Summary Bedrijfseconomische Analyses - Bedrijfseconomie vanuit managementperspectief

-
ISBN-13 9789001705459
705 Flashcards & Notes
3 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Bedrijfseconomische Analyses - Bedrijfseconomie vanuit managementperspectief
  • Prof A M M Blommaert Prof J M J Blommaert m m v H C Wytzes
  • 9789001705459
  • Zesde druk

Summary - Bedrijfseconomische Analyses - Bedrijfseconomie vanuit managementperspectief

  • 1.1 Bedrijven nader bezien 18

  • Verschil balans en winst- en verliesrekening
    Op een balans staan tijdstipgrootheden en op een winst- verliesrekening staan tijdvakgrootheden.
  • Wat staat er op een balans?
    • (Links)Debetzijde: het kapitaal van de onderneming (voorraden, machines, liquide middelen).
    • (Rechts)Creditzijde: hoe het bedrijf het desbetreffende kapitaal heeft gefinancierd (vermogen). Ook wel eigen vermogen + vreemd vermogen.
  • Intrinsieke waarde?
    Het eigen vermogen volgens de balans
  • Wat is economische productie?
    Economische productie is productie waarbij in principe de verkoopopbrengsten meer bedragen dan de productiekosten.
  • - Integratie: verticale samenvoeging in de keten.
    - Differentiatie: verticaal afstotend.
    - Parallellisatie: horizontale samenvoeging (supermarkt).
    - Specialisatie: verticaal afstotend (speciaalzaak).
  • - Bestuurlijke informatieverzoring/Administreren: verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens voor het besturen van de organisatie. Waar vervolgens ook verantwoording over moet worden afgelegd. Is ruimer dan boekhouden.
    - Accounting: financieel-economisch administreren (ex-post en ex-ante).
    - Boekhouden: systematische verwerking van financiële gegevens (ex-post).
  • Het onderscheid tussen boekhouden en bedrijfseconomie:-
    Boekhouden;
    is hoofdzakelijk een proces van registreren. Vooraf dient evenwel vaak een waardeoordeel te worden uitgesproken. -> Zoals gebruiksduur van een machine.
    - Bedrijfseconomie;
    houdt zich in het bijzonder bezig met het vormen van economische waardeoordelen.* Waardering gaat dus vooraf aan administratie.
  • - The holistic concept of the firm: het gedrag van de organisatie wordt als een geheel beschouwd.
    - The behavioral concept of the firm: het gedrag van het geheel kan anders zijn dan het gedrag van de som der delen.
  • Strategisch management
    - (lange termijnbeslissing): visie en omgeving.
    - Het scannen van de omgeving van het bedrijf, zodat op (markt) mogelijkheden en/of bedreigingen kan worden vooruitgelopen.
    - In handen van RVB, directie of managementteam.
    - Identificeren van kritieke succesfactoren.

    Tactisch management (middellange termijn): mensen en middelen.
    - Zoals een adjunct-directeur
    - Beslissingen hebben een reikwijdte van één jaar.
    - Budgetbepaling, prijsbezetting en personeelsaanstelling
    - Blik op nabije toekomst, als op het heden.
    - Een DDS (decision support system) is van belang.

    Operationeel management (korte termijn): bedrijfsprocessen.     
    - Zoals een ploegbaas of afdelingschef, coördineert relatief concrete zaken (transacties).
    - Beslissingen inzake kortingen op beschadigde artikelen, winkelopstelling, weekendregeling voor het personeel, het vrij routinematige karakter.
  • Wat is een productieorganisatie?
    Is een samenwerkingsverband of coalitie van personen die met gebruikmaking van productiemiddelen een bepaald doel nastreven, door deelname aan het maatschappelijke productieproces.
  • Doelen productieorganisatie:
    (1) Veel winst in korte tijd
    (2) Streven naar continuïteit
    (3) Het verlenen van een bepaalde dienst tegen zo laag mogelijke kosten
  • Wat zijn consumptiehuishoudingen?
    Ook aangeduid als gezinshuishoudingen of kortweg gezinnen. De gekochte goederen (consumpties)
  • Aspiratieniveaus m.b.t. doelstellingen:
    Dit zijn minimaal wenselijk, dan wel maximaal aanvaardbaar geachte niveaus van variabelen.Voorbeelden; klanttevredenheid, veiligheid, milieu, rentabiliteit, omzet en/of kosten.
  • Wat zijn participanten?
    Nemen deel aan het productieproces vanwege persoonlijke belangen. Zoals werknemers, maar ook leveranciers, banken, klanten, de overheid en/of aandeelhouders
  • Participanten:
     Ontvangen voor hun bijdrage een beloning; financieel of zoiets als promotiekansen of betere werkomstandigheden en werksfeer.
  • Wat verstaan wij onder productiemiddelen?
    natuur(grondstoffen), arbeid en kapitaal
  • Informatie
    Wordt als vierde productiefactor beschouwd
  • 1.2 Ondernemingsmodellen 29

  • Wat is het moderne of open model?
    Scheiding tussen leiding en eigendom is ver doorgevoerd, eigenaren zijn de aandeelhouders, grote maatschappelijke betekenis. Eigenaren zijn de aandeelhouders, die een in hun ogen bekwaam management benoemen als rentmeester van hun vermogen.
  • Wat is het klassieke of gesloten model?
    Tot middelgrote onderneming uitgegroeide familiebedrijf met een aanzienlijke afstand tussen het management en de fabriek of winkel. Er is een aanzienlijke afstand gegroeid tussen het management (uitgeoefend door de eigenaar) en de fabriek of de winkel, waardoor op de werkvloer managen door de eigenaar zelf niet meer aan de orde is. Hierbij is een formeel informatiesysteem van toepassing
  • Wat is het bezitsmodel?
    Eigendom en leiding bevinden zich in hand van de ene eigenaar van een klein bedrijf. Dit lijkt voornamelijk op een eenmanszaak om als voorbeeld te nemen. De informatievoorziening is meer gericht op interne communicatie dan extern.
  • Wat betekent management by walking around?
    De ondernemer-eigenaar kan zich door persoonlijk toezien in de fabriek en/of in de winkel overtuigen van de gang van zaken. Informatiestseem is dan ook vaak informeel.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Bedrijfseconomische Analyses - Bedrijfseconomie vanuit managementperspectief
  • Prof A M M Blommaert Prof J M J Blommaert m m v H C Wytzes
  • or
  • Zesde druk

Summary - Bedrijfseconomische Analyses - Bedrijfseconomie vanuit managementperspectief

  • 1 1

  • Het begrip 'economisch' is ruimer dan het begrip 'financieel'. Economisch is bijvoorbeeld een marktaandeel of het ziekteverzuim, financieel zijn ze niet (ze hebben wel financiële consequenties). Welvaart is meer financieel getint, welzijn meer een gevoel, een geestestoestand. Je kunt welvarend zijn maar je tegelijkertijd ongelukkig voelen. Continuïteit kan maar beter worden beoordeeld met de markt en/of externe financiers in het achterhoofd in plaats van enkel het management. De bedrijfseconomie gaat over (schakels van) individuele bedrijven en is daarmee micro-economisch gericht.

  • De bedrijfseconomie is een onderdeel van de micro–economie.

  • Een doelstelling is operationeel wanneer achteraf vrij objectief kan worden vastgesteld of deze is gehaald.

  • Wanneer een bureau adviezen geeft inzake hypotheken, is sprake van productie.

  • De huisvrouw of huisman produceert economisch in voornoemd geval niet. Deze inspanning valt buiten iedere nationale statistiek. Effectiviteit heeft betrekking op het bereiken van de gestelde doelen. Efficiency heeft betrekking op de hoeveelheid ingezette middelen om iets te bereiken. Men kan heel efficiënt te werk gaan maar als de geleverde arbeid vervolgens niet effectief blijkt te zijn geweest, is het nog steeds (deels) verspilde energie.

     

  • Opbrengst' betekent in de administratie hetzelfde als 'omzet'.

     

  • Winst manifesteert zich uiteindelijk als 'een verteerbare toename van het eigen vermogen'.

  • Holistisch staat voor 'eenheid' en bij dit concept wordt verondersteld dat alle belangen op één lijn zijn gebracht en derhalve dat belangenconflicten zijn weg gemanaged. Het maken van kosten is vanuit een oogpunt van de financiële doelstelling van een onderneming onaantrekkelijk, dus zet men hierop een plafond als maximum. Indien de toename van het eigen niet aan de onderneming kan worden onttrokken zonder consequenties, is er sprake van niet-verteerbaar inkomen. Indien bijvoorbeeld een belangrijk deel van de winst is veroorzaakt door waardestijging van onroerend goed, dan is er niet ook tegelijkertijd geld in kas om deze winst als dividend uit te keren. Dergelijke winst is niet uitkeerbaar tenzij (een deel van) het vastgoed wordt afgestoten.

  • Op een balans staan tijdstipgrootheden en op een resultatenrekening staan tijdvakgrootheden.

  • Een jaarrekening bestaat uit een balans, een resultatenrekening en een toelichting op deze overzichten.

     

  • De balans kent steeds een opnamedatum, is per een bepaalde dag en daarmee een tijdstipgrootheid. Een resultatenrekening bestrijkt een bepaalde periode en is daarmee een tijdstipgrootheid. Het kapitaal van de onderneming wordt ook wel het vermogen van de onderneming genoemd, bestaande uit eigen en vreemd vermogen. Dit staat credit op de balans. Debet op de balans staan de kapitaalgoederen, dat wil zeggen de investeringen die de onderneming heeft gedaan met het beschikbare eigen en vreemd vermogen.

  • Administreren is ruimer dan boekhouden.

     

  • Accounting is ruimer dan boekhouden.

     

  • Administreren gaat over het stelselmatig verwerken van gegevens van welke aard dan ook. Boekhouden betreft enkel financiële gegevens en is dus minder ruim dan administreren. Accounting gaat over de economische gegevensverwerking van een bedrijf, is daarmee ruimer dan boekhouden omdat het ook niet-financiële gegevens betreft, maar is minder ruim dan administreren omdat het zich enkel richt op economische gegevens. Financiële gegevens zijn in geld uitgedrukte gegevens, economische gegevens hebben betrekking op de economie van een bedrijf en kunnen ook niet-financieel van aard zijn zoals gegevens over marktaandelen, niet-economische gegevens betreffen bijvoorbeeld de personeelsadministratie en de administratie van afvalstoffen.

     

  • Het overnemen van een ander bedrijf is een voorbeeld van een strategische beslissing.

     

     

  • De informatievoorziening ten behoeve van het operationeel management kan beter worden geautomatiseerd dan de informatievoorziening ten behoeve van het strategisch management.

     

     

  • De bestuurlijke informatieverzorging bestaat voor een belangrijk deel uit het verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens die afkomstig zijn uit de externe omgeving van het bedrijf.

     

  • Een MIS ondersteunt de besluitvorming op strategisch en tactisch niveau, niet op operationeel niveau. Informatie gaat over gegevens die van betekenis zijn voor de persoon die ze ontvangt.

     

     

  • In een boekhouding worden hoofdzakelijk ex post–gegevens verwerkt.

     

     

     

  • Management accounting is intern gericht en financial accounting extern.

     

     

  • Administreren is ruimer dan accounting.

     

     

  • Management accounting heeft als beoogde gebruiker het interne management. Financial accounting daarentegen richt zich op externe partijen als investeerders, de overheid en banken.

     

     

  • Het accountingsysteem in een grotere, beursgenoteerde onderneming vervult zowel in intern als in extern opzicht een belangrijke informatieve functie.

     

     

  • In een eenmanszaak is het informatiesysteem meestal informeel.

     

     

  • Bij management by walking around haalt de manager zijn informatie zelf op door de werkvloer te verkennen; het is een informele vorm van informatievoorziening. Grotere ondernemingen kennen in de regel een vergaande scheiding tussen eigendom en leiding/management. De eigenaren/aandeelhouders bemoeien zich slechts sporadisch met het te voeren beleid van de onderneming, en als dat dan al gebeurt, spreekt men wel van 'activistische aandeelhouders'. Maar in de regel bemoeit zich de aandeelhouder bij grotere ondernemingen nauwelijks met het ondernemingsbeleid, hij is enkel uit op dividend en koerswinst. Op algemene vergadering van aandeelhouders is een opkomstpercentage van minder dan de helft van de aandeelhouders eerder gewoonte dan uitzondering.

     

     

  • Financial accounting is gebonden aan een wettelijk kader.

     

     

  • Management accounting is vrij, het management kan naar eigen inzichten deze informatievoorziening inrichten. Dat geldt ook voor de interne berichtgeving in de breedste zin (niet enkel financieel). Er is derhalve geen wettelijk kader, maar kan vrijelijk worden ingevuld. Bij grotere onderneming staan de eigenaren van de onderneming, de aandeelhouders, vaak op relatief grote afstand van de onderneming. Zij bemoeien zich slechts sporadisch met het te voeren beleid. Dat is in kleinere ondernemingen natuurlijk wel anders. Daar is de eigenaar (vaak tevens ook de oprichter) wel degelijk degene die de scepter zwaait over het te voeren beleid.

     

     

  • De agency–theorie kan worden gezien als een vorm van behavioral accounting.

     

     

  • De agency-theorie gaat wel degelijk uit van het bestaan van mogelijke conflicten tussen het belang van de agent enerzijds (de aannemer) en de principaal (de opdrachtgever) anderzijds. Het is derhalve geen holistische visie op de onderneming. Bij de inductieve of empirische methode formuleert men een aanname die vervolgens tegen de realiteit wordt aangehouden. Op basis daarvan probeert men conclusies van algemene aard te trekken. Het is meer een 'best practice' benadering en daarmee niet per se (volledig) wetenschappelijk. De deductieve methode is een meer abstracte benadering. Men formuleert eerst een aantal aannames om daaraan bepaalde conclusies te koppelen. Het is de pure wetenschappelijke benadering. Men maakt in principe geen vergelijk met de praktijk. Alleen door de aannames te ondermijnen, kan met de conclusies verwerpen.

     

     

  • Met een bonusplan wordt getracht de belangen van de aandeelhouders en die van het bedrijfsmanagement gelijk te richten.

     

  • De agency-theorie gaat uit van belangenconflicten, samenwerking in het belang van een der partijen is derhalve niet per se gewaarborgd, dat moet gemanaged worden. In deze theorie is een accountantscontrole nodig net vanwege die potentiële belangenconflicten. De agent (die de opdracht van de principaal aanneemt en zorgt voor de uitvoering) heeft er immers belang bij om de hierbij behorende resultaten (cijfers) op een bepaalde manier voor te stellen (onder meer voor het verkrijgen van een bonus, het maken van promotie e.d.). Een accountantscontrole moet de agent disciplineren, zodanig dat deze afziet van manipulatie.

     

    In grotere onderneming is de afstand tussen principaal en agent vaak behoorlijk en moeten er derhalve heel wat (agency)kosten worden gemaakt om het hiervoor geschetste potentiële belangenconflict in goede banen te leiden.

     

  • De marketing redeneert vanuit de markt, niet vanuit de beschikbare middelen. De markt en de klant zijn het vertrekpunt van de marketing. De bedrijfseconomie is geen onderdeel van het boekhouden. In de bedrijfseconomie wordt een aantal zaken bepaald, zoals waarderingen, afschrijvingstermijnen e.d., die vervolgens in de boekhouding als uitgangspunt worden genomen voor het opmaken van de financiële overzichten zoals een balans en winst- en verliesrekening. De Raad van Commissarissen zit er in sommige landen voor het behartigen van de belangen van de aandeelhouders. Dit is wat men noemt het Angelsaksische model, dat met name opgang doet in de USA en de UK. In het Rijnlandse model (waaronder Nederland en Duitsland), zit de Raad van Commissarissen er ook namens het personeel en feitelijk namens alle stakeholders, dus ook bijvoorbeeld leveranciers en banken. Zij behartigen daarmee meer de maatschappelijke belangen van de onderneming.

     

     

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.