Summary Bedrijfseconomie in balans | Theorievragen deel 1

-
468 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Bedrijfseconomie in balans | Theorievragen deel 1

  • 3.1 Balans

  • Wat is een balans?
    Een balans is een overzicht op een bepaald moment van bezittingen (debetzijde) en hoe deze betaald zijn (creditzijde).
  • Wat zijn vaste activa? Omschrijf het begrip en noem een paar balansposten.
    Vaste activa zijn kapitaalgoederen die meer dan een productieproces of meer dan een jaar meegaan. 

    Voorbeelden zijn gebouwen, machines, inventaris of auto's.
  • Wat zijn vlottende activa? Omschrijf het begrip en noem een paar balansposten.
    Vlottende activa zijn kapitaalgoederen die maar één productieproces of minder dan één jaar meegaan. Deze activa zijn makkelijk in geld om te zetten.

    Voorbeelden zijn voorraden, depiteuren, nog te ontvangen bedragen (transitorische post) en vooruitbetaalde bedragen (transitorische post).
  • Hoe wordt het eigen vermogen (EV) berekend?
    Het eigen vermogen wordt berekend door de bezittingen te verminderen met de schulden (debetzijde - vreemd vermogen (LVV+KVV)).

    In een volgend jaar n wordt het eigen vermogen berekend door eigen vermogen jaar n-1 te vermeerderen met de nettowinst.
  • Hoe kan het eigen vermogen toenemen? En hoe kan het afnemen?
    Het eigen vermogen van een eenmanszaak of vof neemt toe als er winst is gemaakt, als er privéstortingen zijn geweest of als vaste activa meer waard zijn geworden (herwaarderingsreserve).

    Het eigen vermogen van een BV of NV neemt toe als er aandelenemissie heeft plaatsgevonden, als een deel van de winst wordt gereserveerd of als vaste activa meer waard zijn geworden (herwaarderingsreserve).

    Het eigen vermogen neemt af als er verlies wordt geleden, vaste activa afwaarderen of bij onttrekkingen.
  • Welke drie groepen staan aan de creditzijde van de balans?
    - Eigen vermogen
    - Lang vreemd vermogen
    - Kort vreemd vermogen
  • Welke kostenpost vermindert door het aflossen op de lening?
    De kostenpost interestkosten. Doordat de restschuld minder wordt, zijn er ook minder interestkosten.
  • Noem twee oorzaken waardoor de waarde van een gebouw of van de inventaris kan afnemen.
    Door verkoop of waardevermindering.
  • Hoe noemen we waardevermindering van de vaste activa?
    Waardevermindering van de vaste activa heet afschrijving.
  • 3.2 Winst-en-verliesrekening

  • Wat is een winst-en-verliesrekening?
    Een winst-en-verliesrekening is een overzicht van de opbrengsten en de kosten van een onderneming in een bepaalde periode.
  • Welke feiten leiden tot mutaties op de winst-en-verliesrekening?
    De feiten omzetgegevens, inkoopwaarde en diverse kostenposten.
    Uitgangspunt: de feiten die EV op de balans veranderen.
  • 3.3 Liquiditeitsoverzicht

  • Wat is een liquiditeitsbegroting?
    Een liquiditeitsbegroting is een overzicht van de te verwachten ontvangsten en uitgaven.
  • Welke mutaties leiden tot veranderingen in de liquiditeit? Leg uit.
    Toename liquiditeit:
    - Betalende debiteuren
    - Ontvangen lening

    Afname liquiditeit:
    - Betaling crediteuren
    - Betaling van diverse kosten (interestkosten, loonkosten, huurkosten, verkoopkosten etc.)
    - Aflossing van een schuld
  • 3.4 CE vragen

  • Noem een reden waarom in het algemeen de aanschaf van vaste activa wordt gefinancierd met lang vreemd vermogen en niet met kort vreemd vermogen.
    Vaste activa wordt over het algemeen gefinancierd met lang vreemd vermogen, omdat de gebruiksduur van de vaste activa langer dan één jaar is.
  • Reserves kunnen toenemen door een deel van de winst niet uit te keren. Noem twee andere oorzaken waardoor de balanspost 'Reserves' zou kunnen toenemen.
    De balanspost 'Reserves' kan toenemen door aandelenemissie boven pari (ontstaan van agioreserve) en door het herwaarderen van activa (herwaarderingsreserve).
  • Wanneer ontstaat bij het plaatsen van aandelen een agioreserve?
    Er ontstaat een agioreserve als de emissiekoers van het aandeel hoger is dan de nominale waarde van het aandeel.
  • Uit welke balanspost valt er af te leiden dat de gebouwen gewaardeerd zijn tegen de actuele waarde?
    De balanspost herwaarderingsreserve laat zien dat de gebouwen gewaardeerd zijn tegen de actuele waarde.

  • Uit welke balanspost valt af te leiden dat er bij Locco sprake is van een verstrekt leverancierskrediet? Motiveer het antwoord.
    Bij een verstrekt leverancierskrediet is er sprake van eerst leveren en daarna betalen en dat is af te leiden van de balanspost debiteuren.

  • Een medewerker beweert dat door de verwachte herwaardering van de balanspost Gebouwen met €3.000.000 er per 1 januari 2011 extra financiële middelen beschikbaar komen om eventueel te kunnen voldoen aan een deel van de betalingsverplichtingen.
    Is de bewering van de medewerker juist of onjuist? Motiveer het antwoord.
    De bewering is onjuist, omdat door de herwaardering de balanswaarde stijgt, maar er komen hierbij geen liquide middelen vrij.
  • Hoe blijkt uit twee balansen van opeenvolgende jaren dat QWIC in 2014 verlies heeft geleden?
    De winstreserve is gedaald of het eigen vermogen is gedaald.

    Uitgangspunt: altijd naar een post zoeken bij het eigen vermogen of het eigen vermogen zelf nemen.

  • Wordt de huur door Kanio vooruit ontvangen of achteraf ontvangen? Motiveer het antwoord met behulp van het verloop van de grafiek. (Zie Bedrijfseconomie in balans Theorievragen deel 1 - vwo)
    - Vanaf 1 januari 2016 neemt de vordering op de huurder iedere maand toe (stijging van balanspost debiteuren);
    - Op 1 januari 2017 wordt heel 2016 afgelost.

    De huur wordt dus achteraf ontvangen.
  • Welke bedrijfseconomische reden heeft een penningmeester om een en dezelfde lening met twee verschillende bedragen op de balans op te nemen?
    Door dezelfde lening met twee verschillende bedragen op de balans op te nemen, wordt het verschil aangegeven tussen het niet opeisbare deel en het opeisbare deel van de lening.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Leg met een voorbeeld uit dat een longpositie niet hetzelfde is als long gaan.
Iemand die een putoptie koopt, heeft een longpositie. Maar hij koopt de putoptie, omdat hij een koersverwachting verwacht, dus gaat hij short.
Geef twee redenen om een putoptie te kopen.
- Verwachting van koersdaling
- Verzekerd zijn tegen onverwachte daling van de beurskoers
Leg het verschil uit tussen een calloptie en een putoptie.
Een calloptie is het recht om aandelen te kopen tegen een bepaalde prijs. Een putoptie is het recht om aandelen te verkopen tegen een bepaalde prijs.
Noem twee andere mogelijke oorzaken voor het prijsverschil tussen twee opties.
- Een verschil in looptijd
- Een verschil in uitoefenprijs
- Een van de twee bedrijven keert voor een uitoefenprijs dividend uit
Leg uit dat een verschil is volatiliteit kan leiden tot een andere prijs voor de optie.
Bij een volatieler aandeel is de kans groter dat de optie in-the-money is aan het eind van de looptijd. De kans op een grote verandering van het aandeel is dan groter. Dat zorgt voor een hogere prijs voor de opties op het aandeel.
Heeft de koper van een calloptie een recht of een plicht? Beschrijf dit recht of deze plicht.
De koper heeft de plicht de aandelen te leveren voor de optieprijs, als de aandelenkoers op een bepaalde datum hoger is dan die prijs.
Waarom willen veel instellingen een vaste rente betalen?
Om zekerheid van de rentekosten te hebben.
Een bedrijf kan bij de bank alleen een lening met variabele rente afsluiten. Volgens het bedrijf is de rente op dit moment zo laag dat deze alleen maar kan stijgen. Ze hebben daarom een voorkeur voor een vaste rente. Hoe kan het bedrijf het renterisico afdekken?
Door het afsluiten van een interestwap.
Waarom is het verstandig om een valutaoptie af te sluiten bij een buitenlandse aanbesteding?
Het is niet zeker of het bedrijf het project krijgt toegekend. Bij een valutatermijncontract moet vreemde valuta worden geleverd/afgenomen tegen een vastgestelde prijs. Bij een valutaoptie speelt dit niet.
Een champignon kweker sluit een contract af met een supermarkt waarbij de prijs voor volgend jaar al wordt vastgelegd. Welk risico wil de supermarkt hiermee afdekken?
Het risico van prijswijzigingen.