Summary Begrippenlijst sensomotorische coördinatie

250 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Begrippenlijst sensomotorische coördinatie

  • 1 Feedback sturing; contextbepaalde variabiliteit

  • Contextbepaalde variabiliteit
    Doordat de omstandigheden steeds een beetje anders zijn, hebben motorische commando's niet steeds hetzelfde effect (géén 1-op-1 correspondentie tussen het motorische commando en de resulterende beweging).
  • Re-afferentie
    Informatie ten gevolge van een zelf uitgevoerde beweging.
  • Ex-afferentie
    Informatie over de omgeving die niet het gevolg is van een zelf uitgevoerde beweging.
  • Efferent
    Afvoerend, van het czs af.
  • Afferent
    Aanvoerend, naar het czs toe.
  • Open-lus controle
    Geen gebruik van re-afferente informatie, geen bijsturing.
  • Invers model
    Representatie in het czs van de eigenschappen van het systeem en de context om open-lus controle te bewerkstelligen.
  • Gesloten-lus controle
    Bijsturing op basis van sensorische (re-afferente) feedback.
  • Goal-directed motor behavior
    Beweging om een bepaalde uitkomst te genereren.
  • Adaptability
    Dezelfde uitkomst kan worden bereikt in verschillende omstandigheden door verschillende bewegingen te gebruiken.
  • Persistence in respons to failure
    Dat wanneer de uitkomst niet is bereikt, er meerdere pogingen worden gedaan tot de uitkomst wel is bereikt.
  • Motor task
    Een specificatie van 'iets' wat kan worden bereikt door middel van motorisch gedrag (beweging).
  • Elemental action
    Een beweging waarin de goal outcome wordt bereikt door slechts één enkele goal-directed action (in plaats van twee of meer).
  • Discrete action
    Een beweging waarvan de uitvoering een duidelijke begin- en eindpunt heeft.
  • Principle of motor fit
    Hetzelfde bereiken in verschillende omstandigheden vergt verschillende bewegingen.
  • (Motor) adaptability
    De capaciteit om bewegingen aan te passen in nieuwe omstandigheden zodat een goal outcome/task objective kan worden bereikt.
  • Motor equivalence
    Verschillende bewegingen en spiercontracties die dezelfde uitkomst hebben.
  • Voluntary behavior
    Goal-directed gedrag dat volledig bewust wordt uitgevoerd.
  • Sensorimotor principle
    Sensorische perceptie maakt het mogelijk dat bewegingen goal-directed kunnen zijn.
  • Principal objective of control
    Om het gedrag van een systeem te laten aansluiten bij bepaalde vereisten door er dingen aan te veranderen.
  • Fundamental objective of (error-correcting) feedback control
    Errors op nul krijgen, of zo dicht mogelijk bij 0.
  • Open-loop control
    De output van het systeem komt niet terug bij de controller. Wat er daadwerkelijk wordt uitgevoerd door het systeem heeft geen effect op de inputs van de controller op het systeem.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Coördinatiedynamica
Stabiliteit en verlies aan stabiliteit (inclusief transitie) van coördinatiepatronen zijn het gevolg van (veranderingen in) interacties tussen de ledematen.
Gekoppelde oscillatoren
Niveau 2, beweging van de ledematen en pijlen als interacties.
Potentiaal
Niveau 1, weergave van stabiliteit.
HKB-model
Wiskundige beschrijving van hoe voor ritmische bewegingen de interactie kan leiden tot stabiliteit van antifase en infase en de transitie hiertussen. De potentiaal wordt uitgerekend op basis van een model van gekoppelde oscillatoren.
Transitie
Komt voort uit verandering in interacties.
Hoge bewegingsfrequenties
Allen infase stabiel.
Lage bewegingsfrequenties
Infase en antifase stabiel.
Interacties
Zorgen voor stabiele coördinatiepatronen
Relatieve coördinatie
De ledematen bewegen redelijk gelijk op, combinatie magneeteffect en vasthoudtendens; de één past wel zijn gedrag aan, maar niet zodanig dat de fasen steeds precies hetzelfde zijn.
Absolute coördinatie/magneeteffect
De ledematen bewegen exact gelijk op (in vaste faserelatie)/de neiging van een ledemaat om het ritme van een andere ledemaat aan te nemen.