Summary Biochemie

256 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Biochemie

  • 1.1 Speeksel en speekselklieren

  • Wat is speeksel en wat zijn de verschillende functies?
    Een multifunctionele vloeistof
    - antimicrobieel: mucinen, lysozymen, lactoferrine histatine, etc.
    - zuurneutralisatie: bicarbonaat, fosfaat
    - voeding: amylase, lipase, mucinen, proline-rijke eiwitten
    - mineralisatie: mucinen, statherine, calcium, fosfaat, etc.
    - herstel: groeifactoren
    - bescherming: mucinen
  • Wat zijn de gevolgen van een chronisch droge mond?
    Vaak bij mensen die afhankelijk zijn van medicijnen. Droge mucosa, dorst, cariës en er ontstaat sneller ontstekingen.
  • Wat zijn de grote speekselklieren?
    Verantwoordelijk voor het overgrote deel van je speeksel, het zijn allemaal paren, je hebt er een aan beide kanten van je gezicht.
    - glandula parotis
    - glandula submandibularis
    - glandula sublingualis
  • Wat is de Glandula Parotis?
    Oorspeekselklier. Het uiteinde is met de tong te voelen aan de binnenkant van de wang. De afvoergang noemen we de Stenson ducts. Bestaat uit sereuze cellen.
  • Wat is de Glandula submandibularis?
    Onderkaakspeekselklier. De afvoerbuis loopt omhoog en mondt uit in de mondbodem. De afvoergang noemen we de Wharton ducts. Bestaat uit Sero-muceuze cellen: muceuze (10%) en sereuze (90%) cellen.
  • Wat is de Glandula sublingualais?
    Onder de tong. Vrij kleine speekselklier met korte afvoerbuisjes onder de tong. De afvoergang noemen we de Ducts van Rivinus. Bestaat uit muceuze cellen.
  • Wat zijn de kleine speekselklieren?
    Geven maar een kleine bijdrage maar zijn heel belangrijk. Voornamelijk bij rokers zijn de kleine speekselkliertjes heel goed te zien (vooral op het achterste deel van het palatum), omdat de doorbloeding in de mond erg verminderd is. In totaal heb je 450 tot 750 kleine speekselkliertjes verdeeld over het hele mondoppervlak (palatinaal, lip, tong, buccaal).
  • 1.2 Bouw van de speekselklieren

  • Wat is de acinus en welke soorten heb je?
    Klierbesje. Zodra het speeksel is geproduceerd gaat dit via de ductus naar de mond.
    - sereuze acini: produceren waterig speeksel. De parotis bevat enkel sereuze acini.
    - muceuze acini: produceren visceus stroperig speeksel (eiwitrijk). De sublingualis heeft enkel muceuze acini
  • Wat zijn halve maancellen?
    Soort sereuze cellen die op een rare plek liggen, omdat ze histologisch halvemaanvormig zijn. Fixatie voor histologie: mucinen bevattende secretie granula gaan stuk en komen vrij in het cytoplasma. Cellen zwellen op en verdrukken sereuze cellen weg. Celkernen worden verdrukt naar de basale-laterale kant (halvemaan vorm). De sereuze cellen worden in een gemengde kleiner naar buiten gedrukt en komen buiten het rondje te liggen. Dit komt doordat de muceuze acini opzwellen als een ballonnetje.
  • Wat is myoepitheel en wat is de functie?
    Zitten rond de speekselkliercellen. Deze epitheelcellen liggen netjes rond de kleerbesjes en laten de kleerbesjes samentrekken als er opeens veel speeksel geleverd moet worden. Deze cellen reageren al als je bijvoorbeeld aan iets zuurs denkt. Ze maken dus geen speeksel aan maar hebben wel een duidelijk ondersteunende rol.
  • Wat is de barrièrefunctie van speeksel?
    Slijmlagen zijn diffusiebarrières. Parotisspeeksel heeft deze barrièrefunctie niet (bevat geen mucinen). Als je kleurstof toevoegt mengt het gelijk met protisspeeksel en blijft het op SL-speeksel liggen.  Barière functie, hecht aan het glazuur zodat de elementen worden beschermd. Voor het verzamelen van speeksel uit andere klieren moet een apparaat gemaakt worden. Het SL en SB is heel stroperig en slijmerig.
  • 1.3 Samenstelling van de mondvloeistof

  • Wanneer wisselt de samenstelling van de mondvloeistof?
    - in je slaap produceert je 1,2 ml/uur. Dit is erg weinig en je slikt amper. De glandula parotis staat 's nachts uit, zodat je niet hoeft te slikken.
    - in rust produceer je 20 ml/uur
    - bij iets zuurs produceer je 1,2 ml/min. Met name de Glandula parotis produceert veel speeksel 
    - bij kauwen produceer je 1 ml/min. Het aandeel van de glandula parotis is hier het allergrootst.
  • Waar bestaat mondvloeistof uit?
    Meer dan speeksel alleen
    - speekselklieren
    - serum, creviculaire vloeistof
    - bacteriën
    - epitheelcellen
    - water. Regulatie van speekselsecretie: signalen van het brein naar de speekselklier. Het water uit het speeksel komt vanuit vocht in het interstistium (interstitiële vloeitstof). Wat is het belangrijkste bestanddeel van speeksel.
  • Wat gebeurt er als alleen water uit de cel wordt getransporteerd?
    -> in begin is een speekselklier isotoon. Wanneer hij water wil secreteren, maakt hij zichzelf kleiner en pompt hij het water zo eruit.
    -> hierbij moeten ook ionen mee gepompt worden, want wanneer hij de ionen wel binnen zich houdt, wordt de cel hypertoner dan de omgeving en wordt het water door osmose gewoon weer naar binnen gezogen. Het heeft dan geen zin! Dus watertransport werkt alleen op het moment dat ook de ionen de cel uitgestuurd worden.
    -> Water- en iontransport zijn gekoppeld. Denk aan Na+ en Cl-
  • Waarom heeft het primaire speeksel een andere samenstelling dat wat er uiteindelijk echt in je mond komt?
    Watertransport over biologische membranen: transport van ionen. Permeabel membraan (actief transport van ionen) zodat de watermoleculen volgen. In speekselklieren worden ionen vanuit het bloed via de cel naar het lumen getransporteerd. Dan zal er water door kanalen door de cel volgen, die zo het volume van het speeksel bepalen. De zouten worden uitgescheiden in het lumen, om hier zuinig mee om te gaan wordt het natriumchloride en bicarbonaat weer opnieuw opgenomen. Het primaire speeksel heeft dus een andere samenstelling dat wat er uiteindelijk echt in je mond komt. Het primaire speeksel bevat veel natrium en in de mond veel minder. Gestimuleerd speeksel bevat meer bicarbonaat, dat heeft te maken doordat er in rust meer gelegenheid is voor het lichaam om het opnieuw op te nemen dan als het gestimuleerd is.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe gaat de microscopie van mucinen?
- de elektronenmicroscoop stuurt elektronen naar een oppervlak. Elektronen die niet recht weer terug weerkaatst worden, hebben 'iets' geraakt. Zij hebben mucinen geraakt en zo kun je ze detecteren
- atomic force measurement: een puntje tast een oppervlak af. Als hij over een mucine loopt, komt hij iets omhoog en dit wordt gedetecteerd.
Waarom smaakt jus d'orange vies na het tandenpoetsen?
- in tandpasta zit SDS (zeep)
- SDS heeft een positief geladen kop en een vettige staart. De positieve groep van het SDS molecuul gaat binden aan het negatieve deel van een eiwit. Daarmee duwt SDS het eiwit kapot en uit zijn vorm.
- In jus d'orange zit heel veel zoetstof. SDS bindt aan de zoetreceptor, deze gaat uit zijn vorm. De zoetstof kan niet meer binden. De zuur- en de zoutporiën behouden echter wel hun vorm en zuur- en zoutstoffen kunnen dus gewoon naar binnen
- je proeft de jus d'orange dus anders dan je zou verwachten
Met welk type speeksel is de pH het hoogst?
De Ph volgt een iets ander verloop, de pH van rustspeeksel is iets lager dan de pH van kauwgestimuleerd speeksel, dat komt omdat er dan meer bicarbonaat in het speeksel toeneemt. Die concentratie is in citroenzuur ook hoger, mar de pH valt lager uit omdat dit met citroenzuur wordt gestimuleerd.
Met welk type speeksel is de secretiesnelheid het hoogst?
Citroenzuur is een sterkere prikkel voor de speekselklieren dan kauwen. Echter is het voor mensen met een droge mond niet aan te raden om citroenzuur te nemen omdat dit een erg lage pH heeft.
Hoe kun je het beste speeksel verzamelen?
Door te spugen. Je moet er wel op letten dat je actief rechtop zit, het liefst licht naar voren gebogen. Wanneer iemand achteroverleunend in de tandartsstoel in een bakje moet spugen wordt dat geen succes en heeft diegene al bij voorbaat een te lage speekselsecretie
1. Bij het verzamelen van speeksel vraag je de patiënt om gedurende 5 minuten elke 30 seconden in een bakje te spugen
2. Vervolgens ga je de secretiesnelheid bepalen, dat die je door het speeksel te wegen, we gaan ervan uit dat 1 gram gelijk is aan 1 ml speeksel. Omdat het eiwitgehalte in speeksel zo laag is, kunnen we het soortelijk gewicht gelijkstellen aan dat van water
3. Je gaat de zuurgraad bepalen door middel van pH strookjes. Je doopt een strookje 1 of 2 seconden in het speeksel en kunt vervolgens in het kleurenspectrum aflezen wat de pH is. De pH varieert meestal tussen de 6,5 en 8.
4. Tenslotte kun je de buffercapaciteit bepalen, dat doe je door het speeksel 1 op 1 te mengen met 5 mM zoutzuur (dit is een hele verdunde concentratie). Hierna meet je opnieuw de pH.
Welke metodes zijn er om speeksel te verzamelen?
- katoen rollen
- spatel
- spoelmiddel
- rietje
- wattenstaafje
- spugen: werkt het beste en is het simpelste
Hoe hangen de secretiesnelheid, zuurgraad en buffering met elkaar samen?
Wanner je de speekselaanmaak stimuleert maak je niet alleen meer speeksel maar het buffert ook beter. Dat hangt samen met de ionen in speeksel en de manieren waarop speeksel gemaakt wordt. Een belangrijk ion in het speeksel is het bicarbonaation, dat zit in je bloed en dat kom door diffusie in de klierholte van je speekselklieren. Dat wordt sedan met de primaire vloeistof in je speekselklierholte getransporteerd. In de speekselklieholte wordt het dan via de afvoergangen naar de mondholte gebracht, maar ons lichaam is zuinig op het bicarbonaat en in die afvoergangen vindt weer opname van het bicarbonaat plaats. De concentratie bicarbonaat in je bloed en in het primaire speeksel is dus veel hoger dan in de mondholte. Wanneer we nu de speekselaanmaak stimuleren, stroomt het speeksel en het bicarbonaat sneller door de afvoergangen, dan is er dus minder tijd om het bicarbonaat weer op te nemen in het bloed, waardoor er meer bicarbonaat in de mond terechtkomt. Bicarbonaat is een bijzonder ion, het absorbeert niet alleen zuur maar het zorgt ervoor dat het hele evenwicht verschuift. Het reageert met de H+ onder de vorming an H2CO3 en dat valt uiteen in H2O en CO2. Op deze manier heb je dus definitief het H+ ion weggevangen.
Wat zijn de gevolgen van hyposialie?
De stafancurve. Je ziet in de normale curve dat wanneer we onze mond spoelen met een mondspoeling met 10% glucose, neemt de pH sterk af, maar na ongeveer een kwartier a 20 minuten is die weer boven de kritische grens van 5,5. Wanneer we een speekselzuiger aansloten en dus het speeksel wegvangen, zien we dat de pH die bereikt wordt niet alleen lager is maar het ook veel langer duurt. Dat komt door de bufferende werking van speeksel. Speeksel versnelt dus de neutralisatie van de plaquevloeistof.
Hoeveel speeksel is genoeg?
Wanner val je onder hyposialie? Als je een rustsecretie hebt van minder dan 0,1 ml per minuut. Wanner je onder de 0,25 ml per minuut zit zit je in een risicogroep en tussen 0,3 en 0,7 ml per minuut is normaal. Wanner je kauwt is het een stuk meer en wanner je citroenzuur in neemt (smaak) is het ook veel meer.
Tekort aan speeksel vergroot de kans op cariës, tanderosie en halitose (slechte adem)
Welke drie oorzaken van hyposialie zijn er?
1. Speekselkliertumoren of therapieën tegen kanker in het hoofdhalsgebied. Bij deze mensen worden de klieren verwijderd of wordt het klierweefsel kapot gestraald. De behandeling voor deze mensen is heel duidelijk, ziekenhuizen hebben bijvoorbeeld op de afdeling waar hoofdhalskanker wordt behandeld een mondhygiëniste in dienst.
2. Auto-immuunziekte (Sjorgren syndroom): hierbij is de immuunreactie gericht tegen eigen klierweefsel. Een ander symptoom van deze ziekte is droge ogen, niet alleen de speekselklieren worden aangetast maar ook de traanklieren
3. Medicatie voor zenuwgestuurde processen: de grootste groep. De speekselsecretie is een zenuwgestuurd proces, dus als je medicatie van invloed is op zenuwgestuurde processen kan dit een droge mond veroorzaken. Denk bijvoorbeeld aan pijnstillers, kalmerende middelen of middelen tegen epilepsie. Bij gestimuleerde speekselsecretie is er wel een normale hoeveelheid speeksel, want speekselklieren zijn wel in tact, maar geremd in rust.