Summary Basisboek Logistiek

-
ISBN-10 9001816886 ISBN-13 9789001816889
220 Flashcards & Notes
69 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Basisboek Logistiek". The author(s) of the book is/are Arend Roelofs Goor Hessel Marius Visser Muriël van Alphen. The ISBN of the book is 9789001816889 or 9001816886. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Basisboek Logistiek

  • 1 Marktgestuurde logistiek

  • Door wat wordt logistiek aangestuurd?
    Logistiek wordt aangestuurd door de wensen en eisen van de klant
  • welke stroom is er naast de goederenstroom ook nodig in de logistieke keten ?
    Naast de goederenstroom is er ook sprake van een informatiestroom, waarin verschillende partijen in een keten informatie met elkaar uitwisselen. bv; de vraag naar een product; de nog beschikbare voorraad of de lopende bestellingen.
  • Wat is de 3de stroom ?
    De geldstroom is de 3de stroom. De goederen worden verkocht, de klant betaalt hiervoor een geldbedrag. Dit geld moet de kosten om te produceren dekken.
  • Wat is de belangrijkste doel van de logistiek?
    De goederenstroom zodanig organiseren dat de kosten zo laag mogelijk blijven en dat de klant zo tevreden mogelijk is over het product dat hij koopt
  • Hoeveel deelgebieden omvat de logistieke keten?
    4 Deelgebieden
  • omschrijf de 1ste deelgebied
    1/Inkooplogistiek: omvat alle activiteiten die te maken hebben met het aanschaffen van de materialen die nodig zijn om een product te fabriceren. Het inkoopproces is te onderscheiden in commerciële inkoop en feitelijke inkooplogistiek.
    Commerciële inkoop richt zich op de relatie met de leverancier.
    feitelijke inkooplogistiek begint feitelijk met het bestellen en vervolgens het ontvangen van de goederen.
  • Omschrijf de 2e deelgebied
    2/Productielogistiek: richt zich op de inrichting van het productieproces.
    hierin kan onderscheid gemaakt worden in productiebeheersing en material management.
    Productiebeheersing gaat over de noodzakelijke capaciteit aan mensen, gereedschappen en machines. Ook de efficiënte inrichting van een productiebedrijf heeft te maken met productiebeheersing.
    Material mangement gaat over de tijdige aanvoer van de juiste hoeveelheden grondstoffen, onderdelen en halffabricaten.
  • Omschrijf de 3e deelgebied.
    3/distributielogistiek: gaat algemeen over 3 onderwerpen; de locatie en inrichting van magazijnen; het beheren van de voorraden en het transport.
    Distributie is te onderscheiden in commerciële en logistieke distributie.
    commerciële distributie heeft te maken met de verkoopkanalen. Logistieke distributie richt zich op de feitelijke goederenstroom.
  • Omschrijf de 4de deelgebied.
    4/Retourlogistiek: een klant kan verschillende redenen hebben om een ontvangen product terug te sturen.
    Het organiseren van de retourstromen vraagt om een logistieke aanpak
  • Wat gebruikt men om de logistieke processen in een onderneming te beschrijven?
    Men gebruikt het integraal logistiek concept. Met dit concept kunnen de 4 basiselementen van het logistiek proces geanalyseerd worden.
  • Wat zijn de basiselementen van dit concept?
    - de grondvorm: hierbij worden alle logistieke processen geanalyseerd. Daarbij worden ook de voorraadpunten in de keten in beschouwing genomen
    -De besturing: De centrale vraag bij de besturing van de processen 'wie geeft de impuls tot een transactie in de keten?'. De termen push en pull komen hier aan de orde. Tevens is het hier van belang om te bepalen waar voorraad in de keten dient te worden aangehouden om op tijd te kunnen voldoen aan de klantwensen.
    -Informatiesysteem: hiermee worden de logistieke processen ondersteunt.
    -Logistieke organisatie: het gaat hier om de wijze waarop de personele opbouw van het bedrijf wordt gerealiseerd. Wie is verantwoordelijk voor welke gedeelte van de grondvorm: het proces, de besturing en de informatie.
  • Wat zijn diensten?
    Diensten zijn ontastbare en relatief vergankelijke activiteiten waarbij tijdens de interactieve consumptie directe behoeftebevrediging centraal staat.
  • Wat zijn de kenmerken van diensten?
    1/ Ontastbaarheid: een dienst kan men niet vastpakken
    2/vergankelijkheid: een dienst is tijdelijk, men kan het niet van tevoren maken, bewaren of opslaan 
    3/Heterogeniteit: elke dienst is weer anders. Heterogeniteit ontstaat door de interactieve tussen de dienstverlener en de klant.
    4/Interactieve consumptie: De klant is aanwezig bij het verlenen van de dienst. bv chirurgische ingreep
  • Wat is optimale kwaliteit?
    Optimale kwaliteit omvat zowel de technische kwaliteit als de logistieke kwaliteit van een product of dienst.
    Onder technologische kwaliteit  wordt de uitvoering van het product verstaan.
    De logistieke kwaliteit is de servicegraad die de klant ervaart.
    Hoge logistieke kwaliteit betekent op tijd, in de juiste hoeveelheid en samenstelling het product leveren op de juiste plaats.
  • Wat is de levenscyclus van een product of dienst?
    Hoe lang men verwacht een product of dienst te verkopen.
  • Geef de fases van de productlevenscyclus?
    1/introductiefase: product is weinig bekend
    2/groeifase: is van groot belang voor de fabrikant, er is vraag naar het product.
    3/verzadigingsfase: er zijn bijna geen nieuwe klanten te vinden, product trekt concurrenten aan die een vergelijkbaar product op de markt brengen.
    4/vervalfase: het product wordt bijna niet meer verkocht--> outlet.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe ziet een hergebruikplan eruit en met welke hergebruikkosten moet je rekening houden?
een hergebruikplan bestaat uit :

-een input plan: in een inputplan staat vermeld welke eisen en specificaties er in het kader van hergebruik gesteld moeten worden aan de inputzijde.

-een throughput plan: beschrijft hoe men omgaat met interne overschotten en interne afval.

-een output plan: gaat over het hergebruik van afval.

op basis van het hergebruikplan kan worden uitgerekend welke kosten met het hergebruik gespaard gaan.
Hergebruikproces: zelf doen of uitbesteden?
-financiële motieven spelen een rol voor uitbesteden (financiële analyse). laar een risico van uitbesteden voor een onderneming is dat hij altijd verantwoordelijk is voor de fouten die door derden zijn gemaakt.
Een nieuwe ontwikkeling op dit gebied?
Een hybride samenwerking tussen gemeenten en kringloopstichtingen. In het kader van ophaalverplichtingen van de gemeenten wordt een contract gesloten tussen gemeente en kringlooporganisatie, waarbij de burgers hun grof vuil op kan laten halen door de kringlooporganisatie.
De distributie van gebruikte goederen vindt plaats in 2 circuits..
kringloopcircuit en tweedehandscircuit. Het verschil tussen beide is dat het kringloopcircuit niet op commerciële basis gestoeld is en daarnaast een uitgebreid netwerk bestaat van commerciële tweedehandswinkels.
De sector van 2dehands artikelen  voorziet een behoefte aan het inleveren van nog bruikbare oude spullen enerzijds en de behoefte aan het verwerven van goedkope tweedehandsartikelen anderzijds.
Welke 2 ontwikkelingen zullen zich voordoen?
professionalisering: naarmate de behoefte aan ingezamelde goederen vanuit het bedrijfsleven toeneemt, zal men deze achterwaartse distributie op een bedrijfsmatige manier oppakken en professionalisering.

Specialisatie: ten aanzien van retouren - vooral webwinkelretouren- zal waarschijnlijk een verdere specialisatie gaan plaatsvinden.
verschil tussen achterwaartse en voorwaartse distributie ?
is het eigenlijk hetzelfde: het gaat over de verplaatsing van goederen van de ene plaats naar de andere, met de bijhorende informatiestromen en financiële stromen. Wel is er iets speciaal met achterwaartse distributie; het is nieuw en er doen zich nieuwe fenomenen voor, zoals inzameling.
Door wie kan het inzamelproces georganiseerd worden?
- de oorspronkelijke producent
-  de reguliere groot- en detailhandel
- de overheid
Verschil tussen recycling en duurzaamheid?
Recycling gaat in principe over materie: grondstoffen, hulpstoffen, halffabricaten, eindproducten en verpakkingsmateriaal.

Duurzaamheid gaat verder en handelt ook over invoer-, doorvoer- en uitvoerprocessen en daarmee gepaard gaande verbruik van grondstoffen, brandstoffen en dergelijke, en over de productie en verwerking van afval.
Een kenmerk van C2C ?
is in het ontwerpfase van het product rekening houden met hergebruik.
Het begrip cradle to cradle?
is bekender onder de afkorting C2C? letterlijk vertaald betekent het van wieg tot wieg. De keten van 'zand tot klant', verandert in de cirkel van 'zand via klant tot zand'.
Afval wordt beschouwd als grondstof voor de volgende cyclus.