Summary Basisboek kwalitatief onderzoek

-
ISBN-10 9001807704 ISBN-13 9789001807702
490 Flashcards & Notes
65 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Basisboek kwalitatief onderzoek
  • Ben Baarda
  • 9789001807702 or 9001807704
  • 3e [gew.] dr.

Summary - Basisboek kwalitatief onderzoek

  • 1 Wat zijn je onderzoeken-probleem, doelstelling en onderzoeksvraag

  • Wat is een onderzoekdoelstelling? 
    Een doelstelling voor jou onderzoek.
  • Wat betekent observation bias?
    Dat het gedrag van mensen kan veranderen als ze weten dat ze geobserveerd worden
  • 1.1 Wat is mijn probleemstelling

  • Bij toegepast onderzoek vormt een praktisch probleem bijna altijd de aanleiding voor het onderzoek. Onderzoekers leveren dan de kennis (relevante onderzoeksinformatie) waarmee de mensen uit de praktijk het probleem kunnen oplossen. 
  • Onderzoek begint met een probleem. Vanuit dit probleem ga je opzoek naar?
    De onderzoeksdoelstelling
  • Wat zijn normatieve vragen?
    Subjectieve vragen. Die niet met onderzoek zijn te beantwoorden
  • Wat moet je vaststellen voordat je met een opdrachtgever in zee gaat?
    • Wat is precies het probleem? Pas op voor normatieve en subjectieve vragen
    • Hoe groot is het probleem? Is het zinvol om onderzoek te doen naar het probleem
    • Wat is de aanleiding om onderzoek te doen? Wat zijn mogelijke uitkomsten van het onderzoek en wat zijn de mogelijke gevolgen van die uitkomsten. Moet je het wel uitvoeren?
    • Voor wie is het een probleem? wie zijn er bij het probleem betrokken, wat is jouw rol. wat spreek je af over eigendom, publicatie e.d.
    • Wat zijn de gevolgen? zijn er mogelijkheden om die gevolgen te doen verminderen en op welke termijn moeten die gerealiseerd kunnen zijn. Alls het niet realistisch is: geen onderzoek doen
  • Welke zaken moeten worden vastgesteld voordat de onderzoeker in zee kan gaan met de opdrachtgever?
    • het probleem
    • de grootte van het probleem
    • de aanleiding voor het onderzoek (vraag je af wat mogelijke uitkomsten zijn)
    • voor wie het een probleem is (voor wie zijn de gevolgen van het onderzoek)
    • wat de gevolgen zijn van het probleem en of er mogelijkheden zijn om deze gevolgen te verminderen
  • Bij het maken van een onderzoeksdoelstelling ga je eerst het probleem analyseren. Dit doe je door de volgende vragen te stellen

    1. Wat is precies het probleem?
    2. Hoe groot is het probleem?
    3. Wat is de aanleiding om onderzoek te doen?
    4. Voor wie is het een probleem?
    5. Wat zijn de gevolgen?
  • Wat is reductie van het te onderzoeken probleem?
    Vaststellen waar je welk deel van het probleem gaat onderzoeken en welke informatie jij daarvoor gaat verzamelen. Je beperken
  • Wat doe je na analyse van het praktijkprobleem?
    • met opdrachtgever vaststellen waar je welk deel van het probleem gaat onderzoeken en welke info je daarvoor gaat verzamelen
    • reductie van het te onderzoeken probleem
    • opdrachtgevers willen vaak teveel te gelijk: oriënterend kwalitatief onderzoek doen
      BEPERK JEZELF

    hierna volg de onderzoeksdoelstelling
  • Het probleem moet vertaald worden naar een onderzoeksprobleem. Voorkom normatieve vragen; dit zijn vragen als 'is dit goed/het best/het slechtst?'. Dit is subjectief.
  • Onderzoek heeft tot doel het verkrijgen van kennis en inzicht over en in .... bij ... om..... 
  • Wat is oriënterend kwalitatief onderzoek?
    Je schrijft op wat je opvalt en bespreek je met je opdrachtgever. Hieruit maak je een keuze voor een nader in te vullen kwalitatief onderzoek.
  • Welke formulering kent de onderzoeksdoelstelling?
    Het onderzoek heeft tot doel het verkrijgen van kennis en inzicht over en in ... bij...om...
  • Hoe formuleer je de onderzoeksdoelstelling?
    Het onderzoek heeft tot doel het verkrijgen van kennis en inzicht over en in ... bij ... om ...
  • Wat zijn grijze publicaties?
    Rapporten van ministeries en andere overheidsinstanties. Zijn interessant omdat ze een overzicht geven van de stand van zaken en veel verwijzingen bevatten.
  • 1.2 Is er al informatie aanwezig

  • Wat is het verschil tussen een descriptie en een keyword?
    Descriptors zijn officiële vaktermen die als labels aan publicaties worden gehangen. Keywords zijn minder gebonden aan de officiële zoektermen en zoeken zoekmachines ook in titels en soms in de tekst van de publicatie. De opbrengst van keywords zijn groter maar minder relevant.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Basisboek kwalitatief onderzoek
  • D B Baarda, M P M de Goede, J Teunissen
  • 9789020731798 or 9020731793
  • 2e, geheel herz. dr.

Summary - Basisboek kwalitatief onderzoek

  • 1 Wat is mijn doelstelling en wat mijn vraagstelling? 22

  • Op welke punten verschillen kwalitatief en kwantitatief onderzoek?
    1. Bij kwalitatief onderzoek wordt gebruik gemaakt van verschillende databronnen waarbij de nadruk ligt op het begrijpen van mensen, groepen of situaties. Bij voorkeur worden fenomenen in hun eigen context onderzocht.
    2. Bij kwalitatief onderzoek zijn de gegevens zijn vaak subjectief (niet betrouwbaar).
    3. Bij kwantitatief onderzoek spreekt men over geldigheid en betrouwbaarheid van de data. Bij kwalitatief onderzoek heeft men het over geloofwaardigheid, transparantie, doorzichtigheid en adequaatheid.
  • Wat geef je in een doelstelling aan?

    Waarom en voor wie je kennis gaat vergaren

  • Wat zijn de drie belangrijkste verschillen tussen een kwalitatieve en een kwantitatieve benadering?

    1. Kenmerkend voor kwalitatief onderzoek is het gebruik van verschillende databronnen en de nadruk op het 'begrijpen' of doorgronden van individuele mensen, groepen of situaties. Daarbij wordt met een zekere souplesse gebruik gemaakt van een flexibele onderzoeksopzet dat zich tijdens het onderzoek nog kan wijzigen. Centraal staat bij kwalitatief onderzoek dat een fenomeen bij voorkeur moet worden bestudeerd binnen de eigen context.
    2. Vaak worden bij kwalitatief onderzoek de gegevens, en daarmee ook de resultaten en conclusies, gekarakteriseerd als subjectief en niet-betrouwbaar. Het is inderdaad moelijk om een kwalitatief onderzoek te herhalen onder dezelfde omstandigheden, omdat je op locatie vele factoren niet onder controle hebt. Overigens, met uitzondering van zuiver experimentele onderzoeken in een laboratoriumsituatie, geldt dat - in mindere mate - ook voor het kwantitatieve onderzoek.
    3. Geldigheid en betrouwbaarheid van data en daarop gebaseerde uitspraken zijn typische kwaliteitscriteria voor kwantitatief onderzoek. Kwalitatieve onderzoekers geven daarom de voorkeur aan begrippen als 'geloofwaardigheid', 'transparentie' of 'doorzichtigheid' en 'adequaatheid'.
  • Wat zijn de 4 stappen van het operationaliseringsproces? 
    1. Begrip definiëren
    2. Dimensies onderscheiden
    3. Indicatoren bedenken
    4. Items bedenken
  • Welke drie typen onderzoeksvragen zijn er?

    Beschrijvende (fenomeen in kaart brengen zonder een verklaring daarvoor ter zoeken)

    Verklarende (je gaat tevens op zoek naar een of meer factoren die een verklaring kunnen geven voor dat verschijnsel. Bestaande theorie kan als zoeklichttheorie fungeren tot een plausibele verklaring te komen)

    Toetsende (nagaan of een bestaande theorie het door jou te bestuderen verschijnsel kan verklaren)

  • Welke bedreigingen zijn er voor de validiteit bij kwalitatief onderzoek?

    • er kan reactiviteit ontstaan: doordat een onderzoeker een locatie betreedt of zich aansluit bij een groep kan de situatie veranderen (mensen gaan zich anders gedragen), waardoor de onderzoeksgegevens vertekend kunnen zijn
    • interpretatiefouten kunnen worden gemaakt door bijv. vooringenomenheid, luiheid of te grote betrokkenheid
    • de respondent kan een bron zijn van vertekening van de gegevens, tengevolge van desinteresse, weerstand of regelrechte boycot van het onderzoek
  • Stap 2 van het operationaliseringsproces is: Dimensies onderscheiden. Wat wordt hier precies mee bedoeld? 
    Men moet kijken naar de deelaspecten van het begrip. Bij een complex begrip als klanttevredenheid, kunnen er meerdere dimensies aanhangen. In dat geval prijs, personeel, aanbod, afhandeling van klachten en bereikbaarheid.  
  • Wat zijn attenderende begrippen?

    Begrippen die een sturende of richtinggevende werking hebben bij een kwalitatief onderzoek (vb drugsverslaving: compensatiegedrag, sensatiezoekend gedrag)

     

  • Wanneer is de kans kleiner dat factoren de geldigheid van een onderzoek vertekenen?

    Wanneer je

    • als onderzoeker langer op locatie bent
    • gebruik maakt van verschillende databronnen (interviews, observaties, documenten)
    • regelmatig met collega's overleg voert over het onderzoek, in het bijzonder over de interpretatie van de gegevens om blinde vlekken bij jezelf te kunnen signaleren
    • de uiteindelijke resultaten voorlegt aan de betrokkenen in het veld, om na te gaan of zij zich daarin 'herkennen' en zich recht voelen gedaan
    • voortdurend gespitst bent op tegenvoorbeelden die niet in overeenstemming zijn met je interpretatie en conclusies, dus de rol van 'advocaat van de duivel' speelt
    • alles wat je doet, denkt, voelt en meemaakt in het veld nauwkeurig vastlegt in een logboek
  • Wat kunnen items zijn bij stap 4 van het operationaliseringsproces, noem voorbeelden. 
    Enquetevragen, observatiecategorie, scoringcategorie. Voor sommige indicatoren zijn meerdere items nodig. 
  • Wat is globaal het stappenplan van de opdrachtgever om een onderzoek te laten uitvoeren?

    • Probleemstelling (bestaande situatie als probleem)
    • Praktijkdoelstelling/beleidsdoelstelling (probleem moet worden opgelost / meer gewenste situatie)
    • Nieuwe gegevens verzamelen via onderzoek om mede op basis daarvan maatregelen te namen om de praktijkdoelstelling te realiseren
    • Formuleren van (voorlopige) vraagstelling voor het empirische onderzoek als uitgangspunt voor uiteindelijke vraagstelling
    • Overleg met onderzoek over de onderzoeksdoelstelling (die meestal door de onderzoeker wordt geformuleerd)
  • Wanneer is er geen sprake van een set met standaardprocedures die bruikbaar in in vrijwel elk onderzoek?

    Bij het kwalitatieve onderzoek is er in tegenstelling tot het kwantitatieve onderzoek geen sprake van een set met standaardprocedures.

  • Noem de verschillende dataverzamelingsmethoden.
    Bestaande informatie (Deskresearch), interview/enquete, observatie, experiment
  • Gaat een onderzoek altijd over ongewenste of negatieve dingen?

    Nee, kan ook gaan om het benutten van nog niet gerealiseerde mogelijkhden of potenties. Of het verkrijgen van meer kennis en inzicht.

  • Naar wat verwijst het begrip 'kwalitatief onderzoek'?

    Het begrip 'kwalitatief onderzoek' verwijst naar een serie onderzoeksbenaderingen die een aantal kenmerken gemeen hebben, maar ook verschillen van elkaar in (wetenschaps)theoretische orientatie en de invulling van de verschillende stappen in een onderzoek.

  • Wat is een populatie?
    Verzameling van alle eenheden waar je uitspraak over wil doen. Dit kunnen personen, bedrijven, organisaties, groepen, etc. zijn. 
  • In welke vorm gebeurt het stellen van een probleem en het schetsen van een meer gewenste of ideale situatie?

    In de vorm van normatieve uitspraken (bv meer klantvriendelijke sfeer, blad dat beter aansluit bij interesses jongeren)

  • Wat zijn de meest invloedrijke richtingen?

    • de casestudy
    • etnografische studies
    • de gefundeerde-theoriebenadering
  • Benoem de 9 steekproeven.
    1. Enkelvoudige aselecte steekproef
    2. Systematische steekproef met aselect begin
    3. Gestratificeerde steekproef
    4. Getrapte (hiërarchische) steekproef
    5. gelegenheidssteekproef
    6. Quotasteekproef
    7. Doelgerichte steekproef
    8. Sneeuwbal steekproef
    9/. Gerichte steekproef 
  • Wat houden normatieve uitspraken in?

    Je ontleent bepaalde maatstaven (normen) aan de gewenste of ideale situatie waarmee je de bestaande situatie vergelijkt. 

  • Casestudy - leg uit:

    • in een casestudy bestudeer je een onderzoeksthema aan de hand van een concreet geval
    • in de ontwikkelingspsychologie en de pedagogiek is veel gebruik gemaakt van casestudy's
    • casestudy's hebben niet altijd betrekking op een of enkele personen
    • wanneer je een fenomeen als vandalisme wilt bestuderen, kun je een groep als case nemen (voetbalfans), een locatie of situatie (hangplek) of een gebeurtenis (een uit de hand gelopen staking, protestactie of demonstratie)
    • kenmerkend voor al deze casestudy's is het bestuderen van een fenomeen als een geheel en in zijn context
    • we spreken in dit geval van een 'holistische benadering'
    • je bestudeert, met je vraagstelling als leidraad, alle relevante facetten van een fenomeen in hun onderlinge verwevenheid en met oog voor de historische achtergronden en contextuele inbedding
    • de keuze van een case is uiteraard cruciaal
    • de onderzoeksvraag is daarbij de kompas
  • Wat doe je bij een Enkelvoudige aselecte steekproef?
    Je trekt hierbij random het aantal steekproefelementen uit het steekproefkader op basis van het toeval.
  • Is er ook sprake van een subjectief element?

    Ja, een bedrijf kan een ongewenste situatie als probleem beschouwen terwijl dat voor een ander bedrijf geen probleem is. 

  • etnografisch onderzoek - leg uit:

    • het doel van etnografisch onderzoek is het beschrijven van de sociale structuur en de cultuur van een specifieke groep
    • daarbij maken onderzoekers meestal gebruik van participerende observatie, waarbij ze hun indrukken en ervaringen nauwgezet vastleggen in een logboek
    • je kunt de etnografische werkwijze gebruiken om bijv. kenmerkende verschillen te beschrijven - qua sector, product, grootte - tussen een middelgroot 'familiebedrijf' en een vergelijkbaar bedrijf dat wordt geleid volgens de meest 'moderne' managementinzichten
    • Hoe gaan de mensen met elkaar om?
    • Hoe begroeten ze elkaar?
    • Zijn er ook informele contacten?
    • Hoe wordt tegen de leiding en de stijl van leiding angekeken?
  • Wat doe je bij een Systematische steekproef met een aselect begin?
    Hierbij bepaal je vooraf de gewenst omvang van je steekproef. Wanneer de totale omvang van je populatie 300 is en je hebt 30 personen nodig, kun je het volgende doen: #00:30 =10 en je bepaalt nu ene getal onder de 10.  Bijvoorbeeld 4, dan zijn de personen in het steekproefkader die getrokken worden als volgt: 4,14,24,34,44,54,64,74.... etc 

    PAS OP! Bij huisnummers is dit geen goede steekproef omdat men dan alleen maar 1 kant van de straat in de steekproef laat vallen. 
  • Is voor elk probleem een onderzoek noodzakelijk?

    Nee, onderzoek kán deel uitmaken om een probleem op te lossen, maar soms is directe en adequate actie geboden en kan een bedrijf zelf plannen ontwikkelen om tot een oplossing te komen

  • gefundeerde-theoriebenadering - leg uit:

    • bij de gefundeerde-theoriebenadering gaat het vooral om het ontwikkelen van een theorie
    • een klassiek voorbeeld is de studie Besef van de naderende dood van Glaser & Strauss, waarbij zij de zorg voor een verzorging van patienten tijdens het stervensproces in ziekenhuizen onderzochten
    • de gegevens worden veelal verzameld met open interviews en direct na de dataverzameling grondig geanalyseerd
    • allereerst worden de interviews helemaal uitgetypt en opgedeeld in tekstfragmenten
    • deze tekstfragmenten worden voorzien van een code die de lading zo veel mogelijk dekt --> dit noemen we 'open coderen'
    • vervolgens worden deze codes geanalyseerd en geordend
    • bekeken wordt of er een bepaalde structuur in valt te ontdekken
    • als dat het geval is worden nieuwe codes op een hoger abstractieniveau geformuleerd --> 'axiaal coderen'
    • vervolgens probeert de onderzoeker deze codes te integreren in een (theoretisch) model --> 'selectief coderen'
    • tijdens dit analyseproces pendel je een periode tussen je bureau en de onderzoekslocatie
    • na formulering van het model keer je terug naar het veld en ga je verder met het verzamelen van gegevens die je weer gaat analyseren met als belangrijkste invalshoek: ondersteuning van het model door deze nieuwe gegevens - als dat niet het geval is, moet je overwegen je model bij te stellen
    • opnieuw ga je het veld in, opnieuw ga je aanvullende gegevens verzamelen, weer analyseren, confronteren met je model, enz....
    • je gaat daar zo lang mee door totdat er zich geen nieuwe gezichtspunten meer aandienen
    • er is dan een niveau van inhoudelijke verzadiging bereikt: je (theoretische) model past bij de gegevens
    • deze aaneenschakeling van dataverzameling, analyse, dataverzameling et cetera noemen we de methode van constante vergelijking
  • Wat doe je bij de Gestratificeerde aselecte steekproef? 
    Hierbij onderscheidt je de deelpopulaties (of strata) in de populatie van mensen. Een voorbeeld hiervan zijn de mensen in de midlifecrisis:
    1. Mannen met vaste partner
    2. Mannen zonder vaste partner
    3. Vrouwen met vaste partner
    4. Vrouwen zonder vaste partner
    Vervolgens trek je Enkelvoudige aselecte steekproeven
  • Wat is uitdrukkelijk niet de doelstelling van je onderzoek?

    Het oplossen van het gestelde probleem.

  • Welke minder gebruikte benaderingen van kwalitatief onderzoek onderscheiden we nog?

    • hermeneutiek
    • biografisch onderzoek of levensgeschiedenisonderzoek
    • fenomenologisch onderzoek
    • symbolisch interactionisme
    • onderzoek vanuit de feministische invalshoek
  • Wat doe je bij de Getrapte (hiërarchische) steekproef? 
    Hierbij ga je in niveaus (hiërarchisch) te werk. Wanneer je wil onderzoeker wat het woonplezier van volwassenen bepaalt, moet je eerst de gestratificeerde aselecte steekproef doen (flat, rijtjeshuis, villa), wil je dan ook de landelijke spreiding hebben dan is het nodig om deze steekproef uit te voeren. 

    Je trekt bijvoorbeeld eerst in het overzicht gemeenten aselect, en daarna trek je aselect het aantal nummers dat je wil bellen voor een interview. Vervolgens kom je erachter dat er meerdere personen in een huis wonen, kun je daar nog (aselect) besluiten die je wil interviewen (in een geval dat je bijvoorbeeld 50% mannen en 50% vrouwen in je onderzoek wil gebruiken). 
  • Wat wordt aangegeven met het onderzoeksdoel?

    De relevantie van het onderzoek (waarom het zinvol en belangrijk is dit onderzoek te doen).

  • Hermeneutiek - leg uit:

    • dit verwijst naar de kunst van het interpreteren
    • oorspronkelijk ging het daarbij voornamelijk om de exegese (tekstuitleg) ofwel het interpreteren van bijbelteksten
    • tegenwoordig wordt dit begrip in veel ruimere zin gebruikt
  • Wat houdt de Gelegenheidssteekproef in? 
    Hierbij is het de kern dat je de eersten die je tegenkomt enquêteert, interviewt of observeert. Op de plaats van bestemming of na de eerste vraag kun je zelf bepalen of iemand in de steekproef terecht komt. 
  • Welke soorten relevantie zijn er?

    Praktische relevantie

    Theoretische relevantie ((ook) bijdrage leveren aan wetenschappelijke kennis)

  • Biografisch onderzoek of levensgeschiedenisonderzoek - leg uit:

    • daarbij wordt de levensgeschiedenis van een persoon, of van representanten van een groep of categorie personen in kaart gebracht, bijv. Indische Nederlanders of manisch-depressieve patienten
  • Wat houdt de Quotasteekproef in?
    Dit is een variant op de Gestratificeerde aselecte steekproef en de Gelegenheidssteekproef. er wordt uit elke deelpopulatie niet een aselecte, maar een selecte steekproef getrokken. Het quotum wordt van tevoren duidelijk vastgesteld. Bijvoorbeeld 25 mannen en 25 vrouwen. Bij het benaderen op straat stopt men wanneer deze 50 personen zijn aangesproken. Het is erg willekeurig. 
  • Fenomenologisch onderzoek - leg uit:

    • bij fenomenologische analyse staan de waarneming, ervaring en beleving van gebeurtenissen en voorvallen centraal en niet de 'objectieve' gebeurtenissen zelf
    • hoe beleeft en ervaart iemand het als hij plotseling op staande voet wordt ontslagen, of te horen krijgt dat hij aan een ernstige progressieve ziekte lijdt?
  • Wat houdt de doelgerichte steekproef in? 
    Bij deze steekproef ga je meerdere steekproeven doen in verschillende groepen. Je kiest je steekproef eenheden bewust uit. Bijvoorbeeld in een bedrijf een deel dat het eens is en een deels dat het oneens is met de directie. In beide groepen wordt dan een steekproef gehouden. 
  • Symbolisch interactionisme - leg uit:

    • interacties tussen mensen worden gestuurd door de betekenis die mensen verlenen aan personen, situaties en gebeurtenissen
    • een en dezelfde gedraging met inbegrip van de non-verbale component kan enerzijds worden gedefinieerd als bemoediging, toenadering, flirt, of anderzijds als regelrechte aanval en uiting van seksisme
  • Wat houdt de sneeuwbal steekproef in? 
    Deze pas je toe wanneer de populatie moeilijk toegankelijk is/wanneer je niet weet of iemand wel of niet binnen de populatie valt/wanneer het onderwerp taboe is. Je begint dus bij 1 respondent, die je hopelijk meerdere respondenten kan brengen. 
  • Onderzoek vanuit de feministische invalshoek - leg uit:

    • onderzoekers die werken vanuit feministisch perspectief, verwerpen meestal de kwantitatieve benadering
    • zij beschouwen deze als kenmerkend voor de dominante, in het bijzonder de mannelijke, onderzoekscultuur waarin er een scheiding bestaat tussen de onderzoeker en de mensen die worden betrokken bij een onderzoek
    • binnen het feministisch onderzoeksperspectief wordt veel belang gehecht aan het opbouwen van een vertrouwensrelatie met de respondenten en informanten, en aan het verzamelen van gegevens via open interviews die veelal het karakter krijgen van 'gesprekken' tussen geestverwanten
  • Wat houdt de gerichte steekproef in? 
    Onbekend. 
  • Met wat begint een empirisch onderzoek altijd?

    Met een onderzoeksvraag.

  • Welke 4 factoren kunnen de betrouwbaarheid van een onderzoek beïnvloeden? 
    Omgeving
    Onderzoeker
    Onderzochte
    Instrument
  • Hoe is het onderzoeksproces in kwalitatief onderzoek?

    • het onderzoeksproces in kwalitatief onderzoek is cyclisch én iteratief
    • je koppelt en volgt stappen vooruit en achteruit als in een opwaarste en neerwaartse spiraal (cyclisch) en
    • je gaat regelmatig heen en weer tussen de stappen (iteratief = wiederholend)
  • Wat houdt betrouwbaarheid in? 
    De mate waarin ene meting beïnvloed wordt door toevallige fouten. Een slecht humeur kan bijvoorbeeld voor een negatief interview zorgen. 
  • De stappen van het verzamelen en analyseren van gegevens worden regelmatig herhaald en zijn nauw op elkaar betrokken.

  • Wat is validiteit? 
    Je onderzoek is valide wanneer je heb gemeten wat je wilde meten voor de onderzoeksvraag. Validiteit heeft te maken met de juistheid van de onderzoeksbevindingen. Een andere onderzoeker moet exact hetzelfde ondervinden als jij het gedaan. 
  • Om wat gaat het bij kwalitatief onderzoek?

    Bij kwalitatief onderzoek gaat het meestal om onderzoeksvragen met een open karakter.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Resultaten
  • geen interpretaties, die horen bij conclusie en discussie
structuur:
  • thematisch
  • chronologisch
  • aan de hand van actoren
  • aan de hand van de onderzoeksvragen

inhoud
  • gedetailleerdheid: details geven levensechte indruk van de wereld die je hebt onderzocht. Verlies je niet in teveel details
  • taalgebruik: aansluiten bij de belevingswereld van onderzochten.
  • perspectief: als er verschillende perspectieven zijn, laat dit dan terugkomen
  • het gebruik van citaten: illustratie van je betoog
Welke onderdelen vallen onder de opzet en uitvoering
  • het onderzoeksontwerp
  • de onderzoekseenheden
  • de gegevensverzameling: bronnen toegang tot bronnen, de omstandigheden waaronder je de gegevens hebt verzameld
  • de registratie en verwerking van gegevens
  • de analyse van gegevens
  • de betrouwbaarheid en geldigheid
Welke vragen zijn relevant bij het schrijven van de literatuur verkenning
  • Is al eerder empirisch onderzoek gedaan met eenzelfde of vergelijkbare vraagstelling?
  • Welke onderzoeksresultaten zijn er?
  • Versterken deze resultaten elkaar of spreken ze elkaar tegen?
  • Welke verschillende, eventueel met elkaar strijdige standpunten zijn er?
  • Welke witte vlekken zijn er nog?

mond uit in een voorlopige veronderstelling die uitnodigt tot nader onderzoek
Welke vragen kun je jezelf stellen bij het schrijven van je inleiding?
  • Welk probleem vormt de aanleiding voor je onderzoek?
  • Wat is de context waarin dit probleem is gesteld?
  • Wat is de globale (voorlopige) vraagstelling?
  • Wat is de doelstelling van het onderzoek?
  • Wat is de relevantie van het onderzoek?
  • Is er een praktisch/maatschappelijk belang en/of theoretisch/wetenschappelijk belang met het onderzoek gediend?
  • Hoe is de vraagstelling verder uitgewerkt in specifiekere onderzoeksvragen?
  • Hoe is de opbouw van dit rapport?
Samenvatting geeft de essentie van je onderzoek weer
  • functie: moet de lezer een globaal beeld geven van het onderwerp en karakter van het onderzoek. Als de lezer het onderwerp relevant vindt wil hij weten welke onderdelen in het bijzonder interessant zijn
  • inhoud: onderzoeksvraag en de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek. De opzet en uitvoering van het onderzoek. Inhoudsopgave kan helpen, uit elk deel een kernzin. Mag geen opsomming zijn maar een samenvatting is een zelfstandig leesbaar verhaal
  • lengte: ligt niet vast. 200 tot 400 woorden
  • plaats: ongenummerd en meestal aan het begin
Welke onderdelen bevat de titelpagina
  • de titel: korte samenvatting van je onderzoek, waar onderzoeksvraag als de belangrijkste begrippen zijn af te leiden
  • de auteursnaam of -namen: alfabetisch of in volgorde van bijdrage. Geen titelatuur
  • het onderzoekskader
  • de datum en het correspondentieadres
Vijf mogelijkheden voor een schriftelijke onderzoeksrapportage:
  1. onderzoeksrapport: opdrachtgever, onderzoeksresultaten leiden tot aanbevelingen voor de uitvoeringspraktijk
  2. wetenschappelijk artikel: bekend making aan wetenschappelijke collega's
  3. scriptie, afstudeerwerkstuk of thesis
  4. onderzoekssamenvatting: deelnemers aan het onderzoek (toont waardering en voorkomt respondenten bederf), voor geïnteresseerde in je onderzoek.
  5. persbericht: breder publiek
Wat zijn doelen van rapportage
  • verslag doen van onderzoeksbevindingen
  • middel om na te gaan of de conclusies valide en betrouwbaar zijn
  • verantwoordingsverslag
Wat is een recaputilatiememo?
Een memo waarin de onderzoeker terugkijkt op wat hij of zij in eerdere memo's heeft opgeschreven, vat dit samen en probeert de hoofdlijnen eruit te halen. De aangetroffen elementen, thema's en concepten worden in een groter kader geplaatst en aan elkaar gerelateerd. 

Reflectie op eigen reflectie.
Analyse elementen geordend op de dimensie empirisch-conceptueel
  • woorden: letterlijk in het materiaal
  • codes: interpretatie van onderzoeker van empirisch materiaal
  • concepten: achterliggende thema's, elementen en/of aspecten. Ontwikkeld op basis van de codes en geschraagd vanuit literatuur
  • memo's: ondersteuning analyse, geheugensteuntje voor de begrippen, als verantwoording van keuzes die gemaakt zijn en beslissingen die zijn genomen.