Summary Behavior modification : what it is and how to do it

-
ISBN-10 0205793177 ISBN-13 9780205793174
212 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Behavior modification : what it is and how to do it". The author(s) of the book is/are Garry Martin, Joseph Pear. The ISBN of the book is 9780205793174 or 0205793177. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Behavior modification : what it is and how to do it

  • 2.1 H3; getting a behavior to occur more often with positive reinforcement

  • Wat is een 'positive reinforcer'?

    Een positieve bekrachtiging van gewenst gedrag.

  • Het principe van positieve bekrachtiging is dat het gedrag vaker voor zal komen, omdat er een prettig gevolg aan het gedrag gekoppeld wordt (kind ruimt speelgoed op, krijgt complimentje, zal vaker speelgoed opruimen vanwege het positieve gevolg wat het heeft).

  • Wat wordt bedoeld met 'operant behavior'?

    Gedrag wat beïnvloedt wordt door de consequenties die de omgeving eraan koppelt (iemand voorlaten bij de kassa, die bedankt je uitgebreid, meer kans dat je in het vervolg vaker iemand voorlaat bij de kassa).

  • Invloed van factor 'selectie van het gedrag':

    • Voor start met bekrachtigen, precies identificeren wat het gewenste gedrag is, welk gedrag bekrachtigd moet worden.
    • Begin met algemene gedragscategorie en bedenk daarbij specifiek gedrag: maakt bekrachtiging effectiever.
  • Invloed van factor 'kiezen van bekrachtigers':

    • Belangrijk om een passende bekrachtiger te kiezen, een voor het kind erg positieve bekrachtiger.
    • Bv. snoep werkt voor bijna alle kinderen, maar specifieke dingen als bepaald speelgoed kunnen ook gebruikt worden.
    • De bekrachtiger moet volgen op het gedrag! Dus niet stoppen als gedrag vertoond wordt, dit is negatieve bekrachtiging.
    • Meest gangbare bekrachtigers liggen op een van deze gebieden: eetbaar, activiteiten en sociaal.
    • Vaak erg effectief om kind te laten kiezen uit aantal bekrachtigers.
    • Het gebruik van een niet-effectieve bekrachtiger is een zwak punt van veel trainingsprogramma's.
    • De intrinsieke motivatie komt niet in gevaar bij bekrachtigers die de extrinsieke motivatie stimuleren!
  • Invloed van factor 'motivatie voor bekrachtigers':

    • Bekrachtigers zijn het meest effectief als het langere tijd geleden is dat het kind iets vergelijkbaars aangeboden kreeg (snoepjes werken het best als het bijna etenstijd is, niet vlak na etenstijd).
    • De term deprivatie wordt gebruikt om de tijd dat een kind een specifieke bekrachtiger niet ervaart aan te geven.
    • Met de term satiation wordt aangegeven dat een bekrachtiger tijdelijk geen effect heeft, omdat een kind verzadigd is voor die bekrachtiger.
    • Motivating operations (MOs) wordt verder behandeld in H19. Algemene omschrijving: motivators (sterkte van bekrachtiger water neemt toe na zak zoute chips).
  • Invloed van factor 'grootte van de bekrachtiger':

    • Grootte van de bekrachtiger is een belangrijke voorspeller voor z'n effectiviteit.
    • Hoe groter, hoe effectiever (bv. geld geven voor schoonmaken straat; doet niemand voor 50 cent, maar wel voor 10 euro).
  • Invloed van factor: 'geven van instructies':

    • Instructuele invloeden zijn belangrijk bij het vormen van gedrag (zie ook H8 en H17).
    • Met specifieke instructies worden betere resultaten geboekt dan met vage instructies (bv. benoem de stappen in het slaan van het tennisbal i.p.v. concentreer je).
  • Invloed van factor: 'vorm van bekrachtiging':

    • Een bekrachtiger is contingent als specifiek gedrag plaats moet vinden voor de bekrachtiging plaatsvindt.
    • Een bekrachtiger is non-contingent als de bekrachtiger op een specifiek tijdstip plaatsvindt, ongeacht welk gedrag daarvoor plaatsgevonden heeft.
    • 'Adventitious' bekrachtiging: gedrag wat voorafgaat aan een bekrachtiger wordt versterkt, ook als de bekrachtiger niet toegediend wordt voor dit specifieke gedrag.
    • 'Superstitious' gedrag: Gedrag wat versterkt wordt en blijt door 'adventitious' bekrachtiging.
  • Invloed van factor: 'verandering in natuurlijke bekrachtigers':

    • Verschil tussen natuurlijke bekrachtigers en geprogrammeerde bekrachtigers. De eerste komen in het dagelijks leven voor (bv. honger, bekrachtiger smaak van voedsel). De tweede zijn bekrachtigers die gevormd worden door psychologen/leerkrachten/ouders, gevormd door middel van gedragstherapeutische programma's.
    • Uiteindelijke doel van trainingsprogramma's is dat de geprogrammeerde bekrachtigers niet meer nodig zijn en dat die gecompenseerd worden door natuurlijke bekrachtigers.
    • Als het in een gedragstherapeutisch programma getrainde gedrag niet regelmatig beloond blijft worden door middel van bekrachtigers, veranderd het gedrag weer in hoe het voor aanvang van het programma was. Het blijven belonen van gedrag met bekrachtigers is dus erg belangrijk.
  • Het effect van positieve bekrachtiging wordt beïnvloedt door 8 factoren:

    1. Selectie van het gedrag.
    2. Kiezen van bekrachtigers.
    3. Motivatie voor bekrachtigers.
    4. Grootte van de bekrachtiger.
    5. Geven van instructies.
    6. Verstreken tijd tussen gedrag en bekrachtiger.
    7. Vorm van bekrachtiging.
    8. Verandering in natuurlijke bekrachtigers.
  • Wat zijn de 5 valkuilen van positieve bekrachtiging (en 5 algemene valkuilen)?

    1. Een principe kan verkeerd gebruikt worden als iemand zich niet bewust is van het gebruik.
    2. Persoon kent het principe, maar kent het niet goed genoeg om het effectief te gebruiken.
    3. Een principe kan ongepast gebruikt worden als een versimplificeerde verklaring van verandering in gedrag (bv. als er teveel tijd tussen zit).
    4. Personen zonder gedragstherapeutische kennis proberen soms gedrag te verklaren door het (verkeerd) toekennen van labels.
    5. Sommige gedragstherapeutische principes worden niet toegepast omdat ze te complex zijn en specifieke kennis/training vereisen.  
  • Aandachtspunten om positieve bekrachtiging effectief te gebruiken.

    • Selecteer het gedrag wat verbeterd moet worden: specifiek gedrag!
    • Selecteer een positieve bekrachtiger (om effectieve bekrachtiger te kiezen, gebruik Figuur 3-3). Aandachtspunten hierbij: bekrachtiger is beschikbaar, kan onmiddellijk gebruikt worden, kan herhaald gebruikt worden en kost weinig tijd.
    • Toepassing: vertel het kind er van te voren, beloon direct bij positief gedrag, beschrijf het vertoonde positieve gedrag, veel prijzen en varieer in manier van prijzen.
    • Als gedrag duidelijk verbeterd is, probeer over te gaan op natuurlijke bekrachtigers. Gebruik natuurlijke bekrachtigers ook regelmatig en consequent!
  • 2.2 H4; developing and maintaining behavior with conditioned reinforcement

  • Wat is het verschil tussen ongeconditioneerde en geconditioneerde bekrachtigers?

    • Ongeconditioneerde bekrachtigers zijn bekrachtigers die bekrachtigen zonder dat daar een leerproces aan vooraf gaat. Bv. honger hebben > eten. Er is geen leerproces nodig om het positieve effect van deze bekrachtiger te herkennen.
    • Geconditioneerde bekrachtigers zijn bekrachtigers die werken doordat ze geassocieerd worden met het gewenste gedrag. Bv. het krijgen van een snoepje na het stilzitten bij de kapper.
    • Backup bekrachtigers zijn bekrachtigersdie een geconditioneerde bekrachtiger worden door de associatie met andere bekrachtigers. Bv. kat krijgt vlees als met schaar geknipt wordt. Vlees is een backup bekrachtiger, na een aantal keer wordt de schaar een geconditioneerde bekrachtiger.
  • Wat is een token systeem en hoe werkt het?

    Een systeem waarbij het kind 'tokens' krijgt als het gewenst gedrag vertoond. Deze tokens kunnen ingeruild worden voor backup bekrachtigers (bv. extra buitenspeeltijd).

    Voordeel van het tokensysteem is dat tokens direct na vertoning van het gewenste gedrag gegeven kunnen worden, waarna ze later ingeruild worden voor de daadwerkelijke bekrachtiger.

    Tokens kunnen zowel als positieve bekrachtiging als als strafmethode gebruikt worden. Op strafmethoden is veel kritiek, zie H12.

  • De effectiviteit van geconditioneerde bekrachting wordt beïnvloedt door 4 factoren:

    1. De kracht van de backup bekrachtigers waarop de geconditioneerde bekrachtiger gebaseerd is.
    2. De variatie aan backup bekrachtigers.
      - Simpele geconditioneerde bekrachtiger: een geconditionaliseerde bekrachtiger gebaseerd op één backup bekrachtiger.
      Generaliserende geconditioneerde bekrachtiger: een geconditionaliseerde bekrachtiger die gekoppeld is aan meer dan één backup bekrachtiger.  
      Kracht van een bekrachtiger hangt af van het aantal verschillende backup bekrachtigers waar hij aan gekoppeld is.
    3. Het aantal koppelingen met een backup bekrachtiger.
      Een geconditioneerde bekrachtiger is sterker als het meerdere malen aan een backup bekrachtiger gekoppeld is.
    4. Verlies van waarde van de geconditioneerde bekrachtiger.
      Om effectief te blijven moet de geconditioneerde bekrachtiger geassocieerd worden met een goede backup bekrachtiger.
  • 2 valkuilen bij geconditioneerde bekrachtiging:

    1. Een principe kan verkeerd gebruikt worden als iemand zich niet bewust is van het gebruik.
    2. Persoon kent het principe, maar kent het niet goed genoeg om het effectief te gebruiken.

    > Mensen die het principe niet kennen, kunnen zonder het te weten geconditioneerde bekrachtigers linken aan stimuli die eigenlijk bedoeld zijn om te straffen (aandacht geven bij negatief gedrag, ook al is die aandacht negatief).

    > Het verkeerd koppelen van geconditioneerde bekrachtiger aan backup bekrachtiger kan ervoor zorgen dat de backup bekrachtiger zijn kracht verliest, waardoor het systeem niet meer werkt.

  • Aandachtspunten bij het gebruik van geconditioneerde bekrachtigers:

    • De bekrachter moet makkelijk te geven zijn in iedere situatie.
    • Gebruik zoveel mogelijk dezelfde geconditioneerde bekrachtigers als die het kind in de natuurlijke omgeving zou gebruiken.
    • In het begin; zo snel mogelijk backup bekrachtiger laten zien, later kan de tijd hiertussen langzaam toenemen.
    • Gebruik verschillende typen backup bekrachtigers.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Op welke 3 niveau's moet volgens Wolf het werk van gedragstherapeuten sociaal gevalideerd worden?
  1. is het doelgedrag echt meest belangrijk voor cliënt én samenleving.
  2. accepteert cliënt de gebruikte procedures of zijn er alternatieven waarmee zelfde resultaat behaald kan worden.
  3. tevredenheid van de gebruikers (cliënten en omgeving/verzorgers).
Wat houdt een alternating-treatments design in?

Twee of meer behandelingscondities afwisselen, een conditie per sessie, om hun effecten te meten op één gedrag van één individu.

Nadeel: als behandelingscondities met elkaar interacteren kan er niet goed gemeten worden welke behandeling effectief is.

> Ook wel multielement design genoemd.

 

Wat houdt een changing-criterion design in?

Design waarbij het kritieke punt waarop een beloning gegeven wordt steeds naar boven bijgesteld wordt. Vb. van jongens op fiets, moeten steeds 15% harder trappen om beloning te krijgen.

Welke 3 multiple-baseline designs worden onderscheiden?
  1. Multiple-baseline-across-behaviors design: eerst meerdere baselines voor meerdere gedragingen individu, gevolgd door introducering behandeling (een voor een per gedraging). Nadeel: werkt niet als gedragingen met elkaar samenhangen.
  2. Multiple-baseline-across-situations design: zelfde opzet als hierboven, maar introducering behandeling een voor een per situatie waarin gedrag voorkomt.
  3. Multiple-baseline-across-people design: zelfde opzet als hierboven, maar introducering behandeling een voor een per individu, terwijl 1e al behandeling krijgt zijn 2e en 3e nog op baseline.
Wat is het reversal-replication (ABAB) design?

Een design waarbij gecontroleerd wordt of de vooruitgang inderdaad aan de behandeling te danken is. Wordt gecontroleerd door baseline, treatment, reversal, treatment volgorde aan te houden.

Heet ABAB design omdat baseline A genoemd wordt en treatment B.

Welke vijf  bronnen van error die accuraatheid van observaties beïnvloeden worden onderscheiden?
  1. Response definition (vaag, subjectief, incompleet).
  2. Observational situation (moeilijk gedrag te observeren door omgeving).
  3. Observer (slecht getraind, ongemotiveerd).
  4. Data sheets (slecht ontworpen).
  5. Recording procedures.
Wat is momentary time sampling?

Hierin wordt gedrag genoteert als wel/niet voorkomend gedurende bepaald punt in de tijd, bv. ieder uur.

Welke twee typen interval recording worden onderscheiden?
  1. Partial interval: noteert gedrag één keer per interval, ongeacht hoe vaak gedrag voorkomt en hoe lang gedrag duurt.
  2. Whole interval: noteert gedrag alleen als het gedurende het hele interval voorkomt. (minder vaak gebruikt)
Welke 3 basistechnieken voor het vastleggen van gedrag tijdens een observatieperiode worden onderscheiden?
  1. Continuous recording: iedere keer dat gedrag tijdens periode voorkomt wordt vastgelegd. Vaak bij responsen die rond vaste tijdsstippen voorkomen.
  2. Interval recording: bijhouden of gedrag wel/niet voorkomt tijdens korte intervallen van gelijke lengte (bv. 15 seconden) tijdens de observatieperiode. Twee typen: partial interval en whole interval.
  3. Time sampling: scoort of gedrag voorkomt of niet tijdens een korte observatieinterval, observatieintervals worden door langere tijdsperiode gescheiden.
Wat is een handig hulpmiddel als het niet mogelijk is gedrag direct te observeren?

Een golf counter, een elektrisch tellertje waarmee je met een druk op de knop kunt aangeven dat je gedrag uitgevoerd hebt. Bestaan verschillende versies van. Is stuk effectiever en gemakkelijker dan turven op papier.