Summary Basisboek integrale veiligheid

-
ISBN-10 9462365679 ISBN-13 9789462365674
249 Flashcards & Notes
13 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Basisboek integrale veiligheid". The author(s) of the book is/are Boom criminologie. The ISBN of the book is 9789462365674 or 9462365679. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Basisboek integrale veiligheid

  • 1 Veiligheid in perspectief

  • Vernetwerking
    Doordat mensen steeds mobieler zijn geworden kunnen zij hechtere en verderreikende relaties aangaan.
  • Wat zijn voordelen van vernetwerking?
    • Wanneer mensen raken opgenomen in netwerken van afhankelijkheidsrelaties, gaan ze zich civieler gedragen.
    • Meer sociale controle
  • Wat zijn nadelen van vernetwerking?
    • Criminelen kunnen eenvoudig hun slag slaan in voor hen ver weg gelegen buurten
    • Minder sociale controle
    • Verkeersslachtoffers
    • Vermenging van de onder- en bovenwereld
  • Wat is een gevolg van vernetwerking?
    Meerdere partijen zijn verantwoordelijk omdat de verantwoordelijkheden verschuiven en de gevolgen van een incident zich verstrekken.
  • Risicoregelreflex
    De praktijk om na ieder probleem weer een nieuwe regel te maken.
  • 2 Begrippenkader integrale veiligheid

  • Wanneer is er sprake van een veiligheidskwestie?
    Als mensen leed ondervinden, niet alleen fysiek maar ook vanwege psychische problemen.
  • Veiligheidszorg
    Wat mensen doen om zich te beschermen tegen lichamelijke en geestelijke problemen.
  • 4 perspectieven die optreden bij een veiligheidsprobleem
    1. Tijd
    2. Ruimte
    3. Sociale netwerken
    4. Kennisgebied
  • Wat is objectieve veiligheid?
    De veiligheid op basis van feiten
  • Wat is subjectieve veiligheid?
    De mate waarin mensen zich veilig voelen.
  • Fear victimization paradox
    Diegene bij wie de objectieve veiligheid het hoogst is, heeft een lagere subjectieve veiligheid.
  • Safety
    Veiligheid
  • Security
    Beveiliging
  • Sociale veiligheid
    De objectieve en subjectieve veiligheid tegen persoonlijk leed door anderen.
  • Fysieke veiligheid
    De objectieve en subjectieve veiligheid tegen persoonlijk leed door niet menselijke oorsprong
  • In verband met bedrijven zijn er 3 veiligheidsthema's
    • Externe veiligheid
    • Interne veiligheid
    • Bedrijfsveiligheid
  • Externe veiligheid
    De veiligheid van personen die zich bevinden buiten het systeem van het bedrijf waar het ongeval zich voordoet. (gevaarlijke stoffen)
  • Interne veiligheid
    De veiligheid van personen die zich bevinden binnen het systeem van het bedrijf waar het ongeval zich voordoet (klanten, bezoekers).
  • Bedrijfsveiligheid
    De bescherming van de mensen in het bedrijf tegen gevaren vanuit de omgeving. Geen economische schade!
  • 3 Ketenbenadering

  • Uit welke fasen bestaat de ketenbenadering?
    • Proactie
    • Preventie
    • Preparatie
    • Repressie
    • Nazorg
  • Hoe heten Proactie en preventie samen?
    Risicobeheersing
  • Hoe heten preparatie, repressie en nazorg samen?
    Crisisbeheersing
  • Wat is het verschil tussen proactie en preventie?
    Bij proactie is er nog geen sprake van een bron van onveiliheid.
  • Hoe stimuleert de veiligheidsketen een integrale aanpak?
    In elke schakel worden alle soorten veiligheid meegewogen. Hoe beter een schakel is uitgevoerd, hoe makkelijker het werk in de volgende fase wordt.
  • De circkel van demming bestaat uit?
    • Plannen
    • Uitvoeren
    • Evalueren
    • Bijstellen
  • Restrisico's
    Risico's die men wel kan vermoeden, maar waartegen redelijkerwijs geen uitsluitende maatregelen genomen kunnen worden.
  • Kolomdenken
    Partijen gaan allereerst hu eigen belangen na, daarna pas die van anderen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

3 risicoprofielen bij de voorbereiding op een evenement:
  1. Publieksprofiel: Kenmerken van de publieksgroep;
  2. Activiteiten profiel: Aard van het evenement;
  3. Ruimtelijk profiel: omgeving waarin het evenement plaatsvind.
FIST-model
  1. Force
  2. Information
  3. Space
  4. Time
Kan worden gebruikt als basis voor het ontwerpen van strategieën die ongelukken in menigten moeten voorkomen.
Crowd-management
Is gericht op het plannen en begeleiden van van de bewegingen van een mensenmassa met oog op een ordelijk verloop van een evenement (preventief / preparatief karakter).
Crowd-management draait vooral om informatie
Crowd Control
Gericht op de bewegingen van een mensenmassa op het moment dat die massa beheerst moet worden (repressief karakter). 
Maakt deel uit van een goed crowd-managementplan.
GHOR
Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen.
Coördineert de inzet van de geneeskundige diensten binnen de witte kolom. Valt onder de veiligheidsregio en maakt organisatorisch deel uit van de GGD.
GBT/RBT
Gemeentelijk/Regionaal Beleids-Team, staat de burgemeester bij en adviseert.
GRIP
Gecoördineerde  Regionale Incidentsbestrijdings Procedure.
In het ROT nemen deel:
  1. De 3 operationele diensten (politie, brandweer, GHOR);
  2. Een vertegenwoordiger van de gemeente voor het thema Bevolkingszorg;
  3. Informatiemanager;
  4. Vertegenwoordigers andere betrokken organisaties en diensten (Indien van toepassing).
Meerlaagsveiligheid
Door de overheid ingezette maatregelen om de gestelde normen van beheersing van overstromingsrisico's te bereiken en de veiligheid te vergroten, bestaande uit 3 typen:
  1. Preventieve maatregelen om de kans op een overstroming te beperken;
  2. Ruimtelijke inrichting van het gebied om gevolgen van een overstroming te beperken: duurzame ruimtelijke ontwikkeling;
  3. Rampenbeheersing om de gevolgen van overstromingen te beperken. 
Toenemende overstromingsrisico's door
  1. Klimaatverandering;
  2. bodemdaling;
  3. intensivering van het landgebruik.