Summary biochemistry

-
210 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "biochemistry". The author(s) of the book is/are jeremy. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - biochemistry

  • 1 Hoofdstuk 1

  • Wat zijn de kenmerken van leven?

    ingewikkeld maar geonrganiseert

    energie behoefte

    reactie op omgevings signalen

    vermogen tot repliceren/zichzelf assembleren

    evolutie

  • wat zijn silicaten?

    elementen die in de aarkorst sterk vertegenwoordigd zijn

  • leven speelt altijd af in een waterige oplossing zelfs als er geen water lijkt te zijn

  • Wat is een polair molecuul?

    een molecuul met een dipoolmoment

  • hoe bereken je de ph?

    -log[H+]

  • Waarmee houden levende organismen hun ph constand?

    met ph homeostase

  • organische moleculen bevatten koolstof atomen

  • covalente bindingen zijn sterk vergeleken thermische energie

  • waardoor kan een dubbele binding niet draaien?

    de binding is vlak en rigide. de thermische energie om de binding te draien is te zwak

  • wat zijn geconjugeerde dubbele bindingen en wat doen ze vaak?

    dubbel-enkel-dubbel-enkel.... ze absorberen vaak licht

  • koolwaterstofbruggen bieden weinig functionele mogelijkheden voor leven

  • Wat zorgt ervoor dat moleculen eigenschappen krijgen?

    functionele groepen die op een koolwaterstof skelet zitten

  • polair = hyrdofiel

    apolair = hydrofoob

  • Welke waterstofbruggen zijn mogelijk?

    n-h....o

    o-h....n

    o-h....o

    n-h....n

  • Wat is de waterstof donor en wat de acceptor?

    de twee die aan elkaar zitten is de donor en de 1 die overblijft is acceptor

  • Welke kleuren in een computermodel staan voor welke atomen?

    rood - zuurstof (o)

    blauw - stikstof (n)

    wit/grijs - koolstof (c)/ waterstof (h)

    geel- zwafel (s)

  • 1 gr/mol = 1 dalton(da)

  • niet covalente bindingen/interacties zijn crusiaal voor het leven

  • Welke niet covalente bindingen zijn er?

    elektrostatische bindingen

    waterstof bruggen

    van der waalsbindingen

    hydrofobe interacties

  • Hoe werken elektrostatische bindingen? en hoe bereken je de interactie energie?

    geladen moleculen kunnen elkaar aantrekken of afstoten. de energie bereken je met de wet van coulomb E=kq1q2/Dr

  • Voorbeelden van elektrostische bindingen?

    ionische interactie

    zoutbrug

    ionenpaar

  • Wat is een van der waals binding?

    niet specifieke aantrekende kracht tussen alle atomen.

    hoe dichter atomen elkaar naderen hoe groter de vanderwaals binding

  • wat is van der waals afstand?

    de afstand dat atomen van elkaar af zijn waar de bindingsterkte het grootst is

  • wat is zwitterionisch?

    wanneer een molecuul wel lading heeft maar het totaal 0 is

  • Wat is het hydrofobe effect?

    hydrofobe moleculen gaan bij elkaar zitten en rond erom heen sluiten hydrofiele/water moleculen zich eromheen als een kooi

  • vrijkomen van watermoleculen maakt interactie thermodynamisch gunstig

  • Wat is dit?

    phosphoryl(1 O- moet een oh zijn)

  • Wat is dit?

     

    amino groep

  • Wat is het probleem met arseen?

    arseen komt op de plek van phosfaat in dna maar arseen bevattende verbindingen zijn minder sterk dan phosfaat waardoor dna waar arseen in zit uitelkaar valt in water.

  • Hoe komt dna aan zijn structuur?

    door de -fosfaatgroepen krijg je electrostatische afstoting

    de vorming van basenparen krijg je waterstofbrugen

    de stapeling van basenparen krijg je van der waals interacties

  • Wat kunnen moleculen?

    interacties met elkaar aangaan (niet covalente bindingen)

    reageren (breken en vormen van covalente bindingen)

  • Wat zijn kleine moleculen en waar dienen ze voor?

    <1000 Da

     

    primaire metabolieten:

    bouwstenen

    brandstoffen

    signaalmoleculen(bv hormonen)

    ph buffering

     

    secundaire metabolieten:

    speciale functies meestal ingewikkelde moleculen

  • Wat zijn de macromoleculen?

    eiwitten

    nucleinezuren

    polysacheriden

    lipiden

  • moleculaire uniformiteit is een sterke aanwijzing voor evolutie
  • Waarvoor worden lipiden/nucleinezuren/eiwitten/carbohydrates(polysacheriden) gebruikt?

    lipiden: membraan en energie opslag

    nucleine zuren: opslag en uitlezen genetische informatie

    eiwtten: alle funties

    carbo: stevigheid herkenning en energieopslag

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wat is rna polymerisatie?

ketens van nucleotiden door vroming van fosfodiesterbanden

Wat is dna polymerisatie?

ketens van nucleotiden door vroming van fosfodiesterbanden

wat is reverse transcriptase?

RNA virussen gebruiken rna als matrijs voor synthese van dna

welke mogelijke replicatie modellne zijn er?

conservative replicatie

dispersive replicatie

semiconservative replicatie

wat is de opbouw van nucleinezuren?

ketens van nucleotiden door vroming van fosfodi esterbanden

Wat is een peptide binding?

dit

Wat is dit?  

amino groep

Wat is dit?

phosphoryl(1 O- moet een oh zijn)

hoe komen eiwitten die niet in het cyotsol moeten op hun plek?
transport gaat via het er. aminozuurvolgorde(signaal) word opgevangen door srp herkend en eiwit word naar er gedirigeerd. srp zorgt ervoor dat neit verder gesynthetiseert kan worden totdat het ribosoom op het er zit daar gaat srp eraf en kan eiwit verdergesynthetiseert wprden. srp herkent zijn receptor 2 gtp word gesynthetiseert en srp laat los. vanaf er gaat het verdere transport via golgi aparaat
wat is mogelijk bij eukaryoot translatie?
speciale eiwitten binden de cap en de staart hierdoor kan er aan een stuk door eiwitten worden gesynthetiseerd de poly a staart breekt steeds verder af zodra deze compleet is afgebroken stopt de translatie