Summary Basisboek methoden en technieken

-
ISBN-10 9001807712 ISBN-13 9789001807719
438 Flashcards & Notes
91 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Basisboek methoden en technieken". The author(s) of the book is/are B Baarda. The ISBN of the book is 9789001807719 or 9001807712. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Basisboek methoden en technieken

  • 0.1 Wat is onderzoeken?

  • Wat is onderzoek?
    De zoektocht naar kennis en inzicht die tot de oplossing van vragen en problemen moeten leiden.
  • Het onderzoeksproces begint met een waarneming, waarbij je een idee ontwikkelt: een theorie. Dat idee ga je testen, hiermee start je onderzoek.
  • Bij wetenschappelijk onderzoek ligt nieuwsgierigheid aan de basis. Op deze manier is bijvoorbeeld de antibacteriële werking van penicilline door Fleming ontdekt.
  • De essentie van wetenschap ligt vooral in het stellen van de juiste vragen. Wanneer deze vragen indruisen tegen de heersende opvattingen, wordt dit niet altijd op prijs gesteld. Zoals Darwin, die een vraagteken zette achter het Bijbelse scheppingsverhaal.
  • Niet alle vragen zijn met onderzoek te beantwoorden:
    • Normatieve vragen: vb: Wat is rechtvaardig? Wat is goed? Met onderzoek kun je niet vaststellen wat goed of slecht is. Wel kun je nagaan of mensen bijv. de doodstraf bij een zeer ernstig delict rechtvaardig vinden.
    • Esthetische vragen: vb: Wat is een mooi schilderij? Mooi is een kwestie van smaak. 
  • 0.2 Wat is het verschil tussen naïeve en wetenschappelijke kennis?

  • Wat is naast empirisme en rationaliteit nog een belangrijk begrip in de westerse wetenschap?
    Wetmatigheid: Het moet niet om een toevallig feit gaan, er moet sprake zijn van een zekere orde, die het liefst te vangen is in een formule. (Pythagoras)
  • Naïeve kennis = niet gebaseerd op onderzoek.
    Wel gebaseerd op:
    1. gewoontes
    2. 'wishful thinking'
    3. meningen van autoriteiten
    4. ideologie
    5. intuïtie
  • 1. gewoontes = het principe dat het altijd zo geweest is, wij doen dat al jaren zo.
  • 2. 'wishful thinking' = selectieve observatie, het principe dat mensen graag gelijk willen hebben. Voorbeeld: het feit dat placebo's effectief kunnen zijn.
  • 3. meningen van autoriteiten = Oorspronkelijk was vooral de kerk de autoriteit. Tegenwoordig vormen in de westerse landen de media een autoriteit; het stond in de krant, of op internet, dus zal het wel waar zijn.
  • 4. ideologie = levensopvattingen in het algemeen en religies in het bijzonder, spelen een belangrijke rol waar het gaat om kennis en vooral om de geloofwaardigheid van kennis. Mensen die bijvoorbeeld overtuigd zijn van de natuurlijke kracht van natuurlijke producten, zullen waarschijnlijk eerder heil zien in de geneeskrachtige werking van de natuurproducten van dokter Vogel.
  • 5. intuïtie = In de traditionele wetenschapsopvattingen (zoals Pythagoras) spelen intuïtie en gevoel geen rol. Anderen zien intuïtie ook als een vorm van kennis. Je zou volgens die ideeën eerst waarnemen  met je hart en dan pas met je hoofd.
  • De traditionele westerse wetenschappelijke kennis is gebaseerd op empirisme (waarnemen) en rationaliteit (nadenken).
  • 0.3 Wat is wetenschappelijk verantwoord onderzoek?

  • Waarom is de replicatie-eis bij onderzoek zo belangrijk?
    1. Om fraude tegen te gaan.
    2. Onderzoeksresultaten zijn vaak alleen geldig, valide, voor de groep waarbij men het onderzoek heeft verricht.
  • Wat is het onderscheid tussen fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek?
    • Fundamenteel onderzoek = onderzoek dat ten behoeve van de wetenschap wordt uitgevoerd.
    • Toegepast onderzoek = onderzoek dat wordt uitgevoerd ten behoeve van de praktijk, maar dat wel op een wetenschappelijk verantwoorde wijze wordt uitgevoerd.
  • Empirisch onderzoek = op ervaringen gebaseerd. Vb: Mensen die worden of zijn opgeleid op een hogeschool of universiteit moeten onderzoek doen dat wetenschappelijk verantwoord is en dat gebaseerd is op feiten. Daarom wordt er vaak gesproken over empirisch onderzoek.
  • Systematisch onderzoek = een van tevoren vast en vastgesteld patroon, de wetenschappelijke cyclus, volgt. Deze cyclus wordt ook wel de empirische cyclus genoemd:
    • Je begint met het formuleren en het nader analyseren van een probleem.
    • Daarbij vormt zich soms een theorie.
    • Op basis daarvan formuleer je een of meer onderzoeksvragen.
    • Dan ontwerp je de best passende onderzoeksopzet om die vragen te beantwoorden.
    • Je verzamelt je onderzoeksgegevens.
    • Je analyseert je gegevens.
    • Je trekt je conclusie, beantwoordt de onderzoeksvraag en stelt je conclusie ter discussie.
    --> Mocht het onderzoek geen of onvoldoende antwoord geven op de onderzoeksvraag, dan wordt weer van het begin af gestart met een herziene onderzoeksvraag en wordt de cyclus opnieuw doorlopen. Vandaar het cyclische karakter. 
    --> Zie figuur 0.4 blz. 8.
  • Replicatie-eis = onderzoeksresultaten moeten altijd controleerbaar zijn. Dat kan alleen als je erover publiceert, in de vorm van een rapport, artikel of boek. De beschrijving van het onderzoek moet zodanig zijn dat iemand anders het onderzoek over kan doen (repliceren) met bijvoorbeeld andere proefpersonen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe kan je de mate van overeenstemming meten? (2)
1. Overeenstemmingspercentage (PO)
2. Cohen's Kappa
Wat is de inter-observatorbetrouwbaarheid?
Als iemand anders laat scoren moet die ong op hetzelfde uikomen
Wat is intra-observatorbetrouwbaarheid?
Hoe consistent de observator in zijn beoordeling is. Scoort hij in verschillende situaties hetzelfde?
Welke 2 vormen van interval-codering zijn er?
1. Puntmeting: bijv 10, 20, 30 sc vast of verkoper klant wel of niet aankijkt 
2. Time-sampling: observeerd gedurende bijv een uur elke tien minuten een minuut
Wat is interval codering?
Maakt een tijdsschaal en turft hoe vaak gedrag voorkomt
Wat is event sampling?
Tellen van de vraag is het event. Je moeet hoe vaak gedrag voorkomt
Wat is mystery shopping?
Observatoren in verbogen rol van klant opereren (partciperend)
Meting waarin respondent niet weet dat hij geobserveerd noemen we ook wel?
Unobstrusive
Wat is een maat voor samenhang van verschillende stellingen?
Cronbaschs a
Vaak antwoordschalen is kenmerkend voor...
Ordinaal