen aanvaller en gastheer (moet gecheckt en goed gericht!)

  • Welke cellen en moleculen zijn betrokken bij schade bij de volgende ziektes?

    • Acuut
    • Acute respiratoire distress syndroom: neutrofielen
    • Acute tranplantatie afstoting: Lymfocyten; Antilichamen en complement
    • Astma: eosinofielen; IgE antilichamen
    • Glomerulonefritis: Antilichamen en complement; neutrofielen, monocyten.
    • Septische shock: cytokines
    • Chronisch
    • Reuma arthritis: Lymfocyten, macrofagen; AL?
    • Astma: eosinofielen; IgE antilichamen
    • Atherosclerosis: macrofagen; lymfocyten?
    • Chronische transplantatie afstoting: lymfocyten, macrofagen; cytokinen
    • Pulmonaire fibrose: macrofagen, fibroblasten
  • Wat is het defect bij beenmerg suppressie: tumoren, radiatie, en chemotherapie?

    productie van leukocyten

  • Wat is het defect bij diabetes, maligniteiten, sepsis, chronische dialyse?

    Adhesie en chemotaxis

  • Wat is het defect bij anemie, sepsis, diabetes, malnutrition?

    fagocytose en microbiële activiteit

  • Wat is het defect bij leukocyt adhesie deficiëntie 1(LAD-1)?

    defecte leukocyt adhesie door mutaties in β keten van CD11/CD18 integrines (van LFA1 en Mac1 (leukocyt integrines))

  • Wat is het defect bij leukocyt adhesie deficiëntie 2 (LAD2)?

    Defecte leukocyte adhesie door mutatie in fucosyl transferase nodig voor synthese van sialylated oligosaccharide (receptor voor selectines)

  • Wat is het defect bij chronische granulomateuze ziekte?

    afgenomen oxidatieve barsting

  • Wat is het defect bij X-linked?

    fagocytose oxidase (membraan componenten)

  • Wat is het defect bij autosomale recessieve?

    fagocytose oxidase (cytoplasmatische componenten)

  • Wat is het defect bij Myeloperoxidase deficiëntie?

    afgenomen microbiele killing door defecte MPO-H2O2 systeem

  • Wat is het defect bij Chédiak-Hiashi syndroom?

    Afgenomen leukocyt functies door mutaties die eiwitten aantasten die betrokken zijn in het lysosomale memraanverkeer.

  • Waar leidt LAD-2 toe?

    afwezigheid van sialyl-Lewis X (olisaccharide op leukocyten die aan selectines bind op geactiveerd endotheel)
    = milder dan LAD-1

  • Wat is er aan de hand bij defecten in microbiele activiteit?

    - vb. chronische granulomateuze aandoening 

    - defect in fagocyt oxidase enzym (verantwoordelijk voor ROS)

    - Bij deze patiënten leidt opname van bac. niet tot activatie van zuurstof-afhankelijke killing mechanismen

    - In poging om infectie te beheersen, worden m.o. door geactiveerde macrofagen omringd -> granulomen

  • Wat is er aan de hand bij defecten in fagolysosoom formatie?

    - vb Chédiak-Higashi sundroom

    - Autosomale recessieve aandoening

    - Door verkeerd intracellulair organelverkeer

    - Tast fusie lysossom met fagosoom aan

    - secretie van lytische secretoire granullen door CTL's ook aangetast -> ernstig immuundeficiëntie.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is Adenomyosis?

Endometrium in de uteruswand

Wat is endometriose?

Endometrium buiten uterus

Wat doet PHACTR3?

Methy;atie levels in colonweefsels

Wat is Specificiteit?

Kans dat een test een negatieve uitslag geeft bij mensen die geen ziekte hebben.

(Total gezonden - # mensen dat falspositieve uitslag krijgt)/totaal gezonden

Wat is Sensiviteit?

Kans dat een test positief is bij mensen die de ziekte wel hebben.

 

# gedetecteerde positieven/Totaal positieven

Waarom is screening secundaire preventie

prim. preventie = voorkomen
sec. preventie = zo vroeg mogelijk opsporen

Wat is het verschil in opbouw van dikke en dunne darm?

- Dunne darm heeft vili voor opname van voedingsstoffen; oppervlaktevergroting

- Colon neemt geen voedingsstoffen op, wel H2O

Wat is een ulcus?

bekledende laag door ontsteking helemaal weg

Wat vormt mucosa?

epitheel, lamina propria, muscularis mucosae

Wat is Z-lijn?

Scherpe lijn, geeft overgang  naar epitheel en slijmvlies in maag (slokdarm-> maag)