Summary Beleid in beweging : achtergronden, benaderingen, fasen en aspecten van beleid in de publieke sector

-
ISBN-10 9059314972 ISBN-13 9789059314979
108 Flashcards & Notes
18 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Beleid in beweging : achtergronden, benaderingen, fasen en aspecten van beleid in de publieke sector". The author(s) of the book is/are Victor Bekkers. The ISBN of the book is 9789059314979 or 9059314972. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Beleid in beweging : achtergronden, benaderingen, fasen en aspecten van beleid in de publieke sector

  • 1 Hoofdstuk 1 Politiek, Beleid en Sturing: een positiebepaling

  • Wie is je pa?
    Hou

  • Agendavorming
    Het proces waarlangs onderwerpen en problemen op de agenda komen
     
    1. Stromentheorie
    2. Barrieretheorie
    3. Functionele theorie
    4. Klooftheorie
  •  
    3 modellen van Allison: 
    rationele factormodel, 
    organisatie procesmodel 
    en bureau politiekmodel
  •  
    Implementatie tekort:
    · Onderbenutting middelen (bijv: niet alle financiele middelen gebruiken omdat men over wil houden
    ·mistargeting  (culturele voorstellingen voor mensen die liever naar sbs6 kijken
    ·teleurstellende resultaten
    ·verdwijnende middelen
  • Soorten evaluatie
     
    Systematisch structureel, vaste momenten en volgens bepaald model
    Ex ante = van te voren (bijv swot-analyse)
    Ex post = na afloop
     
    Summative evaluatie
    Evaluatie die plaastvindt aan het einde van het proces, dus uitspreken eindoordeel of selectie
     
    Formatieve evaluatie
    Evaluatie die plaatsvindt tijdens het proces dus bij sturen is mogelijk
     
  • 1.1 Inleiding

  • Wat is de essentie van politiek en beleid?
    Het gaat om de aanpak van maatschappelijke vraagstukken die niet alleen verschillende belangen van verschillende partijen raakt, maar die ook betrekking heeft op bepaalde waarden die we als samenleving belangrijk achten. 
  • Wat houdt de Nederlandse poldercultuur in?

    Een bepaalde traditie van politieke besluitvorming, waarin door middel van geven en nemen, samenwerking en compromisvorming wordt getracht om politieke beslissingen van draagvlak te voorzien.

  • De Nederlandse poldercultuur staat voor een bepaalde traditie van politieke besluitvorming, waarin door middel van geven en nemen, samenwerking en compromisvorming wordt getracht om politieke beslissingen van draagvlak te voorzien.

     

    Beleid is gevraagd; om problemen op te lossen worden overheden gedwongen aanpakken te ontwikkelen die niet alleen complex zijn, maar die ook talrijke belangen raken die soms wel en soms niet met elkaar verzoend kunnen worden.

     

    Een gezamenlijke beleidspraktijk ontstaat wanneer de betrokken partijen met inachtneming van hun taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in staat zijn om met elkaar samen te werken.

     

    De essentie van politiek en beleid is de aanpak van maatschappelijke vraagstukken die niet alleen verschillende belangen van verschillende partijen raakt, maar die ook betrekking heeft op de afweging van bepaalde waarden die we als samenleving belangrijk achten.

  • 1.2 Politiek, beleid en sturing

  • Wat is de definitie van politiek?

    De gezaghebbende toedeling van waarden voor de samenleving

  • Wat is de magische driehoek?
    1. politiek
    2. beleid
    3. sturing
  • Wat komt doorgaans kijken bij politiek? Noem 3 kernbegrippen.

    1. Strijd van waarden

    2. Context van schaarste, oplossen van een verdelingsvraagstuk, strijd om schaarse middelen

    3. Gezag/legitimiteit

  • Waar heeft politiek betrekking op?
    Op de vraag hoe de samenleving als gemeenschap in staat is om problemen waarmee ze worden geconfronteerd op bevredigde manier aan te pakken
  • Wat zijn de drie ideaaltypische allocatiemechanismen?

    1. Staat
    2. Markt
    3. Gemeenschap

  • Wat is de definitie van politiek? (Easton)

    De gezaghebbende toedeling van waarden voor de samenleving

  • Wat zijn de 5 motieven die overheidsingrijpen rechtvaardigen?

    1. Reageren op marktimperfecties; tegengaan van kartel- en monopolievorming

    2. Productie van collectieve goederen en diensten

    3. Productie van bemoeigoederen

    4. Tegengaan of voorkomen van de negatieve effecten van marktwerking
    5. Realiseren van gewenste externe effecten

  • Politiek heeft betrekking op de vraag hoe een samenleving als gemeenschap in staat is om de problemen waarmee deze samenleving wordt geconfronteerd op een bevredigende manier aan te pakken.

     

    Conflicterende waarden strijden met elkaar om voorrang.

     

    Politiek is de gezaghebbende toebedeling van waarden voor de samenleving.

     

    Politiek gaat doorgaans om het oplossen van een verdelingsvraagstuk in de context van schaarste. Strijd om schaarse middelen. 

     

    Beleid en de besluitvormingspraktijken moeten legitiem zijn en gezag hebben: politieke keuzeprocessen moeten voldoen aan een aantal spelregels die zijn neergelegd in de Grondwet, internationale verdragen en wetten en regels en waarvoor bepaalde instituties in het leven zijn geroepen. 

     

    Gezag van politieke beslissingen kan ook gebaseerd zijn op historisch gegroeide gewoonten, zoals de Nederlandse poldercultuur.

     

    Voorbeeld van deze instituties in de representatieve democratie en de rechtsstaat.

     

    Er zijn drie ideaaltypische allocatiemechanismen: de staat, de markt en de gemeenschap.

    De motieven die overheidsingrijpen rechtvaardigen zijn als volgt:

    1. Reageren op marktimperfecties; tegengaan van  kartel- en monopolievorming.

    2. Productie van collectieve goederen en diensten.

    3. Productie van bemoeigoederen.

    4. Het tegengaan of voorkomen van de negatieve effecten van marktwerking.

    5. Het realiseren van bepaalde gewenste externe effecten.

     

    Beleid wordt gedefinieerd als het realiseren van bepaalde doelstellingen met behulp van bepaalde middelen in een bepaalde tijdsvolgorde. Beleid is de voornemens, keuzes en acties van een of meer bestuurlijke instanties gericht op de sturing van bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen.

    Sturing is de (doel)gerichte beïnvloeding van de samenleving in een bepaalde context.

    De beleidscyclus bestaat uit de volgende beleidsprocessen: agendavorming, beleidsontwikkeling, beleidsbepaling, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie.

     

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar heeft politiek betrekking op?
Op de vraag hoe de samenleving als gemeenschap in staat is om problemen waarmee ze worden geconfronteerd op bevredigde manier aan te pakken
Wat is de definitie van politiek? (Easton)

De gezaghebbende toedeling van waarden voor de samenleving

Wat is de magische driehoek?
1. politiek
2. beleid
3. sturing
Wie is je pa?
Hou

Waarom is het van belang onderscheid te maken tussen de verschillende soorten of typen beleid?

Het soort/type beleid kan ons iets zeggen over de mate waarin bepaalde beleidsonderwerpen controversieel zijn en de mate waarin beleid gevoelig is voor strijd. 

Noem de 7 typen beleid van Lowi (1972) en licht toe. 

1. Explorerend beleid: het verwoorden van een visie/denkrichting.

2. Verdelend beleid: de verdeling van hulpbronnen over partijen.

3. Herverdelend beleid: het herschikken of corrigeren van de bestaande verdeling van hulpbronnen over partijen.

4. Regulerend beleid: het dwingend voorschrijven en controleren van bepaalde activiteiten die moeten worden ondernomen om bepaalde doelstelling te realiseren.

5. Faciliterend beleid: het ondersteunen van bepaalde als wenselijk geachte doelstellingen.

6. Stimulerend beleid: het prikkelen van mensen of organisaties om een bepaald als wenselijk geacht gedrag te vertonen.

7. Constituerend beleid: het oprichten van instituties of organisaties.

Noem de vier soorten beleid van Snellen (1975) en licht toe. 

1. Institutioneel beleid: de inrichting van de formele verhoudingen tussen organisaties in een bepaalde beleidssector en de toebedeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

2. Strategisch beleid: het veiligstellen van het voortbestaan van een organisatie.

3. Tactisch beleid: het formuleren van criteria op grond waarvan bepaalde organisatorische hulpbronnen over bepaalde organisaties of organisatieonderdelen moeten worden verdeeld.

4. Operationeel beleid: het geven van instructies en richtlijnen met betrekking tot de concrete uitvoering van bepaalde beleidsprogramma's of wet- en regelgeving.

Noem de 5 fasen van de beleidscyclus.

1. Agendavorming

2. Beleidsontwikkeling

3. Beleidsbepaling

4. Beleidsuitvoering

5. Beleidsevaluatie

Definieer sturing.

De (doel)gerichte beïnvloeding van de samenleving in een bepaalde context.

Definieer beleid.

Het realiseren van bepaalde doelstellingen met behulp van bepaalde middelen in een bepaalde tijdsvolgorde.
De voornemens, keuzes en acties van één of meer bestuurlijke instanties gericht op de sturing van bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen.