Summary Biochemistry

-
ISBN-10 1429276355 ISBN-13 9781429276351
617 Flashcards & Notes
49 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Biochemistry". The author(s) of the book is/are Jeremy M Berg, John L Tymoczko, Lubert Stryer. The ISBN of the book is 9781429276351 or 1429276355. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Biochemistry

  • 1 college 1 celbiologie

  • wat is celbiologie?

    beschrijven van alle processen in de cel: hoe, waar, wanneer, etc.

  • dfsdf
    sdfsdfs
  • Deze celbiologie richt zich met name op de eukaryoten.

  • Kenmerk van een eukaryote cel:

    - Genetische info in de kern.

    - Celorganellen.

  • Technische doorbraken zoals microscopie, genomics, proteomics (technieken om alles in een cel te meten) en de bioinformatica leiden tot nieuwe ontdekkingen.

  • De eerste microscoop is in de 17e eeuw door Antonie van Leeuwenhoek uitgevonden.

  • Wat werd er zoal zichtbaar met een replica microscoop?

    Vergroting tot 25o X

    cellen kunnen zichtbaar gemaakt worden,

    bacterien en gisten ontdekt.

     

  • Wie heeft de fase-contrast microscoop ontdekt?

    Frederik Zernike  1953. --> nobelprijs voor de Natuurkunde.

  • microscopie is heel belangrijk in de celbiologie. want microscopen maken het mogelijk de cel en celinhoud te zien (waaronder de organellen)

  • Wat is het belang van celbiologie?

    Ultieme doel: begrijpen hoe een cel in al zijn complexiteit werkt. 

    Toepassingen: verbetering processen (biotechnologie, landbouw), medisch: Diagnostiek, therapie.

     

     

  • celbiologie en medische wetenschappen

    - toxicologie

    - erfelijke ziektes

    - toepassing stamcellen

    - onderzoek naar veroudering

  • Wat is het tetanus toxine en wat doet het?

    Tetanus is een bacterie, maar Tetanus toxine is een enzym.  Het zorgt ervoor dat er geen signaal overdracht meer is tussen zenuwen en spieren.  Het gevolg is verkramping van de spieren. Het tetanus toxine breekt eiwitten af die bij het membraan fusie proces zijn betrokken. (het fusie proces van de blaasjes met neurotransmitters)

  • Op celniveau lijken alle organismen op elkaar

  • basale processen werken in alle eukaryote cellen op dezelfde manier. 

    eenvoudige modelorganismen worden gebruikt in het onderzoek. 

  • Welke modelorganisme worden vaak gebruikt?

    bakkersgist, wormpjes, fruitvliegjes, muizen, E. Coli (bacterie)

  • gisten worden dik door suiker en vet. Ze kunnen zich zowel door knopvorming vermeerderen als door sporen of sexuele manier. Ze komen dan ook voor in de haploide en de diploide vorm. Doordat gistcellen zich op eenzelfde soort manier delen als menselijke cellen zijn ze uitermate geschikt in onderzoek naar kanker en obesitas. 

     

  • wat zijn belangrijke macromoleculen in cellen?

    nucleinezuren, eiwitten en lipiden.

  • - In alle eukaryote organismen bevindt zich de erfelijke info in het DNA (kern)

    - Mitochondrien en chloroplasten bevatten ook DNA.

  • RNA-syntese heet transcriptie

    RNA bevindt zich in de kern, het cytosol en in mitochondrien en chloroplasten. 

  • wat voor soorten eiwitten zijn er zoal?

    enzymen, receptoren, hormonen, structurele eiwitten.

  • biologische membranen omsluiten cellen en celorganellen. Membranen bestaan vooral uit lipiden en eiwitten.

    Elk membraan bestaat uit een dubbele laag van lipiden (bilayer)

  • geladen deeltjes kunnen niet door lipiden heen. Hydrofobe deeltjes hebben geen lading. 

  • Lipiden vormen een bilaag en doen aan laterale diffusie. 

  • Wat voor membraaneiwitten zijn er allemaal?

     

    transporteiwiiten, linkers, receptoren, enzymen.

  • Welke stofjes gaan heel gemakkelijk door het membraan heen?

    hydrofobe stoffen als: zuurstof, kooldioxide, stikstof en steroide hormonen.

  • welke stoffen gaan een beetje door het membraan heen?

    kleine ongeladen polaire moleculen zoals water, ureum en glycerol.

  • welke stoffen gaan heeeel moeilijk door het membraan heen?

    grote ongeladen polaire moleculen zoals glucose en sucrose.

  • welke stoffen gaan helemaal niet door het membraan heen?

    ionen. Alle geladen moleculen.

  • stoffen die wel door het membraan van een cel gaan, gaan overigens alleen er werkelijk doorheen als het met de concentratiegradient mee is. 

  • wat is een chemische gradient?

    aan 2 kanten van het membraan verschilt de concentratie van een bepaalde stof.

  • wat is een elektrische gradient?

    Dan is er aan 2 kanten van het membraan een ladingsverschil.

  • Een gradient moet eerst met veel energie worden opgebouwd.

  • wat is een tight junction?

    voorkomt laterale diffusie van membraan eiwitten.

  • welke 2 soorten microscopie moet je weten?

    lichtmicroscopie en elektronenmicroscopie

  • met lichtmicroscopie kun je in de orde van kleinheid tot en met ongeveer een bacterie zien en met elektronenmicroscopie kun je tot en  met ongeveer een atoom zien. 

  • Beperkingen van de lichtmicroscopie zijn dat het biologisch materiaal altijd in plakjes moet worden gesneden en dat je weinig tot geen contrast hebt.

  • wat is fluorescentie?

    Een elektron komt in een hogere toestand door absorptie van licht. (exitatie) Bij terugval naar het normaal niveau zendt het weer licht uit. In de tussentijd verliest het wel een beetje energie waardoor het licht dat het atoom opneemt niet hetzelfde qua kleur is dan wat het uitzendt bij terugval. (emissie)

  • licht met een korte golflengte heeft veel energie en licht met een lange golflengte heeft weinig energie.

  • werking fluorescentie microscoop:

    -licht wordt gefilterd op bijvoorbeeld blauw. Dit licht gaat door en wordt vervolgens weerkaatst door een spiegel die het door middel van een lens op het object laat vallen (exictatie). Vervolgens wordt door emissie het licht weer uitgezonden en gaat het door dezelfde spiegel heen en wordt het nog eens gefilterd op onbruikbare signalen en komt het in het oog terecht.

  • hoe werkt immunofluorescentie?

    Het principe van immunofluorescentie is dat een eiwit gelokaliseerd wordt via het antigen waartegen een antilichaam beschikbaar is. bv. een konijn gaat antilichamen maken voor een bepaald antigen. Dit wordt dan weer ingespoten bij een geit. Deze geit gaat dan weer antilichamen maken voor de antilichamen van het konijn. Alleen aan de antilichamen van de geit wordt een marker gedaan. 

  • wat zijn fluorescescerende eiwitten?

    eiwitten die door een cel zelf gemaakt worden. Hiermee kun je dus kijken in de levende cel.

  • wat is GFP?

    green fluorexcent protein.

  • om met GFP in cellen  te kijken haal je gewoon de start en stopcodons van van betreffende genen weg en maak je de gen voor GFP er gewoon aan vast. 

  • Toepassingen GFP:

    - wanneer en waar komt een gen tot expressie?

    - waar bevindt zich een eiwit in de cel?

    - wat is de dynamiek van een eiwit of celonderdeel waarin het eiwit zich bevindt?

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.