Summary Basisboek enqueteren

-
ISBN-10 900176441X ISBN-13 9789001764418
154 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Basisboek enqueteren". The author(s) of the book is/are Ben Baarda Martijn de Goede Matthijs Kalmijn. The ISBN of the book is 9789001764418 or 900176441X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Basisboek enqueteren

  • 1 Wat is enqueteren?

  • In dit hoofdstuk beantwoorden we volgende vragen:
    • Waar worden enquêtes voor gebruikt?
    • Wat is het doel van een enquête?
    • Wat is het verschil tussen een enquête en een interview; kwantitatief of kwalitatief?
    • Wanneer kun je beter geen enquête gebruiken?
    • Wat zijn de voor- en nadelen van enquêtes?
    • Schriftelijke of mondelinge afname?
    • In geval van mondelinge afname: face-to-face of telefonisch?
    • In geval van schriftelijke afname: postenquête, websurvey of groepsafname?
  • 1.1 Inleiding

  • De volkstelling staat aan het begin van de ontwikkeling van enquêtes: in de oudheid waren er al volkstellingen. Jozef en Maria moesten in verband met zo'n volkstelling naar Betlehem, waar Jezus geboren is. Keizer Augustus verplichtte de inwoners van het toenmalige Israël naar de plaats te gaan waar ze vandaan kwamen, om zich daar te laten registreren.
  • In de achttiende eeuw kwamen statische analyses van de gegevens van zulke tellingen in zwang evenals de sociaalwetenschappelijke interpretatie daarvan, en hebben ze een sterke impuls gekregen door het werk van de Belg Quetelet, die zijn Physique sociale in 1835 publiceerde. Beroemd is verder de studie van de socioloog Durkheim uit 1897 over zelfmoord. De 'survey-movement', Howard (1726-1790), Le Play (1806-1882) en Booth (1840-1916), speelde ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van het vragenlijstonderzoek.
  • Enquêtes spelen een belangrijke rol bij opiniepeilingen. Het doel is in dat geval inzicht te krijgen in de meningen over politieke en maatschappelijke vraagstukken, over producten enzovoort.
  • Enquêtes zijn niet meer weg te denken uit onze moderne samenleving. Het gaat om opinieonderzoeken over alle mogelijke onderwerpen, verkiezingsonderzoek, markt- en consumentonderzoek en grootschalige enquêtes die worden gehouden in opdracht van de overheid, zoals de Enquête beroepsbevolking, het Woningbehoefteonderzoek en het LeefSituatie Onderzoek door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).
  • Het doel van een enquête is het verzamelen van informatie uit mededelingen van ondervraagde personen, ter beantwoording van een vooraf geformuleerde onderzoeksvraag.
  • 1.2 Enqute versus interview kwantitatief versus kwalitatief onderzoek 11

  • Informatie kun je meer of minder gestructureerd verzamelen. Bij kwantitatief onderzoek gebruik je een gestructureerde dataverzamelingsmethode, zoals de enquête. Je wilt immers met de informatie die je verzamelt statische bewerkingen uitvoeren. Om dat te kunnen, moet je over exacte antwoorden beschikken die vergelijkbaar zijn tussen personen. Om te weten van hoeveel geld studenten gemiddeld maandelijks rondkomen, moet je precies weten hoeveel geld studenten maandelijks ontvangen.
  • Kenmerkend voor volledig gestructureerde enquêtevragen is dat?
    • De vragen voor iedereen in principe hetzelfde zijn.
    • De - vooraf geformuleerde - antwoordalternatieven voor iedereen hetzelfde zijn.
    • De antwoorden op de vragen systematisch worden geregistreerd.
    • De antwoorden statistisch worden geanalyseerd.
  • Kenmerkend voor enquêteonderzoek is dat onderzoekers in de regel een groot aantal mensen benaderen. Je maakt niet een enquête voor een handvol mensen; dat is zonde van het vele werk. Het maken van een goede enquête kost namelijk veel tijd en het vraagt ook veel voorkennis.
  • Bij kwalitatief onderzoek ben je niet zo geïnteresseerd in cijfers. Je wilt bijvoorbeeld weten hoe studenten met hun geld omgaan. Waar besteden ze het aan en hoe lossen ze financiële problemen op? Of hoe komt het dat mensen verslaafd raken. Om aan je gegevens te komen gebruik je ongestructureerde dataverzamelingsmethoden, bijvoorbeeld een open interview. Daarbij speel je flexibel in op de onderzoekssituatie en op de informatie die de respondenten geven. Kwalitatieve gesprekken en interviews lopen uiteen van korte, informele en terloops gevoerde gesprekjes tot geplande, langdurige gesprekken in een formele setting aan de hand van door jou als onderzoeker aangereikte gespreksthema's of topics.
  • De term open interview is de verzamelnaam voor alle interviews die niet zijn gestructureerd. In een open interview ga je over het algemeen niet met een vooraf opgestelde vragenlijst het veld in, maar met één beginvraag en/of een aantal topics of richtlijnen die je kunt gebruiken bij gesprekken in het veld. Die topiclijst gebruik je als geheugensteuntje voor het doorvragen.
  • 1.3 Wanneer gebruik je een enquete?

  • Voor je een enquête gaat gebruiken, moet je je eerst afvragen in welke situaties je een enquête het best kunt gebruiken en wanneer je beter andere dataverzamelingsmethoden kunt toepassen.
  • Het maken van een gestructureerde vragenlijst ligt voor de hand als je informatie van veel mensen wilt hebben. Een dergelijke vragenlijst biedt bovendien de mogelijkheid bij deze mensen over veel verschillende onderwerpen gegevens te verzamelen.
  • De enquête is de aangewezen weg om data te verzamelen wanneer je iets wilt weten over:
    • Attitudes; de houding van mensen tegenover andere mensen, landen, bedrijven, producten en dergelijke.
    • Opinies; de mening die mensen hebben over een bepaald onderwerp.
    • Gevoelens; producten, diensten, mensen en dergelijke roepen vaak gevoelens bij mensen op (bepaalde auto's kunnen bijvoorbeeld een gevoel van veiligheid oproepen, terwijl bepaalde steden juist weer een gevoel van onveiligheid kunnen oproepen).
    • Gedachten; mensen kunnen over van alles en iedereen gedachten hebben, over zichzelf, over anderen, over vrijheid, over de dood.
    • Kennis; de bekendheid met bepaalde informatie.
    • Gedragsintenties; de dingen die men van plan is te gaan doen.
    • Omstandigheden; informatie over de positie die mensen in de samenleving innemen en kenmerken van de omgeving waarin mensen zich bevinden (of iemand werkt, zijn beroep, kenmerken van de buurt, burgerlijke staat, aantal kinderen, enzovoort).
  • Je kunt niet observeren wat iemand van iets vindt, of wat hij ervan af weet. Daar kun je alleen via vragen achter komen. Dat geldt niet voor gedrag, zoals een verkeersovertreding of televisiekijken. Gedrag kun je zien; je ziet dat iemand bijvoorbeeld door het rode licht rijdt, of voor de televisie naar een programma zit te kijken. Afhankelijk van het soort gedrag en de mogelijkheid om het te meten, kies je voor observatie dan wel vragenlijstonderzoek.
  • Sommige vormen van gedrag kun je moeilijk observeren. Het gaat om gedrag in de privésfeer, zoals seksueel gedrag, gedrag in het verleden en gedrag dat heel sporadisch voorkomt. Naar dit gedrag kun je beter vragen. Bij sociaal erg onwenselijk gedrag, zoals mishandeling, is observatie ook lastig. Hiervoor zijn overigens wel methoden bedacht die de meting van dit soort gedrag in vragenlijsten mogelijk maakt (randomized response techniques).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.