Summary Bestuursrecht Deel 1 systeem; bevoegdheid; bevoegdheidsuitoefening; handhaving

-
ISBN-10 9462905819 ISBN-13 9789462905818
173 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Bestuursrecht Deel 1 systeem; bevoegdheid; bevoegdheidsuitoefening; handhaving". The author(s) of the book is/are H E Bröring. The ISBN of the book is 9789462905818 or 9462905819. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Bestuursrecht Deel 1 systeem; bevoegdheid; bevoegdheidsuitoefening; handhaving

  • 1.1 Centrale vragen van bestuursrecht

  • Wat is de essentie van het bestuursrecht?
    • Instrumentarium van het overheidsbestuur;
    • Normen voor het overheidsbestuur;
    • De (rechtsbescherming) mogelijkheden voor betrokkenen om zich tegen het overheidsbestuur te verzetten. 
  • Wat zijn de  2 kenmerken van het bestuursrecht?
    Instrument en waarborg.
  • Wat zijn de functies van de overheid?
    • Ordenende functie;
    • Presterende functie;
    • Sturende functie; en
    • Arbitrerende functie.
  • Wat zijn de 2 aspecten van het legaliteitsbeginsel?
    1. Rechtszekerheid: er moet vooraf duidelijk zijn waartoe de overheidsorganen bevoegd zijn en hoe ver die bevoegdheid reikt.
    2. Primaat van de wetgever: doordat de volksvertegenwoordigers de wetgever zijn, wordt ervan uitgegaan dat de bevolking het eens is met de wetgeving.
  • 2 aspecten van de terugtred van de wetgever.
    • Enerzijds wordt in de wet in formele zin het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften overgelaten aan bestuursorganen van de centrale overheid: delegatie.
    • Anderzijds komt het voor dat noch in de formele wet, noch in bestuurswetgeving het gedrag van de burgers wordt genormeerd, maar dat die normering wordt overgelaten aan een bestuursorgaan door middel van uitoefening van beschikking- of andere bestuursrechtelijke bevoegdheden. 
  • Wat zijn algemene beginselen van bestuur?
    Hieraan kan het bestuurlijk handelen worden getoetst. Deze beginselen zijn door de rechter geformuleerd. Een deel van deze beginselen is gecodificeerd, de beginselen die nog niet zijn gecodificeerd gelden nog als ongeschreven beginselen.
  • Wat zijn beleidsregels?
    Regels waarin bestuursorganen ten aanzien van de uitoefening van een bepaalde bevoegdheid zelf willen aangeven welk beleid ze voeren. Dit is gecodificeerd in art. 4:84 Awb.
  • Hoe kan de kwaliteit van het overheidsbestuur worden gewaarborgd?
    1. Kwaliteit van de wetgeving: naarmate de bestuursrechtelijke wetten duidelijkere en meer werkbare inhoudelijke criteria voor de uitoefening van bestuursbevoegdheden bevatten, zal de kwaliteit van het bestuur toenemen. 
    2. Politieke controle;
    3. Rechterlijke controle, de rechter mag alleen toetsen of het bestuursorgaan de wettelijke normen en beginselen van behoorlijk bestuur in acht heeft genomen. De rechter mag niet de doelmatigheid van besluiten toetsen.
    4. Bestuurlijk toezicht, toezicht door hogere bestuursorganen. 
  • Wat zijn de pijlers van de democratische rechtsstaat?
    • Volkssouvereiniteit: de overheidsmacht ligt bij de burgers, dit is een democratie;
    • Machtenscheiding;
    • Verantwoordelijkheid: de belangrijkste bestuursorganen zij direct of indirect verantwoording verschuldigd aan een vertegenwoordigend lichaam;
    • Openbaarheid van bestuur.
  • Waar uit bestaat het bestuursrecht?
    Het moet gaan over het recht dat de relatie tussen bestuur en burger beheerst:

    1. Wettelijke voorschriften die betrekking hebben op die relatie in het algemeen (algemeen deel);
    2. Wettelijke voorschriften die betrekking hebben op bevoegdheden, rechten en plichten van bestuur en burger op bijzondere terreinen (de bijzondere delen);
    3. Ongeschreven publiekrechtelijke regels en beginselen waaraan verdere normen voor de verhouding tussen bestuur en burger kunnen worden ontleend. 
  • Wat zijn de publiekrechtelijke bevoegdheden, rechten, aanspraken en plichten?
    Exclusieve- niet op grond van het burgerlijk recht voor eenieder geldende- bevoegdheden, rechten, aanspraken en plichten van bestuur en burger. 
    Bevoegdheid: het geldig kunnen verrichten van bepaalde rechtshandelingen, dat wil zeggen handelingen die op rechtsgevolg zijn gericht .
    Recht: bepaalde gedraging is toegestaan die anderen zich in het algemeen rechtens niet mogen veroorloven.
    Aanspraak: als daar een met die aanspraak corresponderende verplichting tegenover staan.
    Plicht: iemand moet een bepaalde handeling verrichten of nalaten. 
  • Wat rekenen we tot het algemene bestuursrecht?
    1. De rechtsregels en rechtsbeginselen die gelden voor niet door het privaatrecht geregelde verhoudingen tussen bestuursorganen en burgers en die betrekking hebben op de publiekrechtelijke bevoegdheden, rechten, aanspraken en plichten van de burger en van bestuursorganen, met uitzondering van de formele wetgever en de rechterlijke macht. 
    2. De ongeschreven publiekrechtelijke regels en beginselen die in acht moeten worden genomen bij de publieke taakvervulling door bestuursorganen, met uitzondering van de formele wetgever en de rechterlijke macht.
    3. Het procesrecht dat geldt voor de behandeling van bestuursrechtelijke geschillen door met rechtspraak belaste onafhankelijke organen. 
  • Wat is de doelstelling van de AWB?
    • Het bevorderen van eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving;
    • Het systematiseren en, waar mogelijk, vereenvoudigen van de bestuursrechtelijke wetgeving;
    • Het codificeren van ontwikkelingen die zich in de bestuursrechtelijke jurisprudentie hebben afgetekend;
    • Het treffen van algemene voorzieningen ten aanzien van onderwerpen die zich naar hun aard niet voor regeling in een bijzondere wet lenen. 
  • Welke 4 soorten regels heeft de AWB?
    1. Dwingend recht: regels die zonder uitzondering, voor het gehele bestuursrecht behoren te gelden.
    2. Regelend recht: regels die beschouwd kunnen worden als de voor normale gevallen meest geschikte regels.
    3. Aanvullend recht: regels die gelden als restbepaling voor het geval de bijzondere regelgever heeft nagelaten een regeling te treffen.
    4. Facultatief recht: regeling is alleen van toepassing als daartoe uitdrukkelijk wordt besloten. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.