Summary Bedrijfseconomie MBA

-
ISBN-10 9001816754 ISBN-13 9789001816759
292 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Bedrijfseconomie MBA ". The author(s) of the book is/are W A Tijhaar. The ISBN of the book is 9789001816759 or 9001816754. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Bedrijfseconomie MBA

  • 1 Algemene inleiding in de bedrijfseconomie

  • Wat bestudeert bedrijfseconomie?
    Het economisch handelen in en door bedrijven
  • Welke deelgebieden zijn te onderscheiden binnen de bedrijfseconomie? En hoeveel?
    1. Cost accounting: verzamelen, registeren en intern rapporteren van kostengegevens t.b.v. kostprijscalculaties;

    2. Management accounting: kostenbudgettering en de daarmee verwante interne berichtgeving voor de besluitvorming (onderdeel van Planning & Control, oftewel strategische meerjarenplanning en beheersing ervan);

    3. Financiering;

    4. Financial accounting: vermogens- en resultaatbepaling en externe verslaglegging;

    5. Organisatie van de interne bedrijfsprocessen en samenwerking tussen 
    ondernemingen;

    6. Commerciële economie
  • Hoe omschrijf je het begrip "bedrijfshuishouding"?
    Een economisch zelfstandige organisatie van mensen, middelen en procedures, waarbij productie van goederen en/of diensten platsvindt. (p.19)
  • Aan welke drie eisen moet een economisch zelfstandige organisatie voldoen?
    1. De ontvangsten (baten) moeten de uitgaven (kosten) overtreffen
    2. De baten moeten een normaal rendement op geïnvesteerd vermogen mogelijk maken
    3. De baten moeten een normaal ondernemingsloon dekken.
  • Wanneer spreken we van "een onderneming"? 
    1. als het streeft naar maximalisatie van de winst(doelstelling);
    en
    2. als het bewust onzekerheden in het resultaat tegemoet treedt.
  • Wat betekent een 'make or buy' beslissing?
    als een bedrijf een beslissing moet maken om (een deel van een) product of dienst zelf te maken/doen of juist uit te besteden, bv in capaciteit of in specialisatie.
  • Wat is een bedrijfstak?
    Ondernemingen die eenzelfde rol vervullen binnen het voorstuwingsproces van een bepaalde product of dienst. 

    Ander woord: branche. 
  • Wat is een bedrijfskolom?
    Opeenvolging van bedrijfstakken binnen het gehele productieproces van een bepaalde product of dienst. Deze bedrijfstakken zijn gescheiden door markten.
  • Wat is een markt?
    Een (abstract) geheel van omstandigheden waarin gevraagde en aangeboden hoeveelheiden van een bepaald product of dienst verhandeld worden en waar (dus) een prijs ontstaat.
  • Welke 5 tendensen zijn te onderscheiden ten aanzien van het aantrekken en afstoten van bepaalde fasen van een bedrijfskolom binnen een onderneming?
    1. Differentiatie: Het afstoten van een bepaalde fase van het productieproces naar een afzonderlijke onderneming (verticaal);

    2. Integratie: Het aantrekken van een of meerdere fasen van het productieproces naar de oorspronkelijke onderneming (verticaal);

    3. Specialisatie: Het afstoten van een deel van het assortiment naar ondernemingen in dezelfde fase in een bedrijfskolom (horizontaal). 

    4. Parallellisatie: Het aantrekken van productsoorten uit dezelfde fase in een bedrijfskolom ten behoeve van het uitbreiden van het assortiment van de oorspronkelijke onderneming (horizontaal)

    5. Diversificatie: Het ontwikkelen van nieuwe producten en/of diensten over meerdere bedrijfstakken (horizontaal / verticaal)
  • Waarom zijn ondernemingsdoeleinden belangrijk?
    Ze dienen als richtsnoer voor het handelen van een onderneming, mits ze van tevoren worden vastgesteld.
  • Welke verschillende ondernemingsdoeleinden zijn te onderscheiden?
    1. Basisdoelstellingen, zoals de handhaving van de continuiteit en het (daarbij) realiseren van een zo hoog mogelijke winst

    2. Nevendoelstellingen, zoals het realiseren van een zo groot mogelijke afzet en marktaandeel, het realiseren van groei en/of stijgende omzet, het realiseren van een toenemende marktwaarde van de onderneming

    Extra doelen: klanttevredenheid, interne processen efficienter maken, het vergroten van leervermogen/ontwikkelvermogen van een onderneming. 
  • Wat is een balanced Scorecard?
    Een format/model voor prestatiemeting om te kijken of bepaalde doelstellingen voldoende worden behaald en om strategische prioriteiten in te stellen.
  • 3 Kostensoorten

  • Wat is het verschil tussen grond- en hulpstoffen in een productieproces?
    Grondstoffen vind je in het eindproduct, hulpstoffen zijn nodig om het productieproces zelf (bv elektriciteit)
  • Wat is het verschil tussen de technische voorraad en de economische voorraad?
    Technische voorraad: de voorraad die in het magazijn aanwezig is

    Economische voorraad: de technische voorraad plus voorinkopen minus voorverkopen 
  • Wanneer spreken we van een optimale bestelgrootte of seriegrootte?
    Als de bestel- reps. instelkosten zo efficient mogelijk zijn afgewogen ten behoeve van het productieproces.
  • Noem drie subcategorieën in ondernemingen.
    1. Handelsondernemingen
    2. Industriële ondernemingen
    3. Dienstverlenende ondernemingen
  • Wat is een vaste verrekenprijs?
    Een vorm van een standaardprijs, waarbij naast de inkoopprijs opslagen voor inkoopkosten zijn opgenomen in het bedrag waarvoor de goederen (of grondstoffen) in de boekhouding worden verwerkt.
  • Wat is het verschil tussen tijdloon en stukloon?
    Tijdloon: is loon op basis van prestaties binnen een bepaalde periode
    Stukloon: is loon op basis van prestaties per eenheid
  • Waarom brengt grond geen afschrijvingskosten maar wel huur- of rentekosten met zich mee?
    Omdat grond een niet-slijtend productiemiddel is
  • Wat betekent 'vermogensbeslag'?
    Als er geld ergens in is geïnvesteerd, bijvoorbeeld in een stuk grond, en daar kosten uit voortkomen, zoals rentekosten (bij een hypotheek) of rentederving (bij directe koop en bij eigen gebruik, want dan mist het de mogelijkheid om het bijvoorbeeld zelf te verhuren).
  • Waar hangt het van af of een onderneming gebruik maakt van diensten van derden.
    Als het kostenvoordelen met zich mee brengt, mits de afhankelijkheid ten opzichte van de dienstverlener te groot wordt.
  • Welke belastingen behoren tot de kostenbestanddelen van een onderneming?
    Belastingen als invoerrechten, accijnzen, onroerendzaakbelasting, rioolbelasting e.d., dus geen winst- of omzetbelasting.
  • Welke twee vormen van slijtage zijn er?
    1. Technische slijtage: door en afhankelijk van het gebruik van de machine
    2. Economische slijtage: door het economische verouderingsproces, onafhankelijk van het gebruik, bijvoorbeeld als er nieuwe machines op de markt komen.
  • Welke twee vormen van technische levensduur zijn er?
    1. Absolute technische levensduur: die verstrijkt wanneer de machines niet meer de prestaties leveren waarvoor ze zijn aangeschaft.

    2. Relatieve technische levensduur: die is bereikt wanneer de machines niet meer de juiste kwaliteit of hoeveelheid bereiken waarvoor de machines zijn aangeschaft.
  • Wat is economische levensduur?
    De levensduur waarbij de "all-in" kostprijs van het te produceren middel per eenheid het laagst is.
  • Noem de formule van afschrijvingskosten.
    Afschrijvingskosten = aanschafwaarde minus restwaarde
  • Waarom zijn rentekosten een onzelfstandige kostenfactor?
    Omdat het afhankelijk is van de (boek)waarde van de machine, dus niet op zichzelf staan.
  • Welke drie kosten vormen de totale kosten van een machine?
    1. Afschrijvingskosten
    2. Rentekosten
    3. Complementaire kosten
  • Wat is het verschil tussen een gelijktijdige en volgtijdige capaciteit?
    Gelijktijdige capaciteit: het aantal producten per tijdseenheid
    Volgtijdige capaciteit: het aantal producten per levensduur van de machine
  • Wanneer is de economische levensduur van een machine verstreken?
    Als de complementaire kosten stijgen boven de kostenvergoeding die de machine levert middels producten.
  • Wat is de standaardkostprijs per eenheid economisch onvermijdbaar?
    Als het doelmatige offer om een product voort te brengen niet goedkoper/efficiënter kan.
  • Wanneer is er sprake van economisch verouderingsverlies?
    Als de waarde van de werkeenheden (producten) die door de machine worden voortgebracht, minder worden dan dat de machine oorspronkelijk aan waarde kon voortbrengen.
  • Wat is het verschil tussen directe en indirecte opbrengstwaarde?
    Directe opbrengstwaarde: de waarde die wordt gerealiseerd door inkoop of inruil

    Indirecte opbrengstwaarde: de gebruikswaarde bij continuititeit van prestaties
  • Wat is het indifferentiepunt en noem de formule.
    Het economisch omslagpunt tussen een kapitaalintensief en een arbeidsintensief productieproces, m.a.w. wanneer het economisch gezien niet meer uitmaakt of men het ene of het andere productieproces toepast.

    Indifferentiepunt = verschil in constante kosten / verschil in variabele kosten.
  • Noem vier afschrijvingssystemen.
    1. Afschrijving met een vast percentage van de aanschafwaarde
    2. Afschrijving met een vast percentage van de boekwaarde
    3. Jaarlijks afnemende afschrijvingen 
    4. Afschrijvingsbedragen afhankelijk van de waarde van de werkeenheden

  • BELANGRIJK: Noem twee methoden om jaarlijks afnemende afschrijvingen te berekenen en wanneer je ze toepast (zie p. 76/77)
    1. via dalend (degressief) afschrijvingsbedrag: wanneer de kostprijs per geproduceerde eenheid niet verandert, maar de complementaire kosten wel stijgen, dan compenseer je deze stijging met gelijkmatig cumulatief dalende afschrijvingen.

    2. via de sum of the years' digits-methode: de afschrijvingspercentages worden berekend door het jaarcijfer (digit) te delen door de som van het aantal cijfers (= jaren)

    Vb: 4 (jaar) / (4 + 3 + 2 + 1) (som) X aanschafsprijs minus restwaarde
  • BELANGRIJK: waarom en hoe bereken je de afschrijvingswaarde afhankelijk van de waarde van de werkeenheden?
    Als de onderneming de afschrijvingsbedragen gelijk wil laten lopen met de machineprestaties, past ze het systeem toe waarbij de complementaire kosten (en evt rentekosten) uit de totale kostenvergoeding per jaar wordt geëlimineerd. Wat overblijft, zijn immers de afschrijvingskosten.
  • Wat is een ideaalcomplex? Noem drie voordelen voor een onderneming.
    Als de aanwezige machines bij de onderneming een volmaakte diversiteit in leeftijden kent.

    1. De onderneming kan meerdere afschrijvingssystemen gebruiken, want het resultaat zal gelijk zijn (dus kiest ze wrs de eenvoudigste). 

    2. Herinvesteringen in machines kunnen worden betaald uit de binnenkomende afschrijvingsgelden.

    3. Het productiemiddelenapparaat is homogeen van samenstelling.
  • Wat is het interestresultaat en over welke soorten vermogens moet het berekend worden?
    Interestresultaat = de uitkomst van ingecalculeerde kosten minus de betaalde interest. 

    Interest wordt ook over het eigen vermogen berekend, want er is sprake van rentederving als het eigen vermogen bijvoorbeeld niet wordt uitgeleend. Hoewel het gecalculeerde interest dus over het totale vermogen geldt, wordt er daadwerkelijk alleen over het vreemde vermogen rente betaald.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat betekend "onderhandse geldlening"
Niet openbaar, de voorwaarden waaronder het geld wordt geleend of uitgeleend , zijn bepaald in onderling overleg of door onderhandelingen.
(ook hypothecaire leningen behoren hiertoe) De kosten zijn vaak lager dan andere vormen van vreemd vermogen.
Hoe is deze theoretische waarde te berekenen?
theoretische waarde = (MPA - UOP) x aantal te verkrijgen aandelen

MPA = marktprijs per aandeel ofwel de beurswaarde van het aandeel
UOP = uitoefenprijs
Wanneer de marktprijs van het te verkrijgen aandeel boven de uitoefenprijs van de warrant ligt, heeft de warrant waarde. Hoe noemen we deze waarde?
Theoretische waarde of intrinsieke waarde
Een warrant is een waardepapier waarin vastligt:
Een (extra) recht om gedurende een bepaalde periode (uitoefenperiode), tegen een vooraf vastgestelde koers (uitoefenprijs) een of meer aandelen van de onderneming te kopen.
Naar welk begrip wordt hier gezocht: de emissieprijs van de aandelen voor de obligatiehouder bij omruil van zijn converteerbare obligatie tegen die te verkrijgen aandelen (conversie)
Conversieprijs (Cp)
Wat zijn converteerbare obligaties?
Obligaties waarbij elke individuele houder het recht heeft, gedurende een bepaalde periode (conversieperiode), tegen een vooraf vastgestelde koers (conversiekoers), zijn obligaties om te wisselen in aandelen.
Noem een vorm van vreemd vermogen op lange termijn:
Obligatielening
Wat is een informal investor (ook wel business angel genoemd)?
Vaak zijn het ex-ondernemers die over een aanzienlijk vermogen beschikken.
Zij stellen enerzijds vermogen ter beschikking en anderzijds hun ervaring, advies en betrokkenheid.
Welke groepen vermogenverschaffers kan emissie met claimrecht bereiken?
1. Eigen aandeelhouders
2. Beleggers die hoge prijzen willen betalen
Wat is de beurswaarde?
De prijs waartegen het aandeel op de beurs wordt verhandeld. Deze prijs fluctueert en is afhankelijk van de stemming en de verwachte winstgevendheid van de onderneming.