Summary Basisboek opvoeding

-
ISBN-10 9006951935 ISBN-13 9789006951936
274 Flashcards & Notes
27 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Basisboek opvoeding". The author(s) of the book is/are Hans Malschaert, Marinus Traas Ivonne Hermens Tekst Totaal Ivonne Hermens Tekst Totaal. The ISBN of the book is 9789006951936 or 9006951935. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Basisboek opvoeding

  • 1.1 Inleiding

  • Wat is volgens Langeveld de definitie van opvoeding?
    Opvoeding is omgang tussen volwassenen en kinderen. Die omgang beoogt een bepaalde invloed, namelijk het kind te helpen mondig te worden.
  • Hoe luidt de definitie van opvoeding na de kleine wijziging?
    Opvoeding is een bepaalde vorm van omgang tussen volwassenen en jeugdigen die erop gericht is steun en richting te geven aan het proces van volwassenwording.
  • Daaraan moeten wij toevoegen dat opvoeding is gebaseerd op de verantwoordelijkheid die concrete ouders of verzorgers, dan wel de samenleving tot wie de betrokken jeugdigen behoren, dragen voor het welzijn van aan hen toevertrouwde kinderen en jeugdigen. En dit houdt tevens in dat opvoeding zich afspeelt binnen en bepaald wordt door de culturele context van de betreffende samenleving.
  • Ten aanzien van de opvoeding onderscheiden we doelstellingen, middelen, voorwaarden en omstandigheden.
  • 1.2 Is opvoeding nodig?

  • De vraag 'is opvoeding nodig?' blijkt minder relevant. De kwestie is eerder: 'kunnen we ons aan opvoeding onttrekken?' Overal waar volwassenen met kinderen of jongeren worden geconfronteerd, ontstaat de opgave van de opvoeding. We kunnen deze opgave slecht, ontoereikend of goed uitvoeren. We kunnen ons er niet aan onttrekken.
    Tenzij - zoals in sommige samenlevingen ook wel gebeurt - we de betreffende kinderen van het leven willen beroven. Alleen dode kinderen ontslaan ons van de opgave van de opvoeding. Het vermoorden van zwerfkinderen, zoals dat onder meer in sommige Zuid-Amerikaanse landen gebeurt, kan worden gezien als een poging van de betrokken samenleving, of groepen daarbinnen, om zich van de opvoedingsverantwoordelijkheid te ontdoen.
  • 1.3 Opvoedingsmilieu; opvoedingsomstandigheden

  • Opvoeding speelt zich niet in het luchtledige a tussen opvoeder en opvoedeling. Zij heeft een maatschappelijke context.
    Daarbij kan men denken aan de leerplicht die ouders dwingt hun kinderen naar school te sturen vanuit de overtuiging dat in onze samenleving alle kinderen een bepaalde mate van onderwijs en educatie nodig hebben. Andere voorbeelden zijn kinderbeschermingsmaatregelen. In situaties waar ouders of verzorgers hun opvoedkundige taak slecht of verkeerd uitoefenen, kan de overheid ter bescherming van het het kind ingrijpen. Door de rechter wordt een kind onder toezicht gesteld, wat een gedwongen ondersteuning van de opvoeding inhoudt. In het uiterste geval kan het kind zelfs aan de ouderlijke macht worden onttrokken.
  • Hoewel de overheid dus een grote en bepalende rol speelt, geschiedt de feitelijke opvoeding van kinderen toch binnen specifieke kaders. Een van deze kaders, ondanks alle kritiek de belangrijkste, is het gezin.
    Het is daarom belangrijk om de invloed van het gezin op de opvoeding, de mogelijkheden en problemen daarvan grondig te bestuderen.
    Wel moeten wij enige aandacht besteden aan de veranderingen die het gezin in onze tijd ondergaat en de druk waaraan het onderhevig is.
    Om te beginnen verandert de de structuur van het gezin in snel tempo door allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. Was het vijftig of zelfs dertig jaar geleden nog normaal dat vader de kost verdiende (met de daarbij behorende gezagspositie) en moeder voor de kinderen zorgde, tegenwoordig is de 'werkende moeder' een normaal en volgens velen zelfs een gewenst verschijnsel. Deze verandering heeft verstrekkende gevolgen, niet alleen voor de onderlinge verhouding tussen vader en moeder, maar ook voor de positie van de kinderen.
    Hiermee samenhangend ontwikkelt onze samenleving zicht steeds meer tot een zogenoemd onderhandelingshuishouding. Dat betekent dat de gezagsverhoudingen tussen man en vrouw, maar ook tussen ouders en kinderen niet meer vanzelfsprekend zijn. Op steeds jongere leeftijd hebben kinderen invloed op beslissingen binnen het gezin, praten zij daarover mee.
    Verder kunnen wij de ogen niet sluiten voor het toenemend aantal echtscheidingen die voor kinderen veelal verstrekkende gevolgen heeft. Onder andere betekent het dat in toenemende mate kinderen opgroeien in een eenoudergezin. Maar het betekent ook dat kinderen op vaak jonge leeftijd geconfronteerd worden met problemen en verantwoordelijkheden die, volgens de gangbare opvattingen, niet bij hun leeftijd horen.
  • De school speelt als opvoedingsmilieu onmiskenbaar een zeer grote rol in het leven van kinderen en jongeren.
    Vanaf de leeftijd van vijf tot zestien/achttien jaar zijn kinderen verplicht naar school te gaan. De school is in die periode niet alleen een plaats waar het kind of de jeugdige kennis opdoet, maar ook een gemeenschap waar het zijn of haar relaties tot anderen buiten het eigen gezin ontwikkelt, conflicten moet oplossen, vriendschappen moet bevechten.
    De school neemt steeds meer en steeds vroeger opvoedingstaken van de ouders over. Dat betreft niet alleen het onderwijs, maar ook de socialisatie, het aanleren van waarden en normen, culturele vorming.
  • Vooral in de jeugdsociologie is de laatste decennia steeds meer aandacht ontstaan voor de groepsvorming bij jongeren buiten gezin en school. De Amerikaanse Judith Harris (1999) beweert dat kinderen vrijwel uitsluitend gevormd worden door andere kinderen en de genen. Opvoeding zou er nauwelijks toe doen.
  • Wanneer spreken we van een peergroup?
    Als het gaat over groepen leeftijdsgenoten die hun vrije tijd gedeeltelijk samen doorbrengen, elkaar wederzijds beïnvloeden en ook een milieu van bescherming en vertrouwdheid vormen.
  • Wanneer spreken we van jeugdcultuur?
    Als het gaat over maatschappelijke stromingen van en voor jongeren, die een identificatiekader vormen voor bepaalde grotere groepen jongeren. Deze stromingen worden vaak vertegenwoordigd door bepaalde muziekvormen en -groepen en kenmerken zich vaak (niet altijd) door een bepaalde kleding.
  • 1.4 opvoedingsdoelen

  • Als we ervan uitgaan dat opvoeding onvermijdelijk is, kunnen we vervolgens constateren dat er vele vormen en maten van opvoeding zijn. Nog afgezien van 'goed' of 'slecht', wat natuurlijk betrekkelijk subjectieve oordelen zijn, zijn er verschillen in de mate van bewustheid. In de meeste situaties wordt er, vaak heel nadrukkelijk, opgevoed, maar men denkt er niet of nauwelijks over na.
  • Een van de kenmerken is dat opvoeding intentioneel is. De opvoeder wil er iets mee bereiken. Dat is meteen het belangrijkste verschil met verzorging. Iedere opvoeding heeft doelstellingen, ook al is men zich daar vaak nauwelijks van bewust.
  • Een daarvan is dat opvoeders in het algemeen willen dat kinderen leren zich in de maatschappij te handhaven. Dat houdt onder meer in dat zij leren rekening te houden met anderen, maar tegelijk voor zichzelf opkomen. Dat zij zich leren aanpassen aan de omgeving, maar daarin ook zichzelf blijven. Dat zij regels en voorschriften respecteren, maar ook leren eigen mening te uiten. Een belangrijk onderdeel van dit opvoedingsdoel is dat kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen voor hun doen en laten.
  • Een 'tweede' hoofdgroep is dat kinderen zichzelf ontplooien, hun mogelijkheden en kwaliteiten ontwikkelen. Dat betekent dat kinderen ruimte moeten hebben zichzelf te zijn, gestimuleerd moeten worden spontaan, creatief en nieuwsgierig te zijn, maar tegelijk dat zij - soms door middel van moeizame studie - hun talenten moeten ontwikkelen. Verwant met het bij de vorige groep opvoedingsdoelen genoemde aspect van verantwoordelijkheid dragen is hier dat kinderen leren zelf beslissingen te nemen.
  • De derde genoemde groep van opvoedingsdoelen is het ontwikkelen van een eigen identiteit. Dit hangt uiteraard nauw samen met de beide voorgaande 'hoofdgroepen', die er als het ware de voorwaarden voor vormen. Een eigen identiteit vormen is leren met je eigen mogelijkheden en kwaliteiten een herkenbare relatie te vormen met de buitenwereld. Dat houdt ook in het kunnen aangaan en onderhouden van meer dan oppervlakkige relaties met andere mensen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de opvoedkundige functie van leren en leerprestaties?
Kind leert zich verhouden tot de wereld en leert eigen mogelijkheden en beperkingen kennen.
Wat wordt verstaan onder socialisatie?
Het aanleren van waarden en normen, culturele vorming.
Wat wordt verstaan onder onderhandelingshuishouding?
Door gezagsverhoudingen tussen man en vrouw, maar ook tussen ouders en kinderen zijn deze niet meer vanzelfsprekend. Kinderen krijgen invloed op beslissingen.
Waar vind je  de pedagogische verantwoordelijkheid van de samenleving?
Wanneer politie optreedt tegen kinderporno.
Wanneer een rechter ouders het ouderlijk gezag ontneemt bij verkeerd opvoeden.
Wanneer leerplicht ouder aanspreekt op verzuim van hun kinderen.
Op welke manier is de overheid betrokken bij de opvoeding?
  • Leerplicht
  • kinderbescherming
Hoe noemen we de opvoedingssituatie die zich afspeelt tussen opvoeder en opvoedeling?
Maatschappelijke context
Waar speelt opvoeding zich af?
Binnen de culturele context van betreffende samenleving.
In welke onderdelen is opvoeding op te delen
1. Doelstellingen
2. Middelen
3. Voorwaarden
4. Omstandigheden
Wat is de definitie van opvoeding?
Opvoeding is een bepaalde vorm van omgang tussen volwassenen en jeugdigen die erop gericht is steun en richting te geven aan het proces van volwassenwording
Wat houdt de methode dialectiek in?
Deze methode wordt in de filosofie gebruikt om op het oog onverzoenlijke en tegenstrijdige inzichten met elkaar te verzoenen en op een 'hoger' plan van begrip te brengen (these-antithese-synthese).