Summary Basisboek methoden en technieken

-
ISBN-10 9001807712 ISBN-13 9789001807719
438 Flashcards & Notes
91 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Basisboek methoden en technieken". The author(s) of the book is/are B Baarda. The ISBN of the book is 9789001807719 or 9001807712. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Basisboek methoden en technieken

  • 1 Doelstelling en onderzoeksvraag

  • Wat zijn de eenheden?
    Op wie de onderzoeksvraag betrekking heeft
  • Wat is de populatie?
    Verzameling van de eenheden
  • Wat is externe validiteit?
    in welke mate kun je de onderzoeksresultaten generen naar de beoogde populatie
  • Wanneer spreek je van een variabele?
    Als een kenmerk in meetbare termen is eformuleerd
  • Welke soorten kenmerken heb je?
    1. Directe onafhankelijke kenmerken
    2. Directe afhankelijke kenmerken 
    3. Indirecte controlekenmerken
  • Wat is kenmerkend voor directe onafhankelijke kenmerken?
    deze hebben meestal gevolgen en zijn niet het gevolg van de andere kenmerken
  • Wat is kenmerkend voor directe afhankelijke kenmerken?
    Dit zijn kenmerken die afhankelijk van elkaar zijn
  • Wat is kenmerkend voor indirecte controlekenmerken?
    Kenmerken die evt ook an belang kunnen zijn, zoals geslacht.
  • 2 hoe kies je het onderzoeksonderwerp

  • Wat voor soorten onderzoeksvragen zijn er?
    Frequentieonderzoeksvragen
    Verschilonderzoeksvragen
    Samenhangonderzoek
  • Welke drie voorwaarden zijn er voor een causale relatie?
    1. Samenhang
    2. Tijdsvolgorde
    3. Geen derde variabele in het spel
  • Welke drie verschillende derde variabelen zijn er?
    Mediërende variabele
    Confounding variabele
    Moderatorvariabele
  • Wat is kenmerkend voor een mediërende variabele?
    Hangt derde variabele samen met onafhankelijke en afhankelijke variabele, en loopt de relatie tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabele via deze variabele, de mediator.
  • Wat is kenmerkend voor de confounding variabele?
    Vertoont een derde variabele een relatie met zowel de onafhankelijke als de afhankelijke variabele, maar vormt deze geen tussenschakel.
  • Wat is kenmerkend voor de moderator variabele?
    Verandert een derde variabele, het verband tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabele
  • Wat voor typen onderzoek zijn er?
    1. Beschrijvend: beschrijven bepaald fenomeen 
    2. Exploratief: als je wil nagaan waarom je bepaalde gegevens of verschillen vindt. 
    3. Toetsend: toetst een bepaalde theorie
    4. Evaluatieonderzoek: toetsen van hypothesen die betrekking hebben op effectiviteit interventie
  • Welke 2 typen evaluatieonderzoek kan je onderscheiden?
    Summatief evaluatieonderzoek: toets je effectiviteit van interventie. 
    Formatief evaluatieonderzoek: ga je na welke factoren de interventie al dan niet succesvol maken.
  • Bij kwantitatief kan je twee onderzoeksontwerpen onderscheiden, welke?
    1. Experimenteel onderzoek 
    2. Survey onderzoek
  • Wat betekent interne validiteit?
    of het resultaat van het onderzoek wel de juiste weergave van de werkelijkheid geeft, of dat deze is verstoord door verstorende factoren
  • Waar wordt de bewijskracht van een onderzoek vaak mee aangegeven?
    Level of evidence
  • Wat is een meta analyse?
    Analyse op gepubliceerde resultaten van eerdere onderzoeken over hetzelfde onderwerp
  • Wat is een secundaire analyse?
    Analyse databestanden van eerder onderzoek
  • Wat is surveyonderzoek?
    Toetsen of er een verband is tussen twee variabelen. Beperkt tot het verzamelen van gegevens bij een groot aantal mensen.
  • Hoe wordt surveyonderzoek ook wel genoemd?
    Observationeel onderzoek
  • Wat is eenmalig surveyonderzoek?
    Een meting op bepaald moment
  • Wat is kenmerkend voor cross-sectioneel surveyonderzoek
    Kijk je naar bijv verschillende leeftijden mensen om beter beeld te krijgen. Dwarsdoorsnede onderzoek (beschrijvend)
  • Wat is longitudinaal survey onderzoek?
    Gegevens verzamelen op meerdere momenten
  • Welke 2 vormen van longitudinaal surveyonderzoek zijn er?
    1. panal of cohort onderzoek: vaste groep = beschrijvend + exploratief 
    2. Trendonderzoek: wisselende groep = beschrijvend
  • Hoe noem je ontwikkelingen vooruit in de tijd?
    prospectief onderzoek
  • Hoe noem je gegevens uit het verleden?
    Retrospectief onderzoek
  • Wat is kenmerkend voor experimenteel onderzoek?
    Je manipuleert de onafhankelijke variabele
  • Wat is een aparte vorm van experimenteel onderzoek?
    Casestudy N =1
  • Wat is de sterkste vorm van experimenteel onderzoek?
    Een zuiver experiment
  • Wat zijn de kenmerken van een zuiver experiment?
    Je manipuleert de onafhankelijke variabele. Je gebruikt een controle groep en toewijzing van deelnemers berust op toeval = randomiseren.
  • Wat is kenmerkend voor het Solomon design?
    Vier onderzoeksgroepen: experimentele, controle zonder voormeting en een experimentele en controle met voor en nameting
  • Wat schakel je met randomisatie uit?
    Verstorende factoren
  • Wat is een quasi-experiment?
    maak je gebruik van bestaande groepen
  • Bij een quasi-experiment worden om verschillen tussen groepen te voorkomen maatregelen genomen, welke?
    1. matchen: maak je de experimentele + controlegroep vergelijkbaar op een aantal kenmerken waarvan je denkt dat ze van invloed zijn op de afhankelijke variabele. Kenmerken verdeel je gelijk over de 2 groepen. 
    2. homogeniseren: selecteer je onderzoekseenheden op basis van hun waarde op een derde variabele waarvan je vermoedt dat deze invloed heeft. Je zorgt ervoor dat de groep zo homogeen mogelijk is wat deze derde variabele betreft.
  • Wat is het geval bij een enkelvoudige tijdreeks?
    Verschillende metingen bij een enkele groep: experimentele groep. Geen controlegroep.
  • Wat is het geval bij een meervoudige tijdreeks?
    Geen randomisatie, wordt gecontroleerd door voor en nameting of er daadwerkelijk effect is
  • Wat is een pre-experiment?
    Wanneer het niet mogelijk is om een controle groep samen te stellen. Zijn vatbaar voor storende factoren
  • Wat is het Hawthorne effect?
    Effect dat optreedt als gevolg van de aandacht die de deelnemers krijgen door hun deelname aan het onderzoek
  • Wat is het experimenter effect?
    Onderzoeksresultaten worden beinvloed door de verwachting van de onderzoeker zelf
  • Wat is enkelblindonderzoek?
    Alleen bij deelnemer onbekend tot welke groep hij behoort
  • Wat is dubbelblindonderzoek?
    Voor zowel onderzoeker als groep deelnemers niet bekend tot welke groep ze horen
  • Wat is het novelty effect?
    Wanneer de interventie een kortstondige verbetering laat zien, die wegebt zodra deze gewoon is geworden
  • Wat is de ecologische validiteit?
    Mate waarin de onderzoeksresultaten generaliseerbaar zijn voor dagelijkse praktijk.
  • Wat is een tussentijdsvoorval?
    Iets beinvloedt de uitslag en het is niet de interventie
  • Wat is het groei effect?
    Mensen worden ouder of groeien in hun doen en laten
  • Wat is het test effect?
    Effect van herhaal testen, zelfde toets is 2e keer makkelijker
  • Wat is het instrumentatie effect?
    Meetinstrumenten bij voor en nameting niet gelijk aan elkaar
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe kan je de mate van overeenstemming meten? (2)
1. Overeenstemmingspercentage (PO)
2. Cohen's Kappa
Wat is de inter-observatorbetrouwbaarheid?
Als iemand anders laat scoren moet die ong op hetzelfde uikomen
Wat is intra-observatorbetrouwbaarheid?
Hoe consistent de observator in zijn beoordeling is. Scoort hij in verschillende situaties hetzelfde?
Welke 2 vormen van interval-codering zijn er?
1. Puntmeting: bijv 10, 20, 30 sc vast of verkoper klant wel of niet aankijkt 
2. Time-sampling: observeerd gedurende bijv een uur elke tien minuten een minuut
Wat is interval codering?
Maakt een tijdsschaal en turft hoe vaak gedrag voorkomt
Wat is event sampling?
Tellen van de vraag is het event. Je moeet hoe vaak gedrag voorkomt
Wat is mystery shopping?
Observatoren in verbogen rol van klant opereren (partciperend)
Meting waarin respondent niet weet dat hij geobserveerd noemen we ook wel?
Unobstrusive
Wat is een maat voor samenhang van verschillende stellingen?
Cronbaschs a
Vaak antwoordschalen is kenmerkend voor...
Ordinaal