Summary Basisboek methoden en technieken kwantitatief praktijkgericht onderzoek op wetenschappelijke basis

-
ISBN-10 9001877109 ISBN-13 9789001877101
222 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Basisboek methoden en technieken kwantitatief praktijkgericht onderzoek op wetenschappelijke basis
  • Dirk Benjamin Baarda Esther Bakker Tom Fischer Mark Julsing Monique van der Hulst René van Vianen Matthëus Petrus Maria Goede
  • 9789001877101 or 9001877109
  • 2017

Summary - Basisboek methoden en technieken kwantitatief praktijkgericht onderzoek op wetenschappelijke basis

  • 1 Onderzoeksprobleem, doelstelling en onderzoeksvraag

  • Welke drie facetten omvat de probleemstelling (de aanleiding voor het verrichten van onderzoek)
    1. Onderzoeksprobleem
    2. Onderzoeksvragen 
    3. Doelstelling
  • Hoe bepaal je of er al informatie aanwezig is?
    Kennisbanken via in discipline gebruikte zoektermen en theasaurus
  • Wat is het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek?
    Kwantitatief = vaststellend en uit zich in gesloten vragen en cijfers
    Kwalitatief = ontdekkend en uit zich vaak in open vragen en tekst
  • Welke 7 stappen zet je om te komen tot een goede onderzoeksvraag?
    1. Formuleer voorlopige onderzoeksvraag
    2. Formuleer deelvragen
    3. Is het een vraag?
    4. Is het een gesloten vraag?
    5. Is de vraag eenduidig en concreet geformuleerd?
    6. Is het een normatieve vraag? (>goed is bijv normatief)
    7. Definitief formuleren
  • Wat zijn eenheden?
    De personen of zaken in je onderzoek, waar je iets over gaat zeggen.
  • Wat zijn kenmerken?
    De eigenschappen van de eenheden waar je onderzoek naar doet?
  • Wat zijn respondenten?
    De mensen of zaken die input geven op het onderzoek. 

    Let op: niet alle respondenten zijn ook eenheden. Als je onderzoek doet naar geluk van de inwoners in een land, dan is het land de eenheid. Het ondervragen van de inwoners (respondenten) is dan nodig om uitspraak te doen over de eenheid (het land).
  • Wat is een populatie?
    De verzameling van eenheden.
  • Wat is representatief?
    Of de respondenten van je onderzoek de daadwerkelijk te onderzoeken populatie goed weergeven.
  • Wat is externe validiteit?
    De mate waarin de respondenten de beoogde populatie representeren is de externe validiteit.
  • Waar is de splitsingstechniek een handig hulpmiddel voor?
    Om te onderzoeken of er binnen de populatie misschien subpopulaties zijn waar je rekening mee moet houden. 

    Bijvoorbeeld onderzoek naar winkelruimes in Nederland > randstad of niet? > grote steden of buiten de grote steden > Den Haag, Rdam Adam > In centrum of buiten centrum
  • Wat is interne validiteit?
    De mate waarin je onderzoeksopzet zo is opgezet / van kwaliteit is dat je echt kunt stellen dat er sprake is van een causaal verband.
  • Hoe werken de begrippen onafhankelijke en afhankelijke kenmerken?
    Bij het toetsen van een causaal verband heb je altijd een direct onafhankelijk kenmerk waar je onderzoek naar doet (sporten) en een afhankelijk kenmerk (ziekteverzuim) je wil immers weten of sporten van invloed is op verminderd ziekteverzuim.
  • Wat zijn de verschillende indirect controle kenmerken om in de causaliteit rekening mee te houden?
    Indirecte controle kenmerken zijn andere kenmerken die mogelijk van invloed zijn op de causaliteit van je onderzoek. 

    1. Moderator 
    2. Mediërend effect
    3. Confouding variabele
  • Wat is een moderator?
    Een moderator is een statistische variabele die de relatie tussen twee andere variabelen verandert. Een moderatorvariabele verandert het effect dat de onafhankelijke variabele op de afhankelijke variabele heeft, afhankelijk van de waarde van de moderator. De moderator verandert dus het effect van de oorzaak-gevolgrelatie tussen de twee variabelen. Dit wordt ook wel interactie-effect genoemd.
  • Wanneer is een onderzoek ethisch verantwoord?
    1. Vrijwillige medewerking
    2. Juiste voorlichting
    3. Anonieme verwerking
    4. Geen nadelig effect
  • Wat is een informed consent?
    In een informed consent informeert de onderzoeker de respondent over het onderzoek en de respondent tekent het als hij ermee instemt.
  • Wat zijn de eisen van een onderzoeker?
    1. Eerlijk en wetenschappelijk verantwoorde uitvoering
    2. Geen gegevens naar derden zonder toestemming
    3. Volledige onafhankelijkheid van de opdrachtgever
  • Hoe bepaal je of het onderzoek haalbaar is?
    1. Tijd
    2. Geld
    3. Bereidheid respondenten
    4. Bereikbaarheid respondenten
    5. Risicoanalyse
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Basisboek Methoden en Technieken: Kwantitatief praktijkgericht onderzoek op wetenschappelijke basis
  • B Baarda E Bakker M van der Hulst M Julsing T Fischer R van Vianen M de Goede
  • or
  • 5th
  • 2012

Summary - Basisboek Methoden en Technieken: Kwantitatief praktijkgericht onderzoek op wetenschappelijke basis

  • 1 Wat zijn mijn onderzoeksprobleem, doelstelling en onderzoeksvraag

  • Wat heb ik nodig om dit te begrijpen (ik krijg er bij voorbaat hoofdpijn van...)
    Wat heb ik nodig om dit te begrijpen (ik krijg er bij voorbaat hoofdpijn van...)
  • Wat zijn de 3 categorieën van onderzoeksvaardigheden?
    - Operationaliseren
    - Kwalitatieve analyse
    - SPSS
  • Wat zijn de hoofdstukken van een onderzoeksvoorstel?

    1.Inleiding
    2.Deskresearch
    3.Onderzoeksvragen (centrale vraag en deelvragen incl. toelichting)
    4.Methodische verantwoording
    5.Planning en begroting
  • Wat zijn de stappen van methodische verantwoording?
    1. Onderzoekstype
    (1.kwalitatief/ kwantitatief/mixed-methods en 2.beschrijvend/explorerend/toetsend)
    2. Dataverzamelingsmethode(n)
    3. Populatie en steekproef
    4. Betrouwbaarheid en validiteit
    5. Operationalisering en verantwoording meetinstrument(en)
  • Wat zijn de stappen van operationaliseren bij kwantitatief onderzoek?
    1. Definitie
    2. Dimensie
    3. Indicator
    4. Vragen
  • Wat zijn de stappen van analyseren?
    0.Voorbereiding

    1.Exploratiefase
    2.Specificatiefase
    3.Reductiefase
  • Wat doe je bij stap 0. van de analyse?
    - Voorkennis opschrijven in de vorm van attenderende begrippen 
    - Interviewtranscripten uitwerken (bij fase 1 en 2 letterlijk, voor fase 3samenvattend)
    - Keuze maken welke interviewtranscripten je analyseert en welke je voor controle overhoudt
  • Wat doe je bij stap 1. van de analyse?
    Open coderen
    d.w.z. bij elk tekstfragment 1 of meerdere codes formuleren
  • Wat doe je bij stap 2. van de analyse?
    Axiaal coderen
    d.w.z. losse open codes groeperen naar 1  omvattend begrip, bv. een categorienaam
  • Wat doe bij fase 3. van analyseren?
    Doel: overeenkomsten en verschillen vinden (oftewel de rode draad)
    Hierbij wordt ook literatuur gebruikt.
    Selectief coderen
    d.w.z. jouw conceptuele model van fase 2 toepassen op nieuw onderzoeksmateriaal.
  • Wat zijn gegevens in SPSS?
    Variabelen
  • Wat is een variabele?
    Een variabele beschrijft een kenmerk  van een onderzoeksobject
  • Wat zijn de meetniveaus in SPSS?
    Van laag naar hoog:

    1.Nominaal
    niet geordende categorieën
    2.Ordinaal
    geordende categorieën
    3.Interval en Ratio (SPSS: Scale)
    getallen
  • Wat zijn voorbeelden van de meetniveaus?
    Nominaal: Geslacht, Woonplaats
    Ordinaal: mate van eens zijn, leeftijd in leeftijdscategorieën
    Scale: leeftijd in jaren, aantal voldoendes in een klas voor een bepaald tentamen
  • Wat is de indeling voor kwalitatief in SPSS?
    beschrijvende tekst
    Voorbeelden: geslacht, boektitel 
  • Wat is de indeling voor kwantitatief in SPSS?
    getal
    Voorbeelden: leeftijd in jaren, temperatuur in graden Celsius
  • Wat zijn de 3 soorten frequentietabellen?

    •Absolute frequentietabel
    •Relatieve frequentietabel
    •Cumulatieve frequentietabel
  • Wat is de modus?
    de waarde met de hoogste frequentie
    Er kan meer dan één modus zijn!!! 
  • Wat is de mediaan?
    de middelste score
    (als de scores geordend worden naar grootte)
  • Wat zijn de 3 centrummaten?
    modus, mediaan en gemiddelde
  • Wat is het gemiddelde?
    De som van alle scores gedeeld door het aantal scores
  • Bij welke meetniveau gebruik je welke centrummaat?
    Nominaal:modus
    Ordinaal:modusenmediaan
    Interval & Ratio: modus,mediaanengemiddeldezijn toegestaan
  • Waaruit bestaat een boxplot?
    Kleinste waarde, q1, mediaan, q3, grootste waarde
  • Wat is q1?
    Eerste kwartiel (ook wel Q1 genoemd)
    “De helft van de eerste helft oftewel de mediaan van de mediaan”
  • Wat is q3?
    Derde kwartiel (ook wel Q3 genoemd)
    “De helft van de laatste helft oftewel de mediaan van de mediaan”
  • Wat is de IQR?
    q3 - q1 = IQR
  • Hoe gaat de interpretatie bij SPSS?
    Horizontaal vergelijken?
    Betekent verticaal percenteren!
  • Wat doe je met de chi-kwadraat toets?
    Met de Chikwadraattoets kun je bepalen of er een verband bestaat tussen twee variabelen.


    Deze toets is gebaseerd op een vergelijking van de waargenomen waarden in de tabel met wat je zou kunnen verwachten als de twee verdelingen geheel onafhankelijk zouden zijn. 
  • Wat als de percentages bij kolom mannen en vrouwen (bijna) hetzelfde zijn? 
    Geen (of zwakke) correlatie, het maakt niet uit of je man of vrouw bent voor de afhankelijke variabele 
  • Wat als de percentages bij kolom mannen en vrouwen heel erg verschillen?
    Sterke correlatie, het maakt voor de afhankelijke variabele veel uit of de respondent man of vrouw is
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is gepaard vs niet gepaard?
Of de variabelen in steekproef aan elkaar gekoppeld zijn. Gepaard is bijvoorbeeld als bloeddruk bij persoon x op moment 1 ook op moment 2 gemeten wordt.
Waar hangt vanaf welke toets je gebruikt?
  1. Onderzoeksvraag (veschil of samenhang)
  2. Meetniveau
  3. Gepaarde of niet gepaard
  4. Parametrisch of non parametrisch
Wat is het verschil tussen parametrisch en non parametrisch toetsen
De keuze wordt bepaald door drie steekproef kenmerken: omvang, scheefheid en verdeling. 

Paramedisch: bij grote steekproeven (>30), geen extreme waarden en geen scheefheid. Zijn gebaseerd op absolute waardes. 
Non parametrisch: kleine steekproeven, veel scheefheid of veel uitschieters. Zijn meer op rangordes van scores (meer naar volgorde kijken dan naar absolute verschil)
Wat is kans en zekerheid?
Toeval (mate van onbetrouwbaarheid van voorspelling) hangt af van de grootte van de steekproef en de betrouwbaarheidsmarge (vaak 95%).
Waarom gebruik je inducatieve statistiek?
Bij inducatieve statistiek doe je een uitspraak over de populatie op basis van een steekproef. Omdat een hele steekproef gebruiken vaak te groot is. Hoe groter steekproef: hoe kleiner verschillen.
Wat zijn de twee verschillende termen om samenhang aan te duiden en wat betekenen ze?
  1. Associatie = verband tussen beperkt aantal categoriën (bijvoorbeeld geslacht en woonsituatie)
  2. Correlatie = bij getalsmatige variabelen van minimaal ordinaal meetniveau. 
Hoe werkt het spreidingsdiagram?
Mate wordt aangegeven door p (rho) voor een populatie. Uitgedrukt in -1 tot +1. Bij -1 en + 1 is het verband het sterkst. 

Alle puntjes netjes langs de lijn (bijvoorbeeld 0,9 = lijn positief omhoog of -o,9 omlaag) dan is de correlatie het hoogst.   
Alles verspreid langs de lijn? Dan geen enkele correlatie.
Wat is samenanh voor twee variabelen van minimaal interval niveau?
Spreidingsdiagram
Wat gebruik je voor nominale of ordinale variabelen met een beperkt aantal categoriën voor een samenhang vraag?
Kruistabel op basis van associatie. Zegt de ene variabele inderdaad iets over de andere? Accosiatiemaat zit tussen 0 en 1 en zegt iets over de sterkte van het verband tussen twee variabelen. Een bekende is Cramers V.
Wat is een boxplot en hoe werkt het?
Grafische weergave van een variabele op grond van kwartielen. 

Eerste kwartiel: 25% laagste scores
Tussenliggende: 50% in het midden mediaan
Laatste kwartiel: 25% hoogste scores

Outliers worden buiten beschouwing gelaten.

Zegt iets over zowel de spreiding, als het centrum.