Summary Basisboek Integrale schuldhulpverlening

-
ISBN-13 9789001848453
204 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Basisboek Integrale schuldhulpverlening". The author(s) of the book is/are D Haster. The ISBN of the book is 9789001848453. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Basisboek Integrale schuldhulpverlening

  • 2.1 Drie uitgangspunten

  • Drie uitgangspunten die betrekking hebben op het ontstaan van een problematische schuldensituatie
    1. Schulden zijn een symptoom van achterliggend (niet-adequaat of niet-effectief) gedrag.
    2. De client wordt in staat geacht zijn problemen zelf op te lossen. 
    3. Niet iedereen kan leren zijn eigen budget te beheren.
  • 2.1.1 Uitgangspunt 1: Schulden zijn een symptoom van achterliggend (niet-adequaat of niet-effectief) gedrag

  • Deprivatie
    Deprivatie betekent dat indivduen, gezinnen en groepen in een samenleving niet de middelen hebben voor voedsel, deelname aan het sociale verkeer en voor woonomstandigheden die gewoon zijn of op zijn minst breed worden gesteund en goedgekeurd door in de maatschappij waarin zij leven.
  • Wijziging in het inkomen dwingt tot aanpassing van de wijze waarop men met geld omgaat (bestedingsgedrag). Bij veel mensen ontbreekt de flexibiliteit om dat gedrag te wijzigen. Kunnen anticiperen is een competentie die een groot aantal mensen niet bezit.
  • Competentie
    Competentie is de combinatie van kennis, vaardigheden en motivatie (houding) die nodig is om een bepaalde taak adequaat uit te voeren.
  • Modellen voor het gedrag dat ten grondslag ligt aan het ontstaan van een problematische schuldensituatie:
    - Het medische model dat verklaringen in bepaalde lichamelijke aandoeningen zoekt. 
    - Psychoanalytisch model dat verklaringen zoekt in het verdringingsproces en in het omgaan met angst. 
    - Het gedragsmodel dat verklaringen zoekt in het gedrag dat mensen hebben aangeleerd of waarin zij geconditioneerd zijn. 
    - het sociaal-culturele model waarbij verklaringen worden gezocht in sociale en/of culturele factoren of omstandigheden waarin mensen kunnen verkeren.
  • Coping
    Coping is de wijze waarop mensen zich verhouden tot gebeurtenissen in hun leven. De manier waarop iemand met problemen omgaat.
  • 4 coping stijlen
    1. Actief aanpakken
    2. Sociale steun zoeken
    3. Vermijden en afwachten
    4. Afleiding zoeken
  • Vechtmechanisme
    Het gedrag dat zich richt op het oplossen van het probleem (rationeel) of het sociale steun zoeken (emotioneel)
  • Vluchtmechanisme
    Vermijden en afwachten is de rationele benadering en afleiding zoeken is een emotionele benadering.
  • 2.1.2 Uitgangspunt 2: De client wordt in staat geacht zijn problemen zelf op te lossen

  • Het bevorderen van de zelfredzaamheid van mensen heeft altijd hoog in het vaandel gestaan van de hulp- en dienstverlening. Op allerlei wijzen wordt getracht te voorkomen dat mensen met problemen afhankelijk worden van de hulp- en dienstverlening.
  • De doelstelling van het methodisch-agogisch handelen is het probleemoplossend vermogen van de client te vergroten. Hierdoor neemt de zelfredzaamheid toe.
  • Empowerment
    Het middel dat ingezet kan worden om mensen te helpen de regie over hun eigen leven weer op te nemen. Belangrijk onderdeel daarvan is educatie, ofwel mensen leren om anders met zaken om te gaan, hen kennis te verschaffen.
  • De hulpvrager blijft probleemeigenaar die zal moeten leren omgaan met het probleem. Dit uitgangspunt bepaalt in hoge mate het methodisch handelen van de hulpverlener.
  • 2.1.3 Uitgangspunt 3: Niet iedereen kan leren zijn eigen budget te beheren

  • Het model van het huishoudelijk management dat door Planpraktijk ontwikkeld is laat zien welke competenties bij het zelfstandig beheren van het huishoudbudget van pas komen.
  • Er is een grote groep mensen waarbij er sprake is van onvermogen op sociaal, financieel of maatschappelijk gebied. Het ontbreekt deze mensen aan sociaal zelfredzaamheid. Het onvermogen maakt mensen kwetsbaar en leidt in veel gevallen tot problematische schulden.
  • 2.2.1 Een competentiemodel

  • Competenties zijn nodig om de taken die het functioneren in een samenleving met zich meebrengt, te kunnen uitvoeren. Dit hoort bij burgerschap.
  • Schuldhulpverlenging en vooral de preverntieve kant ervan richt zich erop mensen te hulpen deze competenties te ontwikkelen, en waar dat niet haalbaar is, andere oplossingen te vinden.
  • Mensen kunnen hulp krijgen om gewenste competenties te ontwikkelen. Dat kan op verschillende manieren. Het ontwikkelen van kennis en vaardigheden zijn daarin het meest concreet. Veel problemen liggen echter op het gebied van de motivatie, zelfbeeld en waarden en normen.
  • Kennis - Informatie van bepaalde inhoudsdomeinen waarop een persoon beschikt. 
    concreet :
    -   heeft basaal boekhoudkundig inzicht
    - Kan de eigen financiele situatie adequaat inschatten en kan anticiperen op toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot inkomen en uitgaven. 
    - Heeft inzicht in financiele voorwaarden of weet daarvoor kennisbronnen te benutten
    - is op de hoogte van relevante inkomensondersteunende voorzieningen.
  • Vaardigheden- Het vermogen om bepaalde fysieke en mentale taken uit te voeren.
    concreet:
    - Beschikt over basale sociale vaardigheden.
    - Is in staat functionele contacten met anderen te leggen. 
    - Kan budgetteren en past dat ook toe in het eigen huishouden. 
    - Heeft basale administratieve vaardigheden (ordenen, formulieren invullen).
  • Houding- Motieven en intenties die het gedrag selecteren en sturen in de richting van bepaalde acties en doelen. 

    Concreet:
    - Is in staat zich zaken te ontzeggen wanneer daar niet op verantwoorde wijze aan te komen is. 
    - Neemt verantwoordelijkheid voor het eigen handelen.
  • Houding- (Tamelijk) stabiele persoonseigenschappen, zoals het kunnen hanteren van stressvolle situaties. 

    Concreet:
    - Is in staat weloverwogen keuzes te  maken met betrekking tot aankopen. 
    - Beschikt over voldoende zelfbeheersing en zelfdiscipline. 
    - Is in staat zich flexibel aan te passen aan gewijzigde omstandigheden; kan inspelen op veranderingen. 
    - Kan eigen keuzes maken en durft zich te onderscheiden van anderen (autonoom te zijn)
  • Houding- Zelfconcept: de attituden, waarden en het zelfbeeld van een persoon. 

    Concreet:
    - Kan mondig optreden
    - Is in staat de eigen belangen (op financieel gebied) te behartigen.
    - Heeft een waardebesef (moraal) waarin het nakomen van verplichtingen hoog genoteerd staat. 
    - Is in staat tot basale zelfreflectie.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Taken van de rechter-commissaris
Als de WSNP op iemand van toepassing wordt verklaard, benoemt de rechtbank een rechter-commissaris. De rechter-commissaris houd toezicht op de door de bewindvoerder te vervullen taken. De rechter-commissaris moet regelmatig belangrijke beslissingen in een schuldsaneringsregeling nemen. Hij bepaalt bv het vrij te laten bedrag. Ook bepaalt hij of er goederen buiten de boedel worden gelaten. 
Verleent ook toestemming voor de verkoop van goederen die tot de boedel behoren. Daarnaast kan de rechter-commissaris bepalen dat een hypothecaire geldlening buiten de toepassing van de schuldsaneringsregeling blijft. (alleen als dit in voordeel is van alle schuldeisers).
Uitleg artikel 288 lid 3 (de hardheidsclausule)
Kan als gevolg hebben dat een schuldenaar die door psychosociale problemen of een verslaving in een problematische schuldensituatie is geraakt, ondanks ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van schulden en ondanks het bestaan van Strabis-schulden die jonger zijn dan 5 jaar, kunnen toch toegelaten worden in de WSNP. Er moet wel aannemelijk worden gemaakt maakt dat de situatie onder controle is. UItgangspunt is een periode van een jaar. De verklaring van de begeleidende hulp- en/of dienstverlenende instantie kan hierbij een beslissende rol spelen.
De vierde afwijzingsgrond van het WSNP
Indien minder dan 10 jaar voorafgaande de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, tenzij deze toepassing is beeindigd op grond van art. 350, derde lid, onder a of b of op grond van artikel 350 derde lid, onder d, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen. Je kunt denken aan een terugvordering van een uitkerende instantie die de schuldenaren bv. Niet had kunnen voorzien of kosten die het gevolg zijn van ziekte en tot nieuwe schulden hebben geleid die onbetaald zijn gebleven.
Derde afwijzingsgrond van de WSNP
Dat de schuldenaar schulden heeft welke voortvloeien uit een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in art. 358 lid 4 Fw ter zake van 1 of meerdere misdrijven, welke veroordeling onherroepelijk is geworden binnen 5 jaar voor de dag van het verzoekschrift, tenzij de rechter aanleiding ziet een langere periode in acht te nemen. Gaat per definitie om schulden die niet te goeder trouw zijn ontstaan.
Tweede afwijzingsgrond van de WSNP
De poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet is uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in art. 48 lid 1 Wck. Hiermee beoogt de wetgever malafide schuldhulpverleners buiten te sluiten. Een ander gevolg van deze regeling sluit ook hulp van familieleden, vrienden of een werkgever uit.
Eerste afwijzingsgrond van het verzoek tot toepassing van de WSNP
Als de schuldsaneringsregeling reeds op de schuldenaar van toepassing is. Dit is om te voorkomen dat de schuldenaar voor zijn nieuwe schulden, ontstaan tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling, ook een beroep kan doen op de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Kernverplichtingen die gelden in een wettelijke schuldsaneringsregeling:
  • Inlichtingsplicht
  • Informatieplicht
  • inspanningsverplichting
  • Niet opnieuw of laten ontstaan van bovenmatige schulden
  • niet benadelen van de schuldeisers. 
Uitleg derde voorwaarde toelating WSNP
Dat de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De hoge raad heeft een invulling gegeven aan het begrip 'goede trouw' in schuldsaneringsregelingen.
  • Aard en omvang van de schulden.
  • mate van verwijtbaarheid ten opzichte van schuldenaar
  • tijdstip ontstaan schulden
  • betalingsmoraal schuldenaar
  • positieve saneringsgezindheid van schuldenaar. 
  • Persoonlijke inspanningen van schuldenaar
  • frustreren verhaalsrechten door schuldenaar
Tweede voorwaarde voor toelating van de WSNP
Schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de 5 jaar voorafgaande de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest. De rechter kan in zijn beslissing alle relevante omstandigheden betrekken, zoals de omvang van de schulden en de mate waarin de schuldenaar een verwijt kan worden gemaakt, ook het tijdstip en frequentie waarin de schulden zijn gemaakt, het betalingsgedrag van de schuldenaar en eventuele pogingen om zijn schulden te doen verminderen, kunnen een rol spelen.