Summary biochemie I

-
218 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - biochemie I

  • 1.1 definitie biochemie

  • Er zijn in ieder levend organisme 2 soorten processen, katabole/afbraak, en anabole/opbouw/synthese reacties
  • De biochemie bestudeert de processen in de cel op moleculair niveau
  • 1.2 elementen

  • Wat zijn de belangrijkste elementen van het leven?
    C, H, O, N, P, S
  • Wat zijn de essentiële ionen voor het leven?
    K+, Na+, Cl-, Ca2+, Mg2+
  • Het intra- en het extracellulair milieu bestaan voornamelijk uit water
  • 1.3 basis organische chemie

  • Welke 4 klassen van biomoleculen zijn er?
    proteïnen=eiwitten
    sacchariden=suikers=koolhydraten
    nucleïnezuren
    vetten=lipiden
  • De bouwstenen voor biopolymeren/macromoleculen zijn monomeren
  • 1.4 levensenergie

  • Hoe luidt de basiswet van de thermodynamica?
    DG=GH-TxDS
    DG=gibbs vrije energie, spontaan wanneer <0, evenwicht=0
    DH=enthalpie/warmte-inhoud input externe energie nodig wanneer >0
    T=temperatuur
    DS=entropie/wanorde
  • voorbeelden van energetisch gunstige processen
    opvouwing van proteïnen tot hun natieve conformatie
    vorming van de lipiden dubbellaag in biologische membranen
  • 1.5 De cel is de basiseenheid van leven

  • Het cytoskelet is een specifiek proteïne-netwerk dat zowel verantwoordelijk is voor de celvorm als voor het intracellulair transport
  • Binnen in een cel treden er door de combinatie van densiteit en activiteit, voortdurend processen van diffusies en collusies op
  • 1.6 water

  • belangrijkste eigenschappen van water zijn
    - permanente dipool
    - H-brugvorming, zowel intra- als extramoleculair
    - warmte en dampspanning zijn hoog, stabiele lichaamstemperatuur mogelijk
    - bij ionisatie H+ en OH-
  • Twee kritische parameters maken H-brugvorming tussen H en een elektronegatief atoom mogelijk: afstand en oriëntatie
  • like likes like regel
    - ionaire/polaire moleculen zijn wateroplosbaar of hydrofiel
    - neutrale/apolaire moleculen zijn wateronoplosbaar of hydrofoob
    - amfipatische moleculen zijn deels water- en deels vetoplosbaar
  • functies van amfipaten
    - oppervlaktespanning verlagen tussen lipiden en water
    - zijn detergenten bij de vorming van micellen
  • 1.7 niet-covalente bindingen

  • Welke niet-covalente bindingen zijn er?
    electrostatische interacties:
    H-bruggen
    ladings-ladingsinteracties
    van der waals-krachten

    hydrofobe interacties
  • 1.8 reactiemechanismen

  • Wat is het hydrolyserend vermogen van water?
    Het uitgesproken nucleofiel karakter van water
  • Hoe wordt dit grote potentieel aan hydrolyse in een cel gecontroleerd?
    - hydrolysereactie met water gaat niet spontaan door, omdat het thermodynamisch evenwicht in de richting van de afbraak ligt. Er is een katalysator nodig
    - de energie die nodig is bij deze katalysatoren wordt geleverd door ATP, dat moet dus ook geleverd worden
    - de pH voor de katalysator moet ook optimaal zijn om de reacties goed door te laten gaan
  • Wat is de katalysater in biochemische processen?
    enzymen
  • Hoe luidt de vergelijking van Henderson-Hasselbalch?
    pH=pKa+log[A-]/[HA]
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

(basisch) corresponderende amiden van asp en glu, hydrofiel waardoor ze een externe oriëntatie aannemen
asparagine en glutamine
(amiden) dicarbonzuren wegens bijkomende b- en y-carboxylgroep, bij pH 7,4 is de COOH negatief geladen-->hydrofiel waardoor ze een externe oriëntatie aannemen
aspartaat en glutamaat
(basisch) bij pH 7,4 is de N positief geladen--> hydrofiel waardoor ze een externe oriëntatie aannemen
histidine
(zwavelhoudend) mogelijke oxidatie van 2 cys tot cystine met vorming van een disulfidebrug
cysteïne
(alcoholen) b-hydroxy groep is hydrofiel en zorgt voor reactiviteit
serine en threonine
(zwavelhoudend) methylthioether en relatief hydrofoob, S is nucleofiel
methionine
(aromatisch) hydrofobe benzylgroep, resp. relatief hydrofobe fenol-groep en bicyclisch indol; typische UV-absorptie wegens de aromatische structuur
fenylalanine, tyrosine, tryptofaan
(alifatisch) secundair amine en heterocyclisch, veroorzaakt restrictie in de geometrie
proline
(alifatisch)verzadigd, hydrofoob waardoor ze een interne oriëntatie aannemen
alanine, valine, leucine, isoleucine
kleinste aminozuur (alifatisch), nestelt zich in de kleine ruimtes in het polymeer
glycine