Summary Bedrijfseconomische analyses : bedrijfseconomie vanuit management-perspectief

-
ISBN-10 9020732870 ISBN-13 9789020732870
470 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Bedrijfseconomische analyses : bedrijfseconomie vanuit management-perspectief". The author(s) of the book is/are A M M Blommaert & J M J Blommaert. The ISBN of the book is 9789020732870 or 9020732870. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Bedrijfseconomische analyses : bedrijfseconomie vanuit management-perspectief

  • 1 Plaatsbepaling bedrijfseconomie

  • Waardoor wordt welvaart bepaald?

    Door de mate waarin een mens of een samenleving materiele en immateriele behoeften kan bevredigen

  • Economische aspecten

    hebben betrekking op afwegingsprocessen, die elk mens doorloopt bij het streven naar welvaartsoptimalisatie

  • Financieel zijn alle grootheden die in geld zijn uitgedruikt. Economisch beschrijft een welvaartsaspect, maar niet financieel

  • Bedrijfseconomie

    probeert verschijnselen in en rondom bedrijven te verklaren of zelfs te voorspellen

  • Het bestuderen van relaties tussen bedrijven, markten, de overheid en buitenland behoort meer tot het terrein van de macro-economie. In de macro-economie gaat het om de bij elkaar opgetelde effecten van producenten, consumenten en goederen. In de micro-economie staan de individuele producenten, consumenten en goederen centraal. De bedrijfseconomie kan worden gezien als een specialisatie binnen de micro-economie.

  • 1.1 Bedrijven nader bezien

  • bedrijfshuishouding

    een financieel-economisch zelfstandige productieorganisatie

  • produceren

    in economische zin:"het combineren van productiemiddelen tot hogere waarde. Aan de verkregen combinatie of output wordt meer waarde toegekend dan aan de hiervoor opgeofferde productiemiddelen of input. De (potentiele) verkoopopbrengsten bedragen dus in principe meer dan de productiekosten. Het overschot van verkoopopbrengsten wordt winst genoemd.

  • productieorganisatie

    een samenwerkingsverband of coalitie van personen die met gebruikmaking van productiemiddelen een bepaald doel nastreven door deelname aan het maatschappelijke productieproces

  • Bij non-profitorganisaties staat niet het winststreven voorop maar primair worden andere doelstellingen nagestreefd.

  • Profitorganisaties worden als ondernemingen aangeduid

  • productieorganisaties 1) streven naar continuiteit 2) aanvaarden onzekerheid inzake het resultaat van de aangeboden goederen en diensten

  • de leiden van een onderneming, het management, is resultaatverantwoordelijk

  • Productiehuishoudingen staan tegenover consumptiehuishoudingen (gezinnen). Deze kopen de door de productiehuishoudingen voortgebrachte goederen (consumptie). Anderzijds stellen gezinshuishoudingen arbeidskracht en/of vermogen ter beschikking aan de productiehuishoudingen. Hiervoor wordt een vergoeding ontvangen. Alsdus is een economische kringloop te onderkennen.

  • De mate waarin een organisatie in staat is haar doelstellingen te realiseren, bepaalt haar effectiviteit. Doelstellingen geven uiting aan aspiratieniveaus. Voor het beoordelen van bedrijfsfunctionarissen op hun prestaties moeten operationele doelstellingen worden geformuleerd.

  • Economisch principe

    dwingt een productieorganisatie ertoe voor een bepaalde hoeveelheid output zo weinig mogelijk productiemiddelen in te zetten. (efficiente productie: dat met de ingezette productiemiddelen zo veel mogelijk output wordt verkregen)

  • Een huishouding is een organisatie waarin het economisch principe als leidraad voor de ontplooide activiteiten fungeert.

  • Des te meer output bij dezelfde input, des te efficienter is het bedrijf. Indien de beschikbaar gekomen output betekent dat het bedrijg zijn doelstellingen heeft gerealiseerd, dan is het een effectief bedrijf.

  • holistic concept of the firm

    het gedrag van het geheel, de organisatie, is gelijk aan het gedrag van de som der delen. Het gedrag van de organisatie wordt als één geheel beschouwd.

  • behavioral concept of the firm

    het gedrag van het geheel kan anders zijn dan het gedrag van de som der delen. Een organisatie wordt gezien als een geheel dat opgebouwd is uit participantengroeperingen.

  • financieel-economische zelfstandigheid

    duidt erop dat de bedrijfshuishouding in staat is elke participant in voldoende mate te belonen voor zijn bijdrage

  • winst is een overschot van opbrengst boven kosten

  • winst wordt zichtbaar in een toeneming van het eigen vermogen. Deze vermogensaanwas kan aan de eigenaren worden uitgekeerd zonder dat hiermee de continuiteit van de bedrijfshuishouding in gevaar komt (winst als verteerbaar inkomen).

  • productiemiddelen

    natuur, arbeid en kapitaal

  • De door een bedrijf opgebouwde kapitaalspositie kan worden weergegeven met behulp van een balans. Op de debetzijde daarvan staat het kapitaal (activa) van een onderneming, gesplitst naar een aantal componenten, gemeter per een bepaald tijdstip. Op de creditzijde staat hoe het bedrijf het desbetreffende kapitaal heeft gefinancierd (hoeveel en welk vermogen is aangetrokken)

     

  • Het eigen vermogen is het bedrag dat naar verwachting voor de eigenaren vrij komt uit de onderneming na verkoop van het bedrijf aan derden. Dit bedrag wordt ook wel intrinsieke waarde genoemd.

  • Soms ligt de waarde van een bedrijf voor derden hoger dan de intrinsieke waarde. Deze meerprijs wordt goodwill genoemd. In de regel wordt een balans niet opgesteld met het oogmerk van liquidatie of overname. Het uitgangspunt is dan ook dat het bedrijf zijn bestaande activiteiten voortzet (going concern).

  • Van winst is pas sprake indien de toeneming van het eigen vermogen aan de onderneming kan worden onttrokken zonder dat dit de continuiteit van de onderneming als inkomensbron op de langere termijn schaadt.

  • De zekerstelling van de bedrijfscontinuiteit wordt afgemeten aan de mogelijkheid tot normale voortzetting van de productieprocessen, zodat de onderneming als inkomensbron voor de participanten in tact blijft.

  • Informatie inzake de opbouw van de eigen vermogensaanwas wordt gegeven in de resultatenrekening (winst- en verliesrekening). In tegenstelling tot een balans staan hierop geen tijdstipgrootheden, maar tijdvakgrootheden. De resultatenrekening geeft een verklaring voor de in een bepaalde periode opgetreden toeneming of afneming in de omvang van het eigen vermogen.

  • Balans, resultatenrekening en toelichting op beide stukken worden aangeduid als de jaarrekening.

  • De financiele informatievoorziening ten behoeve van het management maakt een belangrijk deel uit van de totale interne informatievoorziening, ook wel aangeduid als bestuurlijke informatievoorziening -verzorging. Deze bestuurlijke informatie komt vrij bij uitoefening van de administratieve functie in het bedrijf.

  • administreren

    het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens ten behoeve van het besturen en doen functioneren en beheersen van een huishouding en ten behoeve van de verantwoordingen die daarover moeten worden afgelegd.

  • Administreren is ruimer dan boekhouden. Boekhouden richt zin in hoofdzaak op de financiele gegevensverwerking en informatievoorziening. Een administratie daarentegen kan voor een belangrijk deel bestaan uit niet-financiele gegevensbestanden. Bovendien staat bij boekhouden de verantwoordingsfunctie of controlefunctie voorop, in verband waarmee vrijwel uitsluitend ex post-gegevens worden verwerkt. In een administratie zal men ook met geschatte en dus met ex ante-gegevens werken, dit ten behoeve van de beslissingsvoorbereiding.

  • De boekhouding is hoofdzakelijk een proces van registreren. Vooraf dient evenwel vaak een waardeoordeel te worden uitgesproken. De bedrijfseconomie houdt zich in het bijzonder bezig met het vormen van economische waardeoordelen. Waardering gaat dus vooraf aan administratie. 

  • Het strategisch management bepaald het toekomstig beleid van de organisatie. Het neemt langetermijnbeslissingen. Taak van het strategisch management is vooral het scannen van de omgeving van het bedrijf, zodat op (markt-)mogelijkheden en/of bedreigingen kan worden vooruitgelopen. Het is de taak van het topmanagement de voor het bedrijf kritieke succesfactoren te identificeren.

  • Het tactisch management houdt zich bezig met minder complexe zaken. De beslissingen hebben een reikwijdte van één jaar. Behalve op de toekomst is de blik gericht op het heden. De opzet van een beslissingsondersteunend geautomatiseerd systeem is van belang.

  • Managementinformatiesysteem

    het totale informatiesysteem ten behoeve van het strategisch en tactisch management 

  • Het operationeel management coordineert relatief concrete zaken. Dergelijke beslissingen hebben een vrij routinematig karakter. 

  • accounting is ruimer dan boekhouden, omdat het hierbij neit alleen gaat om de verantwoordingsfunctie, maar vooral ook om het aanmaken van informatie ten behoeve van de planning en beheersing (control) van bedrijfsprocessen. Het gaat bij accounting in het bijzonder om de beslissingsvoorbereiding.

  • accounting is beperkter dan administreren, omdat accounting zich beperkt tot financieel-economische informatie. De financieel-economische informatievoorziening ten behoeve van het management wordt aangeduid als management accounting (interne verslaglegging). De financieel-economische informatieverzorging ten behoeve van externe belanghebbenden staat beken als financial accounting.

  • Het vakgebied administratieve organisatie stemt de gegevensverwerking af op de besluitvorming in de organisatie. Hierbij centraal staat de gegevensverwerking en informatievoorziening inzake transactieprocessen. In het vakgebied bestuurlijke informatiekunde komen meer conceptuele zaken aan de orde, in het bijzonder die rond het informatiemanagement en informatieplanning 

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Elkaar niet uitsluitende projecten

alternatieven die men feitelijk allemaal kan uitvoeren, mits ze voldoen aan de rendementseisen en mits er voldoende vermogen beschikbaar is voor de financiering.

elkaar uitsluitende projecten

die waarbij men moet kiezen wel project (slechts één!) men uitvoert

Sharp-ratio

hierbij wordt het verwachte resultaat gedeeld door het risico zoals afgemeten aan de standaarddeviatie.

maximax-criterium

bij elk alternatief wordt de maximale uitkomst genomen en van deze maxima kiest men vervolgens het maximum

Maximin-criterium

bij elk alternatief wordt de minimale uitkomst genomen

samengestelde renteberekening

deze techniek wordt in het algemeen toegepast wanneer de periode langer is dan één jaar

 

contante waarde

een bedrag, schoon van rentebijschrijving

Terugverdientijd

is het aantal perioden dat nodig is om de huidige investeringsuitgaven terug te verdienen via de positieve netto-ontvangsten die in de toekomst uit de investering voortvloeien

Investeren

het aanleggen van activa die gezamenlijk een bepaalde productie mogelijk maken. Voor investeringen is vermogen nodig.

engineered costs

activiteitgebonden kosten